KORAN-NOTITIES

door

Linda Bogaert

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Werklust of profitariaat?
Een verkenning van de koranische arbeidsethiek

    .. Inleiding
    1. Wat is werk?

      1.1. Wat is werk?
      1.2. Geen socio-economische stratificatie van werkers
      1.3. Sommige soorten van werk zijn verboden

    2. Waarom werken?

      2.1 Waarom werken als God in alles voorziet?
      2.2. Religieuze en spirituele dimensie van werken
      2.3. Materiële dimensie van werken
      2.4. Maatschappelijke dimensie van werken
      2.5. Werken of "leven wijden aan God"?

    3. Met werk verband houdende koranische mensenrechten
    4. Gedragsregels en attitudes in verband met werken

      4.1. Uitgangspunt: God weet alles
      4.2. Belang van naleven van contracten
      4.3. Gedragsregels voor werknemers
      4.4. Gedragsregels voor werkgevers

    5. Houding tegenover sociaal profitariaat

      5.1. Wat is sociaal profitariaat
      5.2. Aanmoediging tot werken en ontmoedigen van leven "van de krijg"
      5.3. Niets onrechtmatig onttrekken aan de gemeenschap

    6. Besluit
    .. Noten en literatuur
     


Inleiding

Allochtonen, en met name vooral allochtonen van Maghrebijnse afkomst, worden nog steeds gediscrimineerd op de Belgische arbeidsmarkt. Blijkens een studie van de Internationale Arbeidsorganisatie IAO, hebben de drempels waarmee allochtonen op de arbeidsmarkt geconfronteerd worden wel degelijk te maken met hun etnische afkomst. [1]

Sommige mensen vragen zich hardop af of allochtonen van islamitische afkomst wel willen werken - komen ze niet naar hier om te leven van een uitkering? Anderen stellen het wat meer verbloemd: muslims hebben een andere arbeidsethiek, heet het dan. Waarmee dan bedoeld wordt dat ze geen werkijver hebben zoals "wij" (lees: ze zijn lui, niet punctueel, enz).

Mogelijks, en zelfs zeer waarschijnlijk, spelen dat soort "percepties" een rol wanneer werkgevers jobs liever niet door muslims zien ingevuld worden. Daarom een Koran Notitie over arbeidsethiek in de islam. Wat is werken? Waarom zou men werken als God toch in alles voorziet? Wat zal men doen: werken, of bidden en God verheerlijken? Hoe moeten muslims zich als werkgever of als werknemer gedragen? En hoe staat de islam tegenover sociaal profitariaat? Vragen waarop deze Koran Notitie een antwoord zoekt.


1. Werk nader omschreven

1.1. Wat is werk ?

In de islam is werk elke inspanning die men levert. Dat kan manuele of intellectuele arbeid zijn. Iedereen die werk levert, is een 'werker'. [2]

1.2. Geen socio-economische stratificatie van 'werkers'

De Koran heeft een uitgesproken anti-racistisch en anti-discriminatoir perspectief. Voor God zijn alle mensen gelijkwaardig, ongeacht huidskleur, vermogen, job, afkomst of welk criterium dan ook, met uitzondering van vroomheid en goede daden maar daarover kan alleen God oordelen. [3] Profeet Mohamed zei hierover:

«O mensen! Waarlijk jullie Heer is Eén en jullie vader (Adam) is één. Een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier, en een niet-Arabier is niet beter dan een Arabier; een blanke is niet beter dan een zwarte en een zwarte is niet beter dan een blanke - behalve in termen van vroomheid en goede daden.» (gemeld door Imaam Ahmad, 22391, al-Silsilat al-Saheeh 2700)

De islam beschouwt de hele mensheid dus als een broederschap van mensen die elkaar als gelijken moeten beschouwen in afwachting van een oordeelsdag waarop God zal oordelen over hun godsvrucht, over hun vroomheid en goede daden. Dat geldt a fortiori in de economische sfeer. De islam kent geen socio-economische stratificatie. Alle mensen zijn elkaars broeders en zusters, ook in de economie. Dat wil zeggen dat alle werkenden gewoon als 'werkers' beschouwd worden. Een manager is net zo goed een 'werker' als een arbeider. Een politicus is ook een 'werker'. Uiteraard zijn verschillende functies onderhevig aan verschillende verloning, naargelang bijvoorbeeld de jobvereisten, de verantwoordelijkheid die men draagt, de opleiding die men genoten, de bekwaamheden waarover men beschikt enz. Maar iemand die een kaderfunctie uitoefent wordt als mens niet meer geacht dan een handarbeider. De Koran stelt:

