KORAN-NOTITIES

door

Linda Bogaert

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

De Profeet Beledigd, So What?*

    .. Inleiding
    1. De liefde voor profeet Mohamed
    2. Profeetschap in de islam
    3. Profeet Mohamed als staatsleider en grondlegger van een samenlevingsmodel
    4. De profeet als rolmodel
    5. Nabeschouwingen
    .. Noten
    bijlage
     



Inleiding

Het Westen staat er verbaasd, onbegrijpend en vol onbegrip naar te kijken: hoe kunnen nu een paar spotprenten van een profeet zulk een reactie veroorzaken doorheen de hele muslimwereld? Vanwaar zo'n gigantische uitbarsting van emoties? Het is toch "maar" een prent? Mede onder invloed van een eeuwenlang door het christendom opgevoerd beeld, dat in de islam een grote concurrent zag en er dus alles aan deed om deze religie in een negatief daglicht te stellen [1], en gevoed door een vertekende weergave van de islam en van muslims in de Europese schoolboeken [2], beschouwen velen in het Westen profeet Mohamed als een soort vechtersbaas aan het hoofd van een stel fanatieke volgelingen die door veel bloedvergieten de wereld onder de voet wilden lopen. Geen wonder dat men niet begrijpt waarom een cartoon waarin de Profeet voorgesteld wordt als een terrorist, zo'n commotie veroorzaakt. Men begrijpt niet waarom zo'n spotprent voor een muslim zowat de ultieme belediging is. Om de belediging te begrijpen, is een dosis empathie nodig, is nodig dat men de eigen beeldhoek verlaat en onderzoekt wie deze man is volgens de islam. Pas zo kan de omvang van de wonde die geslagen werd, ingeschat worden, en kan de reactie erop begrepen worden. Zoals gewoonlijk, worden hierbij Koran en Sunnah aan het woord gelaten om een beeld te schetsen van deze profeet en van zijn rol en plaats in het dagdagelijkse leven van muslims. Op grond daarvan zal duidelijk worden dat met die cartoons vanuit islamitisch oogpunt de grenzen van het fatsoen overschreden werden en dat muslims, over de gehele wereld, zich in het diepst van hun zijn geraakt voelen.


1. De liefde voor profeet Mohamed

Muslims houden hartstochtelijk van hun laatste profeet. De Sunnah stelt dat het geloof van een muslim onvolledig is zolang hij of zij de profeet niet liever ziet dan de eigen vader, het eigen kind, bezit en familie, ja zelfs dan het eigen leven:

« Niemand van jullie wordt een gelovige tot ik dierbaarder voor hem ben dan zijn kinderen, zijn ouders en de hele mensheid. » (sommige versies voegen hier aan toe: "en zijn leven, zijn rijkdom en zijn familie") (Bukhari, Muslim)

In al hun verdeeldheid en verschillen vormen de muslims over alle grenzen van geografische locatie, bezit, huidskleur, opleidingsniveau, enz., heen een Ummah, een gemeenschap van mensen die zich verenigd weten in hun liefde voor God en Zijn profeet. De website IslamOnline schrijft:

« Liefde voor de Profeet blaast leven in de beleving van ons geloof. Zonder deze liefde, wordt onze godsdienst gereduceerd tot een set van dode regels en rituelen. » [3]

Waarom toch zo'n grote, diepe, sterke liefde voor een man die 1400 jaar geleden leefde? Wel, daar zijn verschillende redenen voor. Vooreerst is er het feit dat hij een profeet is. Daarenboven is er zijn persoonlijkheid die beschouwd wordt als het summum van menselijke perfectie waardoor hij fungeert als rolmodel. Bovendien is hij de grondlegger van een islamitisch samenlevingsmodel zodat hij naast het religieuze aspect, het maatschappelijk en wettelijk aspect van de islam belichaamt. Op elk van deze aspecten wordt nu wat dieper ingegaan.
 

