KORAN-NOTITIES

door

Linda Bogaert

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Moskee en Staat: een moeilijke verhouding?

    .. Inleiding
    1.koranische maatschappijvisie
    2.Bestuurlijk model van de islam

      2.1. Wat is een 'islamitische staat'?
      2.2. Theocratie strijdig met de islam

        2.2.1. Er is geen god dan God
        2.2.2. Iedereen is beheerder van Gods aards patrimonium
        2.2.3. Centraliteit van godsdienstvrijheid, dus vrijheid van beheer
        2.2.4. Imam geen equivalent van christelijk priester
        2.2.5. Politieke leiders aangesteld door de mensen, niet door God
        2.2.5. Leiders moeten zich verantwoorden tegenover God én tegenover de mensen
        2.2.7. Bestuurlijk leiderschap is noodzakelijkerwijze seculier

    3. Islamitisch wettelijk model: wetten van God of van de mensen?
    4. Burgerschap

      4.1. Een sociaal contract tussen burger en staat
      4.2. Gewetenskwesties
      4.3. Recht op non-coöperatie met het onwettige

    5.Kerk en staat in het Westen
    .. Besluit

    Noten




Inleiding

Uit de geschiedenislessen herinneren wij ons de christelijke regimes in onze contreien die geleid werden door vorsten die zichzelf aanzagen als onfeilbare, op goddelijk gezag gelegitimeerde vervangers van God op aarde of door een overheid die, gedomineerd door een kerkinstituut, op goddelijk gezag wetten afkondigde. Leidende figuren binnen de kerk, oefenden in hun hertogdommen en graafschappen ook de wereldlijke macht uit, en deze overheden legden de enige 'ware' godsdienst op aan het volk. Dissidentie werd niet geduld; wie niet het 'juiste' geloof aanhing, werd in deze duistere periode van onze geschiedenis zonder pardon onthoofd of op de brandstapel gegooid.

Omdat we via media en politici telkens weer te horen krijgen dat de islam 'geen scheiding van kerk en staat' kent, menen we dat het er in de islam ongeveer hetzelfde moet aan toegaan als in ons duister verleden, wat zonder meer het beeld van een 'achterlijke', 'repressieve' islam voedt. Met de regelmaat van de klok horen we dan ook stellen dat de islam 'dringend aan verlichting toe is' waarmee dan bedoeld wordt dat de staatsleiding zich moet losmaken uit de greep van de religieuze leiding.

Maar als we voorbij de projecties uit ons eigen verleden willen en durven kijken, hoe zit het dan in werkelijkheid met de verhouding tussen moskee en staat in de islamitische leer? De vraag is belangrijk, want van het antwoord hangt af aan wie muslims loyauteit verschuldigd zijn: God of de staat?

In deze Koran Notitie zal deze materie ontrafeld worden in een reeks deelaspecten. Daaruit zal blijken dat de vraag naar scheiding tussen moskee en staat ons op het verkeerde been zet. Immers, de moskee is niet het islamitisch equivalent van de kerk – met alle gevolgen van dien.


1. Maatschappijvisie van de islam

De Koran is volgens muslims de letterlijke op schrift stelling van de openbaringen van God die gedurende een periode van 23 jaar door de Aartsengel Gabriël overgebracht werden aan profeet Mohamed. De Koran is geen traktaat over staatsvorming. God openbaarde ook geen gecodificeerd wetboek. Wat is de Koran dan wel? In wezen, is de Koran een leidraad om in elke mogelijke situatie het best mogelijke te doen en het slechte te vermijden, vanuit een geloof in het hiernamaals waarin iedereen beoordeeld zal worden op hoe hij tijdens het aardse leven zijn vrije wil heeft aangewend. Van dit oordeel, zal een eeuwig verblijf in het paradijs of in de hel afhangen. De Koran heeft dan ook in de eerste plaats te maken met moraliteit, met het stimuleren van de best mogelijke keuze in alle omstandigheden.

De Koran schuift het opheffen van verdrukking en het realiseren van een rechtvaardige samenleving naar voor als maatschappelijk doel.

«En Wij hebben Onze gezanten met de duidelijke bewijzen gezonden en Wij hebben het boek en de weegschaal met hen neergezonden, opdat de mensen de rechtvaardigheid in stand houden...» (Koran 57:25)

De Koran wil dit in eerste instantie tot stand brengen door de mensen op een hoger moreel niveau te tillen. Zo worden muslims aangemoedigd een heel leven lang te kneden en te smeden aan hun eigen persoonlijkheid, in de richting van een islamitisch persoonlijkheidsideaal dat omschreven wordt als verdraagzaam, rechtvaardig, geduldig, integer, enz. [1] Deze persoonlijkheidsevolutie volgt een richtlijn die in alle aspecten van het leven van toepassing is, en die luidt:

«... jullie gebieden het behoorlijke, verbieden het verwerpelijke...» (Koran 3:110)

In de hierna volgende delen bekijken we hoe de wet en bestuursvorm zich verhouden tot dit maatschappelijk doel en tot elkaar, om ten slotte te onderzoeken wat de implicaties daarvan zijn voor het burgerschap en de loyauteitsvraag.


2. Bestuurlijk model van de islam

2.1. Wat is een islamitische staat?

Willen we achterhalen hoe de moskee zich tot de islamitische staat verhoudt, dan stelt zich eerst en vooral de vraag wat een 'islamitische staat' is. De Koran bevat geen gedetailleerde receptuur voor de feitelijke bestuursvorm van een staat. De Koran bevat enkel een aantal principes, zoals erkenning van fundamentele mensenrechten (waaronder godsdienstvrijheid - daarover straks meer), maar bevat geen uitgewerkt model voor 'de' islamitische staatsinrichting. Het staat muslims bijgevolg vrij een staatsvorm te kiezen om het maatschappelijk doel van de rechtvaardige samenleving van rechtschapen mensen die zich verantwoordelijk gedragen te verwezenlijken. Een staatsorganisatie kan vanuit het perspectief van Koran en Sunnah dan ook niet beschouwd worden als een doel op zich, het is slechts een middel om een doel te realiseren.

Er bestaat overigens binnen de islam niet eens eensgezindheid over de vraag of muslims al dan niet verplicht zijn een muslimstaat (volgens welke bestuursvorm ook) uit te bouwen. Sommige geleerden menen dat dit een goddelijke verplichting is, anderen menen van niet. Zij stellen dat het muslims wel ten goede zou komen een staat uit te bouwen volgens islamitische principes en dat het wel the right thing to do is, maar dat het geen goddelijke verplichting is. [2 ] Daarnaast zijn er ook seculiere muslims die stellen dat geloof helemaal niets met politiek , wetgeving of bestuur van doen heeft, en alleen in de privésfeer thuis hoort.

Men zou kunnen stellen dat wat een staat tot een 'islamitische staat' maakt, de mate is waarin het doel van een rechtvaardige samenleving nagestreefd en gerealiseerd wordt. Het heeft dus op zich niets te maken met de bestuursvorm of de staatsorganisatie - dat zijn immers vrij te kiezen middelen om het doel te bereiken.

Precies omdat de Koran geen staatsvorm definieerde, heeft de islam zich door de eeuwen heen in uiteenlopende bestuursvormen weten te handhaven. Daaruit zijn evenwel een reeks misvattingen gegroeid. Omdat bijvoorbeeld momenteel het democratisch gehalte in een aantal muslimlanden niet bepaald hoog te noemen is, trekt men in het Westen wel eens het besluit dat de islam niet verenigbaar is met democratie, of heeft men het over een 'democratisch deficit' van 'de islam'. Islam wordt daarom ook – evenzeer ten onrechte – geïdentificeerd met dictatoriale autoritaire bestuursvormen of met theocratieën. Niet alleen wordt de islam geassocieerd met deze bestuursvormen, vele mensen denken ook dat de muslimlanden effectief theocratieën zijn waar de shari'ah geldt, een misvatting die meteen ontkracht wordt door een kijk op de praktijksituatie:



