Inleiding
Deense cartoons waarin Profeet Mohamed onder meer als een
terrorist wordt voorgesteld, beroeren al enige tijd de gemoederen.
Vele muslims voelden er zich door gekrenkt. Daarop barstte in de
Westerse pers en op allerhande forums meteen een hevige
verontwaardiging los over een vermeend ontbreken van vrijheid van
meningsuiting in de islam. Nochtans is de vrijheid van meningsuiting
sterk in de Koran en Sunnah verankerd - ze wordt door God zelf
ingesteld en behoort daarmee tot de meest fundamentele mensenrechten
volgens de islam. Het recht blijkt niet onbegrensd te zijn, maar ook
in het Westen is vrijheid van meningsuiting niet absoluut. Wat is er
dan aan de hand?
1. Vrijheid van Meningsuiting: geen dogma
Als men dezer dagen de forums leest, zou men denken dat vrijheid
van meningsuiting een onbeperkt en absoluut recht is. Niets is
minder waar. Ook in België wordt dit recht op verschillende manieren
ingeperkt. Een rechtssysteem bestaat immers uit een evenwicht van
allerlei rechten en plichten. Zo kan men vrijheid van meningsuiting
niet inroepen om racistische uitspraken te doen omdat één van de
voorwaarden om van een democratie te kunnen spreken erin bestaat dat
de mensenrechten gerespecteerd worden. Dit houdt onder meer in dat
alle mensen gelijk moeten zijn voor de wet, een principe waar
racisme tegen ingaat. Racisme, gaat er immers van uit dat sommigen
meer waard zijn dan anderen, en gaat dus in tegen dit door de wet
gevrijwaard gelijkheidsbeginsel. Daarom kan men zich niet op vrije
meningsuiting beroepen om racistische (bijvoorbeeld antisemitische)
uitspraken te doen. Verder wordt het recht op vrije meningsuiting in
België onder meer ingeperkt door het recht op bescherming van de
persoonlijke eer, getuige waarvan de wetten op grond waarvan men
bezwaar kan maken tegen 'laster en eerroof'. Ook het recht op
bescherming van de privacy kan een rem zetten op vrijheid van
meningsuiting. Dat is niet alleen in België zo, maar bijvoorbeeld
ook in de VS en Groot-Brittannië waar sterren uit de filmwereld
processen gewonnen hebben tegen tabloids die hun privé-leven te
grabbel gooiden.
Nergens ter wereld is vrijheid van meningsuiting een absoluut
recht. Zo pas nog, op 31 januari 2006,
is vredesactiviste Cindy Sheehan uit het
Amerikaanse Huis van Afgevaardigden gezet waar ze de State of the
Union van President Bush wou bijwonen. Ze droeg voor de gelegenheid
een T-shirt met een anti-oorlogsslogan. Omdat ze weigerde haar
T-shirt te bedekken, werd ze door de politie gearresteerd. Volgens
de politie riskeert ze 1 jaar gevangenis voor "unlawful behaviour".
[1] Ook in de VS, dus,
dat zichzelf The Land of
the Free noemt, wordt het fameuze First Amendment van de
Amerikaanse grondwet dat vrijheid van meningsuiting garandeert, op verschillende manieren ingeperkt.
Nog op 31 januari 2006, vond in Groot-Brittannië een stemming
plaats over de 'religious hatred law'. Deze door Eerste Minister Tony Blair verdedigde wet zou haat tegenover religies strafbaar
maken. Tegen het zeer ruime toepassingsveld van het wetsvoorstel
waardoor zelfs kritiek in een discussie over godsdienst strafbaar
zou kunnen worden, was uit diverse hoeken (en onder meer vanwege
muslims) protest gerezen omdat de wet de vrijheid van meningsuiting
al te zeer zou inperken. Twee amendementen die het wetsvoorstel
aanzienlijk beperkten en de lat voor vervolging dus verhoogden,
haalden het uiteindelijk, doch slechts zeer nipt (met resp. 1 en 10
stemmen verschil). Er moet nu aangetoond worden dat er werkelijk
sprake is van de intentie om haat te stoken.[2]
In Canada bestaat er reeds een anti-haat wetgeving die het
aanstoken van haat tegenover een groep op grond van ras, godsdienst
of etniciteit strafbaar stelt met maximaal 2 jaar gevangenisstraf.
