KORAN-NOTITIES

door

Linda Bogaert

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Hoe reageren op een provocatie?

(n.a.v. de Deense cartoons)

« En de goede daad en de slechte daad zijn niet gelijk; weer die [slechte daad] af met iets dat beter is.
Dan zal hij, tussen wie en jou vijandschap was, een boezemvriend worden.
Maar het wordt slechts aan hen die geduldig volharden aangeboden;
het wordt slechts aangeboden aan iemand met geweldig geluk.
» (Koran 41:34-35)


    .. Inleiding
    1. Wat staat op het spel? De cartoons als test
    2. Geëngageerd geduld
    3. Zelfbeheersing
    4. Voorkomen van ruzie en escalatie
    5. Vergevingsgezindheid
    6. Rechtvaardigheid
    7. Jihad met het woord; verbod op geweld
    8. Besluit
    .. Noten



Inleiding

Volgens een blogger wist de Deense cultuurredacteur Flemming Rose die de cartoons bestelde wel degelijk dat zijn tekeningen zouden provoceren. De blogger verwijst naar een artikel in de Deense krant waarin Flemming Rose naar verluid (ik ben het Deens niet machtig en kon dit dus niet verifiëren) stelt dat hij voorafgaand aan de publicatie ervan informatie inwon bij een godsdiensthistoricus van de universiteit van Zuid Denemarken, die hem had laten weten weten dat zulke prenten door muslims als beledigend en provocerend zouden ervaren worden. De godsdiensthistoricus omschreef zoiets naar verluid als “olie op het vuur gieten” [1]. De cartoons werden toch afgedrukt, en inderdaad, muslims voelden zich zwaar beledigd, omdat al het nobele waar de islam voor staat met een pennentrek de grond ingeboord werd. [2]

De voorbije dagen hoorde men in pers en politiek geregeld commentaren als: de cartoons mogen dan al beledigend zijn maar in België kan daar niet met geweld op gereageerd worden. Deze opmerking is de zoveelste uiting van het negatieve, inferieure beeld dat men heeft van de islam - men gaat er van uit dat muslims alleen de taal van geweld kennen. Dat een paar ambassadegebouwen in het Midden Oosten in de vlammen opgingen heeft het beeld van een 'gewelddadige islam' versus een 'geciviliseerd Europa' nog versterkt. Nochtans hebben tal van muslims deze brandstichtingen onmiddellijk scherp veroordeeld. De brandstichters handelen niet in overeenstemming met de islam, net zoals een christelijk brandstichter niet in overeenstemming handelt met het christendom. In beide gevallen gaat het om criminelen, die zowel de wet als hun eigen geloofsregels overtreden. Maar wat is dan wel de door de islam voorgeschreven manier om te reageren op beledigingen en provocaties? De Koran (openbaringen van God) en de Sunnah (het geheel van handelingen, uitspraken enz. van profeet Mohamed) zullen het ons duidelijk maken.
 

1. Wat staat op het spel? De cartoons als test

Volgens de islam is er geen erfzonde. Mensen beginnen aan dit leven als een onbeschreven blad. Het leven is een test om na te gaan of men het goede of het kwade zal doen, een test die op Oordeelsdag zal beoordeeld worden. Van dat oordeel zal afhangen of men het eeuwig leven in het paradijs of in de hel zal doorbrengen.

«Wij hebben alles wat er op de aarde is tot een versiering gemaakt om hen op de proef te stellen wie van hen het beste is in wat hij doet. » (Koran 18:7) [3]

De Deense cartoons, zijn voor muslims niet meer maar ook niet minder dan een onderdeel van de test van het leven. Het is bijgevolg belangrijk om te onderzoeken hoe ze volgens Koran en Sunnah moeten reageren om deze specifieke test met succes te doorstaan. Want elke test is een opportuniteit. Het is een kans om het goede te doen. Op die manier wordt aan elk lijden in de islam ook een positieve dimensie gekoppeld:

« Gods Apostel zei: "Als God voor iemand goed wil doen, stuurt hij hem beproevingen." » (Gemeld door Abu Hurrayrah, in Bukhari)

In het lijden zit een gebaar van God verborgen. Met mag dat gebaar niet afwijzen, maar moet het dankbaar aanvaarden als een opportuniteit om een beter mens te worden, als een kans ook om de maatschappij een stapje dichter te brengen bij het islamitisch maatschappelijk doel van een rechtvaardige samenleving waarin het voor iedereen goed is om te leven.