land bestuursvorm wettelijk stelsel

Albanië ontluikende democratie heeft een systeem van burgerlijk recht
Algerije republiek socialistisch, gebaseerd op Frans en islamitisch recht
Azerbeidzjan republiek gebaseerd op systeem van burgerlijk recht
Bahrein constitutionele erfelijke monarchie gebaseerd op islamitisch recht en op Engels gewoonterecht
Comoren onafhankelijke republiek Frans en Shari'ah (islamitisch) recht in een nieuw geconsolideerd wetboek
Djibouti republiek gebaseerd op het Frans systeem van burgerlijk recht, traditionele gebruiken en islamitisch recht
Egypte republiek gebaseerd op Engels gewoonterecht, islamitisch recht, en het Napoleontisch wetboek
Eritrea overgangsregering hoofdzakelijk gebaseerd op Ethiopisch wetboek van 1957, met herzieningen; nieuwe burgerlijke, commerciële en strafrechtelijke wetten werden nog niet afgekondigd; bouwt ook op gewoonterecht en op post-onafhankelijkheidsbepalingen, voor burgerlijke zaken die betrekking hebben op muslims, de Shari'ah wet
Gambia republiek gebaseerd op een samenstelling van Engels gewoonterecht, koranisch recht en gewoonterecht
Guinea republiek gebaseerd op het Frans systeem van burgerlijk recht, gewoonterecht en decreten; wetteksten worden momenteel herzien
Indonesië republiek gebaseerd op Romeins-Nederlands recht, substantieel aangepast door inheemse concepten en door nieuwe strafrechtelijke procedures en verkiezingswetten
Iran theocratische republiek de grondwet codificeert islamitische principes van besturen
Irak overgangsdemocratie gebaseerd op Europees burgerlijk recht en op de islamitische wet in een kader dat door de Iraakse grondwet omschreven wordt
Jordanië constitutionele monarchie gebaseerd op islamitisch recht en op Franse wetten
Kirgizië republiek gebaseerd op een systeem van burgerlijk recht
Koeweit constitutioneel erfelijk emiraat systeem van burgerlijk recht met islamitisch recht significant voor persoonlijke aangelegenheden
Libanon republiek mengeling van Ottomaans recht, canon recht, Napoleontische wet en burgerlijk recht
Maleisië constitutionele monarchie gebaseerd op Engels gewoonterecht, islamitische wet wordt toegepast voor muslims in aangelegenheden van familierecht
Mali republiek gebaseerd op Frans systeem van burgerlijk recht en gewoonterecht
Mauritanië republiek combinatie van de Shari'ah (islamitisch recht) en Frans burgerlijk recht
Marokko constitutionele monarchie gebaseerd op islamitisch recht en op Frans en Spaans systeem van burgerlijk recht
Niger republiek gebaseerd op Frans systeem van burgerlijk recht en gewoonterecht
Nigeria federale republiek gebaseerd op Engels gewoonterecht, islamitische Shari'ah (in 12 noordelijke staten) en traditionele wet
Oman monarchie gebaseerd op Engels gewoonterecht en islamitisch recht
Qatar traditionele monarchie discretionair systeem van recht dat door de emir gecontroleerd wordt, hoewel burgerlijke wetten geïmplementeerd worden; de Shari'ah wet domineert familiale en persoonlijke zaken
Saudi-Arabië monarchie gebaseerd op de shari'ah, verschillende seculiere wetten werden geïntroduceerd; commerciële disputen worden door speciale commissies behandeld
Siërra Leone constitutionele democratie gebaseerd op Engels recht en inheems gewoonterecht van plaatselijke stammen
Somalië geen permanente nationale regering, in overgang, parlementaire federale regering geen nationaal systeem, Shari'ah (islamitische) en seculiere rechtbanken gebaseerd op Somalisch gewoonterecht (<i>xeer</i>) zijn op sommige plaatsen aanwezig
Soedan regering van nationale eenheid, nationale verkiezingen voorzien voor 2008-2009 gebaseerd op Engels recht en op Shari'ah recht. Vanaf 1991 werd Shari'ah in de noordelijke staten ingevoerd waar hij voor alle inwoners geldt ongeacht hun godsdienst; het zuidelijk rechtsstelsel is nog in ontwikkeling, de shari'ah zal er niet toegepast worden
Syrië republiek onder een autoritair, militair gedomineerd regime sedert maart 1963 gebaseerd op een combinatie van Frans en Ottomaans burgerlijk recht; religieus recht wordt gebruik in familierechtbanken
Tadzjikistan republiek gebaseerd op systeem van burgerlijk recht
Tanzania republiek gebaseerd op Engels gewoonterecht
Tunesië republiek gebaseerd op Frans systeem van burgerlijk recht en op Shari'ah wet
Turkije republikeinse parlementaire democratie systeem van burgerlijk recht afgeleid van diverse Europese continentale rechtssystemen
Turkmenistan republiek, autoritair presidentieel bestuur, met weinig macht buiten de uitvoerende macht gebaseerd op systeem van burgerlijk recht
Verenigde Arabische Emiraten federatie met specifieke machten die gedelegeerd worden aan de federale regering van de VAE en andere machten die gereserveerd zijn voor de leden emiraten federaal rechtssysteem ingevoerd in 1971; geldt voor alle emiraten behalve Dubai en Ra's al Khaymah die niet volledig geïntegreerd zijn in het federaal rechtssysteem; alle emiraten hebben seculiere rechtbanken voor strafrechtelijke, burgerlijke en commerciële aangelegenheden en islamitische rechtbanken voor familiale en religieuze disputen
Oezbekistan republiek, autoritair presidentieel bestuur, met weinig macht buiten de uitvoerende macht evolutie van Sovjet burgerlijk recht; heeft nog geen onafhankelijk rechtssysteem
Jemen republiek gebaseerd op islamitisch recht, Turks recht, Engels gewoonterecht en plaatselijk tribaal gewoonterecht

Bron The World Factbook, Central Intelligence Agency (CIA), USA,
update van 8 augustus 2006
https://www.cia.gov/cia/publications/factbook/print/ym.html


Wat men in het Westen een 'muslimland' noemt, is niets anders dan een land met een overwegend islamitische bevolking. Daaruit gevolgen trekken over de 'politieke islam' (die lang niet door alle muslims gesteund wordt) of over kortweg 'de islam', zou hetzelfde zijn als Amerika een christelijke staat noemen omdat een meerderheid van de bevolking christelijk is, en aan de handelingen van de Amerikaanse president, het militair optreden van het Amerikaans leger, de artikelen van de Amerikaanse Patriot Act, enz. gevolgtrekkingen vastknopen over 'het christendom'.

De bestuursvormen van landen met een overwegend islamitische bevolking, zijn net zo min een aspect van het koranisch model als de bestuursvorm van de VS ons iets leert over de Bijbel. De manier waarop muslimlanden bestuurd worden, zijn historisch gegroeide situaties, niet zelden ontstaan in de nasleep van westerse kolonisaties die diepe sporen nalieten op wetgeving en bestuursvorm. Men kan op deze historisch gegroeide praktijksituatie dan ook geen uitspraken baseren over de islam en zijn bestuursprincipes of wetgeving, laat staan over de verhouding tussen moskee en staat in de islamitische leer.

Willen we een antwoord op wat de islam ter zake voorschrijft, dan moeten we teruggaan naar de primaire bronnen van de islam. Zoals gesteld, wordt in de Koran geen specifiek staatkundig model voorgeschreven, er bestaat dus niet zoiets als 'de' islamitische staat. Het gegeven dat er geen kant- en klare bestuursvorm aangeleverd wordt door de Koran, leidde binnen de muslimgemeenschap dan ook tot politiek pluralisme. Immers, bij gebrek aan eenduidige bestuursvorm, vormden zich verschillende voorstellingen over hoe dat bestuur moet aangepakt worden en of en in welke mate dit door islamitische principes gestuurd moet worden. [3]. Deze bestuurlijke principes zullen in een aparte Koran Notitie verder besproken worden. Wat van belang is voor de voorliggende vraag over de verhouding tussen moskee en staat, is na te gaan hoe de islam zich verhoudt tot een theocratie.

2.2. Theocratie strijdig met de islam

In weerwil van de in het Westen overheersende misvatting dat de islam een theocratie voorschrijft, is islam, zoals hierna ten gronde gemotiveerd wordt, volkomen onverzoenbaar met een theocratie.

    2.2.1. Er is geen god dan God

    De islam is gebouwd rond het centrale geloofspunt dat er geen god is dan God.

    «Zeg: "Hij is God, als enige. God de bestendige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem gelijkwaardig."» (Koran 112:1-4)

    Dit vers sluit het christelijk concept uit van een 'mensgeworden' God - en in het verlengde daarvan ook een kerkinstituut. Het christendom omschrijft de figuur van Jezus als God én zoon van God. In de islam bestaat dit concept niet. Jezus is volgens de islam een profeet zoals alle andere profeten (waaronder bijvoorbeeld Abraham, David, Mozes, Mohamed, enz.) die allemaal door de islam erkend worden en in wiens boodschap muslims zonder onderscheid moeten geloven. In de islam is er enerzijds God, anderzijds zijn er de de mensen. Daar kan niets of niemand tussenin komen. De relatie tussen de mens en God is rechtstreeks. Op zich, is dit vers dus al voldoende om aan te tonen dat een theocratie uitgesloten is. Maar er zijn nog veel meer argumenten.

    2.2.2. Iedereen is een beheerder van Gods aards patrimonium

    Dat een leider of elitaire groep zich niet op gezag van God boven de andere mensen en boven de wet kan verheffen, heeft alles te maken met het koranisch concept van khalifa. Volgens de Koran immers is ieder mens gelijkelijk een khalifa:

    «Toen jouw Heer tot de engelen zei: "Ik ga op aarde een khalifa aanstellen"... » (Koran 2:30)

    Het Arabisch woord khalifa wordt op verschillende manieren vertaald. Yusuf Ali vertaalt het in het Engels als 'viceregent'. Professor Fred Leemhuis vertaalt khalifa als 'plaatsvervanger'. In religieuze teksten wordt khalifa vaak geduid als afgevaardigd beheerder, regent, afgevaardigde, bestuurder, enz. Dit concept is cruciaal om de relatie tussen geloof en staat in de islam te doorgronden.

    God heeft volgens de Koran ieder mens gelijkelijk en niet een of andere religieuze elite aangesteld als Zijn beheerder op aarde. Dit wil zeggen dat God het beheer van de aarde gedelegeerd heeft naar de mensen. Dit beheerschap strekt zich uit tot alles wat de aarde rijk is en houdt dus ook een verplichting op milieubehoud in.

    God delegeert het beheerschap bovendien vanuit de eerder vernoemde stelling dat niets of niemand aan Hem gelijkwaardig is. Beheerschap impliceert dus geen gelijkwaardigheid aan God. Dit betekent dat niemand zich kan opwerpen als onfeilbaar leider.

    Alle mensen zullen op oordeelsdag ook beoordeeld worden op hun beheerstaak. Om die taak tot een goed einde te kunnen brengen, gaf God in Zijn openbaringen aan de profeten aan op welke manier de mensen de aarde best kunnen beheren. Behalve een leidraad om het huidige leven zo goed mogelijk te kunnen doormaken, bevatten de openbaringen ook het criterium waartegen elk mens op oordeelsdag beoordeeld zal worden. Het criterium wordt door God vastgelegd en kan door geen mens veranderd worden. God schreef, om het zo te zeggen, de test uit. Hij gaf de doelstellingen aan en omschreef wat een goed en wat een fout resultaat op de test is. Daar kan geen mens iets aan veranderen. Wie dat toch zou doen, zou proberen zich in de plaats van God te stellen om de wezenlijke aard van de test zèlf (waaraan de hele mensheid onderworpen is) te veranderen.