«... Wij zijn het die onder hen hun levensbehoeften in het tegenwoordige leven hebben verdeeld en Wij hebben sommigen van hen hogere rangen dan anderen gegeven opdat de een de ander in dienst neemt. ...» (Koran 43:32)

Dat sommigen een "hogere rang" hebben betekent niet dat ze een hogere sociale status hebben, wel dat sommigen meer toebedeeld werd inzake bepaalde bekwaamheden, aanleg e.d. [4] God heeft dit volgens vers 43:43 zo voorzien opdat mensen "elkaar in dienst zouden nemen". De nadruk ligt hier op het "elkaar" in dienst nemen. Het is niet zo dat alleen de hoger geschoolden de diensten van de lager geschoolden kunnen gebruiken, het omgekeerde is ook het geval: de lager geschoolden kunnen ook de diensten van de hoger geschoolden gebruiken. [5] Zo gebruikt een dokter de mensen die het huisvuil komen ophalen om zijn afval kwijt te geraken, en gebruiken de mensen die het afval ophalen de dokter voor gezondheidskwesties.

Dit betekent ook dat de Koran elk soort legitiem werk als waardevol beschouwt, ook als dat handenarbeid is. De islam brengt trouwens in herinnering dat ook de profeten zoals Noë (die eigenhandig een ark bouwde) of David handenarbeid verrichtten:

« De Profeet zei: "niemand heeft ooit een betere maaltijd gegeten dan de maaltijd die hij verdiend heeft door het werken met zijn eigen handen. De profeet van God, David, placht te eten van de verdiensten van zijn manuele arbeid" »(gemeld door Al-Miqdam, in Bukhari)

In de islam is dus geen enkel (legitiem) werk 'te min'. Alle (legitieme) taken moeten uitgevoerd worden, en de mensen hebben elkaar nodig om een maatschappij ook op economisch vlak te organiseren. Diegenen met de hoogopgeleide leidinggevende functies zijn als mens niet meer waard dan diegenen die ongeschoolde arbeid verrichten.

Het is interessant hier even stil te staan bij de manier waarop profeet Mohamed de slavernij aanpakte, want de islam trekt en trok bovenstaande anti-discriminatoire logica zeer ver door. Ten tijde van de profeet was slavernij een wijdverspreid gebruik, zowel bij Arabische stammen als bij Joden en Christenen. De Koran en de Sunnah hebben het er dan ook over, niet met de bedoeling slavernij te bestendigen, maar met de bedoeling de slavernij af te schaffen. Omdat dit een danig diep geworteld gebruik betrof, kon dat niet van de ene dag op de andere, maar werd een soort uitdoofscenario ingevoerd. Zo mochten er geen nieuwe slaven meer bijgemaakt worden, werd vrijlating van slaven sterk aangemoedigd door er vergeving van zonden in het hiernamaals voor in het vooruitzicht te stellen, en in afwachting van de volledige afschaffing van de slavernij kregen de slaven allerhande rechten en konden ze zelfs leider worden van een gemeenschap. Door die combinatie van maatregelen verdween de slavernij zo goed als volledig over een periode van 40 jaar. Een van de in het oog springende maatregelen gedurende die uitdoofperiode was dus dat slaven allerhande rechten kregen. Voorheen, was de meester van de slaven zo goed als immuun en kon hij met z'n rechtenloze slaven praktisch doen wat hij wou zonder risico op vervolging. Profeet Mohamed sloeg dat roer radicaal om. Hij zei:

«Hij die een slaaf doodt, zal zelf gedood worden, en hij die een slaaf verminkt, zal zelf verminkt worden.» (Tirmidhi)

Slaven kregen het recht op een goede behandeling; ze kregen het recht samen met hun eigenaars te eten, en hadden recht op hun deel van het eten. Als er weinig voedsel voor handen was, moest de eigenaar van zijn part delen met zijn slaven. Profeet Mohamed zei:

«Wanneer de slaaf van iemand onder jullie voedsel voor hem bereidt en het opdient na (de last ondergaan te hebben van) dicht bij de hitte en de rook te zitten, moet hij de slaaf samen met hem doen plaatsnemen en hem laten eten (samen met hem), en als er voedsel te weinig lijkt, moet hij een deel (van zijn eigen portie) voor de slaaf voorzien.» (Muslim, gemeld door Abu Hurayah)

Men mocht slaven ook geen taken opleggen die zij niet aankonden en men moest hen eventueel helpen.