2. Profeetschap in de islam

Islam kent geen erfzonde. Mensen beginnen aan dit leven als een onbeschreven blad. Het leven is een test om te zien of men het goede zal doen dan wel het kwade zal volgen. Aan het einde van de rit, op Oordeelsdag, zal een evaluatie volgen. En daarvan zal afhangen of men het eeuwig leven in de hemel of in de hel zal doorbrengen. De test is dus ontzettend belangrijk. Muslims beschouwen het dan ook als een ultiem teken van Gods liefde en genade voor de mensen, dat Hij een Boodschap neerzond, dat Hij profeten aanstelde aan wie Hij een richtlijn openbaarde. Door die richtlijn, moeten mensen de test niet stuurloos doorlopen. Wie zich door de richtlijn laat leiden, kan -- mits Gods genade -- in het paradijs geraken. Een andere benaming voor de Koran ('Al Qur'aan') is overigens 'Al Furqaan', het criterium dan een onderscheid biedt tussen goed en kwaad. Hoe zouden de mensen zonder zulke richtlijnen hun leven op het spoor naar God kunnen zetten? De Koran is dus het ultieme geschenk van God voor alle mensen die het willen aanvaarden, voor alle tijden, van alle windstreken van de aarde.

« En dit is een gezegend boek dat Wij neergezonden hebben. Volgt het dus en weest godvrezend; misschien zal aan jullie barmhartigheid bewezen worden. (Koran 6:155) [4]

Deze boodschap werd  geopenbaard aan een profeet. Het profeetschap is een teken van de voor mensen onvatbaar grote liefde van God voor de mensen. Meer in het bijzonder over profeet Mohamed zegt de Koran dat hij een teken is van Gods barmhartigheid voor de mensen:

« En Wij hebben jou slechts als [een teken van] barmhartigheid [rahman] voor de wereldbewoners gezonden. » (Koran 21:107)

Hem beledigen, komt bijgevolg neer op het beledigen van God, op het beledigen van de liefde waarmee God de mensen bejegent. Liefde? Het zal voor velen in het Westen misschien vreemd klinken, maar voor muslims is de Koranische boodschap er in essentie een van liefde, barmhartigheid, genade en vrede. [5] De eerste woorden die men leest wanneer men de Koran openslaat zijn: 'Bismillah Al Rahman Al Rahmin' (In de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige). Deze woorden schetsen het volledige kader waarbinnen de rest van de tekst gesitueerd moet worden. Wat betekenen deze woorden?

  • Bismillah
    - 'bi' is een voorvoegsel: met, voor, enz. ;
    - 'ism' betekent "naam";
    - 'Allah', is het Arabisch woord voor de unieke God. Het woord is uniek in de Arabische taal. Het is noch mannelijk, noch vrouwelijk, en kent geen meervoudsvorm.
    'Bismillah' houdt met andere woorden op zich reeds een verheerlijking in van de ene, unieke God, de Allerhoogste aan wie niets of niemand gelijkwaardig is.

  • Al Rahman (de Erbarmer, Genadevolle) verwijst naar de eindeloze liefdevolle genade die God voortdurend aan al zijn schepselen schenkt, zonder dat ze er ook maar iets moeten voor doen, geheel onafhankelijk van hun daden, dus ook als ze Zijn genade niet verdienen. Ook als God mensen straft voor hun zonden en misstappen, kunnen ze nog altijd rekenen op deze rahmah, op deze liefdevolle genade van God. De Koran leert:

    « Met Mijn bestraffing tref Ik wie Ik wil en Mijn barmhartigheid omvat alles. » (Koran 7:156).

    « Zij die de troon dragen en eromheen staan prijzen de lof van hun heer en geloven in Hem. En zij vragen om vergeving voor hen die geloven: "Onze Heer, U omvat alles in barmhartigheid en kennis. Vergeef dan hun die berouw tonen en Uw weg volgen en behoed hen voor de bestraffing van het hellevuur". » (Koran 40:7)

  • Al Rahim (de Barmhartige) heeft betrekking op het medelijden dat God schenkt aan de gelovigen die door hun daden Zijn genade verdienen. Al Rahim slaat tevens op de genade die God de gelovigen zal schenken in het hiernamaals. Het heeft ook betrekking op de vergeving die God schenkt aan gelovigen die berouw tonen. Een hadith verduidelijkt dat, wanneer er alles samen 100 eenheden liefdevolle genade bestaan, God 1 eenheid genade over het hele universum verdeeld heeft - dat is de genade en liefde die mensen voor elkaar voelen, de genade tussen mensen en dieren, tussen dieren onderling. De andere 99 eenheden genade zitten bij God, om op Oordeelsdag aan de gelovigen toe te kennen. De genade en liefde van God overstijgen dan ook ver het menselijk bevattingsvermogen:

    « Abu Hurayra meldt dat de Boodschapper van God zei: "God de Allerhoogste heeft honderd porties genade. Hij zond slechts één portie naar het universum en verdeelde het over gans zijn Schepping. Het gevoel van genade en medeleven dat Zijn schepselen voor elkaar voelen, komt uit dat ene deel. De andere 99 delen, heeft Hij bewaard voor op Oordeelsdag wanneer Hij ze zal toebedelen aan de gelovigen." »

De uitdrukking "Bismillah al Rahman Al Rahim" geeft, anders gezegd, uiting aan de volledige islamitisch levensvisie. Eerst en vooral gedenkt men de uniciteit van God zonder wie niets zou bestaan. Vervolgens, roept men God aan in zijn kenmerk van Al Rahman, een attribuut dat refereert aan Gods veelvuldige goedheid voor alle mensen, altijd en overal. Men eindigt met het gedenken van Gods genade voor diegenen die Hem verheerlijken en om leiding, hulp of vergiffenis vragen. Het is een uitdrukking die in zich een vraag meedraagt tot bescherming tegen het kwade en tot vergiffenis wanneer men er toch aan ten prooi zou vallen. Het is een uitdrukking die daarom warmte, hoop en geborgenheid in zich draagt. Het is met het evoceren van deze hele grondgedachte dat op één na elk hoofdstuk van de Koran begint. Gedragen door een zo krachtige boodschap van liefdevolle genade en barmhartigheid, kan de Koran dan ook moeilijk iets anders dan een boek van liefde genoemd worden. Deze uitdrukking van liefdevolle genade, barmhartigheid en hoop, vormt het kader waarbinnen de hele koranische Boodschap gedefinieerd wordt. Elk vers, wat er ook de individuele betekenis van is, krijgt pas zijn volledige draagkracht binnen dit kader. De eerste woorden die men ziet wanneer men een Koran openslaat, verduidelijken meteen de relatie tussen de lezer van het boek, en de Auteur ervan - het is een relatie die vanaf het eerste vers waarmee men in aanraking komt, gedefinieerd wordt in de liefde. Het is binnen deze relatie, dat de lezer al hetgeen in dit boek vermeld wordt, moet plaatsen, ook de bestraffende verzen. Want wanneer bijvoorbeeld een ouder een kind straft door het een week huisarrest te geven, besluit men daar dan uit dat het om een tirannieke, liefdeloze ouder gaat die wil dat het kind zich slaafs aan de ouder onderwerpt? Neen, want het straffen kadert in een liefde van de ouder voor het kind die met het kind het beste voorheeft. Op gelijkaardige manier, staan de bestraffende verzen in de Koran niet op zich, maar vormen zij onderdeel van het grotere perspectief van de liefde, genade en barmhartigheid van God voor Zijn schepping.

Profeet Mohamed belichaamde deze liefde. Hij zei trouwens zelf: "Liefde is mijn fundament" [6]. Zijn profeetschap wordt beschouwd als een van de grootste tekenen van Gods genade. Hem beledigen, houdt dan ook niet alleen een belediging van Mohamed zelf in, maar is voor muslims tegelijk een eigenlijk ondenkbaar grote belediging van God omdat men alles wat God de mens geschonken heeft, ermee ridiculiseert. De profeet beledigen, staat gelijk met God zelf beledigen. Het beledigen van de profeet, raakt de kern van het meest sacrale aspect van het leven. Het is alsof men iemand recht in hart en ziel raakt, in de meest wezenlijke kern van zijn spiritueel bestaan.
 

3. Profeet Mohamed als staatsleider en grondlegger van een samenlevingsmodel

Anders dan bijvoorbeeld het geval was voor Jezus, die in de islam óók als een profeet beschouwd wordt, was het profeetschap van Mohamed niet beperkt tot het brengen van een spirituele boodschap, maar legde hij in Medina ook de basis van een samenlevingsmodel dat gebaseerd was op de leer die hij verkondigde. Aan de basis daarvan, lag een geschreven grondwet, het Charter van Medinah, waarin onder meer gesteld werd dat alle inwoners van de stad - muslims en niet-muslims - één gemeenschap vormden en godsdienstvrijheid genoten. De rol van profeet Mohamed strekte zich dan ook uit tot een voorbeeldfunctie die veel verder ging dan alleen het religieuze. Na zijn dood, zou de islamitische wet gebaseerd worden op onder meer de Koran en de Sunnah, het geheel van uitspraken en handelingen van deze profeet. Hij ligt dus mee aan de basis van de wetgeving. Een aanval op Mohamed, wordt door muslims dan ook ervaren als niet alleen een aanval op hun spirituele identiteit, maar ook op hun wettelijk model, op hun maatschappelijk model, enz. Het is een aanval op alles waar de islam voor staat. Als de aanval van binnenin een muslimmaatschappij komt, zou de aanval dan ook in de buurt komen van hoogverraad vermits zulk een belediging niet enkel op de spirituele dimensie gericht is maar ook de constitutionele basis van de samenleving raakt. Een belediging van de profeet van buiten de muslimgemeenschap, zal als zeer vijandig ervaren worden, precies omdat zoiets het hart van het hele model treft.
 

