KORAN-NOTITIES

door

Linda Bogaert

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Spotten met Profeet Mohamed:
de Deense Cartoons

    .. Inleiding
    1. Vrijheid van meningsuiting: geen dogma
    2. Vrijheid van meningsuiting in de islam
    3. Spotten met andere religies
    4. Afbeeldingen
    5. Besluit
    .. Noten



Inleiding

Deense cartoons waarin Profeet Mohamed onder meer als een terrorist wordt voorgesteld, beroeren al enige tijd de gemoederen. Vele muslims voelden er zich door gekrenkt. Daarop barstte in de Westerse pers en op allerhande forums meteen een hevige verontwaardiging los over een vermeend ontbreken van vrijheid van meningsuiting in de islam. Nochtans is de vrijheid van meningsuiting sterk in de Koran en Sunnah verankerd - ze wordt door God zelf ingesteld en behoort daarmee tot de meest fundamentele mensenrechten volgens de islam. Het recht blijkt niet onbegrensd te zijn, maar ook in het Westen is vrijheid van meningsuiting niet absoluut. Wat is er dan aan de hand?

1. Vrijheid van Meningsuiting: geen dogma

Als men dezer dagen de forums leest, zou men denken dat vrijheid van meningsuiting een onbeperkt en absoluut recht is. Niets is minder waar. Ook in België wordt dit recht op verschillende manieren ingeperkt. Een rechtssysteem bestaat immers uit een evenwicht van allerlei rechten en plichten. Zo kan men vrijheid van meningsuiting niet inroepen om racistische uitspraken te doen omdat één van de voorwaarden om van een democratie te kunnen spreken erin bestaat dat de mensenrechten gerespecteerd worden. Dit houdt onder meer in dat alle mensen gelijk moeten zijn voor de wet, een principe waar racisme tegen ingaat. Racisme, gaat er immers van uit dat sommigen meer waard zijn dan anderen, en gaat dus in tegen dit door de wet gevrijwaard gelijkheidsbeginsel. Daarom kan men zich niet op vrije meningsuiting beroepen om racistische (bijvoorbeeld antisemitische) uitspraken te doen. Verder wordt het recht op vrije meningsuiting in België onder meer ingeperkt door het recht op bescherming van de persoonlijke eer, getuige waarvan de wetten op grond waarvan men bezwaar kan maken tegen 'laster en eerroof'. Ook het recht op bescherming van de privacy kan een rem zetten op vrijheid van meningsuiting. Dat is niet alleen in België zo, maar bijvoorbeeld ook in de VS en Groot-Brittannië waar sterren uit de filmwereld processen gewonnen hebben tegen tabloids die hun privé-leven te grabbel gooiden.

Nergens ter wereld is vrijheid van meningsuiting een absoluut recht. Zo pas nog, op 31 januari 2006, is vredesactiviste Cindy Sheehan uit het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden gezet waar ze de State of the Union van President Bush wou bijwonen. Ze droeg voor de gelegenheid een T-shirt met een anti-oorlogsslogan. Omdat ze weigerde haar T-shirt te bedekken, werd ze door de politie gearresteerd. Volgens de politie riskeert ze 1 jaar gevangenis voor "unlawful behaviour". [1] Ook in de VS, dus, dat zichzelf The Land of the Free noemt, wordt het fameuze First Amendment van de Amerikaanse grondwet dat vrijheid van meningsuiting garandeert, op verschillende manieren ingeperkt.

