KORAN-NOTITIES

door

Linda Bogaert

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Koranische Psychologie:

Een Reis naar het (inwendige) Paradijs

Inleiding

1. Overzicht van het model

2. Theoretische Koranische Psychologie

    2.1. Fitrah
    2.2. Zin van het leven
    2.3. Oordeelsdag
    2.4. Islam: din al fitrah (natuurlijk geloof)
    2.5. De cruciale rol van godsdienstvrijheid
    2.6. Geloof: goddelijke gratie of individuele keuze?
    2.7. Purificatie van het zelf
    2.8. Geloof en ongeloof
    2.9. De Ideale Muslim

3. Aandachtspunten voor benadering van concrete problemen als angst, depressie, verdriet,...

    3.1. Problemen maken deel uit van het leven
    3.2. Relativiteit van huidig leven, hiernamaals is wat telt
    3.3. God helpt wie (aan zijn) zelf iets doet
    3.4. God geeft niet meer te dragen dan men aankan
    3.5. Probleem als opportuniteit voor bekomen van vergiffenis
    3.6. Vraag en er zal gegeven worden
    3.7. Lijden als kans voor verdiepen van overgave aan God
    3.8. Lijden aanpakken met Jihad
    3.9. Aan alles zit een goede kant

Besluit

 



Inleiding

In de Islamitische traditie is de mens een geheel van een tastbaar lichaam en een spirituele entiteit ('ziel' of 'zelf' genoemd). Het is deze door God geschapen onsterfelijke spirituele entiteit die volgens de Koran de essentie van de mens vormt. Koranische psychologie is dan ook innig verweven met religie en spiritualiteit - en in samenhang daarmee met moraliteit, welke allen samen deel uitmaken van een ruimer zingevingsmodel. In deze tekst wordt op grond van de Koran en de Sunnah een theoretisch model voor Koranische psychologie opgebouwd, dat uitmondt in een omschrijving van het ideaal. Vervolgens worden op grond van dit model een aantal concrete aandachtspunten geformuleerd voor de benadering van psychospirituele problemen zoals angst of depressie. Maar om het bos door de bomen te blijven zien, wordt eerst even in het kort de kern van het verhaal weergegeven.



1. Overzicht van het model

De Koran vertelt hoe Adam en Eva in hun paradijselijk bestaan op een gegeven moment gezamenlijk zwichtten voor de spitsvondige listen van Satan en de geboden van God overtraden [1]. Als straf verbande God Adam en Eva uit het Paradijs. Adam en Eva betoonden oprecht spijt en volgens de Koran vergaf God hen hun misstap zodat er geen erfzonde bestaat [2]. Elke mens wordt puur, onschuldig geboren, vrij van enige zonde. Maar er is meer. De Koran stelt dat elke geest (een onsterfelijke, door God geschapen spirituele entiteit) voor hij in het lichaam neerdaalt, een gelofte afgelegd heeft aan God waarbij hij God als zijn Heer heeft erkend. De mens is bijgevolg van nature gelovig en wordt in een toestand van perfect geloof, van perfecte harmonie geboren. Aan dit geloof in God, is een moreel besef gekoppeld: de mens komt ter wereld met het vermogen het goede van het kwade te onderscheiden. De mens is ook begiftigd met intelligentie en vrije wil en kan deze aanwenden om voor het goede of het kwade te kiezen. Al deze tendensen leveren met elkaar slag in het hart.

Telkens een mens voor het kwade kiest, dekt hij volgens de Koran de primordiale toestand van perfecte harmonie wat meer toe. Dit drijft hem geleidelijk aan naar een toestand van onevenwicht, waarin egoïsme, verwaandheid en hebzucht zegevieren. Satan spiegelt de mens voor dat dit genieten van het leven is, maar helaas, is dit volgens de Koran slechts het "genot van de begoocheling". Want uiteindelijk volgt een Oordeelsdag waarop zal beoordeeld worden hoe de mens zijn vrije wil benut heeft, en op grond waarvan de mens al dan niet weer tot het Paradijs toegelaten wordt.

Vanuit dat perspectief, wordt de zin van het leven omschreven als een test: zal de mens zijn vrije wil benutten om het goede of het kwade te doen? Op Oordeelsdag zal elke ziel daarop beoordeeld worden - niemand zal zijn verantwoordelijkheid kunnen ontlopen. Wie het goede deed, mag hopen op een eeuwig verblijf in de paradijselijke Tuin, in het andere geval mag men zich aan de hel verwachten.

Maar wat houdt dat in, het goede doen? En hoe blijft men uit de greep van het kwade? Volgens de Koran werd daarover door God een leidraad met duidelijke richtlijnen geopenbaard aan de Profeten. Het gaat daarbij volgens dit model om woorden die weerklank vinden in het diepste van het menselijk wezen, woorden die resoneren met de primordiale staat van de ziel die van nature in God gelooft.

Het hele model is erop gericht de toestand van perfecte harmonie weer op te wekken. Daarvoor moet het zelf gereinigd worden van de sporen die keuzes voor het kwade daar hebben achtergelaten. Anders dan in het Westen waar psychologie zich toespitst op het behandelen van ziekten, verschaft Koranische psychologie in de eerste plaats aanwijzingen voor een transformatie naar een ideaal toe: de Islamitische Persoonlijkheid, de Ideale Muslim. De Koran en Sunnah omschrijven dat ideaal als iemand die verdraagzaam, geduldig, matig, minzaam, voorkomend, rechtvaardig, vriendelijk en zo meer is, en verschaffen hulpmiddelen om zich die kwaliteiten eigen te maken. Daarmee zal men het eigen leven harmonieuzer kunnen inrichten, zal men tegelijk voor harmonie in de sociale omgeving zorgen, en verhoogt men de kansen op een gelukkig eeuwig leven in het hiernamaals. En dààr is het uiteindelijk allemaal om te doen.

Vanuit dit algemeen kader worden ook de psychospirituele problemen aangepakt die zich onderweg kunnen voordoen. Elk psychisch probleem hangt in dit model niet enkel samen met een lichamelijke dimensie maar heeft ook een spirituele component. Dit laatste is een aspect dat in de westerse psychologie zo goed als volledig ontbreekt, in weerwil van de naam 'psychologie' of logos (kennis) van de psyche (geest).




2. Theoretische Koranische Psychologie

In dit onderdeel wordt een model voor psychologie op basis van de Koran en de Sunnah uitgewerkt, vanuit verbanden met religie, spiritualiteit, moraliteit en zingeving.

2.1. Fitrah

Islam gelooft niet in een erfzonde. Elk kind wordt volgens de Koran spiritueel puur en onschuldig geboren, met een vermogen om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden. De Koran stelt dat de ruh (van het lichaam gescheiden geest) geschapen werd vóór het jism (lichaam) [3]. Na zijn schepping, en alvorens in een lichaam neer te dalen, legt elke ruh getuigenis af dat hij God als zijn Heer erkent. Daardoor zal op Oordeelsdag geen enkele nafs (van zodra de ruh of geest in het lichaam neerdaalt spreekt men van nafs of zelf/ziel) zich kunnen verstoppen achter onwetendheid, geen enkele ziel zal kunnen zeggen dat zij niet afwist van het bestaan van God. Integendeel: volgens de Koran heeft elke ziel God als haar Heer aanvaard:

"En toen jouw Heer uit de kinderen van Adam, uit hun lendenen, hun nageslacht nam en hen over zichzelf liet getuigen:"Ben ik niet jullie Heer?" Zij zeiden: "Ja zeker, wij getuigen." Zodat zij niet op opstandingsdag zouden kunnen zeggen: "Hierop hadden wij niet gelet." (Koran 7:172)

De Koran stelt hier dat elk mens in zijn ziel, in de onsterfelijke essentie van zijn bestaan, de erkenning van God als Heer meedraagt. Daarom heeft de mens een natuurlijke aanleg om tijdens het aardse leven in God te geloven. Hij draagt in zich ook een daarop gebaseerd aanvoelen mee van wat goed en slecht is:

"En hebben Wij hem niet de twee wegen gewezen?" (Koran 90:10)

Deze natuurlijke, primordiale staat van de mens wordt fitrah genoemd. Het woord is afgeleid van de stam {f-t-r} en betekent: schepping (iets dat voor de eerste keer gemaakt wordt), maar ook: natuur, natuurlijke aanleg, temperament, instinct. Die natuurlijke aanleg is er een van perfecte tawhid (zuiver geloof in één God).

Hoewel de mens volgens de Koran van nature gelovig en puur is, en over het vermogen beschikt goed en kwaad van elkaar te onderscheiden, is hij door zijn vrije wil ook vatbaar voor de verleidingen van het kwade die georchestreerd worden door Satan en zijn schare dienaren:

Profeet Mohamed meldde dat God zei: "Ik schiep de mens in de juiste godsdienst maar de duivels (shaytaan) deden hem dwalen." (Muslim)

Naarmate men de krachten van het kwade involgt, wordt de toestand van fitrah overschaduwd en toegedekt, en dwaalt de mens af van zijn natuurlijke, harmonische toestand om in een voor hem onnatuurlijke staat van disharmonie terecht te komen.

Om weer controle te verwerven over de negatieve krachten en zijn vatbaarheid voor het kwade te leren beheersen, kan de mens gebruik maken van zijn iradah (vrije wil) en 'aql (intellect), meer bepaald door het aanwenden ervan voor studie van de Koran en de Sunnah als leidraad voor de tocht door dit leven.


2.2. Zin van het leven

Het overwinnen van het kwade heeft directe positieve gevolgen voor het huidige leven: naarmate men de toestand van fitrah weer kan bereiken, schudt men immers onrust af en verdiept en verbreedt men de innerlijke harmonie en vrede. Maar er is meer aan de hand. Het nastreven van deze harmonie heeft namelijk alles te maken met de zin van het leven, die in de Koran omschreven wordt als een test, een proef, met het oog op het bereiken van een plaats in het Jannah (de paradijselijke Tuin) van het Aakhirah (hiernamaals).

"Wij hebben alles wat er op de aarde is tot een versiering gemaakt om hen op de proef te stellen wie van hen het beste is in wat hij doet." (Koran 18:7)

Zal de mens alles in het werk stellen om het kwade af te schudden, en het rechte pad te zoeken en te kiezen? Of zal hij zich overgeven aan het kwade en steeds verder afdwalen van de toestand van harmonie die voortkwam uit zijn overgave aan God? Om een antwoord op die vraag te vinden, wordt de mens tijdens het leven op de proef gesteld, op materieel vlak, maar ook in zijn binnenste.

"Jullie zullen zeker op de proef gesteld worden in jullie bezittingen en in jullie zelf..." (Koran 3:186)

De beproeving kan zowel uit geluk als uit lijden bestaan:

"En Wij stellen jullie op de proef met het slechte en het goede, als een verzoeking." (Koran 21:35)

Lijden, kan in dit model naast een beproeving ook een straf van God zijn, of men kan het lijden zelf veroorzaakt hebben.

"Wij zullen jullie op de proef stellen met iets van vrees, honger en tekort aan bezittingen, levens en vruchten, maar verkondig het goede nieuws aan hen die geduldig volharden, die als onheil hen treft, zeggen: "Wij behoren aan God toe en tot Hem zullen wij terugkeren." Zij zijn het met wie hun Heer mededogen heeft en erbarmen, zij zijn het die het goede pad volgen." (Koran 2:155-157)

"... Als zij zich afkeren, weet dan dat God hen wenst te treffen voor sommige van hun zonden..." (Koran 5:49)

"Of toen jullie onheil trof dat jullie zelf al dubbel hadden toegebracht. Jullie zeiden: "Hoe komt dit?" Zeg: "Het komt van jullie zelf". God is almachtig." (Koran 3:165)

Geluk daarentegen komt altijd van God, met heeft er nooit zelf verdienste aan.