4. De Profeet als rolmodel

God schonk het profeetschap niet aan de eerste de beste. Hij begenadigde er een man mee, die de taak aankon; wiens persoonlijkheid volgens muslims dusdanig was dat ze een zo perfecte Boodschap kon dragen en aan de mensen kon overbrengen. Muslims beschouwen hun profeet dan ook als het toppunt van perfectie van het mens-zijn. Uit de tradities – collecties van gedragingen en uitspraken van de profeet – blijkt zijn zachtmoedigheid, rechtvaardigheid, zijn eenvoud, zijn geduld, zijn innerlijke kracht, kortom, volgens islamitische bronnen is deze man een perfect rolmodel volgens hetwelke men het eigen leven vorm wil geven. Dat beledigen, staat gelijk met het beledigen van de existentiële identiteit van een muslim. Het gaat werkelijk naar de kern van de dingen. Het is niet zomaar een belediging van een man, het is de belediging van het zijn zelf van al die mensen die zijn voorbeeld als baken beschouwen om God te dienen.

« Tot jullie is van God een licht gekomen en een duidelijk boek. » (Koran 5:15)

In de liefde voor de Profeet, herdenken de muslims naast zijn perfectie ook het leed dat de profeet doorstond om de boodschap aan de mensen te kunnen brengen – hij werd verstoten uit zijn stad, er werd een prijs op zijn hoofd gezet, hij werd beschimpt en bespot. Dat was op zich niet verwonderlijk. Net zoals andere profeten, werd hij door de heersende klasse als een bedreiging ervaren. Hij predikte rechtvaardigheid in een samenleving waarin een select clubje het voor het zeggen had en mensen uitbuitte. Hij predikte gelijkheid van alle mensen in een omgeving van hoogmoed waarin de een zich meer achtte dan de ander. Door zijn geloof in de Ene God, kwam het lucratief priesterambt voor de verering van afgoden in het gedrang en de heersende klasse wiens macht gebaseerd was op rijkdom door het arm houden van grote groepen mensen, werd geconfronteerd met leerstellingen van Mohamed die hun arrogantie en onrechtvaardigheid aan de kaak stelde en die Muslims ertoe aanzette rechtvaardig en eerlijk te handelen, en te zorgen voor de zwakkeren en armen in de samenleving. Hij gaf volgens muslims blijk van een uitzonderlijke innerlijke kracht omdat hij zich door niets liet afbrengen van zijn taak: het verkondigen en beschermen van de leidraad van God die hem via Aartsengel Gabriel geopenbaard werd, opdat de mensen tot aan het einde der tijden, een kompas zouden hebben om hun leven op te oriënteren en om de samenleving om te vormen naar een rechtvaardige gemeenschap waarin het voor iedereen goed is om te leven.

Wie was die man? Hoe leefde hij? Het is onmogelijk in het korte bestek van deze tekst de persoonlijkheid te schetsen van deze bijzondere man die bijna 1400 jaar na zijn dood de harten nog steeds zo sterk beroert. Een paar voorbeelden uit de hadith collecties kunnen dan ook maar een bescheiden indicatie opleveren van de islamitische kijk op de persoonlijkheid van deze man wiens voorbeeld het leven van zovele miljoenen mensen tot op vandaag zo krachtig inspireert. [7,8] Om te tekst leesbaar te houden, worden de hadith niet in de lopende tekst geciteerd, maar werden ze ondergebracht in een aparte bijlage waarnaar alfabetisch verwezen wordt.