De cartoons hebben een diepe, gapende wonde geslagen in hart en ziel van vele miljoenen muslims. Maar de profeet leerde hen dat lijden niet zinneloos is; het lijden biedt tal van kansen. De gelovige moet dus blij en dankbaar zijn voor het lijden waarmee God hem op de proef stelt. Een Muslim heilige zei ooit:

« Als er een dag voorbijgaat zonder problemen, vrees ik dat God boos op mij is ».

In de manier waarop men op de beproeving reageert liggen ook kansen te rapen om vergiffenis van zonden te bekomen:

« De Boodschapper van God zei: "Niets van vermoeidheid, ziekte, problemen, zorgen, verdriet of schade, zelfs al is het maar een prik van een doorn, overkomt een muslim, of God zal het aanvaarden als vergiffenis voor enkele van zijn zonden." » (Muslim)

Er staat bijgevolg voor muslims veel op het spel. Goed reageren op de beproeving van de cartoons, betekent een stapje dichter bij het Paradijs. Wanneer men echter reageert op een manier die niet door de islam geoorloofd wordt, dan trekt men een wissel op de hel.
 

2. Geëngageerd geduld

Reeds van in de eerste seconde dat de beproeving toeslaat, schrijf de profeet muslims geduld ('sabr') voor:

« De Profeet zei: "Het echte geduld zit in het eerste toeslaan van een calamiteit."» (Gemeld door Anas, in: Bukhari)

Geduld, in islamitische zin, is geen passieve slaafse aangelegenheid, geen apathisch zitten wachten tot de bui voorbij gewaaid is. Het is integendeel een zeer betrokken proces waarin men zichzelf beheerst en erover waakt dat lijden gaan aanzet is tot het begaan van het verbodene. Al van in de initiële reactie op de schok die door de belediging veroorzaakt wordt, moet men zich er mentaal op instellen enkel op de goede, door de Koran voorgeschreven manier te reageren. Een muslim vertelde me ooit dat wanneer iemand hem in een gesprek beledigt, hij onmiddellijk afstand neemt van de situatie door even diep adem te halen, en in gedachten drie maal "God is groot" ('Allahu Akbar') te herhalen. Dat is een zeer goede praktische toepassing van het Koranisch advies om dit soort geëngageerd geduld te laten samengaan met gebed. Het plaatst de situatie direct in perspectief en legt de juiste prioriteiten: de belediging kan groot zijn, maar God is grootst, en in zijn reacties zal men zich dus niet laten leiden door de emoties die de belediging opwekken, maar door God.

« Jullie die geloven! Neem jullie toevlucht tot geduld en salaat [gebed]. God is met hen die geduldig volharden.» (Koran 2:153)

Wanneer men zich tot God richt, keert de rust in het hart terug:

« Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten rust. » (Koran 13:28)
 

3. Zelfbeheersing

Zelfbeheersing houdt meteen in dat men eventueel opwellende woede direct onder controle brengt. De profeet waarschuwt:

« Hoed u voor boosheid, want het is een levend (brandend) stuk kool op het hart van de afstammelingen van Adam. »(Al-Tirmidhi)

Het verliezen van de zelfcontrole wordt in de islam sterk afgekeurd. Profeet Mohamed zei dat echte kracht niet afgemeten wordt in spierkracht, maar in de kracht waarmee men in tijden van boosheid zichzelf weet te beheersen:

« Diegene die anderen kan overmeesteren in het worstelen is niet echt een sterk man. Echte kracht is in de persoon die zichzelf kan beheersen ten tijde van boosheid. » (Bukhari)

Dat betekent niet dat men emoties moet verdrukken, wel dat men – in lijn met de voorschriften van geëngageerd geduld - de emoties direct moet kanaliseren in een positieve richting.
 