"En welke weldaad jullie ook toevalt, het komt van God." (Koran 16:53)

Geluk heeft echter wel twee mogelijke aspecten. Het kàn een Goddelijke zegen zijn, het kan evenwel net als lijden ook een beproeving zijn. Het is dus niet zo, dat wanneer iemand succesvol is en geluk heeft, men daaruit mag afleiden dat God die persoon gunstig gezind is:

De Profeet zei: "Wanneer God iets goed wil voor zijn dienaar, spoedt Hij zich om zijn bestraffing teweeg te brengen op deze wereld, en wanneer Hij geen goed voor hem wenst, houdt hij de bestraffing in tot wanneer hij voor zijn zonde aangesproken wordt op Oordeelsdag." (Tirmidhi)

Er is dan ook geen enkele reden om afgunstig te zijn van diegenen die het schijnbaar beter hebben. Zowel lijden als voorspoed maken immers deel uit van de test. Sommigen menen zelfs dat voorspoed een veel moeilijkere opgave is dan tegenspoed. Zij stellen dat tegenspoed haast vanzelf meer gelegenheid biedt tot loutering en tot het zoeken van hulp bij God, terwijl bij voorspoed verwaandheid op de loer ligt vermits men al vlug geneigd is te denken dat men zelf het geluk teweeggebracht heeft, terwijl volgens de Koran alle voorspoed aan God te danken is als beloning of als beproeving. Verwaandheid wordt door de Koran in sterke bewoording afgekeurd:

"Wend je wang niet hoogmoedig van de mensen af en loop niet verwaand op de aarde rond. God bemint geen enkele ingebeelde en verwaande." (Koran 31:18)

De test is op het eerste gezicht dan ook niet zo eenvoudig. Wat een zegen lijkt, kan in werkelijkheid een beproeving zijn en omgekeerd. Enkel God weet immers of iets goed of slecht is vermits enkel Hij de Alwetende is en enkel Hij een overzicht heeft op het geheel. Surah 18 (v.66-83) van de Koran verduidelijkt dit. Mozes wordt er vergezeld van een zekere Al Khadir. Het is niet duidelijk wie deze figuur is. Volgens sommigen is hij een Profeet, andere exegeten beschouwen hem als een Engel, nog anderen zien in hem een allegorische figuur die de diepste mystieke inzichten symboliseert. In Surah 18 van de Koran, voert hij de opdrachten van God uit. Op een gegeven moment slaat hij een lek in een boot zodat deze met alle opvarenden vergaat. Mozes zegt:

"Maak jij er een gat in om de opvarenden te laten verdrinken? Daar heb je echt iets vreselijks begaan." (Koran 18:71)

maar Al Khadir antwoordt:

"Heb ik niet gezegd dat je het met mij niet zou kunnen uithouden?" (Koran 18:72).

Even later legt hij uit dat God deze mensen liet verdrinken omdat hen een koning te wachten stond die elk schip met geweld nam:

"Wat het schip betreft, dat was van arme mensen die op zee werken en ik wenste het te beschadigen. Hun stond namelijk een koning te wachten die elk schip met geweld nam." (Koran 18:79)

Wat met andere woorden een vreselijke dood lijkt, is eigenlijk een genade van God, want anders was hun doodstrijd veel erger geweest.

Diezelfde passage verhaalt hoe Al Khadir en Mozes bij een stadje aankwamen waar hen gastvrijheid geweigerd werd. In dat stadje, stond een muur op het punt in te storten. Niettegenstaande het ongastvrije optreden van de mensen, greep Al Khadir in en zette hij de muur stevig recht. Mozes merkte op:

"Als je wilde, had je daarvoor loon kunnen krijgen" (Koran 18:77)

Al Khadir verduidelijkt echter:

"En wat de muur betreft, die was van twee weesjongens in de stad en er was een schat onder die hun beiden toebehoorde en hun vader was een rechtschapen man geweest. Jouw Heer wenste dat zij volgroeid zouden zijn en hun schat te voorschijn halen; het was barmhartigheid van jouw Heer. Ik deed het niet uit eigen beweging. Dat is de uitleg van wat jij niet kon uithouden." (Koran 18:82)

In dergelijke verzen wordt uitgelegd dat enkel God een ultiem oordeel kan vellen over wat goed en slecht is.

"Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief dat slecht voor jullie is. God weet en jullie weten niet." (Koran 2:216)

Hiermee wordt mensen op het hart gedrukt dat het niet is omdat ze zelf iets goed vinden, dat het vanuit ruimer perspectief ook goed is. Het is een les in nederigheid. Daarom zeggen muslims bij alles wat er gebeurt: 'het is de wil van God', en danken ze Hem voor alles, ongeacht of ze het gebeuren aangenaam of betreurenswaardig en pijnlijk vonden. De uitdrukking is een teken van overgave aan God. Enkel Hij is in staat het hele gebeuren te overzien.


2.3. Oordeelsdag

Na de levenslange test zal uiteindelijk iedereen de dood proeven:

"Ieder zal de dood proeven, maar jullie volle loon zal jullie op de opstandingsdag gegeven worden. Wie dan van het vuur gevrijwaard wordt en in de tuin binnengebracht, die heeft gezegevierd. Het tegenwoordige leven is slechts het genot van de begoocheling." (Koran 3:185)

De ziel overleeft de dood van het lichaam en zal onderworpen worden aan een Laatste Gericht, een finaal oordeel.

"op de dag dat de geheimen worden getoetst." (Koran 86:9-10)

Elk zal daar staan met zijn eigen boek waarin al zijn goede en slechte daden door Engelen opgetekend werden. Goede daden wegen zwaarder dan slechte. Elke goede daad wordt door de Engel in kwestie onmiddellijk geregistreerd en telt voor 'plus 10' punten, terwijl de Engel die de slechte daden registreert, telkens weer aarzelt en de slechte daad pas inschrijft als de mens de bedoeling heeft kwaad aan te richten en daar ook in doorzet. Bovendien wordt de slechte daad maar voor 'min 1 punt' in rekening gebracht, zodat men door het verrichten van goede daden de slechte daden kan compenseren.

"Als iemand met een goede daad komt dan is er voor hem tien maal zoveel en als iemand met een slechte daad komt dan wordt hem slechts dienovereenkomstig vergolden en hun zal geen onrecht worden aangedaan." (Koran 6:160)

Belangrijk is, dat bij de beoordeling van de daden de intentie die de daad stuurde van doorslaggevend belang zal zijn:

"Er is geen zonde voor u in datgene waarin gij u onvrijwillig vergist, maar wel in hetgeen uw hart zich heeft voorgenomen. God is Vergevensgezind, Genadevol." (Koran 33:5)

Niemand zal ook maar een fractie van z'n verantwoordelijkheid kunnen ontlopen. Oordeelsdag wordt dan ook aanzien als het ogenblik van de ultieme rechtvaardigheid. Wie slachtoffer werd van onrecht, zal daar recht gedaan worden. Wie onrecht beging, zal er daar op afgerekend worden. Het zal niet mogelijk zijn te zeggen dat men niet van het bestaan van God afwist door de eed aan God in de primordiale staat. Het zal evenmin mogelijk zijn zich achter Satan te verschansen, want Satan heeft geen macht over mensen. Mensen zijn immers volledig vrij te kiezen voor wie zij willen: God of Satan.

"En de satan zegt, wanneer de beslissing gevallen is: "God heeft jullie een waarachtige toezegging gedaan. Ik heb jullie een toezegging gedaan, maar ik ben ze niet nagekomen. Ik had geen macht over jullie; ik riep jullie slechts op en jullie gaven aan mij gehoor. Verwijt mij dus niets maar verwijt het jullie zelf. Ik kan jullie geen hulp bieden en jullie kunnen mij geen hulp bieden. Ik hechtte er geen geloof aan toen jullie mij vroeger als metgezel van God vereerden." ... (Koran 14:22)

Het Laatste Oordeel zal nochtans niet meedogenloos verlopen want volgens de Koran is God genadevol en barmhartig. Op één na, begint elk hoofdstuk van de Koran met de woorden:

"Bismillah al Rahman al Rahim"
("In de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige")

Al Rahman (de Erbarmer, Genadevolle) verwijst naar de eindeloze liefdevolle genade die God voortdurend aan al zijn schepselen schenkt, zonder dat ze er ook maar iets moeten voor doen, geheel onafhankelijk van hun daden, dus ook als ze Zijn genade niet verdienen. Al Rahim (de Barmhartige) heeft betrekking op het medelijden dat God schenkt aan de gelovigen die door hun daden Zijn genade verdienen. Al Rahim slaat ook op de genade die God de gelovigen zal schenken in het hiernamaals. Een hadith verduidelijkt dat, wanneer er alles samen 100 eenheden liefdevolle genade bestaan, God 1 eenheid genade over het hele universum verdeeld heeft - dat is de genade en liefde die mensen voor elkaar voelen, de genade tussen mensen en dieren, tussen dieren onderling. De andere 99 eenheden genade zitten bij God, om op Oordeelsdag aan de gelovigen toe te kennen. De genade en liefde van God overstijgen dan ook ver het menselijk bevattingsvermogen:

Abu Hurayra meldt dat de Boodschapper van God zei: "God de Allerhoogste heeft honderd porties genade. Hij zond slechts één portie naar het universum en verdeelde het over gans zijn Schepping. Het gevoel van genade en medeleven dat Zijn schepselen voor elkaar voelen, komt uit dat ene deel. De andere 99 delen, heeft Hij bewaard voor op Oordeelsdag wanneer Hij ze zal toebedelen aan de gelovigen."

Het bereiken van het Paradijs in het hiernamaals is in dit model een drijvende motivatie, een levensdoel. Het huidig leven is niet meer dan een middel om dat doel te bereiken, een passage waaraan men zich niet mag hechten. Het is het hiernamaals dat telt:

"... Het tegenwoordige leven is slechts het genot van de begoocheling." (Koran 3:185)

De poorten van de hemel staan in de Islam overigens niet enkel open voor muslims. Wie in God geloofd heeft (ongeacht via welke weg), het kwade overwonnen heeft en goed gehandeld heeft, kan op Oordeelsdag tot de hemel toegelaten worden. Dus ook Joden of christenen kunnen volgens de Koran het Paradijs bereiken:

"Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn." (Koran 2:62)

Wie evenwel het kwade dient, zal naar de hel gaan. Volgens de Koran zijn er bij Joden, christenen en muslims mensen die leven volgens de aan hun Profeten geopenbaarde Boeken, voor hen zullen de deuren van de hemel geopend worden. Er zijn er echter ook die van het pad van de Profeten afwijken, zij timmeren aan hun weg naar de hel.


2.4. Islam, al din al fitrah (het natuurlijk geloof)

De vraag stelt zich hoe men kan weten wat men moet doen om de test met goed gevolg af te leggen. In het Koranisch model staat de mens niet zonder hulpmiddelen voor het doorlopen van de levenstest. God immers heeft aan de Profeten een houvast geopenbaard, een leidraad aan de hand waarvan mensen zich zo vlot mogelijk een weg kunnen banen door de test van het leven. Het hele Koranisch psychospirituele model is gericht op het doorlopen van een evolutie die de mens in staat stelt de toegedekte fitrah te voorschijn te halen. Dit is meteen de (innerlijke) weg (terug) naar de paradijselijke Tuin.