Nog op 31 januari 2006, vond in Groot-Brittannië een stemming plaats over de 'religious hatred law'. Deze door Eerste Minister Tony Blair verdedigde wet zou haat tegenover religies strafbaar maken. Tegen het zeer ruime toepassingsveld van het wetsvoorstel waardoor zelfs kritiek in een discussie over godsdienst strafbaar zou kunnen worden, was uit diverse hoeken (en onder meer vanwege muslims) protest gerezen omdat de wet de vrijheid van meningsuiting al te zeer zou inperken. Twee amendementen die het wetsvoorstel aanzienlijk beperkten en de lat voor vervolging dus verhoogden, haalden het uiteindelijk, doch slechts zeer nipt (met resp. 1 en 10 stemmen verschil). Er moet nu aangetoond worden dat er werkelijk sprake is van de intentie om haat te stoken.[2]

In Canada bestaat er reeds een anti-haat wetgeving die het aanstoken van haat tegenover een groep op grond van ras, godsdienst of etniciteit strafbaar stelt met maximaal 2 jaar gevangenisstraf. Het gaat daarbij om:

"Every one who, by communicating statements in any public place, incites hatred against any identifiable group where such incitement is likely to lead to a breach of the peace (...)" (Artikel 319 van de Canadese Strafwet) [3]

Om maar te zeggen dat vrijheid van meningsuiting ook in het Westen geen absoluut "dogma" is. Het wordt op verschillende manieren ingeperkt door afweging met andere rechten en plichten.


2. Vrijheid van meningsuiting in de islam

De Koran en Sunnah leggen een zeer stevige basis voor het recht op vrijheid van meningsuiting. Vanuit islamitisch perspectief, komt vrijheid van meningsuiting in essentie neer op de vrijheid er een eigen mening over God -- en dus over alles wat Hij voorschrijft -- op na te houden, op één of andere manier in God te geloven, of helemaal niet in God te geloven. Het is de allerhoogste instantie, God zelf, die dit recht op godsdienstvrijheid garandeert zodat dit werkelijk een cruciaal recht betreft. Mensen hebben volgens de Koran en Sunnah niet enkel het recht op een eigen mening, ze hebben ook het recht deze mening te uiten. Dat wordt duidelijk in het allerprilste begin van het bestaan, wanneer Iblis (Satan), een hooghartige djinn, weigerde gevolg te geven aan het door God gegeven bevel om te buigen voor Adam : dit vooronderstelt dat Iblis de vrijheid genoot zijn mening over Gods geboden effectief ook te uiten.

Omgekeerd, genieten mensen ook de vrijheid uiting te geven aan hun verlangen God wél te volgen, ook als de anderen er anders over denken. Dit blijkt uit de in de Koran geschetste omstandigheden waarin Noë zijn boodschap verkondigde:

« ... Telkens als ik hen opriep, opdat U hen zou vergeven, stopten zij hun vingers in hun oren, bedekten ze zich met hun kleren en bleven ze stijfkoppig en hoogmoedig Toen riep ik hen in het openbaar op. Toen sprak ik openlijk en in het diepste geheim met hen. » (Koran 71:6-9) [4]

Dit vers vestigt het recht om een naar de groep toe afwijkende mening te uiten - en dat is nu juist de essentie van vrijheid van meningsuiting. Net als in het Westen wordt dit recht echter door andere rechten en plichten in evenwicht gehouden. Het recht op vrijheid van meningsuiting wordt in de islam versterkt door onder meer het recht op kennisverwerving en op correcte informatie, en wordt ingeperkt door het recht op privacy, op bescherming tegen racisme, op bescherming van de eer, en zo meer. In het algemeen is het zo dat de Koran en de Sunnah het recht op vrije meningsuiting aanmoedigen, wanneer men iets goed te zeggen heeft of rechtvaardigheid verdedigt. In andere omstandigheden raadt de Koran muslims aan te zwijgen. Het is beter te zwijgen, dan te schelden, te liegen, kwaad te spreken, enz.

Het recht op vrije meningsuiting wordt in de islam tevens en zeer nadrukkelijk gedefinieerd in de relatie tussen burger en overheid. Overheden moeten correcte informatie verschaffen zodat mensen zich een mening kunnen vormen, burgers krijgen het recht te protesteren tegen onrechtvaardige, corrupte, tirannieke leiders en hebben het recht hun leiders tot de orde te roepen zonder represailles te moeten vrezen.

