Communicatie, Informatie, Educatie

• CIE-INDEX • ARCHIEF • TEKSTEN/TEXT(E)S • eBOEKEN • LINKS • 

Allochtone politici: tussen wal en schip?

Patrick Loobuyck (1)

Aspirant FWO Universiteit Gent (2001)
 




Het uitgangspunt bij de discussie over politieke en maatschappelijke participatie van allochtonen is de ondervertegenwoordiging en het gebrek aan zeggingskracht van de allochtone gemeenschappen in verschillende maatschappelijke geledingen. Bij politieke uitsluiting denkt men automatisch aan de afwezigheid van politieke rechten. Vreemdelingen van buiten de EU hebben geen inspraak via verkiezingen en kunnen niet als verkozene in de reguliere politieke structuren opgenomen worden. Door de naturalisatie wordt de hoeveelheid niet-EU vreemdelingen kleiner, maar er blijft een democratisch deficit bestaan.(2)

Stemrecht is een noodzakelijke voorwaarde voor politieke emancipatie, maar het is geen absolute voorwaarde om politiek bezig te zijn. (3) Vanuit democratisch oogpunt betekent politiek bezig zijn vooral ook participatie aan allerlei verenigingen en organisaties. Het omvat alle vormen van besluitvorming en participatie in de samenleving (civil society).

Deze bijdrage wil zich concentreren op de partijpolitieke participatie en zal dus maar een klein bovenlaagje belichten van wat politieke emancipatie van allochtonen kan betekenen.

 



Politiek geëngageerde allochtonen in de kijker

De partijpolitieke participatie van allochtonen kan de jongste tijd op nogal wat aandacht rekenen, onder meer vanuit de partijen zelf. Men is tot het besef gekomen dat de allochtonengemeenschappen een groot potentieel kiezers bevatten. Door allochtonen op de lijsten te zetten, hoopt men een deel van het nieuwe kiespubliek achter zich te krijgen. In bepaalde steden en kiesdistricten is een strijd om de allochtone stem gevoerd, waarbij allochtone kandidaten van verschillende partijen soms op bedroevende wijze tegen elkaar werden opgezet. Bovendien passen allochtonen in de partijpolitieke vernieuwing. Hoe kan men de vernieuwing tastbaarder maken dan door 'nieuwe Belgen' op de lijsten te zetten?

Ten tweede is er de druk van onderuit. Binnen de allochtone gemeenschappen is het besef van de eigen verantwoordelijkheid pas vrij recent gethematiseerd en men wenst zich ook op het politieke forum te begeven om daar een volwaardig mondje mee te spreken. (4)

Ten derde zorgen ook de individuele lotgevallen voor de nodige aandacht. Veel allochtone kandidaten doen het electoraal niet slecht maar dikwijls kunnen ze hun stemmen onvoldoende verzilveren in mandaten. Ze zouden te weinig serieus genomen worden en enkel dienen als stemmenronselaar. Verschillende allochtonen voelen zich op dat punt gefrustreerd.

Tot slot zijn er enkele opiniestukken verschenen die de huidige partijpolitieke participatie van allochtonen op de korrel nemen. Mohamed Talhaoui bijvoorbeeld ergert er zich aan dat de allochtonen te weinig de kans krijgen om zelf hun kandidaten voor te dragen, waardoor enkel geassimileerde kandidaten op lijsten komen. De migrantenwoordvoerders zouden enkel verkozen zijn 'omdat ze zich volledig geassimileerd hebben en zich in ruil voor een aangenaam postje en een royale verloning niet teveel aantrekken van de belangen van de migrantengemeenschap'. (5) Omdat ze weinig te zeggen hebben wordt het hen verweten dat ze zich door de partijen als 'allochtone excuus-truus' of 'alibi-ali' laten misbruiken. Cakar Rezzak, de voorzitter van de Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen noemt Meryem Kaçar, Nahima Lanjri en Fauzaya Talhaoui 'schaamlapjes' die enkel spreken in eigen naam en die partijen dienen die weigeren om structureel emancipatiebevorderende maatregelen (vreemdelingenstemrecht, aanvaarding van de Islam, toegang tot openbaar ambt, positieve actie op de arbeidsmarkt en afdwingbare antiracismewetgeving) door te voeren. (6) Op deze zware beschuldigingen is door de betrokken politici vooralsnog niet openlijk gereageerd.