4. Voorkomen van ruzie en escalatie

Het van meet af aan aannemen van een houding van geëngageerd geduld en zelfbeheersing, moet escalatie voorkomen.

« Wanneer jij hen ziet die onze tekenen bespotten, wend je dan van hen af totdat zij op een ander gesprek overgaan... » (Koran 6:68)

Geduld is de voorwaarde om de krachtige Koranische richtlijn te kunnen volgen die stelt dat men elke slechte daad met een betere daad moet beantwoorden. Dit voorkomt niet alleen escalatie van een probleem, maar strijkt ook al meteen wat plooien glad zodat de zaden voor verzoening reeds van in de eerste reactie op een belediging gezaaid worden.

« En de goede daad en de slechte daad zijn niet gelijk; weer die [slechte daad] af met iets dat beter is. Dan zal hij, tussen wie en jou vijandschap was, een boezemvriend worden. Maar het wordt slechts aan hen die geduldig volharden aangeboden; het wordt slechts aangeboden aan iemand met geweldig geluk. » (Koran 41:34-35)

Een gevolg van het consequent toepassen van deze stelregel, is dat men in gelijk welke omstandigheid de morele 'high ground', het morele overwicht, behoudt en steeds moreel de betere blijft omdat men zich nooit 'verlaagt' tot het niveau van de beledigende of provocerende partij. Een moreel hoogstaand karakter is wat iemand een goed muslim maakt, zei de profeet.

« Er werd aan Profeet Mohamed gevraagd: "Welke muslim heeft perfect geloof?". Hij antwoordde: "Hij die het beste moreel karakter heeft" » (Tibrani)

Het is muslims bijgevolg verboden - ook in antwoord op beledigingen - zelf over te gaan tot scheld- en spotpartijen.

« Een gelovige is nooit een persoon die spot met anderen, anderen uitscheldt of vulgaire en obscene zinnen uitspreekt. » (Tirmidhi)

Een algemene regel hier is dat muslims dienen te zwijgen tenzij ze iets goed, iets constructief te zeggen hebben.

« Abu Hurayrah vertelde dat de Profeet van God zei: "Wie gelooft in God en de Laatste Dag, laat hem zeggen wat rechtschapen is, of zwijgen. Wie gelooft in God en de Laatste Dag, laat hem vriendelijk zijn voor zijn buur. En wie gelooft in God en de Laatste Dag, laat hem vrijgevig zijn voor zijn gast."» (Muslim)

Zo draagt de Koran muslims op de scherts van 'ongelovigen' minzaam te incasseren en het oordeel over ongelovigen aan God over te laten. Immers, wat men ook vindt van iemands gedrag, het oordeel van de mens komt enkel God toe.

« En verdraag wat zij zeggen geduldig en ga minzaam bij hen weg. En laat Mij maar met de loochenaars ... » (Koran 73:10-11)

Ten allen tijde zal men zich tegenover mensen hoffelijk gedragen, ook tegenover diegene die in de ogen van God als een slecht mens beoordeeld zal worden (iets wat mensen overigens niet kunnen weten).

« Hij die anderen niet hoffelijk behandelt is in de ogen van God een slecht mens, en de mensen mijden zijn gezelschap omwille van zijn slechte manieren » (Bukhari, Muslim).

Dit sluit aan bij de Koranische voorschriften tot mildheid, zelfs tegenover de grootste vijand. Zo geeft de Koran altijd hoop mee op het keren van het tij en het verbeteren van de situatie.