Uit de Openbaringen, blijkt dat deze weg bestaat uit een bewuste keuze voor God, indachtig de eed die de geest voor God aflegde. De opdracht bestaat er in, de hele geloofsbelevenis te ontdoen van alle ruis, van alle onzuiverheden, van alle dwaalleer, tot er enkel nog zuiver monotheïsme overblijft:

"En strijd tegen hen tot er geen fitnah [bedreiging voor het geloof] meer is en de gehele godsdienst God toebehoort." (Koran:8:39)

Op maatschappelijk niveau handelt dit vers over het streven naar godsdienstvrijheid, naar een maatschappij waarin de Islam als een van de religies in pure vorm kan beleefd worden zonder door omstandigheden gedwongen te worden elementen van ongeloof of veelgoderij te moeten aanhouden.[4] Op individueel vlak verwijst dit vers naar een persoonlijk streven om elke vorm van ongeloof uit te roeien op het eigen pad naar God toe om zo te komen tot een zuiver geloof in de Ene God en de staat van fitrah opnieuw te proberen bereiken. Het is de bedoeling alles wat niet op God gericht is, te bannen uit het leven, zodat uiteindelijk alle aspecten van de persoon gericht worden op God en zodat geen enkel aspect van het leven gericht is op iets anders dan God:

"Zeg: "Mijn salaat [gebed] en mijn godsdienstoefening, mijn leven en mijn sterven behoren God toe, de Heer van de wereldbewoners." (Koran 6:162)

Dit houdt een bewuste, vrije keuze in voor het daadwerkelijk beleven van de eed die de geest aan God maakte voor hij in het lichaam neerdaalde. Spiritualiteit en religie tijdens het leven wordt hier dan ook beschouwd als een vorm van her-kennen, van her-inneren, van blootleggen wat men reeds in zich draagt: de natuurlijke primordiale toestand van puur geloof in de Ene God.

"En richt je aangezicht naar de godsdienst als een aanhanger van het zuivere geloof, de van God afkomstige aanleg [fitrah] die Hij de mensen ingeschapen heeft. Gods schepping is niet te veranderen. Dat is de juiste godsdienst maar de meeste mensen weten het niet." (Koran 30:30)

De Profeten van de Islam kwamen enerzijds om de mensen te herinneren aan hun primordiale getuigenis voor God - om mensen te helpen ontwaken tot wat ze in hun diepste wezen eigenlijk al weten.

"Dit is slechts een herinnering, laat hij dit dat wil de weg inslaan naar zijn Heer." (Koran 76:29) [5].

Anderzijds brachten ze instructies over de weg om daar te geraken, vervat in het Woord van God, en weerspiegeld in de manier waarop zij dit Woord toepasten in hun leven.

Daarom wordt de Islam 'din al-fitrah', genoemd, de 'godsdienst van de menselijke natuur'. De leerstellingen van de Islam worden geacht puur monotheïsme te zijn en daardoor in volledige harmonie te zijn met de natuurlijke aanleg van de mens om in de Ene, Scheppende God te geloven. De Islam, is dan ook het middel bij uitstek om, zo men dat wil, terug te keren naar de toestand van fitrah. Godsdienst biedt volgens de Koran evenwel geen garantie op de hemel, het is enkel een leidraad er naartoe, maar of men daar geraakt of niet hangt van eigen daden af.


2.5. De cruciale rol van godsdienstvrijheid


Het hele Islamitisch model, staat of valt met godsdienstvrijheid. Zonder de vrijheid om al dan niet voor God te kiezen, kan er geen sprake zijn van een test, is er geen Oordeelsdag, kan men niet in het Paradijs terechtkomen, en vervalt het hele model. Godsdienstvrijheid is in de Islam dan ook niet zomaar een recht, het is de wezenlijke essentie zelf van het model. Neem godsdienstvrijheid weg, en er is van Islam geen sprake meer.


De Koran, die geacht wordt het letterlijke woord van God te zijn, stelt onder meer:

"In de godsdienst is er geen dwang." (Koran, 2:256)

"Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen." (Koran 88:22-23)

In de Islam is het de allerhoogste instantie, God zelf, die de godsdienstvrijheid garandeert. Het inkrimpen, belemmeren of wegnemen van de godsdienstvrijheid , houdt daarom een negatie van God in, en betekent het effectief ongedaan maken van de Islam.

Godsdienstvrijheid houdt in dat elk mens vrij is te geloven wat hij wil en dat er in geloofszaken geen dwang mag uitgeoefend worden. [6] In de Islam is geloof een zaak tussen individu en God - daar staat niets tussen, geen ander individu, geen 'moskee' maar ook geen 'staat'. Immers, een staat die volgens islamitische principes georganiseerd wordt, garandeert vanuit de Koranische Wet godsdienstvrijheid en kan of mag zich niet bemoeien met het geloof van haar inwoners.

Een ander aspect van deze godsdienstvrijheid, is dat geen mens kan oordelen over het geloof van een ander mens. Alleen God weet wat er in het binnenste van een mens is:

"... God weet wat er in jullie binnenste is..." (Koran 2:235)
"Hij weet wat er binnen in de harten is." (Koran 8:43)

Het is dan ook enkel God die over het geloof of ongeloof van een mens kan oordelen:

"Het oordeel komt alleen God toe." ( Koran 12:67)
"Hij [God] maakt niemand deelgenoot van Zijn oordeel." (Koran 18:26)

Elk mens is voor God gelijk - het maak niet uit welke huidskleur hij heeft, of of hij rijk of arm is, man of vrouw, en zo meer. Het enige wat voor God telt, is godvrucht en goede daden, en enkel Hij zal daar op Oordeelsdag over oordelen. In afwachting daarvan, moeten alle mensen elkaar als gelijken beschouwen. Daarmee legt dit model een stevige basis voor een wereldbroederschap van alle mensen, zonder onderscheid, zonder racisme, zonder dat de een zich meer kan achten dan de ander. [7,8]


2.6. Geloof: gratie van God of individuele keuze?

Hoe valt dit alles te rijmen met de Koranische verzen die lijken te stellen dat God gelovig maakt wie Hij wil en ongelovig maakt wie Hij wil?

"... Zo brengt God wie Hij wil tot dwaling en brengt Hij wie Hij wil op het goede pad." (Koran 74:31)

Dit vers is zeer algemeen en moet geïnterpreteerd worden in het licht van andere verzen die hierover meer informatie verschaffen. [9] Zo stelt volgend vers dat God de onrechtplegers de goede weg niet wijst.

"God wijst de mensen die onrecht plegen de goede richting niet". (Koran 9:109)

Met andere woorden: God maakt mensen niet arbitrair gelovig of ongelovig, het ligt aan henzelf, aan hun eigen daden. Het is door het eigen "onrecht plegen" dat de mens afdwaalt van de staat van fitrah en de genade van God verspeelt. Dit hangt samen met verzen als:

"God doet de mensen geen enkel onrecht aan, maar de mensen doen zichzelf onrecht aan" (Koran 10:44)

Godsvrucht (ongeacht via welke weg) en goede daden gaan niet enkel hand in hand met het oog op Oordeelsdag, maar ook om leiding te verkrijgen in het huidige leven.

"God is met hen die godvrezend zijn en hen die goed doen" (Koran 16:128)

In dit model zijn alle mensen in hun primordiale staat, voor hun ziel het lichaam binnenkomt, gelovig. [10] In hun huidig leven staat het de mens volledig vrij zich daar al dan niet naar te gedragen en al dan niet gelovig te zijn. Wie oprecht op zoek gaat naar God en rechtschapen handelt, zal door God geleid worden. Dit geleid worden naar en in het geloof is een gratie van God want door een mens gelovig te maken verschaft God hem een reeks hulpmiddelen om de toestand van fitrah en het Paradijs te bereiken. Maar deze genade, deze gratie van God, komt niet zomaar en gebeurt niet willekeurig, ze is het gevolg is van de eigen individuele keuzes en daden.


2.7. Purificatie van het Zelf


Kiest men voor God, dan voltrekt zich een proces van purificatie van het zelf (al nafs) dat zowel een kracht ten goede als ten kwade kan zijn:

De Profeet zei: "Er zijn twee impulsen in de ziel, een van de engel die oproept tot het goede en het goede bevestigt; laat aan wie dit vindt weten dat het van God komt en laat hem God verheerlijken. Een andere impuls komt van de vijand, leidt tot twijfel, ontkent de waarheid en verbiedt het goede; laat wie dit vindt bescherming zoeken bij God voor de vervloekte duivel. Vervolgens citeerde hij het vers: "De satan zegt jullie armoede toe en beveelt jullie gruwelijkheid, maar God zegt jullie van Zijn kant vergeving en genade toe. God is alomvattend en wetend." (2:268) (Tirmidhi)

Om de innerlijke toestand van evenwicht en harmonie opnieuw te bereiken en om de kans op een verblijf in de paradijselijke Tuin van het hiernamaals te verhogen, komt het er dan ook op aan diep in zichzelf het goede te zoeken en te verdiepen, en tegelijk controle te verwerven over het kwade. Dit proces verloopt niet lineair maar is eigenlijk een voortdurende dynamiek waarbij verschillende toestanden afwisselend het voorplan halen, met de bedoeling uiteindelijk de meest gezuiverde toestand volledig te doen primeren.


Hieruit blijkt meteen hoe sterk het element 'verandering' gedefinieerd wordt in de Koran. Het hele zingevingsproces is verankerd op de vrije wil en de veranderbaarheid van de mens, op het vermogen van de mens om zichzelf te overstijgen. In dit transformatieproces, worden 3 toestanden of fasen onderscheiden:

  1. Al nafs al ammârah (het zelf dat aanzet tot het kwade)

    Deze laagste psychospirituele toestand van het zelf zet de mens aan tot het kwade en heeft Satan als bondgenoot.

    "En ik zeg niet dat mijn zelf vrij is van blaam, want het zelf is toch iets dat tot het kwaad aanzet, behalve wanneer mijn Heer erbarmen heeft. Mijn Heer is vergevend en barmhartig." (Koran 12:53) [11]

    In deze toestand wil het zelf voortdurend alle materiële verlangens zo snel mogelijk ingewilligd zien. Het verheft de eigen verlangens, de eigen wil, het eigen lage zelf (en dus satan) tot god.

    "Heb jij hem gezien die zijn grillen tot god maakt?" (Koran 25:43)

    Satan stelt de mens als beloning daarvoor genot, plezier, geluk, allerlei gewin in het vooruitzicht. Satan doet het ook lijken alsof men daardoor een goed, succesvol bestaan leidt, doch de Koran waarschuwt dat dit slechts schijn is:

    "Het tegenwoordig leven is slechts het genot van de begoocheling." (Koran 3:185)

    Vanuit de toestand van fitrah is elk mens begiftigd met het vermogen goed en kwaad van elkaar te onderscheiden en dus de signatuur van Satan in deze gang van zaken te herkennen. Dat inzicht vertroebelt evenwel naarmate men toegeeft aan egoïsme, hebzucht, hoogmoed, verwaandheid, enz. En hoe meer men daar aan toegeeft, hoe meer men volgens dit model verknocht geraakt aan materiële zaken, hoe verwaander men wordt, en hoe meer men vervalt in afgunst, kwaadsprekerij, enz. Het is op dit lage zelf dat Profeet Mohamed doelde wanneer hij zei:

    "Uw ergste vijand is uw zelf binnenin u." (gemeld door al-Baihaqi)

    Wanneer men het dictaat volgt van dit zelf, wordt het hart een woonplaats voor Satan, die het zelf met steeds meer holle verlangens voedt.