 

Participatie in de politieke partijen: enkele gegevens

De bereidheid om allochtonen op lijsten te zetten is het grootst bij lokale verkiezingen. De doorbraak kwam er met de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1994. België hinkt achterop ten aanzien van Nederland en Frankrijk waar er bij de lokale verkiezingen van respectievelijk 1986 en 1989 al heel wat allochtone kandidaten waren. In Nederland was dat het gevolg van het migrantenstemrecht dat in 1985 werd toegekend.

In Vlaanderen werden in 1994 13 allochtonen verkozen: voor Agalev 3, voor de CVP en SP elk 5. Er waren negen gemeenteraadsleden van Noord-Afrikaanse afkomst (één schepen), drie van Poolse (één schepen) en één van Tsjechische afkomst. (7) Sommigen stonden op een niet-verkiesbare plaats. Voor Fatima Bali (Agalev) in Antwerpen en Aziz Cherkaoui (CVP) in Roeselare was de verkiezing een herverkiezing. Voor Agalev zetelden nog een vrouw van Algerijnse en een man van Marokkaanse origine als OCMW-raadslid. Al bij al was slechts 0,2% van de gemeenteraadsleden van niet-Europese origine. Ter vergelijking: regio Brussel telt 651 gemeenteraadsleden en er werden 12 Franstaligen van Arabische afkomst verkozen. Bovendien had Ecolo nog 4 andere allochtone verkozenen en had de PS nog een schepen van Spaanse afkomst in Vorst en een gemeenteraadslid van Roemeense afkomst in Sint-Joost. Wallonië telde 6 verkozenen van Noord-Afrikaanse en 1 van Turkse afkomst. Voor de provincieraad (oktober 1994) stonden bij Agalev 9 allochtone kandidaten op de lijst. CVP en SP droegen elk 2 allochtone kandidaten voor. VLD, VU en Vlaams Blok hadden elk 1 kandidaat van Italiaanse afkomst.

Voor de verkiezingen van 21 mei 1995 voor Senaat, Kamer en Vlaams Parlement werden door Agalev 16, de CVP 1 en de SP 8 allochtone kandidaten naar voren geschoven. Voor de Senaat telde Wallonië 8 en Vlaanderen 7 allochtone kandidaten (2 Agalev, 1 SP, 1 Hoera en 3 PVDA). In Vlaanderen stonden nergens allochtonen op een verkiesbare plaats, maar sommigen haalden wel een sterke score. In Wallonië waren er tenminste 4 allochtonen verkozen: Elio Di Rupo, Alberto Borin en Yvan Ylieff als kamerleden en Serge Kubla als gewestelijk parlementslid. Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad stonden 24 mensen van Noord-Afrikaanse afkomst op een lijst. Na de verkiezing waren er 4 allochtonen (3 socialisten en 1 van Ecolo) die in het Brussels Parlement een politiek mandaad konden opnemen.

Op 13 juni 1999 stonden meer dan 100 allochtonen op de verschillende lijsten. Fauzaya Talhaoui (Agalev) en Dalila Douifi (SP) werden verkozen voor de Kamer en Chokri Mahassine (SP) voor het Vlaams Parlement. Op de lijsten voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad stonden 20 kandidaten van Turkse afkomst en meer dan 90 kandidaten van Noord-Afrikaanse afkomst. Aan Franstalige kant werden meer dan 10 kandidaten verkozen (waarvan 7 van Marokkaanse, 1 van Tunesische en 1 van Israëlische afkomst). In het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde stonden op alle verschillende lijsten voor de Kamer 29 mensen van Noord-Afrikaanse en 4 mensen van Turkse afkomst. Wat betreft de Senaat stonden voor het Frans kiescollege 6 mensen van Noord-Afrikaanse afkomst op 5 verschillende lijsten. Voor het Nederlands kiescollege stonden 2 mensen van Marokkaanse afkomst (Agalev en PVDA) en 5 mensen van Turkse afkomst op de lijst (bij Agalev 2 en bij SP, CVP en PVDA elk 1). Voor Agalev zetelt Meryem Kaçar in de Senaat. Fatma Pehlivan (SP) behaalde van op de 7de plaats 16.000 stemmen. Ze moest Kathy Lindekens als gecoöpteerd senator laten voorgaan. Sinds januari 2001 is Lindekens schepen in Antwerpen en Pehlivan is haar opgevolgd in de Senaat. Voor Europa hadden CVP, Vivant en VLD geen allochtone kandidaat, de SP had er 4, VU-ID en Agalev hadden er elk 1. Niemand is verkozen.