Het gaat daarbij om:
"Every one who, by communicating statements in any public
place, incites hatred against any identifiable group where such
incitement is likely to lead to a breach of the peace (...)"
(Artikel 319 van de Canadese Strafwet) [3]
Om maar te zeggen dat vrijheid van meningsuiting ook in het
Westen geen absoluut "dogma" is. Het wordt op verschillende manieren
ingeperkt door afweging met andere rechten en plichten.
2. Vrijheid van meningsuiting in de islam
De Koran en Sunnah leggen een zeer stevige basis voor het recht
op vrijheid van meningsuiting. Vanuit islamitisch perspectief, komt
vrijheid van meningsuiting in essentie neer op de vrijheid er een
eigen mening over God -- en dus over alles wat Hij voorschrijft --
op na te houden, op één of andere manier in God te geloven, of
helemaal niet in God te geloven. Het is de allerhoogste instantie,
God zelf, die dit recht op godsdienstvrijheid garandeert zodat dit
werkelijk een cruciaal recht betreft. Mensen hebben volgens de Koran
en Sunnah niet enkel het recht op een eigen mening, ze hebben ook
het recht deze mening te uiten. Dat wordt duidelijk in het
allerprilste begin van het bestaan, wanneer Iblis (Satan), een
hooghartige djinn, weigerde gevolg te geven aan het door God gegeven
bevel om te buigen voor Adam : dit vooronderstelt dat Iblis de
vrijheid genoot zijn mening over Gods geboden effectief ook te
uiten.
Omgekeerd, genieten mensen ook de vrijheid uiting te geven aan
hun verlangen God wél te volgen, ook als de anderen er anders over
denken. Dit blijkt uit de in de Koran geschetste omstandigheden
waarin Noë zijn boodschap verkondigde:
« ... Telkens als ik hen opriep, opdat U hen zou vergeven,
stopten zij hun vingers in hun oren, bedekten ze zich met hun
kleren en bleven ze stijfkoppig en hoogmoedig Toen riep ik hen in
het openbaar op. Toen sprak ik openlijk en in het diepste geheim
met hen. » (Koran 71:6-9) [4]
Dit vers vestigt het recht om een naar de groep toe afwijkende
mening te uiten - en dat is nu juist de essentie van vrijheid van
meningsuiting. Net als in het Westen wordt dit recht echter door
andere rechten en plichten in evenwicht gehouden. Het recht op
vrijheid van meningsuiting wordt in de islam versterkt door onder
meer het recht op kennisverwerving en op correcte informatie, en
wordt ingeperkt door het recht op privacy, op bescherming tegen
racisme, op bescherming van de eer, en zo meer. In het algemeen is
het zo dat de Koran en de Sunnah het recht op vrije meningsuiting
aanmoedigen, wanneer men iets goed te zeggen heeft of
rechtvaardigheid verdedigt. In andere omstandigheden raadt de Koran
muslims aan te zwijgen. Het is beter te zwijgen, dan te schelden, te
liegen, kwaad te spreken, enz.
Het recht op vrije meningsuiting wordt in de islam tevens en zeer
nadrukkelijk gedefinieerd in de relatie tussen burger en overheid.
Overheden moeten correcte informatie verschaffen zodat mensen zich
een mening kunnen vormen, burgers krijgen het recht te protesteren
tegen onrechtvaardige, corrupte, tirannieke leiders en hebben het
recht hun leiders tot de orde te roepen zonder represailles te
moeten vrezen.