Zijn woonst was een erg bescheiden hut, bestaande uit ongebakken klei en bedekt met palmbladen; ze was uiterst schaars gemeubileerd. Hij raadde mensen aan in eenvoud te leven en stond erop dat geen cent van de zakaat (in de gemeenschap opgehaald geld dat aangewend werd om allerhande noden te lenigen) aan hem en zijn gezin besteed werd. Hij droeg integendeel zelf gul bij tot de zakaat. [a]

Hij zag steeds het goede in de mensen en bleef eenvoudig. Ook als leider was hij erg bescheiden. Hij vond het bijvoorbeeld niet nodig dat mensen voor hem rechtstonden [b]. Het was integendeel zo dat hij zelf recht stond om een of andere dignitaris te begroeten. Hooghartigheid keurde hij streng af. Hij wou bijvoorbeeld niet op een verhoog gaan zitten bij samenkomsten, maar zat gewoon op dezelfde hoogte als anderen. Zijn afwijzen van ongelijkheid van mensen (en dus van racisme) is legendarisch. [c,d,e]. Dit vertaalde zich op vele manieren, zo ook in de begroetingsetiquette die hij muslims aanleerde. De volgorde van begroeten is in de islam niet gebaseerd op functietitel of zo – de islam kent geen sociale hiërarchie – maar hangt gewoon af van de praktische kenmerken van de situatie: [f] diegene die aankomt groet de aanwezigen, diegene die rijdt begroet de wandelaar, diegene die wandelt begroet hem dit zit, de kleinere groep zal de grotere groep begroeten, enz. De nederigheid van de profeet vertaalde zich ook in een scherp afwijzen van onderdrukking. [g] Hij liet echter ook de onderdrukker niet aan zijn lot over en maande muslims aan ook hem te helpen. Toen ze dat niet begrepen legde hij uit dat men een onderdrukker moet helpen zodat hij geen mensen meer zal verdrukken. [h]

De Profeet zocht zieken en armen op, en spoorde muslims aan hetzelfde te doen. Hij kwam op voor de armen en onderrichtte muslims dat ze moesten delen met de armen. Zolang men een hongerige buur heeft (muslim of niet-muslim), is men geen gelovige, zei hij. [i]

Hij ging nooit ergens binnen zonder eerst te groeten en vervolgens permissie te vragen om binnen te komen. Op die manier leerde hij muslims de privacy van anderen respecteren.

Hij onderwees dat mannen rechten hebben over vrouwen maar dat omgekeerd vrouwen ook rechten hebben over mannen. Hij beijverde een sterke gelijkwaardigheid van man en vrouw en zei aan muslims dat diegene die zijn vrouw best behandelt, de beste muslim is. [j] Door zijn voorbeeld toonde hij mannen dat ze hun deel van de huishoudelijke taken moesten doen. [k]

Hij droeg muslims op iedereen wellevend en hoffelijk te behandelen, ook diegenen die door God als slecht mens zouden beoordeeld worden. Het oordeel behoort immers enkel God toe. Wie de andere niet hoffelijk behandelt, zei hij, is in de ogen van God zelf een slecht mens. [l] Zo onderwees hij dat wie zelf geen genade heeft met een ander, ook niet moet rekenen op de genade van God. [m]

Muslims kregen van hem te horen dat ze niet mochten liegen, niet jaloers mochten zijn van elkaar, geen achterklap mochten vertellen en zich integendeel moesten inzetten om een goed karakter te krijgen. [n]. Waarachtigheid schatte hij erg hoog in: waarheid leidt naar de hemel, leugen naar de hel, was zijn lering. [o]

Vriendjespolitiek en klassejustitie werd door Mohamed nadrukkelijk afgekeurd. Op een dag werd een vrouw die tot een vooraanstaande familie behoorde gearresteerd voor diefstal. Haar zaak werd aan de Profeet voorgelegd, en er werd hem aangeraden de vrouw een bestraffing voor diefstal te besparen. De Profeet wou daar echter niet van horen, en maakte duidelijk dat de vrouw haar straf niet zou ontlopen. [p]. Vooraanstaande figuren of leiders stonden voor de profeet niet boven de wet. De grootste armoezaaier moest een leider tot de orde kunnen roepen zonder represailles te moeten vrezen.