De Koran schrijft ook voor hoe men moet omgaan met mensen die hun vrijheid van meningsuiting uitoefenen: geduld, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid en respect voor de mening van anderen staan hierbij centraal. Dit alles vormde reeds voorwerp van een uitgebreide analyse in onze Koran Notitie: "Vrijheid van meningsuiting, een Koranisch Perspectief".


3. Spotten met andere religies

In de bescherming van de vrijheid van meningsuiting en afweging ervan tegenover andere rechten en plichten legt de islam soms andere accenten dan in het Westen. Zo garanderen de mensenrechten volgens de Koran en de Sunnah niet alleen vrijheid van godsdienst, maar ook een recht op respect voor religieuze gevoelens. [5] Beiden spelen mee in het bepalen van de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. De Koran en Sunnah schrijven muslims voor op een voorkomende, respectvolle, geduldige en verdraagzame manier met iedereen - muslims en niet-muslims - om te gaan. [6] Daarbij schrijft de Koran uitdrukkelijk voor dat men in de omgang met anderen het recht op vrije meningsuiting niet mag aanwenden om de spot te drijven met andere religies:

« En hoont niet hen die zij in de plaats van God aanroepen, zodat zij God niet uit vijandigheid en zonder kennis gaan honen. » (Koran 6:108)

In het algemeen geldt overigens dat men anderen niet belachelijk mag maken - immers, enkel God kan oordelen, en misschien zijn zij juist beter, zegt de Koran:

« Jullie die geloven! Mensen moeten elkaar niet belachelijk maken. Misschien zijn zij juist beter dan zij! (...) En maakt geen aanmerkingen op elkaar en geeft elkaar geen scheldnamen. (...) » (Koran 49:11)

Het is dus niet alleen zo dat islam niet toestaat dat er met Mohamed de spot gedreven wordt, om het even wie belachelijk maken strookt niet wat de islam beschouwt als een goede manier van met elkaar om te gaan. Het recht op respect en met name op respect voor godsdienstige gevoelens staat in de islam hoog aangeschreven en schraagt daar het recht op godsdienstvrijheid. Men moet de eigenheid van anderen respecteren en het geloof van anderen niet willen veranderen. Immers, God zal op Oordeelsdag de verschillen wel uitklaren. In afwachting daarvan moet men met elkaar wedijveren in goede daden:

« ... En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren. » (Koran 5:48)

In het algemeen geldt dat men enkel op de beste manier met anderen moet omgaan, zodat geen wrevel, geen bitterheid, geen vijandigheid opgewekt wordt:

« En twist niet met de Mensen van het Boek behalve op de beste manier ...» (Koran 29:46)

Het recht op respect voor godsdienst hangt samen met het recht op de bescherming van de eer, een recht dat ook in het Westen grenzen oplegt aan de vrijheid van meningsuiting. Profeet Mohamed legt het verschil tussen roddel en laster als volgt uit:

« Profeet Mohamed zei: "Weet jij wat achterklap is?". Ze zeiden: "God en Zijn Boodschapper weten het best." Vervolgens zei hij: "Achterklap is iets zeggen over je broeder dat hij niet graag zou hebben." Iemand vroeg hem: "Maar wat als het waar is?". De Profeet van God zei: "Als wat je zegt over hem waar is, dan roddel je over hem, maar als het niet waar is, dan heb je hem belasterd." » (Muslim)

Diegenen die laster verkondigen, wordt een bestraffing (hier en in het hiernamaals) in het vooruitzicht gesteld. Daaruit blijkt hoe zwaar de Koran eraan tilt.

«Toen jullie dat [de laster] met jullie tongen overnamen, met jullie monden zeiden waarvan jullie geen kennis hebben en dachten dat het iets onbeduidends was, maar bij God was het afschuwelijk. Hadden jullie toen jullie het hoorden maar gezegd: "Het is niet aan ons hierover te spreken. U zij geprezen; dit is geweldige kwaadsprekerij." God spoort jullie aan nooit meer iets dergelijks te doen. (...) Zij die graag zouden willen dat onbetamelijkheid zich onder hen die geloven verspreidt, voor hen is er een pijnlijke bestraffing in het tegenwoordige leven en het hiernamaals. » (Koran 24:15-17)

De Koran brengt laster in verband met Satan, die op die manier tweedracht onder de mensen wil zaaien.