    2.2.3. Godsdienstvrijheid en dus vrijheid van beheer

    Een test impliceert inderdaad vrijheid van kiezen. Een van de grootste en meest persisterende westerse misverstanden over de islam, is dat – naar analogie met ons verleden van christelijke regimes – in een volgens islamitische principes georganiseerde staat de inwoners gedwongen zouden worden zich te bekeren tot de islam. Het omgekeerde is het geval: de Koran – en bijgevolg ook de shari'ah – garandeert immers godsdienstvrijheid. [4]

    Vanuit de staatsleiding het geloof opleggen aan de burgers is bijgevolg uit den boze. Godsdienstvrijheid is in de Koran overigens niet zomaar een recht, het is de essentie van de islam zelf. Zonder godsdienstvrijheid, kan er van islam geen sprake zijn. Het hele zingevingsmodel van de islam is erop gebaseerd. De Koran stelt dat mensen geboren worden in een staat van harmonie, puur en vrij van zonde, met intellect en vrije wil en begiftigd met een onderscheid van goed en kwaad. Het leven is een test om te zien hoe mensen hun vrije wil zullen aanwenden. Zullen ze het goede kiezen? Of het kwade volgen? Dat zijn keuzes die men steeds weer moet maken, op elk moment van de dag en over allerhande terreinen. Op Oordeelsdag zal men zich voor deze keuzes moeten verantwoorden. Op die manier, plaveit men gedurende het leven zelf de weg naar het paradijs of de hel. Dit alles is volslagen onmogelijk als de mens niet over de vrijheid beschikt om zich bij het inrichten van het leven al dan niet door God te laten leiden. Zonder godsdienstvrijheid, is er geen Oordeelsdag, is er geen God, en is er van islam (d.w.z. overgave aan God) geen sprake. Elk inkrimpen, belemmeren of opheffen van godsdienstvrijheid houdt een negatie van God en bijgevolg het opheffen van de islam in. Het is immers God zelf die in de Koran de godsdienstvrijheid instelt:

    «In de godsdienst is er geen dwang.» (Koran, 2:256)

    Het is muslims dan ook formeel verboden anderen te dwingen zich te bekeren tot de islam. Ze moeten de mensen wel waarschuwen - d.w.z. zorgen dat mensen islam kennen en weten wat dat inhoudt zodat ze een geïnformeerde beslissing kunnen nemen over de manier waarop ze zich tot God willen verhouden. Maar mensen dwingen tot de islam, is verboden.

    «Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.» (Koran 88:22-23)

    Godsdienstvrijheid houdt bovendien niet enkel het recht in te geloven wat men wil. Het houdt ook het recht in dat niemand dan God over dat geloof een oordeel mag vellen. Immers, volgens de Koran kan enkel God in de harten van de mensen kijken, kan enkel Hij hun intenties kennen, en kan enkel Hij oordelen over geloof en ongeloof.

    «Het oordeel komt alleen God toe» (Koran 12:67) «Hij [God] maakt niemand deelgenoot van Zijn oordeel.» (Koran 18:26)

    In afwachting van dat Godsoordeel op de Laatste Dag, moeten alle mensen elkaar als gelijken beschouwen, ongeacht geloof, huidskleur, inkomen, opleiding, functie, of wat dan ook. [5] Trouwens, volgens de Koran is het God zelf die de religieuze diversiteit onder de mensen ingesteld heeft - en wat God gewild heeft, daar mag men niet tegen ingaan.

    «En als jouw Heer het had gewild, hadden wie er hier op de aarde zijn allen geloofd. Wil jij dan de mensen dwingen gelovigen te worden?»"(Koran 10:99)

    Bij de test van het leven is het uiteraard de bedoeling het goede te doen, en God legt in de Koran uit wat dat inhoudt. Maar geen mens is verplicht daarin mee te gaan. De mensheid is niet verplicht muslim te worden. Volgens de Koran zouden ze er wel bij varen als ze dat zouden doen, maar geen mens kan daartoe verplicht worden. Wie God wil negeren, is vrij dat te doen. Alleen zal men daar op oordeelsdag de prijs moeten voor betalen. Sommigen maken de bedenking dat de vrijheid toch niet volledig is vermits God de 'ongelovigen' straft. Wanneer men de Koran ten gronde bestudeert blijkt echter dat God niet zozeer het ongeloof straft, dan wel het gedrag dat men uit ongeloof stelt. Het verdrukken van anderen, het 'overtreden van de grenzen' (extremisme) e.d.m. druisen in tegen de bepalingen die door het geloof voorgeschreven worden, en worden dus met ongeloof geassocieerd. [6] Noteer ook dat de Koranverzen die hierover handelen, duidelijk maken dat het altijd God is die dergelijke straffen uitspreekt. Nergens verleent de Koran mensen de toestemming om anderen te straffen voor hun ongeloof - ze kunnen daar niet over oordelen. Bovendien wordt nergens gezegd dat niet-muslims per definitie ongelovigen zijn, noch wordt er gesteld dat muslims per definitie gelovigen zijn. Muslims die zich misdragen, kunnen in ongeloof vervallen en kunnen alsnog een wissel trekken op de hel. [7] Niet-muslims die op een andere manier dan via de islam in God geloven en goed handelen, kunnen alsnog naar het paradijs gaan. De Koran beveelt Joden en Christenen zelfs aan volgens hun eigen heilige boeken te leven [8] en zegt dat wanneer ze in God geloven en goede daden doen de test ook met succes kunnen doorstaan en op oordeelsdag niets te vrezen zullen hebben.

    «Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de Christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.» (Koran 2:62)

    Meer nog, de manier waarop men omgaat met de diversiteit aan godsdiensten vormt integraal onderdeel van de test. De Koran geeft aan dat de juiste manier om met die (door God zelf ingestelde) diversiteit aan godsdiensten om te gaan, erin bestaat zich niet het hoofd te breken over de verschillen, elkaar daarover ook niet te bestrijden, maar wel proberen elkaar te overtreffen in goede daden in afwachting van de oordeelsdag waarop God wel zal uitleggen hoe de vork in de steel zat.

    «... Voor ieder van jullie hebben Wij een norm en een weg bepaald. En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dus in goede daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie meedelen waarover jullie het oneens waren. » (Koran 5:48)

    Punt hier is dat geen enkele religieuze instantie een stelsel kan opleggen dat 'zonder meer' naar het paradijs zal leiden en waarbuiten mensen het 'foute' geloof hebben dat hen via de brandstapel naar de hel zal sturen. Om te beginnen is niemand aan God gelijk, dus kan men hoogstens Zijn openbaringen proberen begrijpen, maar weet alleen God 100% zeker wat Hij bedoelde. Bovendien verzekert God godsdienstvrijheid – daar kan dus geen mens tegen in gaan. Daarnaast, ligt het oordeel over geloof bij God en alleen bij God. En tenslotte wijst de Koran er op dat er verschillende wegen zijn om tot God te komen. De klemtoon ligt in de Koran niet op de dogmatiek, maar wel in het waarachtig handelen volgens het geloof (volgens welke weg ook) en het doen van het goede:

    «Vroomheid is niet dat jullie je gezicht naar het oosten en het westen wendt, maar vroom is wie gelooft in God, in de laatste dag, in de engelen, in het boek en in de profeten en wie zijn bezit, hoe lief hij dat ook heeft, geeft aan de verwanten, de wezen, de behoeftigen, aan hem die onderweg is, aan de bedelaars en voor de (vrijkoop van) de slaven, en wie de salaat [gebed] verricht en de zakaat [verplichte liefdadigheid] geeft en wie hun verbintenis nakomen en wie volhardend zijn in tegenspoed en rampspoed en ten tijde van strijd. Zij zijn het die oprecht zijn en dat zijn de godvrezenden.» (Koran 2:177)

    Geen enkele religieuze instantie kan mensen bijgevolg dwingen om muslim te worden of om de samenleving te organiseren volgens islamitische principes, laat staan dat zij mensen die een ander geloof aanhangen naar de brandstapel zou kunnen voeren.

    Alle mensen zijn aangesteld als kalief en zijn vrij te kiezen hoe ze zich tot God verhouden. Muslims hebben die keuze voor zichzelf uit gemaakt. Maar zelfs wat hun taak als khalief betreft, bestaat er onder muslimgeleerden geen eensgezindheid rond de vraag hoe die juist ingevuld moet worden en of muslims, als gelovigen, al dan niet moeten proberen een staat uit te bouwen volgens islamitische principes. Zelfs als ze dat al zouden willen doen, zal dat moeten gedragen worden door een ruime en aan unanimiteit grenzende meerderheidsbeslissing vermits dit gezien de centrale godsdienstvrijheid nooit kan opgelegd worden tegen de wil van de bevolking in. Wat er in zo'n staat met niet-muslims zou gebeuren, wordt verderop in deze tekst besproken in het hoofdstuk over de islamitische wet.

    2.2.4. Imam geen equivalent van christelijk priester

    Een ander aspect van het geloofsgegeven dat er geen god is dan God, dat iedereen kalief is, en dat godsdienstvrijheid door God zelf gegarandeerd wordt, is dat de islam geen priesterklasse en geen kerkinstituut kent die de enige juiste interpretatie van de leer kan opleggen aan de gelovigen. Imam is het Arabisch woord voor 'leider'. In een islamitisch-religieuze context wordt het woord imam gebruikt voor iemand die de groepsgebeden leidt. In de islam is een imam gewoon iemand uit de gemeenschap van gelovigen die door de mensen zelf verkozen wordt (en niet door een kerkinstituut aangesteld wordt) om hen voor te gaan in het groepsgebed omdat hij geacht wordt het meest af te weten van de Koran.