Uit de verkiezingsuitslag van 13 juni 1999 blijkt dat nieuwe Belgen op groene en socialistische lijsten stemmentrekkers zijn. Voor de Senaat haalden 3 allochtone kandidaten voor Agalev meer dan 45.000 stemmen. Kazim Ozcan behaalde op de 4de plaats meer stemmen dan de kandidaten op de 3de en 2de plaats maar werd niet verkozen. Voor het Vlaams Parlement haalde Chokri Mahassine als 4de op de SP lijst in Limburg meer voorkeurstemmen dan de kandidaten op de 2de en 3de plaats. Ook Fatima Bali, 5de op de Agalev lijst voor het Vlaams Parlement, haalde met haar kleine 10.000 voorkeurstemmen meer dan de 3de en de 4de op de lijst, zelfs meer dan de lijsttrekker. Enkel door de verdeling van de lijststemmen heeft men Bali een zetel in het Vlaams Parlement kunnen ontzeggen. Hetzelfde geldt voor Nahima Lanjri die vanop de 5de plaats op CVP lijst in Antwerpen voor de Vlaamse raad 7878 stemmen haalde. Na lijsttrekster Wivina Demeester had ze het meest stemmen, maar werd niet verkozen. Fauzaya Talhaoui behaalde van op de 2de plaats op de Agalev Kamerlijst in Antwerpen ruim 5.000 stemmen meer dan lijsttrekker Eddy Boutmans en is wel verkozen. Op de Europese lijst voor de SP telden de 4 allochtonen samen 47.269 stemmen.

Op 8 oktober 2000 stonden relatief veel allochtonen op de kieslijsten voor de gemeente- en provincieraadsverkiezingen. Bij een ruwe telling komt men in Wallonië aan meer dan 70 kandidaten, in Vlaanderen en Brussel samen komt men zeker aan 250 kandidaten. In Genk, Heusden-Zolder, Houthalen en Maasmechelen was 15% of meer van de kandidaten van allochtone afkomt. (8) Algemeen hebben Agalev en SP meer allochtone kandidaten dan de andere partijen. VLD en VU-ID hebben minder allochtonen op de lijsten dan de CVP. De PRL heeft meer allochtone kandidaten dan hun Vlaamse liberale collega's. Het aantal allochtone kandidaten op een lijst is echter niet steeds recht evenredig met het aantal kandidaten dat verkozen wordt. (9) Op verschillende plaatsen blijkt opnieuw dat allochtonen stemmentrekkers kunnen zijn. In Antwerpen waren de allochtone politici op de Agalev lijst goed voor een kleine 10.000 stemmen, op de SP lijst voor iets meer dan 6.000 stemmen en op de CVP lijst voor bijna 5.000 stemmen. 

Er zijn individueel opmerkelijke prestaties terug te vinden. Heel wat kandidaten van niet-Europese afkomst zij verkozen: in Vlaanderen meer dan 30 (waarvan 17 van Noord-Afrikaanse, 13 van Turkse en 1 van Afrikaanse afkomst), in regio Brussel 91 (5 ervan hebben al ontslag genomen in januari 2001). In Vlaanderen behoren alle allochtone verkozenen op 2 na tot SP, Agalev of CVP. In Antwerpen zijn 7 districtraadsleden van Noord-Afrikaanse en 1 van Turkse afkomst. In Anderlecht en Sint-Gillis zijn er bijna tien allochtone verkozenen, in Sint Joost Ten Node, Schaarbeek, Brussel en Molenbeek zijn het er meer dan tien, in Etterbeek en Elsene zes, vier in Genk en Houthalen, drie in Antwerpen en Beringen, twee in Leuven, Heusden-Zolder, Leopoldsburg, Gent, Evere en Mechelen. Voor de stad Brussel werd een schepen van Algerijnse afkomst aangesteld: Faouzia Hariche (PS) is er schepen van jeugd. In Schaarbeek werd Mohamed Lahlahi (PS) schepen van onderwijs, Taminount Essaidi (Ecolo) schepen van sociale integratie en preventie, en Sait Köse (FDF) schepen van financiën; in Sint-Gillis werd Said Ahruil schepen van jeugd, in Sint-Joost werd Emir Kir (PS) schepen van onderwijs, Nezahat Namli (PRL) schepen van kinderopvang e.d., Mohamed Jabour (PS) schepen van financiën, jeugd en cultuur; in Molenbeek werd Mareim Bouselmati (Ecolo) schepen voor tewerkstelling en middenstand; in Beringen werd Selahattin Koçak schepen bevoegd voor huisvuil, leefmilieu en natuurbehoud, sport en recreatie; in Leuven werd Said El Khadraoui (SP) schepen van cultuur, onderwijs, inburgering, ontwikkelingssamenwerking en studentenaangelegenheden en in Vilvoorde zal Fatima Lamarti (SP) schepen worden in 2004. [in Mechelen is Ali Salmi schepen geworden voor Welzijn en Gezondheid, Ontwikkelingssamenwerking en Gelijkekansenbeleid, wm]