«Uw slaven zijn uw broeders en God heeft hen onder uw bevel geplaatst. Dus wie een broeder onder zijn bevel heeft moet hem te eten geven van wat hij eet en hem kleden van wat hij draagt. Vraag slaven geen dingen te doen die hun macht te boven gaan, en als je het toch doet, help hen dan» (Bukhari, gemeld door Al-Ma'rur - deel van langere hadith)

Slaven kregen bijvoorbeeld ook het recht deel te nemen aan de shura [overleg] en konden ook leider worden van de gemeenschap. De Profeet zei:

«Je moet naar je leider luisteren en hem gehoorzamen, zelfs al is hij een Ethiopische slaaf wiens hoofd de kleur van een rozijn heeft.» (Bukhari)

Dit betekent dat wanneer zo'n slaaf politiek leider werd, de 'meesters' de slaaf moesten gehoorzamen.

Slavernij in koranische zin is dus helemaal niet wat men zich voorstelt bij taferelen van uitbuiting en misbruik van Afrikaanse slaven in Amerika. Maar de drastische verbetering van hun sociale en economische situatie was voor de islam niet voldoende, want de Koran stuurde tegelijk aan op snelle en volledige afschaffing van de slavernij en een herstel van hun fundamenteel recht op persoonlijke vrijheid door eerder genoemde maatregelen die in detail besproken worden in de Koran Notitie over mensenrechten [6]. Het is trouwens omwille van dit soort leerstellingen dat Mohamed op enorme tegenkantingen botste bij de machtige inwoners van Mekka, die in zijn sociaal-emanciperende leer een bedreiging zagen voor hun machtsposities. Uiteindelijk wilden ze Mohamed er zelfs voor doden, zodat hij met zijn gezellen de stad moest ontvluchten, richting Medina.

1.3. Sommige soorten van werk zijn verboden

De algemene morele koranische richtlijn van het "gebieden van het behoorlijke en verbieden van het verwerpelijke" (Koran 3:110), impliceert hier dat sommige arbeid voor muslims verboden is. Dit maakt alles wat illegale middelen vereist, illegale activiteiten behelst of een illegaal doel dient, tot verboden arbeid. Globaal gesteld is alle werk waar onrecht of uitbuiting komt bij kijken, verboden.

Meer concreet, mogen muslims bijvoorbeeld niet werken (ook niet als veiligheidsagent of poetser of wat dan ook) in de seksindustrie. Ook bookmakers, casino's of alcoholstokerijen zijn verboden terrein.

«Zij vragen jou naar de wijn en het kansspel. Zeg: "In beide is grote zonde en veel nuttigheid voor de mensen, maar hun zonde is groter dan hun nut Zij vragen jou ook wat zij als bijdragen zullen geven. Zeg: Wat over is". Zo maakt God aan jullie de tekenen duidelijk. Misschien zullen jullie nadenken over het tegenwoordige leven en het hiernamaals ...» (Koran 2:219-220) .
 


2. Waarom werken?

2.1. Waarom werken als God in alles voorziet?

Volgens de Koran heeft God zijn schepping zodanig gemaakt, dat de mensheid (evenals het dierenrijk) voorzien is van alles wat men nodig heeft om een waardig leven te leiden, zowel op materieel als op spiritueel vlak.

«Jullie die geloven! Eet van de goede dingen die Wij jullie voor jullie levensonderhoud gegeven hebben en betuigt dank aan God, als Hij het is die jullie dienen. »(Koran 2:172)

Dit betekent echter niet dat men in zijn zetel kan gaan zitten luieren. Het betekent dat God alle bouwstenen ter beschikking stelt die men nodig heeft om een waardig leven te leiden, maar men zal - binnen een maatschappelijk kader van rechtvaardigheid - zelf van deze middelen gebruik moeten in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Of zoals Omar ibn Al Khattab, een gezel van de profeet, het zei: het regent nooit zilver of goud.

«Nooit moet iemand van jullie denken dat du'aa (supplicatie) voor levensonderhoud zonder te werken hem iets zal opleveren. Het regent immers nooit zilver en goud» (Al Ghazali, The Book of Provision, Chapter 1). [7]

Wanneer men iets wil, zal men er dus zelf moeten voor werken.