« Haat uw vijand op milde wijze, hij kan op een dag uw vriend worden. » (Uitspraak door Profeet Mohamed, al-Tirmidhi).
« Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is Almachtig, en God is Vergevend en Barmhartig. » (Koran 60:7)

De islam kent een uitgebreid stelsel van op Koran en Sunnah gebaseerde mensenrechten, waaronder het recht op vrije meningsuiting. [4,5] Het wordt (net zoals in sommige Westerse landen) echter afgewogen aan een in de islam al even fundamenteel recht, met name het recht op respect voor religieuze gevoelens. [6] Tegelijk schrijft de profeet muslims voor zich soepel op te stellen wanneer hun rechten (zoals recht op respect voor religieuze gevoelens) geschonden worden. Ruzie vermijden, zelfs wanneer men in zijn recht is, is een opstap naar het Paradijs :

« De Profeet zei: 'Ik garandeer een huis in de omgeving van het Paradijs voor iemand die geruzie vermijdt zelfs als hij in zijn recht is, een huis in het midden van het Paradijs voor iemand die leugens vermijdt zelfs al grappend, en een huis in het bovenste deel van het Paradijs voor iemand die zijn karakter goed gemaakt heeft." » (Gemeld door Abu Umamah, in Abu Dawud)
 

5. Vergevingsgezindheid

De hadith collectie van Bukhari maakt zeer uitgebreid melding van een incident waarbij Aisha, de vrouw van de profeet, door een aantal mannen valselijk beschuldigd werd. Talloze mensen werden ondervraagd maar niemand bleek iets te weten dat de beschuldiging zelfs maar van in de verte zou kunnen staven. Toen duidelijk werd dat het om een valse beschuldiging ging, bezwoer Abu Bakr, de vader van Aisha, dat hij nooit nog iets zou geven aan Mistah, een van de mannen die de beschuldigingen geuit had en die voorheen op Abu Bakhrs financiële steun had kunnen rekenen. Naar aanleiding van dit incident werd volgens de tradities volgend Koranvers geopenbaard:

« Zij onder jullie die het goed hebben mogen niet zweren dat zij de verwanten, de behoeftigen en de uitgewekenen op Gods weg niets zullen geven. Zij moeten juist vergiffenis schenken en kwijtschelden. Willen jullie ook niet graag dat God jullie vergeeft? God is vergevend en barmhartig. » (Koran 24:22)

Abu Bakr reageerde dat hij natuurlijk graag wou dat God hem zou vergeven en hernam zijn financiële hulp aan Mistah. Ook bij andere gelegenheden zei de profeet:

« Wie geen genade heeft voor anderen zal geen genade ontvangen van God » (Gemeld door Hadrat Jarir bin Abdullah, in Bukhari, Muslim)

Vergevingsgezindheid is dan ook een van de kenmerken van de mensen die toegang zullen krijgen tot het paradijs:

« Streeft naar vergeving van jullie Heer en naar een tuin zo breed als de hemelen en de aarde die klaargemaakt is voor de godvrezenden die bijdragen geven in voorspoed en tegenspoed en die hun woede inhouden en de mensen vergeving schenken. » (Koran 3:133-134)
 

6. Rechtvaardigheid

Dat alles betekent uiteraard niet dat muslims over zich heen moeten laten lopen als een deurmat. De islam hecht veel belang aan rechtvaardigheid, en geeft mensen die onrecht aangedaan werd alle mogelijkheden om zich daar op wettelijke manier tegen de verzetten. Zich verweren tegen onrecht is een van de redenen op grond waarvan men toch over het kwade mag praten, in afwijking van de eerder genoemde regel die zwijgen voorschrijft tenzij met iets goed te zeggen heeft.