Hij leerde mensen zachtmoedig te zijn, en zichzelf te beheersen. Woede bracht hij in verband met de duivel. [q] Zelf een toonbeeld van zachtmoedigheid, sprak hij niemand aan met een ruw woord. [r]

Hij leerde muslims dat geloven een werkwoord is, en dat zelfs iets zo klein als een begroeting met een glimlach, of het verwijderen van een tak van de weg zodat een volgende voorbijganger er niet over struikelt, telt als daad van liefdadigheid. [s,t] Zijn liefdadigheid strekte zich uit tot de dieren, van wiens rechten hij een groot pleitbezorger was. [u]

Kortom, voor muslims was hij een toonbeeld van perfectie, een man die rechtschapen, zachtmoedig, vredelievend, gematigd, minzaam, nederig, hulpvaardig was, die in zich de perfectie droeg van al hetgeen God aan de mens aan mogelijkheden geschonken heeft.

Een belediging, daarom, van deze voor muslims zo bijzondere man staat gelijk aan het beledigen van de grote waarden waar hij voor staat. Het staat gelijk met het bespotten van de perfectie van rechtschapenheid, zachtmoedigheid, minzaamheid, vredelievendheid, enz. Het staat gelijk aan het beledigen van het summum van mens-zijn.
 

5. Nabeschouwing

Profeet Mohamed in een spotprent beledigen, was een spreekwoordelijk schot recht in het hart van het islamitisch model en van miljoenen muslims. Zelfs al was de cartoon bedoeld om de draak te steken met een kleine groep extremisten, het bovenstaande maakt duidelijk dat zowat alle muslims er zich door geviseerd voelen en de tekeningen ervaren als een rechtstreekse belediging van alles waar de islam voor staat. De profeet wordt door muslims beschouwd als het summum van mens-zijn, als de perfecte realisatie van het volledig menselijk potentieel. Als profeet, is hij het ultieme teken van de liefde en genade van God voor de mens. Zijn profeetschap bracht immers voor alle mensen van alle tijden een leidraad aan de hand waarvan ze in het huidig leven hun potenties maximaal kunnen ontwikkelen, de samenleving kunnen omvormen tot een rechtvaardige samenleving, en een eeuwig leven in het paradijs kunnen verwerven. Als grondlegger van de eerste samenleving die op islamitische principes georganiseerd werd, ligt hij ook aan de basis van de islamitische constitutie en wetgeving. Het bespotten van profeet Mohamed, is voor muslims dan ook een belediging van het meest sacrale van de mens, van het mens-zijn zelf, alsook van alles wat God de mens in Zijn genade geschonken heeft en daarom ook van God, terwijl het ook de maatschappelijke en rechtskundige fundamenten van de samenleving raakt.

De profeet zelf riep mensen op zich via wettelijke weg te verzetten tegen onrecht. Hij riep hen ook op tot mildheid, rechtvaardigheid en verdraagzaamheid, ook en zelfs vooral tegenover hun grootste vijanden. [9]

« Haat uw vijand op milde wijze, hij kan op een dag uw vriend worden. » (Uitspraak door Profeet Mohamed, gemeld door al-Tirmidhi).

Ook in de Koran, het rechtstreekse Woord van God, wordt mildheid voorgeschreven ten aanzien van mensen die de islam vijandig gezind zijn en wordt muslims aangeraden hoop te koesteren, want:

« Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is Almachtig, en God is Vergevend en Barmhartig. » (Koran 60:7)

De hoewel muslims het recht hebben zich op wettelijke wijze te verdedigen tegen onrecht, roept de Koran hen ook op tot geduld:

« En verdraag wat zij zeggen geduldig en ga minzaam bij hen weg. En laat Mij maar met de loochenaars ... » (Koran 73:10-11)

Of ook:

« Wanneer jij hen ziet die onze tekenen bespotten, wend je dan van hen af totdat zij op een ander gesprek overgaan... » (Koran 6:68)

We kunnen alleen maar hopen dat muslims zich als echte volgelingen van zijn voorbeeld zullen profileren en het pad zullen bewandelen van de profeet die ze zo innig in hun hart gesloten hebben zodat de commotie die rond de Deense cartoons ontstaan is, op vreedzame wijze zijn beloop kan vinden.