    « Abu Sa'eed al-Khudri zei dat de Profeet zei; "Als er drie mensen samen zijn, laat één van hen de anderen leiden in gebed, en diegene die het meest recht heeft om hen te leiden is diegene die meest kent van de Koran."» (Muslim)

    Elke gelovige kan als imam verkozen worden, men moet er geen speciale opleiding voor genoten hebben, men krijgt er geen 'imamwijding' voor, het is ook geen beroep op zich. In kleine gemeenschappen, staan gewoonlijk meerdere vrijwilligers in voor het behartigen van allerlei taken, zoals het uitvoeren van de rituelen rond geboorten, huwelijken en overlijdens, religieus onderricht, advies over morele vragen en zo meer.

    In grote gemeenschappen ligt het niet voor de hand te bepalen wie nu de meeste kennis heeft. In de praktijk vragen grote moskeegemeenschappen daarom dat een imam een universitair diploma in islamitische theologie kan voorleggen; in principe is dat echter geen vereiste om imam te zijn. De taken die in een kleine gemeenschap door vrijwilligers waargenomen worden, worden in grote gemeenschappen vaak gecentraliseerd door de imam die daarvoor bijgestaan wordt door een of meerdere assisterende imams.

    Imams vormen geen religieuze elite - het zijn gewoon gelovigen zoals de anderen. De Koran waarschuwt zelfs krachtig tegen het invoeren van een religieuze klasse omdat zij in de plaats kan komen van God:

    «Zij namen hun schriftgeleerden en monniken tot heren in plaats van God» (Koran 9:31)

    In de islam is geloof iets rechtstreeks tussen de mens en God. En vermits de islam vertrekt van het geloof dat er één unieke God is aan wie niets of niemand gelijkwaardig is, is het uitgesloten dat een religieuze instantie zich opwerpt als unieke plaatsvervanger van God op aarde. De islam kent geen sociaal klassensysteem. Alle mensen zijn voor God gelijk, behalve in godvrucht en goede daden maar daarover kan alleen God oordelen, zodat zelfs de muttaqûn - dat meest godvruchtigen - geen aparte klasse vormen in de samenleving omdat alleen God weet wie dat zijn. Er is dus geen aparte klasse van geestelijken. Enerzijds is er God, anderzijds zijn er alle mensen die op aarde elkaars gelijken zijn. Het feit dat er geen klerikale klasse is in de islam, maakt dat een theocratie in de islam volslagen onmogelijk is. Er is geen clerus die in de naam van God wetten kan opleggen of zichzelf boven de wet kan verheffen vanuit een soort door God gelegitimeerde onfeilbaarheid.

    Dat niemand aan God gelijk is, en dat niemand kan beweren 'godvruchtiger' te zijn dan een ander (dat oordeel komt enkel aan God toe), betekent meteen dat niemand kan beweren met zekerheid te weten wat God precies bedoeld heeft. Er is in de islam dan ook geen paus en geen religieuze elite die 'de enige juiste interpretatie van de Koran' kan opleggen. Interpretatie van de Koran is per definitie iets pluriform. [9]

    2.2.5. Politieke leiders aangesteld door de mensen, niet door God

    Hoewel elk mens kalief (afgevaardigd beheerder) is en daarvoor individueel verantwoordelijkheid draagt, moeten mensen zich uiteraard organiseren. En het is de taak en de verantwoordelijkheid van de mensen om dat zo goed mogelijk te doen met het oog op het tot stand brengen van een rechtvaardige samenleving. Maar de implicatie van het geloofspunt dat er geen god is dan God en van hetgeen tot dusver geargumenteerd werd, is dat geen enkele leider zich kan beroepen op een aanstelling door God. De laatste mens die zich op gezag van God kon legitimeren, was profeet Mohamed. Hij is volgens de islam de laatste in een lange rij van profeten (waaronder Abraham, Mozes, David, enz.) die allen in essentie hetzelfde geloof in dezelfde Ene God verkondigden. De Koran stelt hierover:

    « "Heden heb ik jullie godsdienst voor jullie voltooid...» (Koran 5;3)

    Ook profeet Mohamed heeft het hierover in zijn afscheidsrede:

    « "O Mensen! Geen Profeet of Apostel zal na mij komen... »

    Dit betekent dat wie zichzelf na profeet Mohammed beroept op een profetische relatie met God, zichzelf meteen buiten het islamitisch gebeuren plaatst (waar hij zijn geloof weliswaar onder een andere naam dan islam vrij kan beleven, hij kan alleen niet beweren én muslim én profeet te zijn). Na profeet Mohamed, kan dus niemand nog beweren op gezag van God aangesteld te zijn.

    Betekenisvol in dit verband is dat profeet Mohamed op zijn sterfbed weigerde een opvolger aan te duiden, niettegenstaande zijn volgelingen hem daar bij herhaling om smeekten. Door de weigering een opvolger aan te stellen, dwong de profeet de mensen zelf een leider te kiezen en werd de autoriteit voor het aanstellen van een leider bij de hele gemeenschap gelegd. Hierdoor, ontstaat een burgerschapscontract, een sociaal contract tussen burger en staat. En het is hierin dat het antwoord ligt op de vraag wie men loyauteit verschuldigd is, God of de staat. Het maakt niet uit hoe dit contract tot stand komt. Het burgerschapcontract ontstaat wanneer men staatsburger is of wordt van een land, wanneer men een eed van trouw aflegt aan de grondwet en de vorst, zelfs wanneer men een visum aanvaardt voor een land, enz. Verderop in de tekst zullen implicaties van dit sociaal contract voor de verhouding tussen moskee en staat besproken worden.

    2.2.6. Leiders moeten zich verantwoorden tegenover God én tegenover de mensen

    Net zoals ieder mens, zal een leider zich op oordeelsdag tegenover God moeten verantwoorden. De leider is echter ook rekenschap verschuldigd tegenover de mensen die hem aanstelden en hem zijn legitimiteit schonken. Gaat hij in de fout of schendt hij het mandaat dat de mensen hem gaven dan kunnen mensen hem tot de orde roepen en zelfs afzetten. Wanneer hij mensen zou onderdrukken, zijn muslims zelfs verplicht hem te bestrijden. Kalief Abu Bakr raakte dit onderwerp aan in zijn inaugurele rede:

    «Werk met mij samen als ik juist ben, maar corrigeer mij als ik een fout bega.»

    In de islam kan de grootste armoezaaier de hoogste leider tot de orde roepen. Ibn Majah en Tabrani vermelden dat een boze Bedoeïen bij de profeet kwam en eiste dat de profeet een schuld zou aflossen die de profeet bij hem opgelopen had. Geschokt door zijn ruwe manier van doen, wezen de gezellen van de profeet de man terecht : "Weet je wel tegen wie je het hebt?" De Bedoeïen antwoordde: "Ik vraag toch gewoon waar ik recht op heb!" Tot ieders verbazing, wees de profeet zijn gezellen onmiddellijk terecht met de woorden: "Waarom kiezen jullie niet de kant van de benadeelde partij?". De profeet deed het nodige om de schuld af te lossen, vervoegde zijn gezellen, en merkte op:

    «Het is inderdaad een gezegende gemeenschap waarin de zwakken en armen hun rechten kunnen opeisen zonder schrik te moeten hebben voor represailles.» [10]

    Daarmee wou de profeet een voorbeeld stellen en de mensen duidelijk maken dat rechtvaardigheid primeert en dat protesteren tegen een leider die onrechtvaardig handelt tot de fundamentele rechten van de mens behoort.

    «De Heilige Profeet zei: "De grootste jihad is het spreken van het woord van waarheid tegen een tiran".» (Mishkat, Book of Rulership and Judgment, hoofdstuk 1, sectie 2)

    Iedereen is voor de wet gelijk, ook de leiders. Een theocratie waarin leiders zich legitimeren door een aanstelling door God en zich boven de wet verheffen zodat oppositie tegen hen onmogelijk wordt, is dan ook uitgesloten in de islam. Ten tijde van de kaliefen konden mensen via de rechtbank klacht neerleggen tegen de kalief, die dan voor de qadi (rechter) moest verschijnen om zich te verantwoorden voor de klacht. Als de kalief klachten had tegen een burger, kon hij evenmin iets ondernemen zonder de zaak eerst naar de rechtbank te verwijzen.

    2.2.7. Staatsleiding noodzakelijkerwijze gescheiden van religieuze leiding

    In de Islam wordt voor staatsvorming wel eens inspiratie gezocht bij de periode van de vier Kaliefen, de eerste leiders na profeet Mohamed. Welnu, de kaliefen noemden zichzelf "Emir 'ul Muminin", 'leider van de gelovigen', en niet 'afgevaardigde van God' of 'plaatsvervanger van God' (iedereen is immers khaliefa of plaatsvervanger van God, in de zin van afgevaardigd beheerder, dus zou die titel voor een leider geen enkele zin hebben want het leiderschap van die persoon op geen enkele manier onderscheiden of legitimeren).

    Hoewel zij de muslimgemeenschap leidden, lieten de kaliefen de geloofszaken zoals interpretatie van Koran en Sunnah over aan de oelema (schriftgeleerden). Zelfs de periode van het kalifaat was dus geen theocratie zoals dat in het Westen begrepen wordt, geen model met aan het hoofd een pausachtige leider die tegelijk hoofd is van kerk en staat, waarbij het geloof vanuit de staat opgelegd wordt en waarbij de staatsleiding in handen is van een religieuze elite. Er bestaat in de islam overigens zoals gezegd geen religieuze elite. De kalief hield zich bezig met het beheren en behartigen van de belangen van de hele gemeenschap en liet de interpretatie en invulling van het geloof over aan de religieuzen. Ömer Çaha besluit daaruit dat "het daarom niet verkeerd zou zijn te stellen dat het stelsel van het kalifaat een seculier karakter had". [11]

    De staatsleiding staat dus altijd los van de religieuze leiding, beide zijn door de mensen verkozen en de Koran schrijft muslims voor beiden, zowel God (en Mohamed) als de wereldlijke gezagsdragers, te gehoorzamen.