« God houdt er niet van dat openlijk over het slechte gesproken wordt, behalve als aan iemand onrecht is aangedaan. God is horend en wetend. »(Koran 4:148)

Het verweer tegen onrecht moet echter op een rechtvaardige manier gebeuren – ook, en misschien zelfs vooral, tegenover diegenen van wie men een afkeer heeft, want precies daarin ligt de test van de eigen rechtvaardigheid. Het is gemakkelijk rechtvaardig te zijn tegenover iemand die men graag ziet, maar het is veel moeilijker rechtvaardig te zijn tegenover iemand door wie men zwaar beledigd werd.

« Jullie die geloven! Weest standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid. En vreest God. God is welingelicht over wat jullie doen. » (Koran 5:8)

In zijn verweer tegen onrecht mag een muslim diegene die het onrecht pleegde overigens niet in de kou laten staan, maar moet hij hem helpen om ervoor te zorgen dat de persoon niet langer onrecht zal begaan, iets wat zowel de persoon als de samenleving ten goede komt.

« Anas meldde dat Gods Apostel zei: "Help uw broeder, ongeacht of hij verdrukker of de verdrukte is. De mensen vroegen: "O Gods Apostel! Het is goed hem te helpen als hij onderdrukte is, maar hoe moeten we hem helpen als hij een onderdrukker is?" De profeet zei "Door hem ervan te weerhouden anderen te onderdrukken" » (Bukhari)
 

7. Jihad met het woord ; verbod op geweld

Wanneer men het heeft over de mogelijke manieren waarop een muslim zich kan verweren tegen onrecht, valt onvermijdelijk het in het Westen zo misbegrepen woord "jihad".

Jihad, betekent in islamitische zin: ernaar streven het goede te doen. De boodschappentas van een oude dame dragen, is jihad. Zich via het schrijven artikels verzetten tegen onrecht, is jihad. Wie jihad beoefent, is een mujahid. Jihad kent tal van vormen waarbij in de meeste gevallen geweld volstrekt verboden is. Er is maar één geval waarin de beste manier om op een situatie te reageren erin kan bestaan naar de wapens te grijpen, en dat is om zich te verdedigen wanneer het eigen land militair aangevallen wordt, een defensieve oorlog tegen een agressor dus, die pas toegelaten is als alle andere mogelijkheden uitgeput zijn en die ook dan nog aan zeer strikte voorwaarden gebonden is. Voor een diepgaande analyse van het concept en de soorten van jihad, verwijs ik naar de Koran Notitie "Jihad, geloof in woord en daad".

Vermits de cartoons duidelijk geen militaire aanval op een muslimland zijn, zijn enkel de vreedzame vormen van jihad toegestaan. Er is meerbepaald de Jihad ahlu ath-Thulm. Hieronder valt elke inspanning tegen (sociaal) onrecht en ten voordele van een rechtvaardige maatschappij. Het doen van goede werken om onrecht te lenigen, zowel als sociaal of politiek engagement om onrecht bij de wortel aan te pakken en in de toekomst te voorkomen, behoren tot deze vorm van jihad. De Koran stelt mensen die goed en rechtschapen handelen, en deze vorm van jihad beoefenen een goede toekomst in het vooruitzicht:

« En hen die zich voor Ons inzetten [{jahadoo}, jihad beoefenen] zullen Wij op Onze wegen leiden. God is met hen die goed doen." » (Koran 29:69)

Merk op dat Fred Leemhuis jahadoo hier inderdaad en geheel correct niet vertaalt als “oorlog voeren” maar als "zich inzetten" . Jihad is geen synoniem voor oorlog, wel integendeel. Laat staan dat het om een “heilige” oorlog zou gaan want dat concept is in de islam totaal afwezig. Islam verbiedt bekeringen onder dwang, en dus zeker het gebruik van geweld om dat te bewerkstelligen.