Nahima Lanjri (CVP) en Fatima Bali (Agalev) hebben ondanks hun stemmen (resp. 3.512 en 3.719) naast het schepenambt in Antwerpen gegrepen. Men onderschatte misschien de politieke capaciteiten maar vooral de symbolische waarde van Bali of Lanjri als schepen. Deze symboolwaarde heeft ervoor gezorgd dat velen fel en emotioneel hebben gereageerd. Op basis van het aantal stemmen hadden beide dames recht op een schepenambt, maar we leven nog altijd niet in een directe democratie waarin schepenen rechtstreeks worden verkozen, en dat heeft ook voordelen, willen we niet in de val van het populisme en de dictatuur van de meerderheid vervallen. De hele affaire is ten onrechte gefocust op het allochtoon-zijn van de kandidaten, alsof dat het enige is dat meespeelde. Moet dan helemaal geen rekening gehouden worden met de interne werking van een partij, met de capaciteiten en de ervaring van de kandidaten? In een vertegenwoordigingsdemocratie moet de burger het vertrouwen hebben dat de partij de meest capabele persoon naar voor zal schuiven. Natuurlijk moeten politici luisteren naar de signalen van de kiezer, maar ze moeten ook met elkaar aan de slag en het intern politiek proces zijn werk laten doen. (10) Gezien de stemmenverdeling en het Antwerps compromis zouden er sowieso mensen zijn die hun politieke droom moesten laten varen, jammer dat ook twee allochtone politici dit lot was beschoren. Maar zij zijn niet de enige gedupeerden. Zij die dit voorval aangrijpen om aan te tonen dat de allochtonen politiek niet serieus genomen worden, zetten ons op een zijspoor. Het zou jammer zijn dat het debat over inspraak en politieke participatie van allochtonen zich enkel zou richten op het geluk en de ontgoocheling van individueel succesvolle kandidaten. Het gevaar bestaat dan dat men het onderwerp waar het eigenlijk zou moeten om gaan uit het oog verliest, nl. een ruimer debat over actief en volwaardig burgerschap van alle vaak onzichtbare en stemloze allochtonen. Het gaat om de grote groep die op tal van terreinen achterblijft of wordt achtergesteld. (11)





Allochtone politieke structuren

De ervaring in Nederland leert dat allochtonen zich vrij snel in de autochtone politieke cultuur inpassen. Dit gaat ook op voor België: steeds meer allochtonen schakelen zich in in de traditionele partijen. Toch kan de vraag worden gesteld of de beste manier om op termijn tot belangenverdediging te komen verloopt via eigen organisaties of moet er worden gedacht aan participatie in bestaande initiatieven. De combinatie is mogelijk: allochtone politici kunnen zich engageren in en voor de eigen gemeenschap én tegelijkertijd in 'autochtone' politieke partijen actief zijn. De band met de eigen gemeenschap blijft belangrijk wil men de stem van de 'onzichtbare' allochtoon vertolken.

Toch zijn de ideeën om met eigen lijsten op te komen niet ver weg. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 is Merci (Mouvement Européen pour la Reconnaissance des Citoyens) opgekomen in Brussel, Molenbeek, Schaarbeek en Etterbeek. De beweging bestond uit Marokkanen, Algerijnen en aanverwanten die voorheen in traditionele partijen actief waren maar uit onvrede op zichzelf zijn begonnen. De beweging haalde nergens meer dan 1% en heeft die tegenslag niet overleefd. Mars heeft in 1999 een lijst ingediend voor de gewestelijke verkiezingen in Brussel en de Islamitische partij Noor (http://noor.ovh.org/) voor de Kamer. Ook deze migrantenlijsten hebben niet gescoord. Mars bestaat niet meer en Noor besliste geen lijst in te dienen voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2000. Bij deze laatste verkiezingen waren er enkele migrantenlijsten, zonder echt van migrantenpartijen te kunnen spreken: Gauche Plurielle in Schaarbeek en Elsene, Sociale Belangen in Willebroek, Color in Anderlecht en LCM, een Turkse lijst in Visé. Ook in het buitenland hebben migrantenlijsten electoraal geen succes.