2.2. Religieuze en spirituele betekenis van werken

Werken kan op verschillende manieren een spirituele rol vervullen:

- arbeid als integraal onderdeel van de verering van God

Werk is elke inspanning die men doet. Als men die inspanning doet met de intentie het goede te doen en binnen de grenzen van het toelaatbare blijft, is werk een vorm van verering van God. God vereren is dus niet beperkt tot het prevelen van een aantal gebeden of het uitvoeren van een aantal rituelen, maar voltrekt zich in alle domeinen van het leven. In de islam maakt werken daar integraal deel van uit. Meer nog, het is de bedoeling dat elk werk die men doet legaal is en met goede bedoelingen gedaan wordt, dus ook een vorm van verering van God is. Dit heeft verschillende implicaties. Zoals eerder aangestipt, valt daardoor alles wat met werken te maken heeft binnen de algemene morele koranische richtlijn van het gebieden van het goede en verbieden van het slechte. Een tweede implicatie is dat vermits iedereen het recht heet God te vereren, iedereen ook recht heeft op werken en dat de samenleving zich zodanig zal moeten organiseren dat zij dit recht op werken waarborgt.

- arbeid als manier om vergeving van zonden te verkrijgen

Volgens de hadith collecties zei profeet Mohamed:

«Wie 's avonds moe is als gevolg van het werk dat zij overdag deden met hun handen, hen zal vergiffenis geschonken worden» (gemeld door Al-Tabrani en al Baihaqi).

- arbeid als vorm van jihad

Zoals gebleken is uit de Koran Notitie "Jihad, geloof in woord en daad" is jihad geen heilige oorlog, maar wel een streven om het goede te doen in alles wat men zegt en doet. [8] Een zitplaats op de bus afstaan aan een bejaarde dame is een vorm van jihad. Studeren voor een examen is jihad. Werken kan dan ook een vorm van jihad zijn of kan ermee gelijkgeschakeld worden. Profeet Mohamed zei:

«Waarlijk, God heeft diegenen die werken en zich inspannen lief. Wie zich inspant voor het inkomen van zijn gezin, hij is zoals een mujahid op het pad van God.» (Ahmad)

«Diegene die voor een weduwe of voor een behoeftige zorgt is als een mujahid die strijdt voor Gods zaak, of als hij die de hele nacht bidt en de hele dag vast.» (gemeld door Abu Huraira, in Bukhari)

2.2. Materiële dimensie van werken

Dit houdt in:

- werken voor onderhoud van zichzelf en zijn gezin

Profeet Mohamed was zelf een naarstige werker en voorzag in het levensonderhoud van zijn gezin:

«De profeet placht de dadels te verkopen van de tuin van Bani An-Nadir en sloeg voor zijn familie voldoende voedsel op om te voorzien in de noden van een volledig jaar.» (gemeld door 'Umar, in Bukhari)

«Ik vroeg aan Aisha: "Wat deed de profeet zoal thuis?" Zij antwoordde: "hij werkte voor zijn gezin, en wanneer hij de Adhan (de oproep tot gebed) hoorde, ging hij weg." » ( gemeld door Al-Aswas bin Yazud, in Bukhari)

Noteer dat in de islam de onderhoudsplicht voor het gezin van oudsher bij de man ligt. Hij moet voorzien in zijn ganse gezin. Een vrouw màg gaan werken, maar moet niet bijdragen tot de kosten van het gezin – alles wat zij verdient mag ze voor zichzelf houden. Het is haar uiteraard niet verboden toch bij te dragen in de kosten, maar dat is geen verplichting. En ook als de vrouw uit werken gaat, moet de man nog altijd in haar kosten (woonst, kledij, voedsel, verzorging enz.) voorzien. Het is ook daarom dat het erfdeel van zonen in de islam hoger ligt dan het erfdeel van dochters. Zonen moeten immers hun erfdeel ook besteden aan anderen (vrouw en kinderen, eventueel moeder, ongehuwde zuster enz.) terwijl dochters hun erfdeel volledig voor zichzelf mogen houden. [9]

- Werken is een van de legitieme manieren om bezit te verwerven

Hoewel volgens de islam alles van God is, kent de Koran de mensen met volgend vers bezitsrecht toe

«... en geeft hun iets van Gods bezit dat Hij aan jullie gegeven heeft...» (Koran 24:33)