De Koran schrijft ook voor hoe men moet omgaan met mensen die hun
vrijheid van meningsuiting uitoefenen: geduld, verdraagzaamheid,
rechtvaardigheid en respect voor de mening van anderen staan hierbij
centraal. Dit alles vormde reeds voorwerp van een uitgebreide
analyse in onze Koran Notitie: "Vrijheid
van meningsuiting, een Koranisch Perspectief".
3. Spotten met andere religies
In de bescherming van de vrijheid van meningsuiting en afweging
ervan tegenover andere rechten en plichten legt de islam soms andere
accenten dan in het Westen. Zo garanderen de mensenrechten volgens
de Koran en de Sunnah niet alleen vrijheid van godsdienst, maar ook
een recht op respect voor religieuze gevoelens. [5]
Beiden spelen mee in het bepalen van de grenzen aan de vrijheid van
meningsuiting. De Koran en Sunnah schrijven muslims voor op een
voorkomende, respectvolle, geduldige en verdraagzame manier met
iedereen - muslims en niet-muslims - om te gaan. [6]
Daarbij schrijft de Koran uitdrukkelijk voor dat men in de omgang
met anderen het recht op vrije meningsuiting niet mag aanwenden om
de spot te drijven met andere religies:
« En hoont niet hen die zij in de plaats van God aanroepen,
zodat zij God niet uit vijandigheid en zonder kennis gaan honen.
» (Koran 6:108)
In het algemeen geldt overigens dat men anderen niet belachelijk
mag maken - immers, enkel God kan oordelen, en misschien zijn zij
juist beter, zegt de Koran:
« Jullie die geloven! Mensen moeten elkaar niet belachelijk
maken. Misschien zijn zij juist beter dan zij! (...) En maakt geen
aanmerkingen op elkaar en geeft elkaar geen scheldnamen. (...)
» (Koran 49:11)
Het is dus niet alleen zo dat islam niet toestaat dat er met
Mohamed de spot gedreven wordt, om het even wie belachelijk maken
strookt niet wat de islam beschouwt als een goede manier van met
elkaar om te gaan. Het recht op respect en met name op respect voor
godsdienstige gevoelens staat in de islam hoog aangeschreven en
schraagt daar het recht op godsdienstvrijheid. Men moet de eigenheid
van anderen respecteren en het geloof van anderen niet willen
veranderen. Immers, God zal op Oordeelsdag de verschillen wel
uitklaren. In afwachting daarvan moet men met elkaar wedijveren in
goede daden:
« ... En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één
gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie
gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in
goed daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal
jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren. »
(Koran 5:48)
In het algemeen geldt dat men enkel op de beste manier met
anderen moet omgaan, zodat geen wrevel, geen bitterheid, geen
vijandigheid opgewekt wordt:
« En twist niet met de Mensen van het Boek behalve op de
beste manier ...» (Koran 29:46)
Het recht op respect voor godsdienst hangt samen met het recht op
de bescherming van de eer, een recht dat ook in het Westen grenzen
oplegt aan de vrijheid van meningsuiting. Profeet Mohamed legt het
verschil tussen roddel en laster als volgt uit:
« Profeet Mohamed zei: "Weet jij wat achterklap is?". Ze
zeiden: "God en Zijn Boodschapper weten het best." Vervolgens zei
hij: "Achterklap is iets zeggen over je broeder dat hij niet graag
zou hebben." Iemand vroeg hem: "Maar wat als het waar is?". De
Profeet van God zei: "Als wat je zegt over hem waar is, dan roddel
je over hem, maar als het niet waar is, dan heb je hem belasterd."
» (Muslim)
Diegenen die laster verkondigen, wordt een bestraffing (hier en
in het hiernamaals) in het vooruitzicht gesteld. Daaruit blijkt hoe
zwaar de Koran eraan tilt.