« En zeg aan Mijn dienaren dat te zeggen wat het beste is, want de satan hitst op tot tweedracht onder hen; de satan is een verklaarde vijand van de mens. » (Koran 17:53)

Muslims moeten er uiteraard alles aan doen om uit het vaarwater van Satan te blijven. Vandaar dat iemand belasteren verworpen wordt. Eigenlijk komt het hierop neer dat de aanwending van vrijheid van meningsuiting aangemoedigd wordt voor goede doeleinden - om iets goed te zeggen, om onrecht aan te vechten, enz.  Anders, kan men maar beter zwijgen - iemand beledigen, bespotten, beliegen, enz. draagt volgens de islam immers niet bij tot het bouwen aan een vreedzame maatschappij.

« Abu Hurayrah vertelde dat de Profeet van God zei: "Wie gelooft in God en de Laatste Dag, laat hem zeggen wat rechtschapen is, of zwijgen. Wie gelooft in God en de Laatste Dag, laat hem vriendelijk zijn voor zijn buur. En wie gelooft in God en de Laatste Dag, laat hem vrijgevig zijn voor zijn gast." » (Muslim)

Bovendien doet het bespotten van anderen een mens afdwalen van zijn persoonlijk groeiproces. Muslims hebben een levenslange opdracht hun eigen persoonlijkheid te boetseren in de richting van een ideaal van respectvolheid, verdraagzaamheid, eervolheid, rechtvaardigheid, enz. [7] Een vreedzame en rechtvaardige maatschappij waarin het voor iedereen goed is om te leven, wordt in de islam immers niet alleen, en zelfs niet in de eerste plaats, bereikt langs wettelijke weg, maar vooral door mensen op een hoger niveau te tillen door dit levenslange groeiproces. [8]

Tegelijk zijn de rechten op bescherming van de eer en van de religieuze gevoelens in de islam evenmin absoluut. Bij het uitoefenen van hun rechten wordt muslims immers voorgeschreven verdraagzaam te zijn tegenover diegenen die hun recht op vrije meningsuiting uitoefenen, ook al wordt daarbij op de grens gedanst. Zo draagt de Koran muslims op de scherts van 'ongelovigen' minzaam te incasseren en het oordeel over ongelovigen aan God over te laten:

« En verdraag wat zij zeggen geduldig en ga minzaam bij hen weg. En laat Mij maar met de loochenaars ... » (Koran 73:10-11)

Of ook:

« Wanneer jij hen ziet die onze tekenen bespotten, wend je dan van hen af totdat zij op een ander gesprek overgaan... » (Koran 6:68)

Dit sluit aan bij de Koranische voorschriften tot mildheid, zelfs tegenover de grootste vijand.

« Haat uw vijand op milde wijze, hij kan op een dag uw vriend worden.» (Uitspraak door Profeet Mohamed, al-Tirmidhi).

« Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is Almachtig, en God is Vergevend en Barmhartig ». (Koran 60:7).

Ook diegenen waarvan men een afkeer heeft moet men rechtvaardig behandelen:

« Jullie die geloven! Weest standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid. En vreest God. God is welingelicht over wat jullie doen. » (Koran 5:8)

Dreigen met geweld omdat men zich beledigd voelt, druist dan ook volledig in tegen de islam. Dat neemt niet weg dat muslims het recht behouden zich via wettelijke weg te verzetten tegen wat zij als onrechtvaardig beschouwen. Er vindt dus een voortdurende afweging van rechten en plichten plaats - net zoals in het Westen het geval is - alleen kunnen de accenten daarbij anders liggen.
 