Wat het Westen betreft, dringt zich een grondige zelfanalyse op. Is het bij herhaling zo diep beledigen van een gemeenschap datgene wat men als uithangbord voor de Westerse manier van leven wilt ophangen? Nog afgezien van de vraag of zoiets nog wel binnen de vrije meningsuiting valt (een vraag die in een aparte tekst behandeld wordt [10], moet men zich realiseren dat een recht geen plicht is. Men heeft het recht op een snelweg 120 km/uur te rijden, maar als men dat in alle omstandigheden verheft tot een plicht, en met niemand rekening meer houdt, zal de autosnelweg al snel herschapen worden in een autokerkhof en zal ook de eigen wagen vol blutsen en builen staan. Op een gegeven moment, overschrijdt men in spot een grens, waar voorbij men niet alleen de ander beledigt, maar ook de eigen waardigheid geheel verliest.


* Zie nu ook: "Dood aan wie de profeet bespot? Hadden de terroristen in Parijs de koran aan hun kant?", op Islamitische Kwesties: klik hier.

___________________________


NOTEN:

  1. Het weze gezegd dat sommige christelijke kerken in recente jaren toenadering zochten tot de islam en inspanningen leverden om dit beeld bij te stellen.
  2. "Rewriting text books", Al-Ahram (Egypte), 16-22 december 2004, N° 721 - http://weekly.ahram.org.eg/2004/721/eg9.htm
  3. Fatwa, Islam Online Fatwa - klik hier
  4. Koranverzen komen uit de vertaling van Fred Leemhuis.
  5. "Liefde is Mijn Fundament" (Uitspraak van Profeet Mohamed) - op deze site
  6. Zie noot 5.
  7. "Description of the Prophet Mohammed (PBUH), website MSA University of Southern California - http://www.usc.edu/dept/MSA/fundamentals/prophet/prophetdescription.html
  8. Hadith collecties van Bukhari en Muslims, website MSA University of Southern California - http://www.usc.edu/dept/MSA/reference/searchhadith.html
  9. Zie "Omgaan met niet-Muslims" - op deze site
  10. Zie "Spotten met Profeet Mohamed: De Deense Cartoons"- op deze site
     