«Toen jullie dat [de laster] met jullie tongen overnamen,
met jullie monden zeiden waarvan jullie geen kennis hebben en
dachten dat het iets onbeduidends was, maar bij God was het
afschuwelijk. Hadden jullie toen jullie het hoorden maar gezegd:
"Het is niet aan ons hierover te spreken. U zij geprezen; dit is
geweldige kwaadsprekerij." God spoort jullie aan nooit meer iets
dergelijks te doen. (...) Zij die graag zouden willen dat
onbetamelijkheid zich onder hen die geloven verspreidt, voor hen
is er een pijnlijke bestraffing in het tegenwoordige leven en het
hiernamaals. » (Koran 24:15-17)
De Koran brengt laster in verband met Satan, die op die manier
tweedracht onder de mensen wil zaaien.
« En zeg aan Mijn dienaren dat te zeggen wat het beste is,
want de satan hitst op tot tweedracht onder hen; de satan is een
verklaarde vijand van de mens. » (Koran 17:53)
Muslims moeten er uiteraard alles aan doen om uit het vaarwater
van Satan te blijven. Vandaar dat iemand belasteren verworpen wordt.
Eigenlijk komt het hierop neer dat de aanwending van vrijheid van
meningsuiting aangemoedigd wordt voor goede doeleinden - om iets
goed te zeggen, om onrecht aan te vechten, enz.
Anders, kan men maar
beter zwijgen - iemand beledigen, bespotten, beliegen, enz. draagt
volgens de islam immers niet bij tot het bouwen aan een vreedzame
maatschappij.
« Abu Hurayrah vertelde dat de Profeet van God zei: "Wie
gelooft in God en de Laatste Dag, laat hem zeggen wat rechtschapen
is, of zwijgen. Wie gelooft in God en de Laatste Dag, laat hem
vriendelijk zijn voor zijn buur. En wie gelooft in God en de
Laatste Dag, laat hem vrijgevig zijn voor zijn gast." » (Muslim)
Bovendien doet het bespotten van anderen een mens afdwalen van
zijn persoonlijk groeiproces. Muslims hebben een levenslange
opdracht hun eigen persoonlijkheid te boetseren in de richting van
een ideaal van respectvolheid, verdraagzaamheid, eervolheid,
rechtvaardigheid, enz. [7] Een vreedzame en
rechtvaardige maatschappij waarin het voor iedereen goed is om te
leven, wordt in de islam immers niet alleen, en zelfs niet in de
eerste plaats, bereikt langs wettelijke weg, maar vooral door mensen
op een hoger niveau te tillen door dit levenslange groeiproces. [8]
Tegelijk zijn de rechten op bescherming van de eer en van de
religieuze gevoelens in de islam evenmin absoluut. Bij het
uitoefenen van hun rechten wordt muslims immers voorgeschreven
verdraagzaam te zijn tegenover diegenen die hun recht op vrije
meningsuiting uitoefenen, ook al wordt daarbij op de grens gedanst.
Zo draagt de Koran muslims op de scherts van 'ongelovigen' minzaam
te incasseren en het oordeel over ongelovigen aan God over te laten:
« En verdraag wat zij zeggen geduldig en ga minzaam bij hen
weg. En laat Mij maar met de loochenaars ... » (Koran
73:10-11)
Of ook:
« Wanneer jij hen ziet die onze tekenen bespotten, wend je
dan van hen af totdat zij op een ander gesprek overgaan... »
(Koran 6:68)
Dit sluit aan bij de Koranische voorschriften tot mildheid, zelfs
tegenover de grootste vijand.
« Haat uw vijand op milde wijze, hij kan op een dag uw
vriend worden.» (Uitspraak door Profeet Mohamed, al-Tirmidhi).
« Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand
beschouwen genegenheid zal brengen, God is Almachtig, en God is
Vergevend en Barmhartig ». (Koran 60:7).
Ook diegenen waarvan men een afkeer heeft moet men rechtvaardig
behandelen:
« Jullie die geloven! Weest standvastig voor God als
getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde
mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Weest
rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid. En vreest God.