    "En wie zich voor de herinnering van de Erbarmer blind houdt, voor hem maken Wij een satan die dan een kameraad voor hem is - die zullen hun dan de weg versperren..." (Koran 43:36-37) [12]

  2. Al nafs al lawwama (berouwvol, zelfverwijtend zelf)

    Het berouwvolle, zelfverwijtende zelf wordt in de Koran in volgend vers vermeld:

    "Ik spreek bij de nafs [ziel, zelf] die zichzelf verwijten maakt." (Koran 75:2)

    In deze fase of toestand ontstaat bij het zelf een (schuld) bewustzijn, een gevoel van oprecht berouw en spijt over de zaken die men verkeerd doet. Het zelf is in dit stadium rusteloos. Deze rusteloosheid is een noodzakelijke stap in een beweging voorwaarts, want zonder bewustwording, zonder bevraging van het zelf, is vooruitgang onmogelijk. Door eerlijke spijt, wordt het zelf hier zoekend naar een manier om zich te verbeteren. Onder meer door het vergaren van kennis van de Koran en de Sunnah en door het zich eigen maken van zelfdiscipline, kan dit zelf leren controle verwerven over het lagere zelf.

  3. Al nafs al mutmainnah (vredige zelf)

    Dit proces mondt uiteindelijk uit in een toestand van harmonie, waarin de ziel volledig bevrijd is van de greep van Satan. In deze toestand, heeft het zelf zich volledig overgegeven aan God. Dit is de ware betekenis van Islam, van de Arabische stam {s-l-m} of overgave aan God.

    "O nafs [ziel, zelf] die rust gevonden heeft, keer tevreden en met welgevallen aanvaard terug naar jouw Heer." (Koran 89:27-28)

    De lokroep van het lagere zelf om gevolg te geven aan de verleiding van materiële, aardse zaken is volledig gebroken. Het zelf geeft zich over aan God, en vindt diep vanbinnen, rust, harmonie en tevredenheid. Indachtig dat zowel voor- als tegenspoed niet kunnen gebeuren zonder de toestemming van God, klaagt dit zelf niet meer bij tegenslag, en is het niet meer uitbundig bij voorspoed. Het dankt God tevreden voor alles, erkent de eigen fouten en tekortkomingen, en schept niet meer op over eigen prestaties. Iemand die deze fase bereikt heeft, erkent de Almacht van God en omarmt het besef dat hij niets is en nergens staat zonder God:

    "Als God jullie helpt, kan niemand jullie verslaan, maar als Hij jullie in de steek laat, wie is er die jullie daarna nog helpen kan? Op God is het dat de gelovigen hun vertrouwen moeten stellen." (Koran 3:160)

    In deze toestand, in deze fase, imiteert het karakter de impulsen van de Engel, en wordt het hart een woonplaats voor de Engel die het goede pad verlicht. Het is de bedoeling dat uiteindelijk deze laatste toestand volledig primeert. Dit is het ideaal waar elke muslim moet naar streven.

De Koran spreekt hier van een "louteren" van het zelf:

"Bij een nafs [ziel, zelf] en wie haar heeft gevormd! En die haar toen haar zondigheid en haar godvrezendheid heeft ingegeven! Wel gaat het wie haar loutert. Maar teleurgesteld wordt wie haar laat verkommeren" (Koran 91:7-10)

De purificatie van het zelf is een proces waarbij het zelf gezuiverd wordt van alle satanische invloed en waarin de satan (een slechte jinn) in het eigen zelf, overmeesterd wordt en dienbaar gemaakt wordt aan de persoon in plaats van omgekeerd.

De Profeet zei: "Er is niemand onder u in wie er geen duivel is." Zij zeiden: "Zelfs in u, O Boodschapper van God?" Hij zei: "Zelfs in mij, maar God hielp mij hem te overmeesteren en hij heeft zich aan mij onderworpen, dus beveelt hij mij niets meer dan goede dingen" (Muslim)

Het bereiken van innerlijke vrede vereist dus dat men zich volledig inzet om de duivel in zichzelf te onderwerpen. En wie het zelf verandert, wordt door God geholpen.

"... God verandert de toestand waarin mensen verkeren niet zolang zij niet veranderen wat er in hun zelf is... " (Koran 13:11) [13]

Hij helpt dus alleen diegenen die zelf op weg gaan in de spirituele reis van het leven. De essentie van het leven is volgens dit model immers een inwaartse tocht. Het maakt niet uit hoeveel kilometers ver weg men op vakantie trekt, overal draagt men het eigen innerlijke met zich mee. De ware reis van het leven, is een reis naar binnen. Het is een ontdekken van de toezegging die de ruh deed bij zijn schepping dat hij God als Heer erkent, en het vervolgens inrichten van het leven om die primordiale toestand van harmonie opnieuw te bereiken, ten bate van zowel het individu als de samenleving. Dit vereist een psychospirituele transformatie, die op gang getrokken wordt door het onder controle brengen van het lagere zelf.

De strijd tegen het lagere zelf en tegen de satan, is in de Islam een belangrijke - zoniet de belangrijkste - vorm van Jihad. [14] Profeet Mohamed zei:

"De mujahidun is hij die streeft tegen zijn zelf in gehoorzaamheid tot God, de Machtige en Majestueuze" (Tirmidhî, Ibn Mâjah, Ibn Hibbân, Tabarânî, Hâkim, e.a.)

Voor deze Jihad, zijn onder meer geloof en geduld essentiële middelen. Omwille van het grote belang ervan, zal sabr (volhardend geduld) in een afzonderlijke tekst uitgewerkt worden. In het kort komt het hierop neer dat geduld in Islamitische zin geen passieve slaafse aangelegenheid is, maar een betrokken inzet vereist waarmee men voorkomt dat men het kwade zou doen, en goede werken in de hand werkt.


2.8. Geloof en ongeloof


Het is in het hart, dat al deze conflicterende tendensen zich met elkaar meten. Inzet van de strijd, is het hart als woonplaats - voor de Engel, of voor de satan.

Tegen deze achtergrond, vinden termen als geloof en ongeloof hun volle Koranische betekenis. Een gelovige is iemand die zijn lage zelf (waarin de eigen satan god wil zijn) onder controle brengt en onderwerpt, om zo de weg in het hart volledig vrij te maken voor God. Het is een overgave aan God waarbij in het hart voor niets anders dan God nog plaats is. Een ongelovige, is iemand die beheerst wordt door z'n lagere zelf dat hem aanzet het huidige leven te verkiezen boven het hiernamaals. Het is iemand die zijn verlangens (en dus de eigen satan) tot godheid verheft en deze aanbidt. Die ongelovige zal in navolging van de keuze die hij op aarde gemaakt heeft in het hiernamaals bij de satans in "het hellevuur" verblijven, de gelovige heeft veel kans in de hemel te geraken, bij de Engelen.

"Dan zal voor wie de grenzen overschreed en het leven van deze wereld verkoos het hellevuur de verblijfplaats zijn. Maar dan zal voor wie vreesde om voor zijn Heer te staan, en de neigingen van zijn zelf aan banden legde, de tuin de verblijfplaats zijn." (koran 79:37-41)



2.9. De Ideale Muslim

2.9.1. Belang van ontwikkelen van de persoonlijkheid

In de Islam is het zo dat in het ontwikkelen van het zelf naar een ideaal toe, de zingeving van het leven, moraliteit, geloof, en psychologie elkaar ontmoeten. Die psychospirituele en morele evolutie is een levensdoel voor de individuele muslim. Daarmee wordt duidelijk dat geestelijke gezondheid in de Islam niet gedefinieerd wordt als afwezigheid van ziekte, maar veel ruimer begrepen wordt en dat ook voor mensen die geen psychische problemen hebben, er steeds verder gewerkt moet worden aan het vervolmaken en polijsten van de persoonlijkheid. In dat hele transformatiegebeuren, moet het lagere zelf overwonnen worden om uiteindelijk te komen tot een volledige overgave aan God via een leven dat zich oriënteert op de Goddelijke Bepalingen van goed en kwaad. Dit alles gebeurt met het oog op een beoordeling daarvan op Oordeelsdag, zodat het in wezen gaat om de uitbouw van een morele, normen- en waardegebonden persoonlijkheid:

Er werd aan Profeet Mohamed gevraagd: "Welke muslim heeft perfect geloof?". Hij antwoordde: "Hij die het beste moreel karakter heeft" (Tibrani)

In de Koran en de Sunnah wordt er herhaaldelijk de aandacht op gevestigd dat geloven alleen niet voldoende is, dat men zich er ook moet naar gedragen. Een mens gedraagt zich in overeenstemming met zijn karakter. Daaraan werken, maakt dan ook de essentie van de 'test' uit, de essentie van het levensdoel, van de kans op de hemel. Vermits gedrag op Oordeelsdag beoordeeld zal worden, speelt het karakter dat dit gedrag stuurt een cruciale rol in het geloofsleven:

De Profeet zei: "Er is niets dat zwaarder is dan goed karakter dat in de schaal gelegd wordt van een gelovige op de Dag van de Opstanding". (gemeld door Abud Darda', in Abu Dawud)

De Apostel van God zei: "Door zijn goed karakter zal een gelovige de graad bereiken van iemand die bidt gedurende de nacht en vast gedurende de dag" (gemeld door Aisha, Ummul-Mu'minin, de "moeder van de gelovigen", in Sunan Abu Dawud).

In het eigen gedrag, geraken ook anderen betrokken. De Koran en Sunnah besteden grote aandacht aan de sociale implicaties van de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid: de ander moet er ook beter van worden, of mag er in elk geval niet door geschaad worden. Zo zegt de Profeet over een vrouw die vaak bidt en de vasten onderhoudt maar die zich erg onbeschoft gedraagt tegenover haar buren, dat ze naar de hel zal gaan:

Een man vroeg! "O Boodschapper van God! Er is een vrouw die bidt, aan liefdadigheid doet en vaak vast, maar ze kwetst haar buur met haar woorden (door hem te beledigen)." De Boodschapper van God zei: "Ze zal naar de Hel gaan". De Man zei: "O Boodschapper van God! Er is een andere vrouw die bekend staat voor hoe weinig zij vast en bidt, maar ze geeft aan goede werken van de gedroogde yoghurt die ze maakt, en ze doet haar buren geen kwaad.". Hij zei: "Zij zal naar het Paradijs gaan". (gemeld door Abu Hurayrah, in Musnad Ahmad)



2.9.2. Kenmerken van de Ideale Muslim

Welke zijn nu de kenmerken van de ideale muslim? Wat is de ideale Islamitische Persoonlijkheid? De Koran en de Sunnah verschaffen daarover heel veel informatie. Het leven van de Profeten (en in het bijzonder van Profeet Mohamed omdat over hem veel gedetailleerde gegevens bewaard bleven) fungeert daarbij als rolmodel, als een soort toepassing in de praktijk van het Woord van God. Het lijstje hierna is uiteraard niet volledig. Het biedt echter een goede kijk op het persoonlijkheidsideaal waar de Koran en Sunnah naar streven.


De ideale Muslim...