Geweld is dus verboden. Hoe kan men dan wel reageren? Om die vraag te beantwoorden moet eerst de aard van het probleem bekeken worden. Muslims ervaren de cartoons als beledigend en stellen zich vragen over de grenzen van vrije meningsuiting. Nergens is vrije meningsuiting een absoluut recht – in België wordt ze ingeperkt door het recht op privacy, het verbod van negationisme (ontkennen van de holocaust) en antisemitisme, de bescherming tegen racisme en discriminatie, bescherming tegen laster en eerroof enz. In de Islam wordt recht op vrije meningsuiting ook ingeperkt door het recht op respect voor religieuze gevoelens (van zowel muslims als niet-muslims). De vraag in hoever een samenleving rekening dient te houden met religieuze gevoeligheden is ook in het Westen aan de orde. Groot-Brittannië tast via een (fel verwaterde) religious hatred law de grenzen af, ook in Canada is er een wet die oproepen tot haat op o.a. religieuze grond verbiedt. Men hoort pers en politiek in het Westen belerend zeggen dat de afweging tussen vrije meningsuiting en recht op respect voor religieuze gevoelens een maatschappelijk vraagstuk is dat via maatschappelijke dialoog, politiek en rechtbanken zijn beslag moet vinden. Maar ook profeet Mohamed adviseerde dat de manier bij uitstek om politieke, maatschappelijke kwesties aan te pakken erin bestaat een jihad te voeren door middel van het woord. Zo zei hij bijvoorbeeld dat wanneer men zich wil verzetten tegen het onrecht dat een dictator aanricht, men dat bij uitstek doet via het "het spreken van een woord van waarheid”.

«De Heilige Profeet zei: "De grootste jihad is het spreken van het woord van waarheid tegen een tiran."» (Mishkat, Book of Rulership and Judgment, hoofdstuk 1, sectie 2)

Politiek en maatschappelijk verzet tegen onrecht, situeert zich volgens de islam dus volledig in de taal, in het gesproken en geschreven woord. Daarenboven krijgen muslims de opdracht deze dialoog "enkel op de beste manier" aan te gaan.

« En twist niet met de Mensen van het Boek behalve op de beste manier ... » (Koran 29:46)

Dit wil zeggen dat men, in het licht van hetgeen tot dusver reeds besproken werd, zich soepel, verdraagzaam en geduldig opstelt en erover waakt dat niets gezegd wordt dat bij de tegenpartij wrevel zou kunnen opwekken.

Nu is het wel zo dat een aantal extremisten de term jihad anders en met geweld invullen. Zij vormen een kleine minderheid die aan hun eigen politieke agenda een zweem van legitimiteit proberen geven door er een religieus discours aan vast te knopen. Hun (mis)interpretatie wordt door de meerderheid van muslims zwaar afgekeurd. De Koran verbiedt immers onomwonden gewelddadigheid:

« God gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te doen, en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk, verwerpelijk en gewelddadig is. .. » (Koran 16:90)

Wanneer men dus in deze woelige tijden oproepen hoort tot jihad, moet men in elk geval niet onmiddellijk denken dat dit een oproep tot geweld inhoudt maar moet men kijken wie de oproep lanceert en wat de oproep inhoudt. Is de oproep afkomstig van gematigde muslims dan betekent de oproep tot jihad ("streven naar het goede") naar alle waarschijnlijk niets anders dan een oproep tot geweldloos verzet tegen het aangedane onrecht, bijvoorbeeld via het deelnemen aan debatten, aanschrijven van de pers, verspreiden van informatie over de islam, het uitleggen waarom de cartoons als zo beledigend ervaren werden enz. Is de oproep afkomstig van extremisten, en wordt opgeroepen tot geweld, dan zal die door een meerderheid van muslims zonder enige twijfel scherp afgekeurd worden vermits dergelijke oproep tot geweld door de islam verboden is. Wie oproept tot geweld, streeft dan ook duidelijk een eigen agenda na die niets met de islam te maken heeft. Islam verbiedt dit geweld.