God is welingelicht over wat jullie doen. » (Koran 5:8)
Dreigen met geweld omdat men zich beledigd voelt, druist dan ook
volledig in tegen de islam. Dat neemt niet weg dat muslims het recht
behouden zich via wettelijke weg te verzetten tegen wat zij als
onrechtvaardig beschouwen. Er vindt dus een voortdurende afweging
van rechten en plichten plaats - net zoals in het Westen het geval
is - alleen kunnen de accenten daarbij anders liggen.
4. Afbeeldingen
In de regel verbiedt islam afbeeldingen van personen - of dat nu
van Profeet Mohamed is of van andere mensen - omdat afbeeldingen
aanleiding zouden kunnen geven tot een personencultus, tot een
idolatrie, verafgoding, van een persoon. Daarmee zou men het pure
geloof in de Ene God doorbreken, en zou men in ongeloof
terechtkomen. Het verbod op afbeeldingen van personen gaat dus naar
de kern van het geloof en moet de gelovigen beschermen tegen de
valkuilen van het aanbidden van anderen dan alleen God.
« Said bin Abu Al-Hasan zei: terwijl ik bij Ibn 'Abbas was
kwam er een man die zei: 'O vader van 'Abbas! Mijn onderhoud is
gebaseerd op mijn handwerk en ik maak deze afbeeldingen." Ibn
Abbas zei: "Ik kan je alleen vertellen wat ik gehoord heb van Gods
Apostel. Ik hoorde hem zeggen: 'Wie een afbeelding maakt zal
door God gestraft worden tot hij er leven in brengt en hij zal er
nooit leven kunnen in brengen'. Toen hij dit hoorde, slaakte
de man een diepe zucht en werd zijn gezicht bleek. Ibn 'Abbas
sprak tot hem: "Wat jammer! Als je volhardt in het maken van
afbeeldingen, raad ik je aan afbeeldingen te maken van bomen en
andere onbezielde voorwerpen" » (Bukhari)
Sommige geleerden laten op deze regel helemaal geen
uitzonderingen toe, anderen zijn van mening dat foto's kunnen
toegestaan worden om pragmatische redenen (bijvoorbeeld voor
pasfoto's) of wanneer er geen gevaar voor verafgoding dreigt. Dat
laatste laat behoorlijk wat rek toe. Ook dan geldt echter dat de
afbeeldingen niet mogen dienen om andere rechten (zoals het recht op
respect voor religieuze gevoelens) of verbodsbepalingen te schenden.
Dat men van God geen afbeeldingen mag maken, staat in de islam
zonder meer vast: men kàn immers van God geen afbeelding van maken.
Anders dan in bijvoorbeeld het christendom waarin God 'mens-geworden'
is (in de persoon van Jezus), is er in de islam geen mens-geworden
God (Jezus is in de islam een profeet als een ander). Volgens de
islam is God uniek – “Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en
niet één is aan Hem gelijkwaardig”, zegt de Koran (112:1-4). Het is
dan ook onmogelijk dat men God afbeeldt. Afgezien van de
onmogelijkheid van het afbeelden van God, is het verboden - alweer
omdat afbeeldingen tot verafgoding leiden.
Dit is niet iets exclusief islamitisch. Ook in het boek Exodus
van het Oude Testament waarop de Tien Geboden gebaseerd zijn, staat
een verbod op het maken van afbeeldingen (van God) ingeschreven – en
wel om precies dezelfde reden, met name het risico op verafgoding
van de beeltenis:
« Toen sprak God al de woorden die hier volgen. "Ik ben de
heer uw God die u heeft weggeleid uit Egypte, het slavenhuis. U
zult geen andere goden hebben ten koste van Mij. U zult geen
beelden maken, geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel,
beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde." »
(Exodus 20:1-4) [9]
In de katholieke kerken wordt deze leer niet gevolgd - de kerken
hangen vol afbeeldingen van God. Niet alle christelijke kerken laten
echter afbeeldingen van God toe.