Vanuit het ongenoegen met het huidige beleid en de manier waarop de traditionele partijen omgaan met hun allochtone (kandidaat) politici en allochtone kiezers denken sommige allochtonen nog steeds dat het misschien beter zou zijn een eigen partij op te starten, al was het maar als alarmsignaal en als teken dat het hen menens is. Het is aan de huidige politieke formaties om te vermijden dat het werkelijk zover komt. Het zou immers alleen maar de verdeeldheid binnen de allochtone gemeenschappen aanwakkeren, en het zou een jammerlijke terugval zijn in het wij-zij paradigma waarvan we ons precies pogen te verlossen.


 

Identiteit van allochtone politici

De identiteit van allochtone politici wordt op twee manieren 'voorgeschreven'. (12) Vooreerst moet men zich het bestaande partijprogramma eigen maken en zich voegen in de bestaande partijstructuren. Allochtone politici moeten zich evengoed als liberaal, groen, sociaal- of christen-democraat kunnen verkopen. In de tweede plaats wordt hun politieke identiteit vastgelegd door het allochtoon-zijn. Van sommigen wordt openlijk gezegd dat ze op de lijst konden staan of verkozen zijn enkel omdat ze allochtoon zijn. In de politiek krijg je sowieso een etiket opgeplakt. Voor allochtonen betekent dit dikwijls dat ze worden aangesproken op hun afkomst. Wie die afkomst verloochent en zich niet inzet voor de belangen van de allochtonengemeenschap, mag zich aan veel misnoegde blikken verwachten.

Niet alle allochtone politici willen zich enkel als allochtoon profileren en dat leidt tot misverstanden. Sommigen willen zich vooral engageren voor het allochtonendossier, maar voor anderen is het een thema naast zovele andere. Overigens zijn er ook allochtonen die hun stemmen helemaal niet bij de allochtonengemeenschappen halen en door omstandigheden minder voeling hebben met de allochtone achterban. Het wordt deze mensen soms verweten dat ze hun afkomst ontkennen en zo hun allochtone medeburgers in de steek laten. Dit fenomeen zal zich in de toekomst wel meer voordoen. Allochtonen van derde of vierde generatie hebben soms enkel nog de naam die hen met het genoemde verwachtingspatroon opzadelt, terwijl zijzelf inspanningen doen om zich van het allochtonenlabel dat ze opgepind krijgen te bevrijden omdat ze niet enkel als 'de allochtoon van dienst' willen opdraven.

Allochtone politici zijn symbolen waaraan bepaalde verwachtingen gekoppeld zijn. Het is begrijpelijk dat ze van die symboolfunctie afwillen, maar dat kan nog wel enige tijd duren. Zolang allochtonen als een aparte categorie worden beschouwd, zolang allochtonen in verschillende geledingen van de samenleving niet op volledig gelijke voet behandeld kunnen worden zal de allochtone politicus met deze symboolfunctie moeten leren leven.

Maar de identiteit van allochtone politici is geen of-of kwestie. Men kan partijmilitant zijn, zich toeleggen op zeer diverse thema's én tegelijk de nadruk leggen op de etnische identiteit. Voor progressieve politici liggen hier enkele kansen. Men kan steun verlenen aan verschillende progressieve migrantenorganisaties. Men kan het opnemen voor de idee van een emancipatie- en toerustingsbeleid dat streeft naar een minimum aan kansen en basisrechten voor iedereen en ernaar streven de positie van de allochtone vrouwen te verbeteren. Ze kunnen reageren tegen het feit dat jonge vrouwen tegen hun wil worden uitgehuwelijkt aan mannen die uit zijn op een verblijfsvergunning, dat ouders niet weten welke leerstof hun kind op die school aangeboden wordt, of dat men geen inspanning doet de taal eigen te worden. Ze kunnen reageren tegen gedwongen clitoridectomie en tegen een minderheid van jongeren die blijkbaar geen enkele wijze van gezag meer lijkt te aanvaarden. Men moet durven reageren op extremistische strekkingen, ook binnen de eigen gemeenschappen.