... wordt gedreven door goede intenties

'Umar ibn al-Khattab zei dat Gods Boodschapper zei: "De beloning voor handelingen hangt af van de intenties en elke persoon zal beloond worden volgens wat zijn intenties waren. Dus diegene wiens emigratie voor God en Zijn Boodschapper was, dan was zijn emigratie voor God en Zijn Boodschapper, en diegene wiens emigratie was om een wereldlijk doel te bereiken of een vrouw te huwen, dan was dat waarom hij emigreerde." (Bukhari, Muslim)

... doet voor zijn naaste wat hij zelf graag heeft

"Je bent geen gelovige tot je voor je broeder graag hebt wat je voor jezelf graag hebt" (Mishkaat)

... is nederig, niet hoogmoedig noch verwaand

"Wend je wang niet hoogmoedig van de mensen af en loop niet verwaand op de aarde rond. God bemint geen enkele ingebeelde en verwaande." (Koran 31:18)
"'Gaat de poorten van de hel binnen om er altijd in de blijven.' Dat is pas echt een slechte verblijfplaats voor de hoogmoedigen." (Koran 16:29)

... neemt in alles matiging in acht en schuwt extremen [15]

Gods Boodschapper zei: "Bemin degene van wie je houdt met mate, misschien zal hij op een dag iemand worden waarvoor je haat voelt, en haat diegene voor wie je haat draagt met mate, want misschien wordt hij op een dag iemand die je graag zal zien." (Gemeld door Abu Hurayrah, in Tirmidhi)
"En wees gematigd in jullie lopen en spreek met een zachte stem...." (Koran 31:19)
"Jullie die geloven! Zeg niet dat de goede dingen die God jullie heeft toegestaan verboden zijn en begaat geen buitensporigheden; God bemint diegenen die buitensporigheden begaan niet." (Koran 5:87)

... doet goede werken

"God is met hen die godvrezend zijn en hen die goed doen." (Koran 16:128)
"Als iemand iets goed doet is het in het voordeel van zijn eigen ziel, en als iemand verkeerd doet dan is dan in zijn nadeel. Uiteindelijk zullen jullie tot jullie Heer teruggebracht worden." (Koran 45:15) [16]

... is vrijgevig, niet krenterig

"Zij die gierig zijn met wat God hun van Zijn goedgunstigheid gegeven heeft, moeten niet denken dat het goed voor hen is. Welnee het is slecht voor hen; op de opstandingsdag zal dat waarmee zij gierig waren hen om de nek worden gehangen..." (Koran 3:180)
"(...) En wie voor de eigen hebzucht begoed worden, zij zijn het die het welgaat." (Koran 59:9)
"Jullie die geloven! Maakt jullie aalmoezen niet waardeloos door gepoch en ergernis zoals hij die zijn bezit weggeeft om door de mensen gezien te worden maar zonder te geloven in God en de laatste dag..." (Koran 2:264)
"Jullie zullen de vroomheid niet bereiken totdat jullie van wat jullie liefhebben bijdragen geven, God weet ervan." (Koran 3:92)
"...En wie voor de hebzucht van het zelf behoed worden, dat zijn zij die het welgaat..." (Koran 64:16) [17]

... heeft verantwoordelijkheidszin

"De Boodschapper van God zei: "Elk van u is een bewaker en is verantwoordelijk voor diegenen voor wie hij instaat. Dus de heerser is een bewaker en is verantwoordelijk voor zijn onderdanen; een man is de bewaker van zijn gezin en is verantwoordelijk voor diegenen voor wie hij moet zorgen; een vrouw is bewaker van de woning van haar man en is verantwoordelijk voor diegenen voor wie zij moet zorgen; een bediende is bewaker van de rijkdom van zijn baas en is verantwoordelijk voor datgene dat aan hem toevertrouwd werd; en een man is bewaker van de rijkdom van zijn vader en is verantwoordelijk voor datgene waarvoor hij moet zorgen. Dus elk is een bewaker en is verantwoordelijk voor hetgeen aan hem toevertrouwd werd." (Gemeld door Umar, in: Bukhari, Muslim) [18]

... is trouw aan gegeven woord en bewaart een geheim

"Komt Gods verbintenis na wanneer jullie een verbintenis aangaan en verbreekt de eden niet na de bekrachtiging ervan ..." (Koran 16:91)
"En gebruik jullie eden niet voor onderlinge arglistigheid, want dan glijdt een voet na stevig gestaan te hebben uit en proeven jullie het kwade omdat jullie Gods weg versperden en is er voor jullie een pijnlijke bestraffing." (Koran 16:94)
"Profeet Mohamed zei: diegene die iets ziet dat verborgen moet blijven en het verbergt zal zijn zoals iemand die een meisje dat levend begraven werd weer tot leven brengt." (Gemeld door Uqbah ibn Amir, in Abu Dawud)

... is oprecht, en schuwt hypocrisie

"De huichelaars en de huichelaarsters horen bij elkaar, zij gebieden het verwerpelijke, verbieden het behoorlijke en houden hun handen stijf op hun beurzen; zij vergeten God en dus vergeet Hij hen. De huichelaars, dat zijn de verdorvenen." (Koran 9:67)

... is minzaam en vermijdt leugens en conflicten

De Profeet zei: 'Ik garandeer een huis in de omgeving van het Paradijs voor iemand die geruzie vermijdt zelfs als hij in zijn recht is, een huis in het midden van het Paradijs voor iemand die leugens vermijdt zelfs al grappend, en een huis in het bovenste deel van het Paradijs voor iemand die zijn karakter goed gemaakt heeft." (Gemeld door Abu Umamah, in Abu Dawud)

... belichaamt zachtmoedigheid, zelfbeheersing, vriendelijkheid en vergevingsgezindheid

"Streeft naar vergeving van jullie Heer en naar een tuin zo breed als de hemelen en de aarde die klaargemaakt is voor de godvrezenden die bijdragen geven in voorspoed en tegenspoed en die hun woede inhouden en de mensen vergeving schenken." (Koran 3:133-134)
De Profeet zei: "Minacht geen enkele goed daad zelfs is het maar het groeten van uw broeder met met een blij gezicht." (Muslim)
De Profeet zei: "uw glimlachen naar uw broeder is een daad van liefdadigheid." (Tirmidhi)
De Profeet zei: "Maak de zaken gemakkelijk, niet moeilijk, en wees opgewekt, niet bedreigend" (Met eenstemmigheid)

... kent geen afgunst maar is tevreden met wat hij heeft

De Profeet zei: "Rijkdom is niet het hebben van veel bezit, maar rijkdom is de rijkdom van de ziel, het zelf (tevredenheid)" (Gemeld door Abu Hurayrah, in: Muslim)
De Profeet zei: "Vermijd afgunst, want afgunst verslindt goede daden zoals vuur brandstof verslindt." (Gemeld door Abu Hurayrah, in: Abu Dawud)

... onderdrukt de anderen niet maar beschouwt alle mensen als gelijken

"De Profeet zei: "God heeft aan mij geopenbaard dat jullie nederig moeten zijn, zodat niemand de andere onderdrukt, noch opschept." (Gemeld door Iyad ibn Himar, in: Abu Dawud)
"O mensen! Waarlijk jullie Heer is Eén en jullie vader (Adam) is één. Een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier, en een niet-Arabier is niet beter dan een Arabier; een blanke is niet beter dan een zwarte en een zwarte is niet beter dan een blanke - behalve in termen van vroomheid en goede daden". (Uitspraak van de Profeet Mohamed, gemeld door Imaam Ahmad)
De Profeet zei: "Er is geen zonde die meer in aanmerking komt om door God aan diegene die deze zonde begaat op voorhand in deze wereld bestraft te worden samen met wat Hij voor hem in petto houdt voor het hiernamaals, dan onderdrukking en het verbreken van relaties." (Gemeld door Aby Bakrah, in: Abu Dawud)
De Profeet zei: "Kijk uit voor het begaan van onderdrukking want op de Dag van de Verrijzenis zal onderdrukking duisternis zijn, en kijk uit voor hebzucht want hebzucht heeft diegenen die voor jullie kwamen vernietigd, het leidde hen naar bloedvergieten en naar het wettig maken van datgene wat voor hen verboden was." (Gemeld door Jaabis ibn Abdullah, in: Muslim)

... kenmerkt zich door geduld

"Jullie die geloven! Neem jullie toevlucht tot geduld en salaat [gebed]. God is met hen die geduldig volharden." (Koran 2:153)

... respecteert de gewetensvrijheid van anderen

"Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen." (Koran 88:22-23)

... is verdraagzaam en gaat niet in op provocaties

"Wanneer jij hen ziet die onze tekenen bespotten, wend je dan van hen af totdat zij op een ander gesprek overgaan..." (Koran 6:68)

... gaat geen scheldpartijen aan en bespot anderen niet

"En hoont niet hen die zij in de plaats van God aanroepen, zodat zij God niet uit vijandigheid en zonder kennis gaan honen." (Koran 6:108)
"Jullie die geloven! Mensen moeten elkaar niet belachelijk maken. Misschien zijn zij juist beter dan zij! (...) En maakt geen aanmerkingen op elkaar en geeft elkaar geen scheldnamen..." (Koran 49:11)

...zwijgt tenzij hij iets goed te zeggen heeft

"Abu Hurayrah vertelde dat de Profeet van God zei: "Wie gelooft in God en de Laatste Dag, laat hem zeggen wat rechtschapen is, of zwijgen. Wie gelooft in God en de Laatste Dag, laat hem vriendelijk zijn voor zijn buur. En wie gelooft in God en de Laatste Dag, laat hem vrijgevig zijn voor zijn gast." (Uitspraak van Profeet Mohamed, in Saheeh Muslim)

... is goed voor zijn buren, ongeacht hun geloof

"Hij die eet tot hij gevuld is terwijl zijn buur naast hem honger heeft, is geen gelovige" (Uitspraak van Profeet Mohamed, in Saheeh Bukhari)
Een man vroeg! "O Boodschapper van God! Er is een vrouw die bidt, aan liefdadigheid doet en vaak vast, maar ze kwetst haar buur met haar woorden (door hem te beledigen)." De Boodschapper van God zei: "Ze zal naar de Hel gaan". De Man zei: "O Boodschapper van God! Er is een andere vrouw die bekend staat voor hoe weinig zij vast en bidt, maar ze geeft aan goede werken van de gedroogde yoghurt die ze maakt, en ze doet haar buren geen kwaad.". Hij zei: "Zij zal naar het Paradijs gaan". (Uitspraak van Profeet Mohamed, in Musnad Ahmad, gemeld door Abu Hurayrah)

... moeit zich niet in andermans zaken, doet niet mee aan achterklap, verspreidt geen laster, geen leugens en geen roddels

"Zal Ik jullie mededelen tot wie de satans neerdalen? Zij dalen neer tot elke zondige lasteraar. Dezen luisteren scherp en de meesten van hen zijn leugenaars." (Koran 26:221-223)
"Jullie die geloven! Vermijdt vele vermoedens - sommige vermoedens zijn zonde - en spioneert niet en roddelt niet over elkaar..." (Koran 49:12)
De Profeet zei: "Behorende tot de perfectie van iemands Islam is dat hij hetgeen waarmee hij geen zaken heeft, met rust laat." (gemeld door Abu Hurayrah, in Tirmidhi en anderen)

... springt met alles zuinig om en verkwist niets

"Kinderen van Adam! Doe jullie mooie kleding aan bij elke moskee en eet en drinkt, maar weest niet verkwistend. Hij bemint de verkwisters niet." (Koran 7:31)
"De verspillers zijn de broeders van de satans en de satan is jegens zijn Heer ondankbaar." (Koran 17:27)

... gaat zorgzaam om met het milieu en de dieren [19]

"Er is geen man die zelfs maar een spreeuw of iets kleiner kan doden zonder dat het dit verdient, of God zal hem erover ondervragen." (Gemeld door Ibn 'Omar en door Abdallah bin Al-As An-Nasai).