    «Jullie die geloven! Gehoorzaamt God en gehoorzaamt de gezant en de gezagsdragers uit jullie midden(...) » (Koran 4:59)

    Wat hier staat is dat men God moet volgen én dat men ook de staatsleiding (die men zelf aanstelt en legitimeert en die geen religieus statuut heeft) moet volgen. Wanneer men een staatsleider aanstelt met het doel voor ogen van het oprichten van een rechtvaardige samenleving, kàn er in principe geen tegenstelling ontstaan tussen gehoorzaamheid aan God en gehoorzaamheid aan de leiders en bestuurders. Daarover straks meer, bij de bespreking van het burgerschapscontract.

    Dat het bestuur van een volgens islamitische principes georganiseerde staat noodzakelijkerwijze los staat van de religieuze leiding, wil niet noodzakelijk zeggen dat de staat in zijn geheel seculier is. Men zou er kunnen voor kiezen de shari'ah in te voeren. Of en in welke mate dat wenselijk is, wordt hierna behandeld. Maar zelfs bij een volledige invoering van de shari'ah, zal de moskee grotendeels los van de staat opereren én zal godsdienstvrijheid gelden vermits deze door de Koran gegarandeerd wordt.

    Noteer in dit verband nog dat Iran dat in de ogen van het Westen een theocratie is, zichzelf geen theocratie noemt, maar een theocratische republiek - geen onbelangrijke nuance die weergeeft dat de leiding door de mensen moet gekozen en gelegitimeerd worden, en aan God én de bevolking rekenschap verschuldigd is. Het CIA Word Factbook omschrijft de grondwet van Iran trouwens als een codificatie van islamitische principes van besturen, wat, geheel correct, weergeeft dat er niet zoiets bestaat als 'de islamitische bestuursvorm' maar alleen islamitische principes die door mensen op een of andere manier gecodificeerd worden. De Iraanse aanpak is dus niet meer en niet anders dan dat: een Iraanse codificatie ervan. Ook daarop wordt straks verder ingegaan in de bespreking van de islamitische wet.

    Nog interessant over Iran is dat luidens een artikel in The Gulf News de groep rond president Ahmadinejad stappen zet om haar kandidaat verkozen te krijgen tot nieuwe Supreme Guide. Betekenisvol is dat deze kandidaat van mening is dat de mullahs niet rechtstreeks mogen tussenkomen in het bestuur van een land. [12]

    Op de vraag of Iran nu een 'islamitische staat' is, zoals in het Westen maar al te vaak wordt beweerd, blijft het antwoord echter dat Iran - net als om het even welk ander muslimland - niet de belichaming kan zijn van iets wat conceptueel niet bestaat in de Koran. De westerse houding om dergelijke landen te aanzien als 'de' concretisatie van islamitische staatsvorming, is niet correct.
     


3. De islamitische wet: wetten van God of wetten van de mensen?

In het licht van de te beantwoorden vraag aan wie een muslim trouw en loyauteit verschuldigd is, God of de staat, moet naast de bestuursvorm ook de shar'iah - de islamitische wet - bekeken worden, alsook de plaats ervan in het bestuurlijk systeem.

De shari'ah is het geheel van de islamitische regelgeving en behandelt de relaties tussen de mens en zijn omgeving (andere mensen, dieren, milieu, enz.) en tussen de mens en God. De shari'ah bevat dus de regelgeving inzake erfrecht, familierecht, eigendomsrecht, milieurecht, enz. alsook bepalingen inzake religieuze verering en rituelen, gebed, liefdadigheid, enz.

Het doel van de shari'ah kan omschreven worden als het maximaliseren van het menselijk en maatschappelijk potentieel, steeds in het licht van het tot stand brengen van een rechtvaardige samenleving. [13]

De shari'ah is gebaseerd op volgende vier rechtsbronnen:

  • Koran (openbaringen van God aan profeet Mohamed – bevat slechts weinig expliciete rechtsregels)
  • Sunnah (het geheel van uitspraken en handelingen van profeet Mohamed)
  • qiyas (besluitvorming door analogie, waarbij nieuwe gevallen gereguleerd worden op grond van regelgeving over bekende gevallen)
  • ijmaa (consensus van opinie van alle gelovigen bij monde van de islamgeleerden van de ummah)

Er dringen zich meteen een aantal bedenkingen op:

  1. Uit de bronnen van de shari'ah blijkt dat de shari'ah niet alleen gebaseerd is op een goddelijke dimensie, maar ook op menselijk redeneren.

  2. De islamitische wet werd niet in gecodificeerde vorm geopenbaard. De Koran is geen wetboek maar een geheel aan richtlijnen op basis waarvan, samen met de andere rechtsbronnen, de shari'ah gevormd wordt.

  3. De term "shari'ah" wordt gebruikt zowel voor de islamitische wetgeving in theoretische en conceptuele zin, als voor de codificatie ervan in de staatswetgeving van sommige landen. Wat die tweede betekenis betreft, wijst Arif Maftuhin erop dat elke codificatie van de shari'ah in een staatkundige wet een menselijke ingreep vereist die de aard van de zaak zelf verandert. Bij invoering van de aldus gecodificeerde shari'ah, zo besluit hij, gaat men dus niet de staat islamiseren, maar seculariseert men de islamitische wet. [14]

  4. Landen die men in het Westen 'muslimlanden' noemt, zijn niets anders dan landen met een overwegend islamitische bevolking. In weerwil van wat in het westen verkeerdelijk gedacht wordt, gelden daar geen theocratieën (strijdig met de islamitische leer), zijn deze staten niet de weergave van het 'islamitisch staatsmodel' (dat bestaat niet), en geldt in het gros van deze staten niet de shari'ah maar een samenraapsel van koloniale wetten, burgerrecht, Engels gewoonterecht, plaatselijke gebruiken, enz., soms in mindere of meerdere mate aangevuld met een codificatie van de shari'ah waarvan rol, omvang, toepassingsgebieden en belang verschillen van staat tot staat.

  5. Is een islamitische staat dan geen staat waar de shari'ah geldt? Het zou kunnen maar het is niet noodzakelijk. Een islamitische staat is een staat die het islamitisch maatschappelijk doel van een rechtvaardige samenleving realiseert. Vermits, en net zoals, er geen eensgezindheid bestaat over de noodzakelijkheid van het uitbouwen van 'een' islamitische staat, bestaat er in de islam geen eensgezindheid over de mate waarin de shari'ah moet ingevoerd worden om het maatschappelijk doel van een rechtvaardige samenleving te bereiken. Sommigen willen de shari'ah voluit invoeren, anderen beperken de shari'ah tot persoons- en familiezaken (die alleen van toepassing is voor muslims – niet-muslims krijgen hun eigen rechtbanken voor persoons- en familierecht); nog anderen stellen dat het volstaat de wetten af te toetsen aan de islam en geen wetten aan te nemen die radicaal botsen met de islam, terwijl seculiere muslims ten slotte zeggen dat de shari'ah een zaak van geloof is die buiten het bestuur en de wetgeving gehouden moet worden.

  6. Er moet opgemerkt worden dat gezien de godsdienstvrijheid, de shari'ah nooit tegen de wil van de bevolking in kan opgelegd worden. De mensen zouden met een aan unanimiteit grenzende meerderheid moeten kiezen voor de invoering van de shar'iah. En zelfs als dat zou gebeuren, zou de godsdienstvrijheid door de shari'ah zelf gegarandeerd worden zodat ook dan nooit iemand gedwongen zou kunnen worden zich te bekeren tot de islam.

  7. Wanneer de shari'ah ingevoerd wordt, worden hoogstens de zaken van algemeen belang zoals defensie, milieubeheer, enz. gereguleerd vanuit de shari'ah, maar wordt het recht voor familiale en persoonlijke aangelegenheden (zoals huwelijk, erfenissen, echtscheidingen, enz.) opgesplitst in een islamitische rechtbank voor muslims, en een burgerlijke (of eigen religieuze) rechtbank voor niet-muslims. Met andere woorden: in een dergelijke staat krijgen de verschillende religies maximale autonomie, tot en met het zelf regelen van hun familierecht en persoonlijk recht. Van rechtswege, moet de overheid bovendien de rechten van niet-muslimminderheden behartigen en verdedigen en moeten niet-muslim inwoners beschermd worden tegen aanvallen van buiten de staat. [15]
     

4. Burgerschap en trouw aan de staat

4.1. Burgerschap, een sociaal contract tussen overheid en burger

Tot dusver werd geargumenteerd dat een theocratie strijdig is met de islam. Muslims geloven in God, maar dit kan niet vertaald worden in een theocratisch bestuur. Er zal dus, afhankelijk van de bestuursvorm, altijd in mindere of meerdere mate een scheiding zijn tussen geloof en bestuur. Maar wat gebeurt er dan als muslims voor de keuze geplaatst worden: God of de staat? Eerder in de tekst werd reeds gesteld dat wanneer het leidmotief van de overheid erin bestaat een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen, er zich in de regel geen tegenstellingen tussen geloof en staat zullen voordoen. Dit alles wordt nu verder uitgewerkt.

Wonen in om het even welke staat, houdt een impliciet of expliciet contract in tussen burger en overheid. Dit contract kan op verschillende manieren tot stand komen zoals bijvoorbeeld door het aanvaarden van het staatsburgerschap (nationaliteit), door het afleggen van een eed van trouw aan het staatshoofd of aan de grondwet, of zelfs door het eenvoudige feit dat men een visum of verblijfsvergunning aanvaardt. Op dat moment, ontstaat een (impliciete of expliciete) overeenkomst tussen de burger en de overheid.