Gezien men ervan uitgaat dat het stemgedrag van allochtonen sterk wordt bepaald door de lokale, sociale netwerken en verenigingen, worden verwoede inspanningen geleverd om die gemeenschappen voor zich te winnen. In het heetst van de electorale strijd zet men soms wat progressieve standpunten tussen haakjes, om toch maar in de smaak te vallen bv. bij een moskeevereniging met een conservatieve signatuur. Zo werken allochtone politici zich in een moeilijke positie, bovendien wekt het frustratie op bij de electorale achterban.

Tot slot nog dit: het is weinig zinvol als de politieke identiteit van allochtone politici wordt opgehangen aan de origine. De identiteit kan beter vorm krijgen op basis van een gemeenschappelijke ervaring van discriminatie, achterstelling, racisme en uitsluiting. Vandaar dat allochtonen van verschillende gemeenschappen elkaar zouden kunnen vinden, ook over de partijgrenzen heen. De ervaring van achterstand en achterstelling is een element dat de strijdbaarheid en de groepscohesie van allochtonen als één maatschappelijke actor kan bevorderen. Die ervaring kan ook de gevoeligheid aanscherpen voor de situatie van andere minderheden en minderbedeelden.


 

Politieke participatie van allochtonen: stiefmoederlijk behandeld

Bijna niemand heeft zich bekommerd om het proces van politieke bewustwording dat zich in de allochtonengemeenschappen al dan niet voltrokken heeft. Zolang het stemrecht er niet doorkwam meende het establishment dat er niet met allochtonen moest worden gewerkt. Er werd weinig geïnvesteerd in de overdracht van politieke informatie, politieke bewustmaking, kadervorming en logistieke steun naar allochtonenorganisaties toe. Dergelijke situatie is een ideale voedingsbodem om antidemocratische, extremistische en antipolitieke kiemen te doen uitkomen. Om uitbarstingen te voorkomen moet men het allochtone middenveld aanvaarden en er een respectvolle dialoog mee uitbouwen. Zelforganisaties en geheel het allochtone middenveld moeten als voorstadia van politieke ideeën en bewegingen worden beschouwd. Het beleid moet zich openstellen voor de inbreng van allochtonen, en allochtonen moeten weten dat ze op het beleid kunnen wegen.

Door de paternalistische behandeling is de dynamiek die erin bestaat dat allochtonen als belangengroep een deel van hun gemeenschapsproblemen onderling oplossen, niet op gang kunnen komen. Alle embryo's van belangengroepen werden in de kiem gesmoord waardoor allochtonen weinig mogelijkheden hadden om door te stromen naar kaders in sociale organisaties, partijen en dergelijke meer. Nu stelt men een gebrek aan politicabel personeel vast. Sommige allochtone politici zijn ad hoc geplukte individuen die nooit politieke potten zullen breken en enkel dienen om de lijst een multicultureel of progressief tintje te geven. Voor zover sommigen ook onvoldoende voeling hebben met de gemeenschappen zijn ze slechts 'woordvoerder in eigen naam'. Sommigen vergelijken deze figuren met kokosnoten: bruin van buiten, maar wit en leeg van binnen. Het feit dat allochtonen niet zelf hun politieke kandidaten kunnen voordragen is bron van ergernis. Het levert de genoemde beschimpende commentaren op aan het adres van de huidige mandatarissen.
 




De opvolging en begeleiding van allochtone politici

Van allochtone politici wordt dikwijls veel verwacht, zowel vanuit de partij als vanuit het electoraat en de allochtonengemeenschap. De kandidaten moeten dan ook voldoende worden begeleid. Ook wat betreft de politieke identiteit is begeleiding noodzakelijk: partijen vragen allochtonen op de lijst te staan, maar het is niet altijd duidelijk wat de partij van de allochtoon verwacht en omgekeerd. Er moet ook meer aandacht komen voor de specifieke moeilijkheden die allochtonen in de politiek ondervinden en voor de specifieke onderwerpen die ze op de politieke agenda willen zetten. Allochtone politici moeten gevormd en geïnformeerd worden over hoe het politieke bedrijf werkt, welke machtsmechanismen er spelen en hoe men op beslissingen kan wegen. Over de onderwerpen die deel uitmaken van het allochtonenbeleid moet een debat gevoerd worden met allochtonen van binnen en buiten de partij.