... is genadevol, vergevingsgezind

De Profeet zei: Wie geen genade heeft voor anderen zal geen genade ontvangen van God" (Gemeld door Hadrat Jarir bin Abdullah, in: Bukhari, Muslim)

... voert rechtvaardigheid hoog in het vaandel

"Jullie die geloven! Weest standvastig in de gerechtigheid als getuigen voor God, al is het tegen jullie zelf of de ouders of de verwanten. Of het nu om een rijke of een arme gaat, God staat hen beiden zeer na..." (Koran 4:135)
"En geeft de volle maat en behoort niet tot hen die verlies veroorzaken. En weegt met de juiste weegschaal. En doet de mensen niet tekort in de dingen die van hen zijn en veroorzaakt geen ellende op de aarde door verderf te zaaien." (Koran 26:181-183)
"Jullie die geloven! Weest standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid. En vreest God. God is welingelicht over wat jullie doen." (Koran 5:8)

... respecteert zijn ouders

"En jouw Heer heeft bepaald dat jullie alleen Hem zullen dienen en dat men goed moet zijn voor de ouders; of nu een van tweeën of allebei bij jou de ouderdom bereiken, zeg dan niet:'Foei' tegen hen, bejegen hen niet onheus en spreek op een hoffelijke manier tot hen. En wees uit barmhartigheid voor hen nederig en ontvankelijk en zeg: 'Mijn Heer, erbarm U over hen, zoals zij mij grootbrachten toen ik klein was.' (Koran 17:23-24)

... beantwoordt gedrag met iets dat beter is

"En de goede daad en de slechte daad zijn niet gelijk; weer die [slechte daad] af met iets dat beter is. Dan zal hij, tussen wie en jou vijandschap was, een boezemvriend worden. Maar het wordt slechts aan hen die geduldig volharden aangeboden; het wordt slechts aangeboden aan iemand met geweldig geluk." (Koran 41:34-35)



3. Aandachtspunten voor het benaderen van concrete problemen als angst, depressie, verdriet,...

Onderweg naar het ideaal kan zich psychisch lijden voordoen. Uit het theoretisch model kunnen een aantal concrete focuspunten gedistilleerd worden die behulpzaam zijn bij de Koranische benadering van psychospirituele problemen als angst, verdriet, depressie, stress en zo meer.


3.1. Problemen maken deel uit van het leven

Lijden - ook psychisch lijden - wordt (voor zover men het niet zelf veroorzaakt heeft) gesitueerd binnen het kader van de grote test van het aardse leven. Lijden is dus, net als geluk, een noodzakelijk kenmerk van het leven dat vanuit dit model zin krijgt, betekenisvol wordt en daardoor ook draaglijk wordt.

". .. en Wij stellen jullie op de proef met het slechte en met het goede..." (Koran 21:35)

Door een probleem te kaderen als onontbeerlijk onderdeel van de test van het leven, wordt elke calamiteit omgevormd tot een kans, tot een gelegenheid om deze test succesvol te doorlopen en zowel de innerlijke vrede als een verblijf in de paradijselijke Tuin een stapje dichterbij te brengen. Aan elk lijden wordt op die manier een positieve dimensie gegeven.

Gods Apostel zei: "Als God voor iemand goed wil doen, stuurt hij hem beproevingen." (Gemeld door Abu Hurrayrah, in: Bukhari)


3.2. Relativiteit van het huidig leven

Profeet Mohamed drukte het samenspel van het hier en het hierna als volgt uit:

"Werk voor dit leven alsof je eeuwig zal leven, en werk voor het leven hierna alsof je morgen zal doodgaan."

Volgens de Islam hangt de manier waarop men het eeuwig leven zal doorbrengen, af van hoe men zich tijdens het aardse bestaan gedraagt. Het huidig leven is met andere woorden geen doel op zich, maar slechts middel om het doel van een gelukzalig eeuwig leven te bereiken. Door altijd het uiteindelijke doel voor ogen te houden - het hiernamaals - wordt elk huidig lijden gerelativeerd: het huidig leven is slechts een passage. Hetgeen gevoelens van angst, neerslachtigheid, verdriet, en zo meer, veroorzaakt, kan men niet altijd veranderen. Maar wat men wel kan veranderen, is de manier waarop men er mee omgaat. Het Koranisch model spoort muslims aan om de blik te verleggen van het probleem, naar het eeuwig leven. Daardoor wordt het probleem al onmiddellijk aanzienlijk gereduceerd. Hoe meer men echter met het probleem bezig is, hoe groter en belangrijker het zal lijken juist omdat men er zoveel aandacht aan besteedt. Dit geldt bij uitbreiding voor het ganse leven: hoe meer men bezig is met het aardse bestaan, hoe meer zorgen men erover zal hebben:

"De Boodschapper van God zei: "God zal van wie het hiernamaals als hoofdbezorgdheid heeft, het hart vullen met gevoelens van rijkdom en onafhankelijkheid (...). Wie deze wereld als zijn hoofdbezorgdheid neemt, daar zal God ervoor zorgen dat deze persoon zich voortdurend angstig en arm voelt (...)" (Tirmidhi)

Muslims wordt dus steeds voor ogen gehouden - ook wanneer zich een probleem voordoet - dat dit bestaan van korte duur is en dat men zich op geen enkel aspect van dit leven, geluk of verdriet, mag fixeren. Het aspect van het probleem dat men kan veranderen, verandert men, en voor de rest, legt men de blik ver voorbij het probleem, bij het hiernamaals. Lijden, is niet te vermijden, het vormt een essentieel onderdeel van het leven. Maar er is hoop voor diegenen die het Paradijs bereiken, want zij zullen van al hun psychisch lijden zoals droefheid verlost worden:

"Zij zullen de tuinen van Eden binnengaan (...) En zij zeggen: "Lof zij God die van ons de droefheid heeft weggenomen" (Koran 35:34)


3.3. God helpt wie (aan zijn) zelf iets doet

Overgave aan God is geen passief gebeuren. Het vereist een volledige betrokkenheid om het rechte pad te bewandelen en het kwade te mijden. Apathisch zitten wachten op een oplossing, is onislamitisch. Wanneer men voor een probleem staat, moet men het analyseren en inschatten of en in welke mate men er zelf iets kan aan doen. Dat begint in de eerste plaats bij het aangrijpen van de kansen die het probleem schept voor de purificatie van het zelf.

" God verandert de toestand waarin mensen verkeren niet tot zij veranderen wat in hun zelf is." (Koran 13:11)

Leiding door God wordt volgens dit model slechts gegeven aan diegenen die zelf iets ondernemen, zichzelf proberen te beteren, op zoek gaan naar God. Vermits problemen mogelijkheden bieden om dit te doen, wordt lijden omschreven als een kans op grond waarvan men deze leiding door God kan bekomen.

"Wij zullen jullie op de proef stelen met iets van vrees, honger en tekort aan bezittingen, levens en vruchten, maar verkondig het goede nieuws aan hen die geduldig volharden, die, als onheil hen treft, zeggen: "Wij behoren aan God toe en tot Hem zullen wij terugkeren." Zij zijn het met wie hun Heer mededogen heeft en erbarmen; zij zijn het die op het goede pad geleid worden." (Koran 2:155-157)

Naast het werken aan het zelf, moet men alles in het werk stellen om het probleem op te lossen. Slechts voor die aspecten van het probleem waar men niets kan aan doen, beveelt de Koran aan ze met volhardend geduld te dragen. Ook dat is echter een manier van omgaan met een probleem, en maakt deel uit van de training van het zelf.


3.4. God geeft niet meer te dragen dan men aankan

De Koran stelt:

"Wij leggen niemand meer op dan hij kan dragen" (Koran 6:152)

In de Arabische versie wordt het woord "nafs" gebruikt. Een betere vertaling is dan ook: "Wij leggen geen enkele ziel meer op dan wat zij kan dragen." God belast de mens niet hoger dan de draagkracht van zijn ziel, van zijn zelf - en die draagkracht wordt bepaald door de sterkte van het geloof in God. Wie een sterk geloof heeft, zal zwaarder getest worden maar zal ook meer aankunnen.


Deze benadering schenkt muslims vertrouwen in het eigen kunnen. Het vers zegt dat God geen problemen te dragen geeft die men niet aankan. Het is dus God zelf die een mens in nood zegt: je kan dit aan. De psychospirituele boodschap van de Koran zet met andere woorden aan tot zelfvertrouwen en tot een optimistische kijk op het leven. Een muslim kan dan ook geen enkele reden aanhalen om te wanhopen.

"Aan Gods bemoediging wanhopen slechts de ongelovigen." (Koran 12:87)

Sterker, wanhoop wordt omschreven als een uiting van ongeloof vermits het impliceert dat men twijfelt aan de waarheid van de Woorden van God, met name waar God zegt dat Hij niemand meer oplegt dan hij kan dragen.


3.5. Probleem als opportuniteit om vergeving van zonden te bekomen

Profeet Mohamed zei dat elke elk lijden, zelfs de prik van een doorn, maar ook psychisch lijden, zal bijdragen tot het vergeven van de zonden op Oordeelsdag.

De Boodschapper van God zei: "Niets van vermoeidheid, ziekte, problemen, zorgen, verdriet of schade, zelfs al is het maar een prik van een doorn, overkomt een muslim, of God zal het aanvaarden als vergiffenis voor enkele van zijn zonden." (Muslim)

Lijden is geen holle doos, het heeft een rijke vulling en biedt tal van kansen. De gelovige moet dus blij en dankbaar zijn voor het lijden waarmee God hem op de proef stelt. Een muslim heilige zei ooit: "Als er een dag voorbijgaat zonder problemen, vrees ik dat God boos op mij is".

Om de baten van het lijden te oogsten, is van essentieel belang hoe men met dit "lijden" omgaat. Wanneer men het met volhardend geduld aanvaardt als onderdeel van de test van het leven, zal men er in het hiernamaals de vruchten van proeven. Hoe belangrijk de baten wel zijn, blijkt uit volgende uitspraak van de Profeet Mohamed, waarin een vrouw de keuze gegeven wordt te genezen van epilepsie of geduldig haar ziekte te dragen en als beloning daarvoor tot het Paradijs toegelaten te worden.