Het recht op bezit is evenwel niet absoluut. Alles blijft uiteindelijk God toebehoren. Het recht op bezit wordt daarom gekoppeld aan de voorwaarde dat met dit bezit omgegaan wordt volgens de richtlijnen van God. Ook deze kaderen binnen het algemene koranische principe van het "gebieden van het behoorlijke en verbieden van het verwerpelijke" (Koran 3:110). Dit heeft een aantal implicaties:

  • De manier waarop men het bezit verwerft moet wettig zijn. De islam staat o.a. handel drijven en werken toe (erkent zelfs het recht op werk als een van de fundamentele rechten van de mens). Ook erven of een schenking ontvangen is een wettige manier van bezit verwerven. Verboden manieren om bezit te verwerven zijn oneerlijke handel, diefstal, bedrog, woeker enz.

    «En weegt met de juiste weegschaal. En doe de mensen niet te kort in de dingen die van hen zijn ...» (Koran 26:182)

  • De manier waarop men het bezit gebruikt moet wettig zijn, en men moet er zich ook op wettige manier van ontdoen. Het bezit mag niet aangewend worden om iets onwettig mee te doen. Zo mogen muslims niet deelnemen aan kansspelen, geen alcohol consumeren enz. Volgens de Koran leidt dat alleen maar tot vijandigheden tussen de mensen.

    «Jullie die geloven! De wijn, het kansspel, de offerstenen en de verlotingspijlen zijn een gruwel van satans makelij. Vermijdt die dus; misschien zal het jullie welgaan. De satan wenst slechts vijandschap tussen jullie te veroorzaken door de wijn en het kansspel en door jullie van het gedenken van God en van de slaat af te houden. Zullen jullie dan ophouden? » (Koran 5:90-91)

    Volgens dezelfde logica, mag werk de gezondheid niet schaden, niet leiden tot vervuiling van het milieu enz.

  • Men zal met bezit niet lichtzinnig omgaan. Muslims mogen niet vrekkig maar evenmin spilzuchtig zijn

    «De verspillers zijn broeders van de satan en de satan is jegens zijn Heer ondankbaar. » (Koran 17:27)
    «... weest niet verkwistend. Hij bemint de verkwisters niet.» (Koran 7:31)
    «Zij die gierig zijn met wat God hun van Zijn goedgunstigheid gegeven heeft, moeten niet denken dat het goed voor hen is.» (Koran 3:180)

  • Bezit moet sociaal gecorrigeerd worden om extreme verschillen tussen rijk en arm tegen te gaan (zie verder).


Al staat de Koran het legitiem verwerven van privé-bezit toe, toch wordt er ook herhaaldelijk aan herinnerd dat het leven niet draait rond het verwerven van materiële rijkdom. Profeet Mohamed zei:

«Rijkdom ligt niet in de overvloed van (wereldlijke) goederen maar rijkdom, is de rijkdom van de ziel (het hart, het zelf).» (Muslim, gemeld door Abu Hurayrah)

Het is ook belangrijk hier even stil te staan bij de houding van de Koran en de Sunnah tegenover rijkdom. Hoewel men zelf voor de rijkdom kan gewerkt hebben, heeft men er volgens de islam geen enkele persoonlijke verdienste aan. Alle rijkdom komt immers van God:

«En welke weldaad jullie ook toevalt, het komt van God.»(Koran 16:53)

God kan daar evenwel verschillende bedoelingen mee hebben. Welstand kan een teken van goddelijke genade zijn; het ontbreken van armoede kan echter ook een test zijn, of zelfs een teken van Gods ongenoegen:

«De Profeet zei: "Wanneer God iets goed wil voor zijn dienaar, spoedt Hij zich om zijn bestraffing teweeg te brengen op deze wereld, en wanneer Hij geen goed voor hem wenst, houdt hij de bestraffing in tot wanneer hij voor zijn zonde aangesproken wordt op Oordeelsdag.» (Tirmidhi)

Rijken kunnen dan ook niet beweren dat hun welstand een teken is dat God aan hun kant staat, en kunnen zich niet op hun rijkdom beroepen om zich meer te achten dan een ander of om een leidinggevende plaats af te dwingen. [10] Het zegt evenmin iets over hoe God hen zal beoordelen op Oordeelsdag:

«God kijkt niet naar uw lichamelijke kenmerken of uw rijkdom, Hij kijkt naar uw hart en naar uw goede daden» (Muslim)

Wie op de wereld enkel het materiële nastreeft, zal het "genot van de begoocheling" (Koran 3:185) beleven. En ook deze mensen zullen volgens de Koran precies krijgen waar ze recht op hebben, dwz. dat ze naar de hel zullen gaan.