Om de inhoudelijke discussies te voeren over onderwerpen die de allochtonen in het bijzonder aanbelangen en voor een meer systematische opvang, begeleiding en opvolging van allochtonen in de politiek, kan de partij een 'werkgroep allochtonen' oprichten. Deze moet er niet zijn om de allochtoon voor altijd op het allochtonenlabel vast te pinnen. Het moet de allochtone politici het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staan. Deze groep hoeft dan ook niet enkel uit allochtonen te bestaan. De groep kan een programma uitwerken dat collectief gedragen wordt, zodat de partij niet meer om de onderwerpen en standpunten heen kan.

Op die manier kan een eind worden gemaakt aan wat men de 'hypocriete vertegenwoordiging' (13) noemt, waarbij partijen wel enkele welwillende allochtonen een kans geven maar koudwatervrees vertonen om consequent en radicaal standpunten in te nemen in het belang van de allochtonen. Men wil wel 'gekleurde politici' rekruteren, maar men is bang voor een 'gekleurde politiek'. Nog al te veel worden het migratiethema, de allochtonen en de vreemdelingen als speelbal uitgekozen voor een spelletje profileringsdrang. (14) Met deze inconsequente politiek moet komaf worden gemaakt. Het is nodig dat er een strategische aanpak komt en dat men stopt met het migrantenthema - onder meer tijdens verkiezingen, maar lang niet alleen dan - telkens te recupereren en te misbruiken voor electoraal gewin.


 

Belang van allochtonen in de politiek

In de jaren '90 heeft de kloof tussen burger en politiek een vaste plaats verworven in het politicologisch discours. Voor zover deze kloof een realiteit is, is ze nog in grotere mate aanwezig tussen de allochtonen en de autochtone overheid. Om de kloof te dichten zijn inspraakstructuren en deelname van allochtonen aan het beleid, op elk niveau een must. Door politieke deelname wordt ook duidelijk dat allochtonen hun emancipatiestrijd in de mate van het mogelijke zelf willen voeren. Allochtonen moeten afstappen van een louter contemplatieve houding en moeten overgaan tot het actief nastreven van doelen. Deze actie moet mede in het concrete politieke strijdtheater vorm krijgen.

Allochtonen in de politiek zijn ook belangrijk opdat bepaalde discussies gevoerd zouden worden. Allochtonen kunnen de vinger op de wonde leggen. Het probleem is dat weinig allochtonen op een voldoende hoog niveau geraken. De verzuchtingen van allochtonen vinden nauwelijks hun weg naar de politiek. Allochtone politici kunnen de stem van de nauwelijks gehoorde allochtoon laten klinken op het politieke forum.

Voor zover 'de' integratie niet van bovenaf opgelegd kan worden, en er dus eerder integratiebevorderende maatregelen getroffen moeten worden, kunnen allochtonen die zich politiek engageren een belangrijke ondersteunende en versterkende tussenschakel vormen in het integratieproces, als onderhandeling tussen allochtonen en autochtonen.

Een van de uitdagingen voor de komende tijd is de vormgeving van een rechtvaardige pluriforme samenleving. Een samenleving waarin daadwerkelijk korte metten wordt gemaakt met racisme en discriminatie en waarin in onderwijs en vorming wordt gewerkt aan interculturele competentie. Multicultureel burgerschap moet als doel vooropgesteld worden. Allochtonen kunnen via politieke participatie mee op zoek gaan naar een goede wijze van dit burgerschap en de fundamenten van de democratische samenleving verstevigen.
 




Gedeelde verantwoordelijkheid

Al te lang zijn de allochtonen benaderd als een groep 'gasten' waarover anderen beslissen. De allochtonen zijn slechts voorwerp van beleid, ze zijn geen gelijkwaardige partner in de discussie en worden te weinig gevraagd om het beleid mee gestalte te geven. Allochtonen worden nog steeds in grote mate vertegenwoordigd door autochtone zaakwaarnemers, enkele allochtone symbolen (niet pejoratief) niet te nagesproken. Ondanks het aantal allochtonen op lijsten in de lift zit, zijn allochtonen nog steeds ondervertegenwoordigd op verschillende politieke niveaus. Veel gemeenteraden zijn nog lang geen weerspiegeling van hun 'gekleurd' kiespubliek. Wat moeten we denken van de 'vertegenwoordiging' in de Vlaamse regering, die verantwoordelijk is voor het migranten- en minderhedenbeleid?