De blauwdruk van dit burgerschapsakkoord is aanwezig in het Charter van Medina, waarin Profeet Mohamed de modaliteiten van de verhoudingen tussen burgers en overheid definieerde. Het eerste artikel van dit charter, omschrijft een religieus diverse gemeenschap die bestond uit muslims én uit niet-islamitische stammen (waaronder Joden), als één "ummah", één gemeenschap. De eerste islamitische gemeenschap was dus een multiculturele gemeenschap. Het charter verzekerde de inwoners onder meer godsdienstvrijheid en veiligheid van leven en bezit. Daartegenover stonden een aantal plichten van de burgers zoals het helpen verdedigen van de gemeenschap tegen aanvallen van buitenaf en het uitbouwen van een rechtvaardige samenleving. Dat laatste werd onder meer nagestreefd door de stipulatie dat de verschillende stammen elkaar moesten raadplegen in geval van onderlinge geschillen (dit is anders gezegd een grondwettelijke methode voor conflictoplossing). Er werd ook een verbod opgenomen elkaar (en dus de gemeenschap) schade toe te brengen, samen met een verplichting de benadeelde partij te helpen wanneer dit verbod geschonden zou worden. Het door Profeet Mohamed opgestelde charter van Medina (622 westerse jaartelling) vormde daarmee de eerste geschreven, gecodificeerde grondwet uit de menselijke geschiedenis - ettelijke eeuwen voor de Britse Magna Charta uit de 13de eeuw.

De notie van burgerschap en sociaal contract tussen overheid en burgers is dus aanwezig van in de prille muslimgemeenschap, en is een concept dat gebaseerd is op een verbintenis, een overeenkomst tussen twee partijen. De opmerkingen van sommige westerse politici dat muslims in onze samenlevingen moeten leren dat burgers rechten én plichten hebben, zijn dan ook niet alleen ontzettend denigrerend, maar getuigen bovendien van een totaal gebrek aan inzicht in de islam.

De shari'ah erkent een dergelijke overeenkomst en eist, net zoals van elke andere overeenkomst, de naleving ervan. Het belang van het zich houden aan een overeenkomst kan vanuit islamitisch perspectief overigens niet overschat worden. Muslims zullen zich luidens de Koran op oordeelsdag immers moeten verantwoorden over de overeenkomsten die zij afsloten:

«En komt de verbintenis na. Over de verbintenis wordt verantwoording afgelegd.» (Koran 5:1)

Zoals steeds, bewandelen Koran een Sunnah een dubbele weg waarbij het wenselijke gedrag (naleven van de overeenkomst) aangemoedigd wordt en het onwenselijke gedrag (verbreken van de overeenkomst) ontmoedigd of bestraft wordt. Voor muslims die zich aan hun overeenkomsten houden, ligt een plaats in het paradijs binnen bereik:

« De profeet zei: "als je mij van jouw kant zes dingen garandeert, zal ik je het paradijs verzekeren. Spreek de waarheid, hou je aan een belofte die je maakt, wanneer iets jou toevertrouwd wordt, volbreng dan je plicht, vermijd seksuele immoraliteit, sla je ogen neer en weerhou je handen ervan onrecht te begaan"» (Al Tirmidhi)

Diegenen echter die hun woord breken, moeten niet meer op Gods liefde rekenen:

«God bemint de verraders niet» (Koran 8:58)

Zij worden beschouwd als verraders, als hypocrieten.

«Sayyiduna Abu Hurayra vertelt dat de Boodschapper van God zei: "Drie tekenen wijzen op een hypocriet: wanneer hij spreekt, liegt hij, wanneer hij een belofte maakt, breekt hij ze en wanneer hem vertrouwen geschonken wordt, beschaamt hij dat vertrouwen." » (Bukhari)
«Sayyiduna Abd Allah ibn Amr meldt dat de Boodschapper van God zei: "Wanneer volgende vier kenmerken in een persoon aangetroffen worden, dan is hij een complete hypocriet (munafiq), en wanneer een persoon één van deze kenmerken heeft, zal hij een portie nifaq (hypocrisie) hebben: wanneer hem vertrouwen geschonken wordt, beschaamt hij het, wanneer hij spreekt, liegt hij, wanneer hij een overeenkomst sluit maakt hij zich schuldig aan verraad en ontrouw, en wanneer hij redetwist is hij ruw in de mond. » (Bukhari)

"Hypocriet" is een term die in de Koran voorbehouden wordt voor muslims-in-naam, mensen die beweren muslim te zijn maar er zich niet naar gedragen. Zij worden als een van de grootste bedreigingen aanzien voor de islam, omdat zij het geloof en de stabiliteit van de geloofsgemeenschap ondermijnen. Daarom wordt hen de diepste put van de hel toegezegd, erger nog dan de plaats waar de ongelovigen zullen terechtkomen.

«"De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij zal voor hen geen helper vinden.» (Koran 4:145)

Het breken van een woord (en dus van een overeenkomst), wat als hypocrisie gekwalificeerd wordt, is bijgevolg vanuit islamitisch-religieus oogmerk een zwaar vergrijp. Het maakt niet uit met wie men deze overeenkomst aangegaan is – met een andere muslim of met een niet-muslim, met vriend of vijand, met een individu, een organisatie of een overheid, enz.

Vermits burgerschap een sociaal contract is tussen burger en overheid, betekent dit dat muslims als burgers van om het even welke staat (muslim of niet-muslim) verplicht zijn de wetten van het land waarin zij zich bevinden te gehoorzamen én mee te bouwen aan de samenleving, de samenleving helpen beschermen, enz.

Dat dit niet alleen geldt voor muslims die in een muslimstaat wonen (wat dat ook mag zijn), maar ook voor muslims die in een niet-muslim staat wonen, werd in verschillende fatwa's (religieuze opinies) in herinnering gebracht. Zo riepen de Canadese muslimleiders onlangs nog op de fatwa van grootayatollah Ali As-Sistani, de hoogste religieuze leider van de Shi'ieten, te volgen, waarin hij stelt dat muslims de wetten van het land waarin ze zich bevinden, moeten gehoorzamen. [16]

Deze verplichting om een overeenkomst trouw te blijven is zeer verregaand en houdt in dat muslims de wetten moeten gehoorzamen, ook wanneer de wetten zaken voorschrijven die niet direct in overeenstemming zijn met de islam. Dit werd treffend geïllustreerd tijdens het heetst van de hoofddoekenkwestie in Frankrijk. Al-Azhar Shaikh Tantawi, een van de toonaangevende leiders van de Soennitische islam, stelde toen dat de Franse muslimas het verbod op de hoofddoek moeten naleven. Hij verduidelijkte dat muslimas dit verbod kunnen naleven zonder te zondigen tegen de islam omdat zij kunnen inroepen 'onder dwang' te moeten handelen. Hij liet verder optekenen dat Frankrijk het recht had een dergelijke wet uit te vaardigen en stelde dat een muslimstaat zich niet mag bemoeien met de interne wetgeving van een niet-muslimstaat, hoewel hij ook opmerkte dat geen enkele staat het recht heeft de godsdienstvrijheid te schenden. [17]

4.2. Gewetenskwesties

Dat de wetten in een land afwijken van de islamitische voorschriften, is op zich dus geen voldoende reden om de wet niet na te leven. De Koran maakt dit mogelijk door te stellen dat geen enkele regel 'mordicus' moet toegepast worden. Zo stelt de Koran dat wanneer muslims geconfronteerd worden met een situatie waarin ze moeten kiezen tussen verhongeren of niet-toegestaan voedsel eten (wat op zich zondig is), ze toch het verboden voedsel mogen eten als ze niet de intentie hebben tot zondigen.

«Verboden is voor jullie wat vanzelf is doodgedaan, bloed, varkenvlees, ... (...). Maar als iemand door honger gedwongen wordt zonder tot zonde geneigd te zijn, dan is God vergevend en barmhartig.» (Koran 5:3)

Op zo een moment treden diverse regels in werking, zoals een regel die stelt dat nood de wet versoepelt, alsook de regel die stelt dat men moet kiezen voor het minste kwaad. Hieruit blijkt eens te meer dat de Koran vooral een morele leidraad is die mensen moet in staat stellen in alle omstandigheden het best mogelijke (of het minst slechte) te doen, eerder dan een onelastische, dogmatische set regels.

Cruciaal in heel deze opbouw, is de intentie van de persoon in kwestie. Het gaat met andere woorden om een gewetensbevraging, die zich bij muslims afspeelt in de unieke relatie tussen elk individu en God. Op die manier, kan een muslim in staat zijn een wet na te leven die ingaat tegen de islam, zonder te moeten zondigen (hij kan onder dwang staan, het minste kwaad van twee alternatieven moeten kiezen, enz.) en zonder in gewetensnood te komen.

In de mate echter dat een staat een rechtvaardige samenleving nastreeft, is het onwaarschijnlijk dat zich een zwaar gewetensprobleem voordoet. Het geweten van een muslim is een afspiegeling van de normen en waarden van de islam. Deze normen en waarden sluiten nauw aan bij de westerse normen en waarden [18], net zoals de door de Koran gegarandeerde mensenrechten nauw aansluiten bij de door het Westen geformuleerde mensenrechten. [19]. Beiden garanderen bijvoorbeeld de veiligheid van leven en bezit, alsook het vrij beoefenen van de godsdienst. Wanneer muslims hun godsdienst vrij kunnen beleven, zullen zij zich in principe de vijf pijlers van hun geloof kunnen houden zonder dat zich botsingen voordoen met de staat, of dat nu een westerse staat of een volgens islamitische principes georganiseerde staat is.

Wanneer deze mensenrechten niet erkend worden, is dat trouwens nog altijd geen reden om de wet te overtreden. Op dat moment, zullen muslims net zoals alle andere burgers zich via wettelijke weg kunnen verzetten tegen een van staatswege overtreden van de mensenrechten, eventueel in een supranationaal gerechtshof. Er zou zich pas een probleem stellen op het moment dat godsdienst- en dus gewetensvrijheid afgeschaft wordt - maar dan stelt zich niet alleen voor muslims, maar voor alle andere - gelovige en niet-gelovige - inwoners een probleem in de relatie tussen burger en overheid.