« Wie het tegenwoordige leven en zijn praal wensen, aan hen zullen Wij hun daden vergoeden en hun zal niet te kort gedaan worden. Zij zijn het voor wie in het hiernamaals slechts vuur is. Vruchteloos is wat zij erin gedaan hebben en wat zij deden wordt teniet gedaan. » (Koran 11:15-16)

Profeet Mohamed waarschuwde ook als volgt voor hebzucht en materialisme :

«De profeet zei tegen ons: "Rijkdom smaakt zoet, en is een bron van zegening voor diegene die het (wettig) verwerft, maar diegenen die het rijkdom zoeken uit hebzucht zijn zoals mensen die eten maar nooit voldaan zijn." »
«De profeet zei: "Het is niet rijkdom die ik voor jullie vrees, maar ik vrees dat jullie naar de wereld zouden verlangen zoals anderen voor jullie dat deden, en het zou jullie kunnen vernietigen, zoals het hen vernietigde."»

2.3. Maatschappelijke dimensie van arbeid

De islam moedigt mensen aan een productieve rol op te nemen in de samenleving, waarbij spirituele en materiële aspecten van de arbeid elkaar aanvullen. De islam is evenwel niet enkel een individueel pad, islam heeft ook een maatschappelijke dimensie en streeft naar het tot stand brengen van een rechtvaardige samenleving.

«Wij hebben onze gezanten met de duidelijke bewijzen gezonden en Wij hebben het boek en de weegschaal met hen neergezonden, opdat de mensen de rechtvaardigheid in stand zouden houden... » (Koran 57:25)

Dit doel moet op verschillende manieren tot stand gebracht worden. Zo worden muslims hun leven lang aangemoedigd te sleutelen aan hun persoonlijkheid in de richting van waardige, rechtvaardige, integere mensen. [11] Deze evolutie wordt ondersteund door een normatief kader. [12]. Ook werken is een middel om deze maatschappelijke evolutie te bewerkstelligen. De Koran zegt dat men niets zal hebben behalve datgene waarvoor men werkt:

«Dat de mens slechts krijgt met wat hij heeft nagejaagd. En dat wat hij heeft nagejaagd zichtbaar zal worden. Dat wordt hem dan volledig vergolden.» (Koran 53:39-41)

Dit ondersteunt een maatschappelijk streven naar verbetering in de richting van een ideaal van een rechtvaardige samenleving. Een dergelijke samenleving zal er niet vanzelf komen, men moet er aan en er voor werken. In dit vers zit dus ook een vooruitgangsgedachte ingebouwd. Daartoe wordt de materiële dimensie via verschillende kanalen sociaal gecorrigeerd, om daadwerkelijk tot een rechtvaardige samenleving te kunnen leiden. Wat men te veel heeft, moet men delen met de hulpbehoevenden via een systeem van zowel vrijwillige als verplichte liefdadigheid. De Koran noemt het aandeel van de arme in de rijkdom van de rijke, een "rechtmatig" aandeel.

«en een rechtmatig aandeel in hun bezittingen [van de godvrezenden] was voor de bedelaar en de onbemiddelde.» (Koran 51:19)

Via deze herverdeling, wordt de weelde van de rijken ten dele aangewend om al de behoeftigen te steunen:

«Jullie die geloven! Geeft ook bijdragen van de goede dingen die jullie verworven hebben en ook van wat Wij voor jullie uit de aarde hebben voortgebracht....» (Koran 2:267)
«Hun werd slechts bevolen God te dienen en daarbij als aanhangers van het zuivere geloof de godsdienst geheel aan Hem te wijden en de salaat te verrichten en de zakaat te geven.» (Koran 98:5)

De Koran en Sunnah stelden daarmee een sociale correctie van het economisch gebeuren in. Volgens Profeet Mohamed is het uiteindelijke gevolg van het toepassen van deze en andere richtlijnen dat de levensstandaard van iedereen zodanig zal verhogen dat niemand nog bijstand nodig heeft.