Dit werd meteen duidelijk toen Britse muslims afwijzend reageerden op een aantal oproepen tot geweld die door manifestanten in Londen werden meegedragen. [7] Ook in Libanon reageerden muslims geschokt over de brandstichting van de ambassadegebouwen die trouwens door religieuze leiders werden veroordeeld. [8,9] In Brussel toonden muslims zich op zondag 5 februari dan weer wel zoals het volgens hun leer ook hoort, met een vreedzame betoging.
 

8. Besluit

De islam gaat er van uit dat elke situatie onderdeel vormt van de test van het leven. Elke beproeving draagt daarom ook een geschenk in zich - lijden kan met name de aanzet vormen tot het verbeteren van het zelf alsook tot het verbeteren van de verstandhouding, wederzijds begrip en rechtvaardigheid in de samenleving. [10] Wordt men geprovoceerd, dan schrijven Koran en Sunnah geduld, verdraagzaamheid en vergevingsgezindheid voor. Wil men toch reageren op een provocatie, dan is geweld in elk geval verboden. Men mag enkel reageren via het geschreven en gesproken woord, en wel enkel op de beste manier, dit wil zeggen op een manier die er voor zorgt dat bij de tegenpartij geen negatieve gevoelens zoals belediging of verontwaardiging ontstaan. Door algemene voorschriften zoals de regel dat men een gedrag enkel met een gedrag dat beter is mag beantwoorden, zorgt de islam ervoor dat een situatie niet kan escaleren en dat al van in de eerste reactie op een belediging resoluut de richting van verzoening gekozen wordt. Dat is zo, omdat de islam elke situatie voortdurend in de richting van een dubbel doel doet evolueren: vervolmaking van persoonlijkheid en maatschappij. De manier waarop men reageert moet bijdragen tot het groeien naar een evenwichtige, rechtvaardige, verdraagzame enz. persoonlijkheid, en moet bijdragen tot vormgeven aan een rechtvaardige maatschappij waarin het voor iedereen goed om leven is. Gedragingen die niet aan deze dubbele doelstelling beantwoorden, zijn in de islam van geen tel of worden afgekeurd.

Spijtig genoeg staan de beelden die we op televisie zien daar ver van af, maar natuurlijk zien we op televisie alleen die paar duizend muslims die overgaan tot geweld, en niet de bijna één miljard muslims die dat niét doen, en die, hun leer getrouw, geduldig en vreedzaam reageren.

___________________________
 



NOTEN:

  1. "The Muhammad cartoons : my turn", Daenmark, Being the (continuing) story of Daen's life in Denmark, 2 February, 2006 - klik hier
  2. "De Profeet Beledigd: So What? - op deze site
  3. Koranvertaling van Fred Leemhuis
  4. "De Koran over Mensenrechten - Hefboom of Hindernis voor Integratie? - op deze site
  5. "Vrijheid van Meningsuiting, een Koranisch Perspectief" - op deze site
  6. "Spotten met Profeet Mohamed: de Deense Cartoons" - op deze site
  7. "Cartoon protest slogans condemned, BBC Online, 5 February 2006 - http://news.bbc.co.uk/1/hi/uk/4682262.stm
  8. "Lebanon minister quits over riots", BBC Online, 6 Febuary 2006 - http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/middle_east/4684250.stm
  9. "Embassy burning shocks Beirut residents", BBC Online, 5 Februaru 2006 - http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/middle_east/4683894.stm
  10. "Koranische Psychologie: een reis naar het (inwendige) paradijs" - op deze site
© Linda Bogaert, 2005.
PS
De (Nederlandstalige) Koran-citaten in alle bijdragen van deze reeks zijn afkomstig uit: "De Koran. Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands", door Fred Leemhuis, isbn 90 269 40785, uitgeverij: Unieboek in Houten, 1989 (regelmatig herdrukt) - met dien verstande dat Arabische namen (vb Ibrahim) omwille van de herkenbaarheid vervangen werden door de Nederlandse naam (vb Abraham).

Contact: < L.Bogaert@telenet.be

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Webmaster            Update: 1/4/2013