4.3. Recht op non-coöperatie met het onwettige

Niettegenstaande muslims dus in de regel de wet moeten gehoorzamen, is de gehoorzaamheid aan de wet evenwel nooit absoluut. Dit zou immers vanuit theologisch oogmerk betekenen dat de overheid alsnog de plaats van God inneemt (en dus in zekere zin een theocratische allure krijgt) - enkel God is men absolute gehoorzaamheid verschuldigd. Men kan echter niet naar willekeur de overheid ongehoorzaam zijn omdat de islam muslims verplicht de overheid getrouw te zijn, behalve in het onwettige.

Dat gehoorzaamheid enkel geëist kan worden in het wettige, is ook zo in het westers model. Een voorbeeld hiervan zijn de principes van Neurenberg, die een soldaat verbieden een immoreel order uit te voeren. Volgt hij toch zo'n bevel, dan begaat hij een oorlogsmisdaad. Het vierde Neurenberg principe stelt:

«Het feit dat een persoon gevolg gaf aan een bevel van zijn overheid of een bovengeplaatste, ontheft hem niet van zijn aansprakelijkheid naar internationaal recht, mits een morele keuze voor hem in feite mogelijk was.» [21]

Op het moment dat een overste iets opdraagt dat ingaat tegen het wettige, moet de soldaat weigeren. De islam kent exact hetzelfde principe.

In de hadithverzameling van Abu Dawud wordt een voorval vermeld waarin uit de groep een militaire leider aangesteld werd. De profeet gaf de muslims de instructie mee hun militaire leider te gehoorzamen. Op hun militaire expeditie hadden de soldaten hun militaire bevelhebber om een niet nader genoemde reden op stang gejaagd. De bevelhebber gaf hen daarop de opdracht een groot vuur te bouwen. Van zodra ze daarmee klaar waren, beval hij zijn soldaten in dat vuur te springen. Een andere variant van die hadith specificeert dat de bevelhebber naderhand zei dat hij dit als grap bedoeld had. Hoe dan ook, hij gaf zijn soldaten bevel in het vuur te springen. Zijn soldaten aarzelden, waarop de bevelhebber zei: "Heeft de profeet jullie niet opgedragen mij te gehoorzamen?". De soldaten antwoordden echter: "We hebben bij de profeet bescherming gevonden tegen het Hellevuur", en weigerden in het vuur te springen. Wanneer dit voorval later aan de profeet verteld werd, zei hij: "Als de soldaten dit bevel gevolgd zouden hebben en in het vuur zouden gestapt zijn, zouden ze er nooit meer uitgekomen zijn (d.w.z. ze zouden in de hel gebleven zijn). Gehoorzaamheid is enkel vereist in het goede en rechtvaardige." [21]. Of om het met de eerder geciteerde woorden van Kalief Abu Bakr te zeggen:

«Werk met mij samen als ik juist ben, maar corrigeer mij als ik een fout bega.»

Er werd reeds eerder in de tekst gesteld dat in de islam de grootste armoezaaier een leider tot de orde kan roepen als de leider iets onwettig doet en dat zelfs de hoogste leiders rekenschap verschuldigd zijn een de mensen en niet boven de wet staan. Protesteren tegen een onrechtvaardige leider, en het recht op non-coöperatie met een leider die het onwettige beveelt, maken deel uit van de fundamentele rechten van de mens volgens de islam. [22] Echter, enkel indien geen wettelijke wegen mogelijk zijn om een onwettig order van een overheid te bestrijden, behoort ongehoorzaamheid aan een onwettig handelende overheid tot de mogelijkheden.
 


5. Kerk en Staat in het Westen

Deze Koran Notitie zou onvolledig zijn zonder een snelle blik te werpen op de stand van scheiding tussen kerk en staat in het Westen. En dit leidt tot de vaststelling dat in het Westen de scheiding van kerk en staat op vele plaatsen lang niet zo volledig is als algemeen gedacht wordt. In de Europese Unie woedt al jaren een machtsstrijd om 'God' in de Europese grondwet te vermelden en Europa te verankeren in het christendom. We kunnen ook niet voorbij gaan aan het gegeven dat in een aantal westerse landen christendemocraten deel uitmaken van de regeerploeg. Het gaat hierbij om politieke partijen die hun politiek programma, hun maatschappijproject, uitdrukkelijk invullen vanuit hun eigen religieuze kijk op de zaken en die via parlement en regeringsdeelname, wetgevende en bestuurlijke macht bekleden.

In Groot-Brittannië is het staatshoofd zelfs hoofd van de Anglicaanse kerk. Ook de paus is, in zijn Vaticaan, hoofd van kerk en staat, en de christelijke kardinalen hebben nog altijd de diplomatieke status van 'prins van de Apostolische stoel'. Zij worden door het diplomatieke protocol beschouwd als prinsen (d.w.z. mogelijke troonopvolgers) waar zijn een plaats bekleden direct na de zonen van een koning. [23,24]

In de meeste Amerikaanse 'public schools' leggen kinderen de eed van trouw aan het vaderland af, een eed waarin de woorden 'One nation under God' voorkomen. En op Amerikaanse muntstukken staat sedert 1955 de vermelding 'In God We Trust'.

Nog in de VS sluit president Bush zijn politieke toespraken af met "God bless America", wat bezwaarlijk een toonbeeld van seculariteit genoemd kan worden. Meer nog, President Bush, een overtuigd born-again christen, staat naar eigen zeggen in rechtstreeks contact met God. De Israëlische krant Ha'aretz meldde bijvoorbeeld in 2003 dat president Bush volgens de Palestijnse premier Abbas zei dat God hem opdracht gaf Al Qaida aan te vallen, Saddam Hussein aan te vallen, en de problematiek in het Midden Oosten op te lossen. [25]. Ook de Britse The Guardian maakte in in oktober van 2005 melding van de goddelijke inspiratie van President Bush en verwees daarvoor onder meer naar een boek uit 2003, The Faith of George W Bush, van de hand van religieus auteur Stephen Mansfield. In dit boek wordt onder meer een anekdote aangehaald waaruit moet blijken dat George Bush zijn presidentschap als een roeping door God beschouwt omdat hij meent dat zijn land iets te wachten staat. [26] Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zich omringt met gelijkgezinden en dat een aantal invloedrijke figuren uit zijn onmiddellijke omgeving christelijke fundamentalisten zijn die van de VS een christelijke theocratie willen maken. [27] Het is trouwens van deze groep dat de term fundamentalisme oorspronkelijk vandaan komt, en niet van de islam. Ze noemen zichzelf sedert het eind van de 19e eeuw 'fundamentalist' omdat ze wat zij beschouwen als de 'fundamenten van het christendom' (letterlijke interpretatie van de Bijbel, enz.) menen te moeten verdedigen tegen liberale aanslagen erop. [28] Een invloedrijk segment van deze fundamentalisten gelooft dat de wereld afstevent op een formidabele botsing tussen het christendom en de islam. Messiaanse verwachtingen spelen in deze visie een centrale rol, en de Bijbel wordt gebruikt om te voorspellen wie er in deze botsing vriend en vijand zal zijn. Geïnteresseerden kunnen een kijkje nemen op de webstek van 'Jack Van Impe Ministeries' [link opent in een nieuw venster] waarop een Middle East Invasion Map and Legend op grond van Bijbelse voorspellingen geraadpleegd kan worden. Deze apocalypspredikant beweert dat het Witte Huis hem in 2003 raadpleegde om te weten wat de wereld precies te wachten staat. [29] Vele christelijke fundamentalisten denken dat Jezus nog tijdens deze generatie zal terugkeren. Een subsegment ervan staat bekend als de Christelijke zionisten. Zij beschouwen het oprichten van de staat Israël als een van de stappen die erop wijzen dat de komst van Jezus nakende is, en doen er alles aan om die komst te bespoedigen. Ze geven dan ook voluit steun aan Israël en de gebiedsuitbreiding ervan. Ze zijn bijvoorbeeld juist daarom erg gekant tegen een twee-staten oplossing waarbij naast Israël ook Palestina bestaansrecht krijgt. Veel Joden zijn niet onverdeeld gelukkig met deze steun, omdat volgens de christelijke zionisten van zodra Jezus terugkeert, het Jodendom zal ophouden te bestaan (d.w.z. dat ze zullen kunnen kiezen: zich alsnog aansluiten bij het christendom, of sterven). De steun van christelijke zionisten aan Israël is dus slechts 'instrumenteel'. [30]

Kortom, de scheiding tussen kerk en staat waar men in het Westen zo hoog mee oploopt, blijkt zo goed als overal een rekkelijk karakter te hebben en is ook in het Westen verre van volledig.
 



Besluit

Wanneer ik de verhouding tussen moskee en staat in de titel van dit werkstuk als moeilijk omschrijf, bedoel ik niet dat muslims moeite hebben met deze verhouding, wel dat het islamitisch concept van de verhouding tussen geloof en staat voor westerlingen moeilijk te begrijpen is omdat het Westen vertrekt vanuit een specifiek verleden, een verleden dat de westerse kijk op de wereld kleurt. De westerse vraag naar en eis van scheiding tussen moskee en staat, is een vraag die volledig ontspruit aan ons eigen christelijk verleden, van waaruit wij afleiden dat het er bij muslims dus ook wel zo zal aan toegaan. De vraag is onterecht vermits de islam om te beginnen geen kerkinstituut heeft, er dus nooit een dergelijk samengaan van moskee en staat gekend heeft. De islam heeft geen theologische 'verlichting' en 'revolutie' meegemaakt om de moskee van de staat te scheiden, omdat ze nooit zo innig met elkaar verstrengeld waren als in het christelijke Westen.