Veel politici missen de alertheid om de allochtonen aan de basis te raadplegen en de gemeenschappen bij het beleid te betrekken. Aan de andere kant missen allochtonen en allochtone organisaties de politieke knowhow om op het beleid te wegen. Anders dan het Vlaamse middenveld konden de nieuwkomers niet steunen op een (verzuilde) traditie van politiek gelobby en hebben ze geen mensen die de band verzorgen tussen de politiek en het middenveld. Daarom moet van beide kanten een inspanning worden gedaan om de doorstroming van het middenveld naar de politieke cenakels en de slagkracht van allochtone politici te verbeteren. Partijen moeten niet enkel allochtonen op lijsten zetten omwille van de exotische naam. Men moet rekruteren op basis van politiek besef. Niet alle allochtonen in de politiek kunnen of willen in gelijke mate de spreekbuis zijn van de allochtonen, maar omdat allochtonen in een zwakkere positie zitten, moet op zijn minst gezorgd worden dat zij überhaupt vertegenwoordigd worden, en dit door figuren die politicabel zijn en die op voldoende steun kunnen rekenen van de partij en van de eigen gemeenschap. Dat het met deze vertegenwoordiging en het medezeggingsschap in orde komt is de verantwoordelijkheid van de politieke partijen, de autochtone en allochtone politici en het middenveld.

 

____________________





NOTEN:

1.
Deze tekst is een ingekorte versie van een bijdrage in Samenleving en Politiek 8 (2001), 3, 39-51.

2.
JACOBS, D., Stemrecht voor migranten. De kloof tussen inwoneraantal en aantal kiesgerechtigden in Nederland en België vergeleken, in Nieuw tijdschrift voor politiek, 1999, 3, 41-71.

3.
BLOMMAERT, J. en VERSCHUEREN, J., Politiek met of zonder stemrecht, in Samenleving en Politiek 1 (1994) 7, 27-30; ook in Bareel, 15 (1994), 57, 3-5.

4.
Zie KACAR, M., Allochtonen moeten het woord nemen, in De Standaard 21-03-1998.

5. 
TALHAOUI, M., Naar een actieve migrantenbewustwording, in De Morgen 27-04-2000; ID., De perversiteit van de assimilatiegedachte, in De Morgen 27-07-2000, en ID., De struisvogelpolitiek van democratische regeringen, in De Morgen 31-10-2000.

6.
REZZAK, C., Kafka in Vlaanderen, in De Morgen 11-05-2000.

7.
Voor cijfermateriaal baseren we ons in grote mate op de website over politieke participatie van allochtonen van Pierre-Yves Lambert: http://users.skynet.be/suffrage-universel.

8.
Voor de cijfers uit Limburg dank ik Selahattin Koçak.

9.
Allochtonen op migrantenlijsten of op een PVDA-lijst met veel allochtone kandidaten scoren slecht. De kiezer stemt dus niet voor gelijk welke allochtoon. Uit het onderzoek van Jean Tillie blijkt dat het stemgedrag van allochtonen, net als dat van autochtonen, in hoge mate ideologisch bepaald is. TILLIE, J., De etnische stem. Opkomst en stemgedrag van migranten tijdens gemeenteraadsverkiezingen, 1986-1998, Forum, Utrecht, 2000.

10.
LOOBUYCK, P., Democratie en nieuwe politieke cultuur, in: Ethiek en Maatschappij 3 (2000) 1, 21-39, 30.

11.
ALIOUA B., AZZUZ, A. e.a., Actief burgerschap als hefboom, in De Morgen 08-01-2001.

12.
CADAT, B.-Y en FENNEMA M., Het zelfbeeld van Amsterdamse migrantenpolitici in de jaren negentig, in: Amsterdams Sociologisch Tijdschrift 22 (1996) 4, 655-681. http://www.cadat.com/pub/1996/ast/zelfbeeld.html. Interessant is ook HILHORST, P., De gekleurde kamer, in De Groene Amsterdammer, 28 januari 1998. http://www.groene.nl/1998/5/ph_alibi.html.

13.
TALHAOUI, M., De struisvogelpolitiek van democratische regeringen, in De Morgen 31-10-2000.

14.
IDRISSI, Y., Allochtonen maken deel uit van Belgische samenleving, in De Standaard 11-01-2000.
 




CONTACT: P.LOOBUYCK
Zie ook "Multicultureel Burgerschap", op deze site.
• CIE-INDEX • ARCHIEF • TEKSTEN/TEXT(E)S • eBOEKEN • LINKS • 

Web master Update: 8 december 2005