«Ik hoorde de Profeet zeggen: "O mensen! Geef in liefdadigheid omdat er een tijd zal komen dat men zal rondlopen met het voorwerp van zijn liefdadigheid, en niemand zal vinden om het aan te nemen, en dat diegene (aan wie men vraagt om het aan te nemen) zal zeggen, "Had je het gisteren gebracht, dan zou ik het aangenomen hebben, maar vandaag heb ik het niet nodig." »(gemeld door Haritha bin Wahab; in Bukhari)

De Koran en Sunnah erkennen verder zowel het recht op staatsbezit (voor zaken van algemeen belang zoals water) als op privé-bezit, en dit zowel voor mannen als voor vrouwen (een vrouw kan voor eigen rekening handel drijven, kan erven, kan uit werken gaan enz.), als voor muslims of niet-muslims.

Met dit alles houdt de islam een koers aan die zich situeert tussen kapitalisme en socialisme, een koers die eigenlijk goed aansluit bij het Europees sociaal gecorrigeerd economisch model.


2.4. Werken of "leven wijden aan God"?

Zoals hierboven al bleek, streeft de islam een evenwicht na tussen het voldoen aan materiële en spirituele noden. De islam is geen voorstander van een leven dat zich enkel en alleen richt op het spirituele. Het is geen kwestie van of werken, of God vereren, het is een kwestie van én werken, én God vereren.

Gedurende de regeerperiode van kalief Omar, zaten een aantal mensen bij elkaar, hun hoofden voorover gebogen, te bidden. De mensen noemden hen 'de mensen die zich op God vertrouwen'. Maar kalief Omar zei, nee, dit zijn mensen die het bezit van anderen opeten (ttz. van liefdadigheid leven). De mensen die echt op God vertrouwen, dat zijn diegenen die zaad in de grond steken en op God vertrouwen dat het zal groeien. [13]

Ook Al Ghazali raakt dit thema aan in zijn boek hyaa’ `Ulum Ad-Deen (Revival of the Religious Sciences) Daarin verhaalt hij hoe Jezus, die in de islam geëerd wordt als een profeet, eens een man zag die zijn tijd volledig besteedde aan devotie van God. Jezus vroeg de man hoe hij in zijn voedsel voorzag. De man antwoordde dat zijn broer, die werkte, hem eten gaf. Jezus antwoordde: "Die broer van u is religieuzer dan jij". (The Book of Provision, Chapter 1). [14]


3. Met werk verband houdende koranische mensenrechten

De islam beschouwt werken als een van de manieren om God te vereren. Het is ook een manier om te voorzien in het onderhoud van zichzelf het gezin, en een manier om bij te dragen tot het maatschappijproject. Deze benadering van werken wordt ondersteund door een aantal fundamentele rechten die in detail besproken werden in een Koran Notitie over mensenrechten [15].

Alles begint met het recht op godsdienstvrijheid. Islam betekent overgave aan God. Zonder de vrijheid om dat te doen, is islam onmogelijk. Godsdienstvrijheid staat dan ook centraal in de islam. [16] De islam beschouwt het leven als een test om te zien of men het goede zal doen, dan wel het kwade zal kiezen, een test die gemeten wordt aan de doelstelling om God te vereren, voor geen andere reden dan dat Hij het waard is verheerlijkt te worden. Wanneer men niet vrij is voor God te kiezen, is er van overgave aan God geen spraken. Alle andere rechten zijn op het recht van godsdienstvrijheid geënt.

Gezien het belang dat islam aan werken toekent - als element van verheerlijking van God, als middel tot verwerving van bezit en levensonderhoud en als instrument voor maatschappelijke vooruitgang - kent de koran mensen een recht op arbeid toe. Wanneer de overheid het recht op arbeid niet kan garanderen, is zij verplicht het recht op een fatsoenlijk bestaan te ondersteunen.

Voor een gedetailleerde bespreking van deze basisrechten verwijs ik naar de Koran Notitie over mensenrechten.


4. Gedragsregels en attitudes in verband met werken

4.1. Uitgangspunt: God weet alles

Het uitgangspunt dat de volledige werkattitude stuurt, is dat God alles ziet, alles hoort, alles weet – dus ook wanneer men aan het werk is. Men kan niets voor God verborgen houden. Omar Khattab,de tweede kalief, kwam op een dag een jongen tegen die schapen hoedde die eigendom waren van een man uit het dorp. Hij bood de jongen aan één van de schapen te kopen. De jongen antwoordde dat hij niet het recht had om schapen te verkopen. Omar Khattab antwoordde dat zijn meester nooit zou weten dat er een schaap ontbrak, maar de jongen zei: "Maar God zou het weten". Naar verluid was Omar Khattab tot tranen toe bewogen door dit antwoord. [17]