In deze Koran Notitie is verder gebleken dat er in de Koran geen 'bestuursmodel' geopenbaard werd. De Koran neemt een neutrale houding aan ten aanzien van de bestuursvorm van een land. De bestuursvorm is slechts een middel om een doel van een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen. De meningen van muslims lopen uiteen over hoe dat doel bereikt moet worden en in welke mate men zich daarbij moet laten leiden door islamitische principes. Ook over de rol van de shari'ah in de samenleving bestaat helemaal geen eensgezindheid. Zelfs als men een staat volgens islamitische principes zou inrichten en de shari'ah zou invoeren (wat pas zou kunnen met een aan anonimiteit grenzende meerderheid), dan zou een theocratie in elk geval volkomen onmogelijk zijn. Het feit dat de Koran stelt dat er geen god is dan God en niets aan Hem gelijkwaardig is, is eigenlijk al voldoende argument om een theocratie volledig uit te sluiten. In deze Koran Notitie werden bijkomende argumenten aangevoerd: de Koran beschouwt iedereen (en niet een of andere elitaire klasse) als kalief, de koran garandeert godsdienstvrijheid, leiders moeten verkozen worden door de mensen en zijn (behoudens het gegeven dat ze net als ieder ander mens aan God verantwoording verschuldigd zijn) aan de mensen verantwoording verschuldigd, enz. zodat geloof en staat altijd los ten aanzien van elkaar zullen opereren. De mate van deze onafhankelijkheid zal beïnvloed worden door de bestuursvorm die men kiest, maar die staat dus niet in steen gebeiteld. De Koran delegeert de bestuurstaak naar alle mensen, en laat de mensen vrij een bestuursvorm uit te werken zodat ze vrij zijn te kiezen in welke mate de staat zich op religieuze principes laat inspireren.

Volgens de islam, staat het mensen vanuit het centrale principe van godsdienstvrijheid volledig vrij God de rug toe te keren. Dit betekent dat de islam mensen toestaat een 100% seculier regime te installeren (waarmee niet gezegd is dat zulks vanuit religieus oogmerk wenselijk is, maar mensen genieten vanuit de Koran wel de vrijheid God volkomen te negeren). Het andere uiterste, waarin geloof en staat compleet samenvallen in een theocratie die zichzelf in de plaats van God stelt, en waarbij een elite zich boven de wetten en boven oppositie verheft, is echter uitgesloten (er is geen god dan God). De relatie tussen geloof en staat, kan dus nooit theocratisch zijn, maar bevindt zich in een continuüm gaande van het invoeren van de islamitische wet over het zich laten leiden door islamitische principes, het niet invoeren van wetten die tegen de islam ingaan of het volslagen buiten beeld houden van de islam in het bestuur en de wetgeving.

Ongeacht hoe de staat georganiseerd wordt, zijn muslims verplicht zich te houden aan het contract van burgerschap tussen overheid en burger, zelfs als die overheid zaken oplegt die ingaan tegen de islam. Een muslim kan eventueel inroepen onder dwang te handelen om zijn geloofsvoorschriften te overtreden. De enige uitzonderingen daarop, zijn gewetensconflicten en het recht op non-coöperatie als een overheid iets onwettig, iets immoreel, oplegt. Maar daarin verschillen muslims niet van niet-muslimburgers die hun relatie met de overheid ongetwijfeld op dezelfde manier zullen definiëren: gehoorzaamheid aan de staat in alles, behalve als de staat iets onwettig eist en als er een gewetensconflict ontstaat. In de meeste gevallen zal men ook in die gevallen de wet moeten blijven gehoorzamen terwijl men via politieke weg of langs de rechtbank protesteert en pogingen doet om de wet te laten veranderen. In sommige uitzonderlijke omstandigheden, heeft de burger - of hij muslim is of niet - echter het recht manifest ongehoorzaam te zijn aan de staat - ongeacht of dit een 'muslimstaat' is of niet -, zoals wanneer de overheid een ingezetene zou opdragen een massamoord te plegen of zichzelf om te brengen.

Vermits de normen en waarden van de islam zeer nauw aansluiten bij het westen, zal er zich in een staat die de mensenrechten (als afspiegeling van deze normen en waarden) erkent en die beoogt een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen, geen gewetensprobleem stellen. Zelfs als mensenrechten door de staat geschonden worden, is dit nog altijd geen reden om de wet te overtreden. Op dat moment, zullen muslims net zoals alle andere burgers zich via wettelijke weg kunnen verzetten tegen een van staatswege overtreden van de mensenrechten. Er zou zich pas een probleem stellen op het moment dat godsdienst- en dus gewetensvrijheid - afgeschaft wordt, maar dan stelt zich niet alleen voor muslims, maar voor alle andere gelovige en niet-gelovige mensen een probleem in de relatie tussen burger en overheid.

Er kan dus besloten worden dat in een (muslim- of niet-muslim) land waar de mensenrechten (en dus godsdienstvrijheid) gerespecteerd worden en het uitbouwen van een rechtvaardige samenleving de politiek stuurt, er voor een muslim geen conflict zal ontstaan tussen geloof en staat, zodat een muslim er, net als elke andere burger, voluit loyaal kan zijn én aan de staat, én aan God.

________________________


Noten

  1. Zie: 'koranische psychologie, een reis naar het (inwendige) paradijs' - op deze site.
  2. 'Should there be a state in Islam', Yasser Auda, Islam Online - klik hier.
  3. De bestuursprincipes die men uit de Koran en Sunnah zou kunnen distilleren, alsook de wenselijkheid van dat te doen en de houding tegenover de 'politieke' islam zullen in een andere Koran Notitie behandeld worden. Er kan evenwel al verwezen worden naar het schuwen van extremisme ( zie Koran Notities 'Extremisme en de Gemeenschap van de Middenweg' op deze site, de erkenning van de mensenrechten (zie Koran Notitie: 'De Koran over mensenrechten: hefboom of hindernis voor integratie', op deze site) en naar de normen en waarden die naar voor geschoven worden (zie Koran Notitie 'Koranische normen en waarden' op deze site). Aspecten als aanstelling van de leider door het volk en verantwoording van de leider aan de gemeenschap, komen in de loop van de tekst nog aan bod.
  4. Het thema godsdienstvrijheid werd in verschillende Koran Notities belicht, waaronder: "Godsdienstvrijheid in de islam', op deze site, 'De Koran over mensenrechten: hefboom of hindernis voor integratie', op deze site, en 'Koranische psychologie, een reis naar het (inwendige) paradijs - op deze website.
  5. Zie Koran Notitie: 'Racisme, een grendel op de hemelpoort' - op deze site.
  6. Zie Koran Notitie: 'Zet de Koran aan tot geweld?' - op deze site.
  7. Zie Koran Notitie: 'Onze God en jullie God is één' - op deze site.
  8. Koran 5;47, Koran 5:68.
  9. Zie Koran Notitie: 'Hoe de Koran interpreteren?' - op deze site
  10. 'Justice in the Embrace of Wisdom and Compassion', Shaykh Seraj Hendricks - http://mysite.mweb.co.za/residents/... ]
  11. 'A Theoretical Discussion of the Compatibility of Islam and Democracy' Ömer Çaha, Alternatives, Turkish Journal of International Relations, Vol 2, No 3 & 4, Fall & Winter 2003, p 7 - www.alternativesjournal.net/...
  12. 'The young and elite are rising in Iran', Gulfnews, 14 June 2006 - www.gulfnews.com/opinion/columns/...
  13. Zie Koran Notitie 'Koranische normen en waarden' - op deze site
  14. 'The secularization of Islamic Law', Arif Maftuhin, The Jakarta Post, 22 June 2006 - klik hier!
  15. Zie Koran Notitie: 'Omgaan met niet-muslims' - op deze site
  16. 'Leaders urge Muslims in Canada to obey fatwa', CTV.ca, 14 June, 2006 - www.ctv.ca/servlet/ArticleNews/...
  17. 'Tantawi: France has right to ban hijab', Al Jazeera, 31 december 2003 - http://english.aljazeera.net/NR/...
  18. Zie Noot 12.
  19. Zie Koran Notitie: 'De Koran over mensenrechten: hefboom of hindernis voor integratie', op deze site
  20. 'De Neurenberg principes', Wikipedia, http://nl.wikipedia.org/wiki/...
  21. 'Traditions of Obedience in Islamic Law', Khaled Abou El Fadl - www.fathom.com/feature/...
  22. Zie Noot 18.
  23. 'Kerkvorst', Wikipedia - http://nl.wikipedia.org/wiki/...
  24. 'Kardinaal (geestelijke)', Wikipedia - http://nl.wikipedia.org/wiki/...
  25. '"Road Map is a Life Saver for Us" PM Abbas Tells Hamas', Arnon Regular, Haaretz [online], 26 juni 2003 - www.informationclearinghouse.info/...
  26. 'How born-again George became a man on a mission', Julian Borger in Washington, The Guardian [online], 7 Oktober, 2005 - www.guardian.co.uk/usa/...
  27. 'The Despoiling of America', Katherine Yurica, oorspronkelijk gepubliceerd door het Yurica Report - www.informationclearinghouse.info/...
  28. 'The Myth of Islamic Fundamentalism', Ilyas Ba-Yunus - http://www.scribd.com/doc/27532951/The-Myth-of-Islamic-Fundamentalism 
  29. 'Apocalypse preacher says White House solicits his advice', Dr Jack and Rexella Van Impe, Jack Van Impe Ministeries International, 12 april 2003 - www.unknownnews.net/...
  30. 'Meet the New Zionists' Matthew Engel, The Guardian [online], Monday Oct. 28, 2002 - www.guardian.co.uk/israel/...
© Linda Bogaert, 2006.
PS
De (Nederlandstalige) Koran-citaten in alle bijdragen van deze reeks zijn afkomstig uit: "De Koran. Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands", door Fred Leemhuis, isbn 90 269 40785, uitgeverij: Unieboek in Houten, 1989 (regelmatig herdrukt) - met dien verstande dat Arabische namen (vb Ibrahim) omwille van de herkenbaarheid vervangen werden door de Nederlandse naam (vb Abraham).

Contact: < L.Bogaert@telenet.be

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Webmaster            Update: 1/4/2013