4. Afbeeldingen

In de regel verbiedt islam afbeeldingen van personen - of dat nu van Profeet Mohamed is of van andere mensen - omdat afbeeldingen aanleiding zouden kunnen geven tot een personencultus, tot een idolatrie, verafgoding, van een persoon. Daarmee zou men het pure geloof in de Ene God doorbreken, en zou men in ongeloof terechtkomen. Het verbod op afbeeldingen van personen gaat dus naar de kern van het geloof en moet de gelovigen beschermen tegen de valkuilen van het aanbidden van anderen dan alleen God.

« Said bin Abu Al-Hasan zei: terwijl ik bij Ibn 'Abbas was kwam er een man die zei: 'O vader van 'Abbas! Mijn onderhoud is gebaseerd op mijn handwerk en ik maak deze afbeeldingen." Ibn Abbas zei: "Ik kan je alleen vertellen wat ik gehoord heb van Gods Apostel. Ik hoorde hem zeggen: 'Wie een afbeelding maakt zal door God gestraft worden tot hij er leven in brengt en hij zal er nooit leven kunnen in brengen'. Toen hij dit hoorde, slaakte de man een diepe zucht en werd zijn gezicht bleek. Ibn 'Abbas sprak tot hem: "Wat jammer! Als je volhardt in het maken van afbeeldingen, raad ik je aan afbeeldingen te maken van bomen en andere onbezielde voorwerpen" » (Bukhari)

Sommige geleerden laten op deze regel helemaal geen uitzonderingen toe, anderen zijn van mening dat foto's kunnen toegestaan worden om pragmatische redenen (bijvoorbeeld voor pasfoto's) of wanneer er geen gevaar voor verafgoding dreigt. Dat laatste laat behoorlijk wat rek toe. Ook dan geldt echter dat de afbeeldingen niet mogen dienen om andere rechten (zoals het recht op respect voor religieuze gevoelens) of verbodsbepalingen te schenden.

Dat men van God geen afbeeldingen mag maken, staat in de islam zonder meer vast: men kàn immers van God geen afbeelding van maken. Anders dan in bijvoorbeeld het christendom waarin God 'mens-geworden' is (in de persoon van Jezus), is er in de islam geen mens-geworden God (Jezus is in de islam een profeet als een ander). Volgens de islam is God uniek – “Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem gelijkwaardig”, zegt de Koran (112:1-4). Het is dan ook onmogelijk dat men God afbeeldt. Afgezien van de onmogelijkheid van het afbeelden van God, is het verboden - alweer omdat afbeeldingen tot verafgoding leiden.

Dit is niet iets exclusief islamitisch. Ook in het boek Exodus van het Oude Testament waarop de Tien Geboden gebaseerd zijn, staat een verbod op het maken van afbeeldingen (van God) ingeschreven – en wel om precies dezelfde reden, met name het risico op verafgoding van de beeltenis:

« Toen sprak God al de woorden die hier volgen. "Ik ben de heer uw God die u heeft weggeleid uit Egypte, het slavenhuis. U zult geen andere goden hebben ten koste van Mij. U zult geen beelden maken, geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde." » (Exodus 20:1-4) [9]

In de katholieke kerken wordt deze leer niet gevolgd - de kerken hangen vol afbeeldingen van God. Niet alle christelijke kerken laten echter afbeeldingen van God toe.


5. Besluit

De vraag die zich naar aanleiding van de Deense cartoons stelt is niét de vrijheid van meningsuiting – die is in de islam immers sterk verankerd in de Koran en de Sunnah.