Ibn 'Abbas zei tegen mij: "Zal ik je een vrouw tonen van de mensen van het Paradijs?" Ik zei, "Ja." Hij zei, "Deze zwarte dame kwam bij de Profeet en zei: "Ik krijg aanvallen van epilepsie en mijn lichaam geraakt daardoor onbedekt, aanroep alstublief God voor mij". De Profeet sprak tot haar: "Als je wil, wees geduldig en je zal het Paradijs binnengaan; en als je wil zal ik God aanroepen om je te genezen." Zij zei, "Ik zal geduldig blijven," en voegde er aan toe, "maar ik zal onbedekt geraken, dus aanroep alstublief God voor mij opdat ik niet onbedekt zou zijn." Dus aanriep hij God voor haar." (Uitspraak van de Profeet, gemeld door 'Ata bin Abni Rabah, in: Bukhari)

Het Arabisch woord voor geduld is zoals eerder gezegd sabr. Het betreft hier geen apathisch geduld, geen apathisch ondergaan, maar een volhardend geduld waarin het zelf zeer betrokken is in die zin dat men zich (het zelf) beheerst en dat men erover waakt dat het lijden geen aanzet is tot het doen van verboden zaken, maar dat men er juist kracht uit put om goede dingen te doen. In de Koranische betekenis, is geduld een zeer actief, geëngageerd gebeuren. Geduld kenmerkt zich ook vooral op het moment van de initiële shock. Uren of dagen na een shock kan iedereen geduld opbrengen, maar het is in de onmiddellijke reactie dat men geduldig moet zijn, moet vermijden het kwade te doen, en erop gericht moet zijn het goede te doen.

De Profeet zei: "Het echte geduld zit in het eerste toeslaan van een calamiteit" (Gemeld door Anas, in: Bukhari)

Ook hier weer wordt elk lijden vertaald in een reden voor dankbaarheid: het is een gunst van God, een kans om zonden goed te maken, een kans om in het Paradijs toegelaten te worden - niet zozeer het lijden zelf, maar de manier waarop men er mee omspringt biedt gelegenheid om zichzelf (of beter gezegd: het zelf) te overstijgen. De eerste generaties muslims wezen er op dat de mens zonder dergelijke beproevingen op Oordeelsdag zou aankomen met lege handen. Spanningen, stress, lijden, zijn dus een reden om zich te verheugen. Het zijn kansen om het goede te doen en het slechte te vermijden, kansen om de eigen weg naar de paradijselijke Tuin te plaveien.


3.6. Vraag en er zal leiding gegeven worden

De Koran stelt dat God een vraag om hulp nooit onbeantwoord laat:

"En jullie Heer zegt: "Roept Mij aan, dan zal Ik jullie verhoren.... (Koran 40:60)
"... Ik ben nabij. Ik verhoor het gebed van iemand die bidt, wanneer hij Mij aanroept..." (Koran 2:186)

Een muslim staat dus nooit alleen met zijn moeilijkheden, en kan ten allen tijde bescherming zoeken in gebed:

"Neemt jullie toevlucht tot geduld en salaat. Dat is veel, maar niet voor de deemoedigen die menen dat zij hun Heer ontmoeten en dat zij tot Hem terugkeren." (Koran 2:45)

God zegt: als het je allemaal wat te veel wordt: vraag dan Mijn hulp en Ik zal er voor jou zijn. Dat God op elke vraag antwoordt, wil uiteraard niet zeggend dat God elk probleem oplost. Het antwoord kan vele vormen aannemen - het kan bijvoorbeeld bestaan uit leiding om anders met het probleem om te gaan, of uit leiding om het zelf te beteren.


De ultieme vraag is te vragen dat men niet meer zou vragen. Wanneer men de Oppermacht van God aanvaardt, en men zich ten volle aan Hem overgeeft, tellen eigen wensen niet meer, en vraagt men niet meer - want elke vraag aan God om iets te veranderen komt eigenlijk toch een beetje neer op het plaatsen van de eigen voorkeur boven de Alwetendheid van God, komt neer op een beetje gebrek aan vertrouwen in het geloof dat God weet wat best is, een klein beetje gebrek aan vertrouwen in Zijn genade en barmhartigheid.


3.7. Lijden als kans voor verdiepen van overgave aan God

Muslims worden hier geleerd dat lijden één van de wegen is waarlangs men zich kan overgeven aan God in plaats van aan het lagere zelf (en dus satan). In het hart, zijn twee tegengestelde krachten actief: die van satan, en die van God. Hoe meer men God gedenkt, hoe minder plaats er is voor Satan. Anders gezegd: hoe meer men bezig is met God, hoe minder het lagere en door satan aangevuurde zelf aan bod kan komen dat voortdurend met zichzelf en niet met God bezig is. Bidden en God verheerlijken is dan ook niet alleen een belangrijk middel in de purificatie van het zelf, het is ook een middel op problemen het hoofd te bieden. Door aan God te denken, worden de problemen van ondergeschikt belang, kan het lagere zelf niet op het voorplan treden en kan het de problemen niet aangrijpen als excuus voor het doen van slechte zaken.

Lijden - bijvoorbeeld verdriet, angst, enz. - is iets dat de mens diep raakt en vasthoudt. Het is dan ook belangrijk het lijden los te laten. Psychisch lijden hangt ergens samen met het feit dat (men vreest dat) de zaken niet gaan zoals men dat zelf graag zou willen. In dat opzicht is het loslaten van het lijden, een loutering van de ziel, het is het loslaten van hetgeen het lagere zelf wil, om plaats te maken voor hetgeen God wil. Of anders gezegd: het achterwege laten van dat deel van het zelf dat zich nog niet vertrouwensvol overgegeven heeft aan God. Dit kan men doen door te bidden tot God. Volgens de Koran erg relativerend en rustgevend.

"Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten rust." (Koran 13:28)

Volgens de Koran kan niets buiten het weten van God gebeuren. De Koran vermeldt dat God de Alwetende is. Eerder in de tekst kwam ook de liefdevolle aard van God ter sprake, en werd vermeld hoe de genadevolle liefde van God het menselijk bevattingsvermogen ver overstijgt. Men kan zich in dit Koranisch model dan ook in volle vertrouwen overgeven aan God.

"... En wanneer iemand zijn vertrouwen stelt in God, is God voldoende voor hem." (Koran 65:3)

Dit is een eigen vertaling. De Arabische versie van het vers heeft een dubbele bodem: het kan betekenen dat voor wie vertrouwen stelt in God, God voldoende is, in die zin dat die persoon daar genoeg aan heeft en anders niets nodig heeft om tevredenheid, rust, harmonie te vinden. Het kan ook betekenen dat God voldoening geeft aan wie in Hem vertrouwt, dat zo iemand met andere woorden niets tekort komt. Het is moeilijk deze dubbele betekenis in het Nederlands te vertalen. Hoe dan ook is het zich overgeven aan God, een erkenning dat het eigen lijden talrijke kansen biedt voor het overstijgen van zichzelf en een betekenis heeft in het grotere geheel waar alleen God zicht op heeft. Voor deze overgave wordt men gesterkt door Koranverzen die stellen dat God best weet wat goed is voor de mens, zelfs als het voor de mens een harde noot is om te kraken

"Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief dat slecht voor jullie is. God weet en jullie weten niet." (Koran 2:216)

Juist hierin ligt een kans tot overgave aan God. Tot het aanvaarden dat wat men er 'zelf' van denkt, niet uitmaakt. Dit heeft niets te maken met gelaten ondergaan, maar een dankbare, rustbrengende tevredenheid. De Profeet zei dat een gelovige er fantastisch voorstaat: alles wat hem overkomt, is goed voor hem.

De Profeet zei: Hoe prachtig is de zaak van de gelovige! Alles wat hem overkomt is goed, en dat is enkel zo voor de gelovige. Als hem iets goed overkomt, betuigt hij er dankbaarheid voor, en dat is goed voor hem. En als hem iets slecht overkomt, draagt hij het met volhardend geduld, en dat is goed voor hem." (Muslim)

Voor wie zich op God richt, wordt al de rest van ondergeschikt belang - zij geraken vanuit dit model als het ware 'bevrijd' van aardse beslommeringen, bevrijd van de greep die satan via het lagere zelf op hen heeft. In de Islam, is de ware vrijheid van de ziel te vinden in de overgave aan God. Volgende woorden van Imam Ali sluiten hier bij aan:

"Er zijn mensen die God aanbidden om Zijn Gunsten te verwerven
Dit is de verering door handelaars;
Terwijl sommigen Hem aanbidden om zichzelf te vrijwaren van Zijn Wraak;
Dit is de verering door slaven;
Een paar mensen, gehoorzamen Hem vanuit een gevoel van dankbaarheid en verantwoordelijkheid,
Dit is de verering door vrije, nobele, mensen.

-- Imam Ali --
 

3.8. Lijden aanpakken met Jihad

Het woord Jihad komt van de stam {j-h-d} en betekent streven (om het goede te doen). In de Islam volstaat geloof niet, het moet samengaan met daden. Jihad is de concrete beleving van het geloof. Studeren om te slagen in een examen, een plaats op de tram afstaan aan een bejaarde dame, je buurman begroeten met een glimlach, werken aan het verbeteren van het eigen karakter, zich via politiek inzetten om onrecht te bestrijden, het zijn allemaal vormen van Jihad. [20] Lijden kan dan ook aangegrepen worden als een motivator voor Jihad. Door naar het goede te streven kan men het kwade afweren, en kan men een probleem of onrecht ombuigen tot een kans om het huidig leven te verbeteren en om in het Paradijs te geraken. Is het probleem waar men mee worstelt het gevolg van onrecht, dan moedigt het model aan dit aan te grijpen als een kans om dit onrecht ten goede te proberen keren.

"Een Mujahid (hij die jihad beoefent) is diegene die streeft tegen zijn eigen ik om God te gehoorzamen." (Sahih Ibn Hibbanm, No. 4862)
Anu Tharr meldde dat de Boodschapper zei: "De beste jihad die men kan doen is jihad tegen het eigen zelf en tegen de eigen verlangens." (Abu Nu'aim)
De Heilige Profeet zei: "De grootste jihad is het spreken van het woord van waarheid tegen een tiran." (Mishkat, Book of Rulership and Judgment, hoofdstuk 1, sectie 2)
 

3.9. Aan alles zit een goede kant

Volgens de Koran heeft elk probleem een positieve kant. De Koran moedigt muslims aan in elk probleem op zoek te gaan naar dat goede aspect ervan.

"Hebben Wij bij jou je hart niet opengesteld en jou je last afgenomen, die zwaar op jouw rug drukte? En Wij hebben jouw aanzien vergroot. Want met het moeilijke hangt het gemakkelijke samen. Ja, met het moeilijke hangt het gemakkelijke samen! (Koran 94:1-6)

De Koran draagt muslims op om in alles op zoek te gaan naar de goede dingen en daar dankbaar voor te zijn. Immers, alle goede dingen komen van God. Volgend vers past dit toe op een situatie waarin een man een afkeer voelt zijn vrouw. De Koran wijst zo iemand terecht met volgende woorden:

"Als jullie een afkeer van haar hebben, dan zijn jullie misschien wel afkerig van iets waar God veel goeds in gelegd heeft." (Koran 4:19)





Besluit

De Westerse psychologie kenmerkt zich door het ontbreken van een spirituele dimensie. Ze is ook negatief gedefinieerd: gezondheid is er afwezigheid van ziekte. Daar eindigt het verhaal. De Koranische psychologie is in de eerste plaats gericht op een streven naar een ideaal - als daartoe onderweg psychische problemen moeten aangepakt worden, is dat slechts een etappe van de lange reis waarvan het einddoel het Paradijs is. De weg naar de paradijselijke Tuin loopt via het herstel van de innerlijke paradijselijke toestand. Met het oog daarop wordt muslims voorgeschreven een heel leven lang te sleutelen aan hun eigen persoonlijkheid om zich in alle omstandigheden op de best mogelijke manier, waardig, beheerst, vergevingsgezind, vriendelijk, enz. te kunnen gedragen. Het individu wordt er beter van, vindt rust en werkt aan zijn weg naar de paradijselijke Tuin, maar ook de samenleving vaart er wel bij.