Bijlage

  1. Ibn 'Abbas meldde dat Gods Boodschapper de meest vrijgevige mens was inzake liefdadigheid, maar hij was uiterst vrijgevig in de maand Ramadan. Gabriel ontmoette hem elk jaar gedurende de maand Ramadan tot aan het einde ervan, en Gods Boodschapper reciteerde aan hem de Koran; en wanneer Gabriel hem ontmoette was Gods Boodschapper meest gul in het geven van liefdadigheid zoals de waaiende wind. (Muslim)
  2. "Laat diegene die graag heeft dat mensen ter ere van hem rechtstaan maar zo; zo iemand mag een plaats in de hel zoeken.” (Abu Dawud)
  3. De Profeet zei: "laat de mensen ophouden met op te scheppen over hun afkomst. Men is slechts een devote gelovige of een miserabele zondaar. Alle mensen zijn zonen van Adam, en Adam kwam van stof." (Abu Dawud, Tirmidhi)
  4. De Profeet zei: wie trots in zijn hart heeft gelijk aan het gewicht van een kleine atoom, zal nooit het Paradijs binnengaan. Iemand vroeg hoe het dan zit met een man die graag mooie kleren en fijne schoenen draagt, en de Profeet antwoordde: God is mooi en houdt van schoonheid. Dan legde hij uit dat trots betekent: het verwerpen van de waarheid omwille van eigendunk of het neerkijken op andere mensen. (Muslim).
  5. "O mensen! Waarlijk jullie Heer is Eén en jullie vader (Adam) is één. Een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier, en een niet-Arabier is niet beter dan een Arabier; een blanke is niet beter dan een zwarte en een zwarte is niet beter dan een blanke - behalve in termen van vroomheid en goede daden". (Uitspraak van de Profeet Mohamed, gemeld door Imaam Ahmad, 22391, al-Silsilat al-Saheeh 2700)
  6. De Profeet van God zei: "een ruiter moet een voetganger groeten, een voetganger moet diegene die neerzit groeten, een kleine groep moet een grote groep (mensen) groeten en de jongere moet de oudere groeten." (Bukhari, Muslim)
  7. De Profeet zei: "God heeft aan mij geopenbaard dat jullie nederig moeten zijn, zodat niemand de andere onderdrukt, noch opschept". (Gemeld door Iyad ibn Himar, in: Abu Dawud)
  8. Anas meldde dat Gods Apostel zei: "Help uw broeder, ongeacht of hij verdrukker of de verdrukte is. De mensen vroegen: "O Gods Apostel! Het is goed hem te helpen als hij onderdrukte is, maar hoe moeten we hem helpen als hij een onderdrukker is?" De profeet zei: "Door hem ervan te weerhouden anderen te onderdrukken." (Bukhari)
  9. "Hij die eet tot hij gevuld is terwijl zijn buur naast hem honger heeft, is geen gelovige" (Uitspraak van Profeet Mohamed, in Saheeh Bukhari)
  10. Abu Hurayra verhaalt dat de Boodschapper van God zei: "De meest volmaakte gelovige onder de gelovigen is hij die zich best gedraagt en vriendelijkst is tegenover zijn vrouw." (Abu Dawud)
  11. Hij nam altijd deel aan het huishoudelijk werk en soms herstelde hij zijn kleren, zijn schoenen of veegde hij de vloer. Hij molk, tuinierde en voedde de dieren en deed de boodschappen. (Qazi Iyaz: Shifa; Bukhari, Sahih Bukhari, Chapter: Kitabul Adab)
  12. Op een keer kwam een man die geen erg goede inborst had bij de profeet. De profeet behandelde hem met alle hoffelijkheid. Wanneer hij weg was merkte Aisha op: “je loopt niet hoog op men die man, maar toch behandel je hem goed”. De Profeet antwoordde: “Hij die anderen niet hoffelijk behandelt is in de ogen van God een slecht mens, en de mensen mijden zijn gezelschap omwille van zijn slechte manieren" (Bukhari, Muslim).
  13. "De Profeet zei: Wie geen genade heeft voor anderen zal geen genade ontvangen van God" (Gemeld door Hadrat Jarir bin Abdullah, in: Bukhari, Muslim)
  14. "De Profeet zei: 'Ik garandeer een huis in de omgeving van het Paradijs voor iemand die geruzie vermijdt zelfs als hij in zijn recht is, een huis in het midden van het Paradijs voor iemand die leugens vermijdt zelfs al grappend, en een huis in het bovenste deel van het Paradijs voor iemand die zijn karakter goed gemaakt heeft'." (Gemeld door Abu Umamah, in Abu Dawud)
  15. "Abdullah meldde dat Gods Boodschapper zei: Waarheid leidt iemand naar het paradijs en deugdzaamheid leidt iemand naar het paradijs en de persoon spreekt de waarheid tot hij vermeld wordt als waarachtig, en leugen leidt tot obsceniteit en obsceniteit leidt naar de hel, en de persoon spreekt een leugen tot hij genoteerd wordt als een leugenaar". ' (Muslim)
  16. "Gemeenschappen die vóór jullie leefden werden vernietigd door God omdat ze de gewone man straften voor zijn overtredingen en hun dignitarissen ongestraft lieten voor hun misdaden."
  17. "De besten onder jullie zijn diegenen die traag zijn in boosheid en snel in het afkoelen... Hoed u voor boosheid, want het is een levend (brandend) stuk kool op het hart van de afstammelingen van Adam" (Al-Tirmidhi)
  18. Anas bij Malik meldde: "Ik diende de Boodschapper van God gedurende 10 jaar en bij God, hij sprak nooit een ruw woord tegen me, en over iets zei hij nooit tegen mij waarom ik dit gedaan had en waarom ik niet dat gedaan had." (Muslim)
  19. "Je glimlach naar je broeder is een daad van liefdadigheid (sadaqah)". (Al Tirmidhi)
  20. "Abu Huraira meldde dat de Boodschapper van God zei: terwijl iemand langs het pad wandelde vond hij er een doornige tak. Hij duwde de tak aan de kant, en God keurde (deze handeling) van hem goed en schonk hem (als teken van waardering) vergiffenis". (Muslim)
  21. Voor een uitgebreide bespreking van diverse ahadith in dit verband, zie: "Dierenrechten in de islam - op deze site

____________________________

© Linda Bogaert, 2005.
PS
De (Nederlandstalige) Koran-citaten in alle bijdragen van deze reeks zijn afkomstig uit: "De Koran. Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands", door Fred Leemhuis, isbn 90 269 40785, uitgeverij: Unieboek in Houten, 1989 (regelmatig herdrukt) - met dien verstande dat Arabische namen (vb Ibrahim) omwille van de herkenbaarheid vervangen werden door de Nederlandse naam (vb Abraham).

Contact: < L.Bogaert@telenet.be

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Webmaster            Update: 10/3/2015