5. Besluit
De vraag die zich naar aanleiding van de Deense cartoons stelt
is niét de vrijheid van meningsuiting – die is in de islam immers
sterk verankerd in de Koran en de Sunnah.
Wat wél ter discussie staat is of men al dan niet recht heeft op
bescherming van de religieuze gevoelens, op bescherming van het
sacraal element van het leven. Volgens de islam is dat een van de
fundamentele mensenrechten, van de rechten die elk mens toekomen –
muslim en niet-muslim. De islamitische kritiek op de spotprenten
over Mohamed, heeft niets te maken met een vermeend gebrek aan
vrijheid van meningsuiting in de islam, vermits dit recht in de
islam wel degelijk stevig gefundeerd is, maar heeft alles te maken
met een afweging ervan met het door de islam eveneens gegarandeerde
recht op respect voor religieuze gevoelens van anderen (muslims én
niet-muslims) en het belang dat men daaraan hecht
- zowel met het
oog op het tot stand brengen van een rechtvaardige samenleving
waarin het voor iedereen, muslim en niet-muslim, goed om leven is,
als met het oog op het persoonlijke groeiproces dat elke muslim
levenslang doorloopt.
Anders gesteld: het is juist omwille van de in de islam
gegarandeerde mensenrechten en meer bepaald het recht op vrije
meningsuiting, zoals dat in de islam afgewogen wordt aan andere
rechten -- en niét door het ontbreken ervan --, dat heel wat muslims
zich beledigd voelen door de Deense cartoons.
Zo vreemd kan dit alles voor een westerling toch niet klinken,
vermits in Groot-Brittannië onlangs nog over precies hetzelfde thema
een wet gestemd werd.
Zij gaat weliswaar veel minder ver dan door
Premier Tony Blair beoogd was, maar toont toch aan dat de
samenleving ook daar de raakpunten tussen de vrije meningsuiting en
de bescherming van religieuze gevoelens aan het aftasten is. Ook in
Canada ligt de afweging van religieuze haat tegenover vrijheid van
meningsuiting vast in een 'Public Incitement of Hate Law'. Men hoort
niemand de Britse of Canadese samenlevingen “middeleeuws” of
“onverlicht” noemen.
Waarom gebruikt men die predikaten dan wel voor
de islamitische wereld waar diezelfde afweging eveneens in
rechtstradities verankerd is? Wanneer muslims zich beledigd voelen
door een cartoon waarin Profeet Mohamed als terrorist wordt
voorgesteld, barst in de Westerse pers en op allerhande forums een
storm van protest uit over het vermeende ontbreken van vrijheid van
meningsuiting in de islam. Wanneer in diezelfde periode in de VS een
vredesactiviste gearresteerd wordt en een jaar gevangenis riskeert
om geen andere reden dan dat ze een T-shirt waarop een
anti-oorlogsslogan staat, niet wil bedekken tijdens de State of the Union van President Bush, is van verontwaardiging over deze
inperking van de vrije meningsuiting geen spoor te bekennen, laat
staan dat men er de VS zou van beschuldigen tout court geen
vrijheid van meningsuiting te kennen.
Twee maten, twee gewichten? In
elk geval selectieve verontwaardiging.
_________________________
Noten
- "U.S. Capitol Police arrest activist Sheehan",
Reuters, 31 januari 2006
- "Government suffers chaotic double defeat over bill to
combat religious hatred ", Michael White, The Guardian online,
1 Februari 2006 -
http://www.guardian.co.uk/religion/Story/0,,1699342,00.html
- Updates to Justice Laws Web Page, Department of
Justice, Canada -
http://laws.justice.gc.ca/en/C-46/165505.html#Section-319
- Koranvertaling van Fred Leemhuis.
- De Koran over de Mensenrechten: hefboom of hindernis voor
integratie -
deze site
- 'Omgaan met niet-muslims' - op
deze site
- Koranische Psychologie:een reis naar het (inwendige)
Paradijs - op
deze site
- Zie noot 5.
- Willibrordvertaling .
|