Wat wél ter discussie staat is of men al dan niet recht heeft op bescherming van de religieuze gevoelens, op bescherming van het sacraal element van het leven. Volgens de islam is dat een van de fundamentele mensenrechten, van de rechten die elk mens toekomen – muslim en niet-muslim. De islamitische kritiek op de spotprenten over Mohamed, heeft niets te maken met een vermeend gebrek aan vrijheid van meningsuiting in de islam, vermits dit recht in de islam wel degelijk stevig gefundeerd is, maar heeft alles te maken met een afweging ervan met het door de islam eveneens gegarandeerde recht op respect voor religieuze gevoelens van anderen (muslims én niet-muslims) en het belang dat men daaraan hecht - zowel met het oog op het tot stand brengen van een rechtvaardige samenleving waarin het voor iedereen, muslim en niet-muslim, goed om leven is, als met het oog op het persoonlijke groeiproces dat elke muslim levenslang doorloopt.

Anders gesteld: het is juist omwille van de in de islam gegarandeerde mensenrechten en meer bepaald het recht op vrije meningsuiting, zoals dat in de islam afgewogen wordt aan andere rechten -- en niét door het ontbreken ervan --, dat heel wat muslims zich beledigd voelen door de Deense cartoons.

Zo vreemd kan dit alles voor een westerling toch niet klinken, vermits in Groot-Brittannië onlangs nog over precies hetzelfde thema een wet gestemd werd. Zij gaat weliswaar veel minder ver dan door Premier Tony Blair beoogd was, maar toont toch aan dat de samenleving ook daar de raakpunten tussen de vrije meningsuiting en de bescherming van religieuze gevoelens aan het aftasten is. Ook in Canada ligt de afweging van religieuze haat tegenover vrijheid van meningsuiting vast in een 'Public Incitement of Hate Law'. Men hoort niemand de Britse of Canadese samenlevingen “middeleeuws” of “onverlicht” noemen.

Waarom gebruikt men die predikaten dan wel voor de islamitische wereld waar diezelfde afweging eveneens in rechtstradities verankerd is? Wanneer muslims zich beledigd voelen door een cartoon waarin Profeet Mohamed als terrorist wordt voorgesteld, barst in de Westerse pers en op allerhande forums een storm van protest uit over het vermeende ontbreken van vrijheid van meningsuiting in de islam. Wanneer in diezelfde periode in de VS een vredesactiviste gearresteerd wordt en een jaar gevangenis riskeert om geen andere reden dan dat ze een T-shirt waarop een anti-oorlogsslogan staat, niet wil bedekken tijdens de State of the Union van President Bush, is van verontwaardiging over deze inperking van de vrije meningsuiting geen spoor te bekennen, laat staan dat men er de VS zou van beschuldigen tout court geen vrijheid van meningsuiting te kennen. Twee maten, twee gewichten? In elk geval selectieve verontwaardiging.
 

_________________________
 



Noten

  1. "U.S. Capitol Police arrest activist Sheehan", Reuters, 31 januari 2006
  2. "Government suffers chaotic double defeat over bill to combat religious hatred ", Michael White, The Guardian online, 1 Februari 2006 - http://www.guardian.co.uk/religion/Story/0,,1699342,00.html
  3. Updates to Justice Laws Web Page, Department of Justice, Canada - http://laws.justice.gc.ca/en/C-46/165505.html#Section-319
  4. Koranvertaling van Fred Leemhuis.
  5. De Koran over de Mensenrechten: hefboom of hindernis voor integratie - deze site
  6. 'Omgaan met niet-muslims' - op deze site
  7. Koranische Psychologie:een reis naar het (inwendige) Paradijs - op deze site
  8. Zie noot 5.
  9. Willibrordvertaling .
Zie Lijst van Notities.
© Linda Bogaert, 2005.
PS
De (Nederlandstalige) Koran-citaten in alle bijdragen van deze reeks zijn afkomstig uit: "De Koran. Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands", door Fred Leemhuis, isbn 90 269 40785, uitgeverij: Unieboek in Houten, 1989 (regelmatig herdrukt) - met dien verstande dat Arabische namen (vb Ibrahim) omwille van de herkenbaarheid vervangen werden door de Nederlandse naam (vb Abraham).

Contact: < L.Bogaert@telenet.be

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Webmaster            Update: 1/4/2013