Aan de basis van dit model ligt een onontbeerlijk en daarom sterk gedefinieerd element van individuele godsdienst vrijheid, van verantwoordelijkheid (op Oordeelsdag zal iedereen geconfronteerd worden met het eigen gedrag) en van veranderbaarheid. Als er één ding blijkt uit dit model, is het hoe essentieel godsdienstvrijheid is in de Islam, hoe het veel meer is dan een van de mensenrechten, maar de essentie vormt van de Islam zelf. Zonder godsdienstvrijheid, is er geen test, geen Oordeelsdag, geen God, en geen Islam.

Islam op zich biedt geen garanties dat men in het Paradijs geraakt, het is enkel een leidraad. Toch straalt het Koranisch psychospirituele model een optimisme uit dat in talrijke aspecten tot uiting komt. Zo leert dit model dat de mens puur, niet belast met zonden, geboren wordt, gewapend met instrumenten om aan het kwade te weerstaan. Mensen kunnen innerlijke rust en harmonie vinden en kunnen naar het Paradijs gaan. Door de manier waarop ze leven, hebben ze dat zelf in handen, en schrijven ze zelf het scenario van hun Oordeelsdag. Elke mens plaveit de eigen weg naar de hemel of de hel. Onderweg komen ze zowel voorspoed als tegenspoed tegen. De Koran leert dat elk probleem een geschenk is, en talrijke kansen biedt - kans op vergeving van zonden, op vertrouwensvolle overgave aan een Genadevolle en Barmhartige God, op het verkrijgen van leiding door God, kans op het aanpakken van onrecht, kans op het overstijgen van zichzelf. Bovendien verzekert God zèlf dat geen mens meer te dragen zal krijgen dan hij aankan - dit wakkert het vertrouwen in eigen kunnen en een positief zelfbeeld aan. Krijgt men het toch lastig, dan staat een gelovige er nooit alleen voor: men hoeft maar te vragen en de ene God, wiens barmhartigheid en genade het menselijk bevattingsvermogen ver overstijgen, zal verhoren. Het model verenigt in zich een zware individuele verantwoordelijkheid met een grote mate van geborgenheid en vertrouwen.


____________________________

Noten

  1. In de Koran is Satan (in het Arabisch: Iblis) een hooghartige jinn. Een jinn is een wezen geschapen uit rookloos vuur - het Engelse woord 'genie' (zoals in de befaamde geest die uit de fles ontsnapt) is daarvan afgeleid. Jinns hebben een vrije wil en kunnen goed of kwaad doen. Daarnaast zijn er ook nog Engelen. Zij zijn uit zuiver licht geschapen en zijn perfecte dienaren van God, die altijd Zijn Wil uitvoeren. Ten slotte zijn er mensen, geschapen uit water en aarde. Satan is dus een van de jinns. Nadat Adam alle namen van de Engelen geleerd had, riep God alle Engelen en jinns samen en begon Hij aan de ondervraging van Adam. Adam gaf overal het correcte antwoord. Daarop beval God alle aanwezigen te buigen voor Adam als teken van respect. Eén jinn, Iblis genaamd, weigerde dat bevel op te volgen. God besloot hem daarvoor te straffen. Satan vroeg evenwel uitstel van straf tot op de dag van het Laatste Oordeel - God stond dit verzoek toe. Satan zei dat hij er tegen dan zou voor zorgen dat het overgrote deel van de mensen het pad van God zou verlaten en hem (Satan) zou volgen. Alleen de gelovigen zou hij niet kunnen raken. - [Up]

  2. Ter vergelijking: het christendom gelooft dat Eva zwichtte voor Satan, waarna zij Adam meesleurde in haar zondeval. In de Koran zwichtten Adam en Eva voor Satan, en is de vrouw dus niet belast met de archetypische rol van verleidster tot de zonde. Het christendom gelooft verder dat God Adam en Eva hun zonde nooit vergaf en dat elk van hun afstammelingen met deze 'Erfzonde' geboren wordt. De enige manier om van deze (en alle daarop gebaseerde) zonden verlost te geraken, is door zich te bekeren tot het christendom, vermits christenen geloven dat Jezus gestorven is ter opheffing van de Erfzonde en alle daarop gebaseerde zonden van diegenen die hem volgen. christenen hebben zekerheid dat ze naar de hemel zullen gaan, terwijl vanuit hun perspectief alle niet-christenen naar de hel zullen gaan. Missionering is in het christendom zeer belangrijk omdat bekering de enige manier is om de ziel te redden.
    De Islam daarentegen gelooft dat God Adam en Eva wel hun zonde vergaf, en dat elk kind puur en vrij van zonden geboren wordt. Of men naar de hemel of de hel gaat, hangt naast godvrucht af van hoe men zich op aarde gedraagt, maar niet van de kerk waartoe men behoort. Volgens de Islam kan een christen of een Jood die zich goed gedraagt naar de hemel gaan, en kan een muslim die zich misdraagt in de hel terechtkomen - [Up]

  3. De Koran geeft aan dat de mens over de 'ruh' niet veel kennis gegeven wordt:

    "Zij vragen jou over de geest. Zeg: "De geest komt door de beschikking van mijn Heer. En van de kennis is jullie slechts weinig gegeven." (Koran 17:85)

    Vermits er zo weinig over geweten is, bestaan er tal van theorieën en interpretaties over. In de strikt Koranische interpretatie zijn ruh en nafs geen verschillende entiteiten, volgens het sufisme is dat wel het geval. Omdat verschillende modellen uitgaan van verschillende conceptuele definities, kan de literatuur wel eens verwarrend overkomen. Voor wie zich hier verder wil in verdiepen, worden hierna de Arabische woorden gegeven voor een aantal sleutelconcepten die in deze modellen gebruikt worden, samen met hun strikt Koranische betekenis:

    • al-ruh: de benaming voor de onsterfelijke, door God geschapen geest voor hij het lichaam binnenkomt.

    • al-nafs: de ziel, het zelf (de geest van zodra hij het lichaam binnenkomt)

    • al-qalb: het hart, ontvanger van intuïtieve spirituele leiding, en plaats waar goed en kwaad met elkaar slag leveren.

    • al-'aql: het intellect

    • al-iradah: de vrije wil - [Up]

  4. Voor een uitvoerige interpretatie van dit vers, zie tekst 'Omgaan met niet-muslims', op deze site - [Up]

  5. In v. 76:29 spreekt de Arabische tekst van 'tadhkira'. Dit woord is afgeleid van de wortel {dh-k-r} waar ook het woord 'dhikr' van afgeleid is, en betekent herinnering. In de vertaling van Leemhuis wordt dit vertaald als 'vermaning', wat een niet zo geslaagde vertaling is vermits de hele achterliggende psychospirituele betekenis erdoor verloren gaat - [Up]

  6. Een islamitische staat is een staat die rechtvaardigheid nastreeft. Dat kan, maar hoeft niet, via een codificatie van de shariah, dit is een op de Koran (Woord van God) en Sunnah (leven en uitspraken van Mohamed) gebaseerde wet. Deze shariah garandeert aan alle inwoners godsdienstvrijheid. In praktijk zijn de meeste landen met een overwegend Islamitische bevolking evenwel geen landen waar de shariah geldt, maar is de wetgeving een mengvorm van restanten van de koloniale wet en plaatselijke culturele elementen, al dan niet gecombineerd met een aantal elementen uit de Koran. - [Up]

  7. Zie ook: 'Godsdienstvrijheid in de Islam', op deze site - [Up]

  8. Zie ook: 'Racisme, een grendel op de hemelpoort', op deze site - [Up]

  9. Zie: 'Hoe de Koran interpreteren?' op deze site - [Up]

  10. Alle kinderen worden in de islam beschouwd als muslims, ongeacht in welke religieuze omgeving ze opgroeien. Het is pas van kinderen de 'leeftijd des onderscheids' bereikt hebben, dat ze geacht worden keuzes te maken over het geloof, en dat ze beschouwd worden als Joods, christen, atheïst enz. - [Up]

  11. Fred Leemhuis vertaalt hier met "En ik pleit mijzelf niet vrij...", terwijl in het Arabisch sprake is van de bezittelijke vorm van "nafs" en niet van de wederkerige vorm. Beter is te vertalen met: "En ik zeg niet dat mijn zelf geen blaam treft..." Dat klinkt minder vlot maar op die manier omschreven, wordt de essentie van het psychospirituele model behouden in de vertaling - [Up]

  12. Fred Leemhuis vertaalt ook hier met "vermaning". De Arabische tekst heeft het over "dhikri", van de stam {dh-k-r} wat betekent: herinnering, gedenking. In het licht van de primordiale belofte van de geest aan God, is het woord "herinnering" dan ook een betere vertaling - [Up]

  13. Ook hier werd gekozen voor een vertaling die beter aansluit bij de oorspronkelijke Arabische tekst. Merk op dat de "toestand waarin mensen verkeren" zowel kan slaan op het innerlijke van de mens als op de omstandigheden waarin hij zich bevindt. Daarin brengt God geen verandering zolang de mens niet eerst orde op zaken stelt in het eigen zelf. - [Up]

  14. Jihad betekent letterlijk: streven, en betekent in de Koranische context het streven om het goede te doen, m.a.w. het toepassen van het geloof in het concrete leven, in woord en daad. Zie ook: 'Jihad, geloof in woord en daad', op deze site - [Up]

  15. Zie 'Extremisme en de Gemeenschap van de Middenweg', op deze site - [Up]

  16. Ook hier wordt afgeweken van de vertaling van Fred Leemhuis die zegt: "Als iemand deugdelijk handelt is het in zijn eigen voordeel...". In de Arabische tekst wordt gezegd dat het in het voordeel is van zijn "nafs" - zijn ziel of zelf. Het is beter dit letterlijk te bewaren in de vertaling omdat anders het bijhorende psychospirituele model verloren gaat in de vertaling. - [Up]

  17. Leemhuis vertaalt met "... eigen hebzucht". De Arabische tekst heeft het echter over de hebzucht van het zelf of de ziel (nafs). Dit is een toch wel belangrijk onderscheid. "De hebzucht van het zelf" klinkt misschien op het eerste gezicht wat archaïsch maar toch geniet het de voorkeur de psychospirituele dimensie van een vers te behouden in de vertaling - [Up]

  18. Merk op dat hier gezegd wordt dat een man bewaker is van diegenen voor wie hij moet zorgen (waaronder vrouw en kinderen) en voor wie hij verantwoordelijk is. Een man is dus niet superieur aan zijn vrouw - hij moet voor haar zorg dragen en is daar verantwoordelijk voor. Hij zal met andere woorden op Oordeelsdag rekenschap moeten afleggen over hoe hij deze taak volbracht heeft. Zie ook: 'Staan mannen boven vrouwen', op deze site - [Up]

  19. Zie 'Dierenrechten in de Islam', op deze site - [Up]

  20. Zie ook: 'Jihad, geloof in woord en daad', op deze site - [Up]

© Linda Bogaert, 2005.
PS
De (Nederlandstalige) Korancitaten in alle bijdragen van deze reeks zijn afkomstig uit: "De Koran. Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands", door Fred Leemhuis, isbn 90 269 40785, uitgeverij: Unieboek in Houten, 1989 (regelmatig herdrukt) - met dien verstande dat Arabische namen (vb Ibrahim) omwille van de herkenbaarheid vervangen werden door de Nederlandse naam (vb Abraham).

Contact: < L.Bogaert@telenet.be

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Webmaster            Update: 1/4/2013