Het gegeven dat God alwetend en alziend is, is de sterkste morele basis die men zich kan indenken voor correct moreel gedrag en zelfdiscipline. Zelfs zonder 'bewaking' of toezicht, zonder camera's die de werknemers gade slaan, zonder controles op wat de werknemers mee naar huis nemen, is er het bewustzijn dat men niets kan doen zonder dat God er weet van heeft, het bewustzijn dat men uiteindelijk voor alles wat men doet bij God verantwoording zal moeten afleggen. Ook werkgevers weten dat zij op het einde van de rit voor God rekenschap zullen moeten afleggen, ook over de manier waarop zij hun werknemers behandelden.

«... En aan jouw Heer ontgaat er geen greintje op de aarde noch in de hemel. En er is niets dat nog kleiner is, noch groter is of het staat in een duidelijk boek. » (Koran 10:61)

4.2. Belang van naleven van contracten

Muslims zullen zich luidens de Koran op oordeelsdag moeten verantwoorden over de overeenkomsten die zij afsloten - ongeacht met wie zij deze overeenkomst aangingen.

«En komt de verbintenis na. Over de verbintenis wordt verantwoording afgelegd.» (Koran 5:1)

Zoals steeds, bewandelen Koran een Sunnah een dubbele weg waarbij het wenselijke gedrag (naleven van de overeenkomst) aangemoedigd wordt en het onwenselijke gedrag (verbreken van de overeenkomst) ontmoedigd of bestraft wordt. Voor muslims die zich aan hun overeenkomsten houden, ligt een plaats in het paradijs binnen bereik:

« De profeet zei: "als je mij van jouw kant zes dingen garandeert, zal ik je het paradijs verzekeren. Spreek de waarheid, hou je aan een belofte die je maakt, wanneer iets jou toevertrouwd wordt, volbreng dan je plicht, vermijd seksuele immoraliteit, sla je ogen neer en weerhou je handen ervan onrecht te begaan"» (Al Tirmidhi)

Diegenen echter die hun woord breken, moeten niet meer op Gods liefde rekenen:

«God bemint de verraders niet» (Koran 8:58)

De profeet verduidelijkte dat diegenen die hun woord breken beschouwd worden als verraders, als hypocrieten:

« Drie tekenen wijzen op een hypocriet: wanneer hij spreekt, liegt hij, wanneer hij een belofte maakt, breekt hij ze en wanneer hem vertrouwen geschonken wordt, beschaamt hij dat vertrouwen. » (gemeld door Abu Hurayra, in Bukhari)

«Wanneer volgende vier kenmerken in een persoon aangetroffen worden, dan is hij een complete hypocriet (munafiq), en wanneer een persoon één van deze kenmerken heeft, zal hij een portie nifaq (hypocrisie) hebben: wanneer hem vertrouwen geschonken wordt, beschaamt hij het, wanneer hij spreekt, liegt hij, wanneer hij een overeenkomst sluit maakt hij zich schuldig aan verraad en ontrouw, en wanneer hij redetwist is hij ruw in de mond. » (gemeld door Abd Allah ibn Amr, in Bukhari)

'Hypocriet' is een term die in de Koran voorbehouden wordt voor muslims-in-naam, mensen die beweren muslim te zijn maar er zich niet naar gedragen. Zij worden als een van de grootste bedreigingen aanzien voor de islam, omdat zij het geloof en de stabiliteit van de geloofsgemeenschap ondermijnen. Daarom wordt hen de diepste put van de hel toegezegd, erger nog dan de plaats waar de ongelovigen zullen terechtkomen.

«De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij zal voor hen geen helper vinden.» (Koran 4:145)

Het breken van een woord (en dus van een overeenkomst), wat als hypocrisie gekwalificeerd wordt, is bijgevolg vanuit islamitisch-religieus oogmerk een zwaar vergrijp. Het maakt niet uit met wie men deze overeenkomst aangegaan is – met een andere muslim of met een niet-muslim, met vriend of vijand, met een individu, een organisatie, een werkgever of werknemer, een overheid, enz.

Concreet, naar werksituaties vertaald, betekent dit alles dat zowel werknemers als werkgevers zich moeten houden aan de overeenkomst die zij met elkaar sloten.

4.3. Gedragsregels voor werknemers

- luiheid is des duivels

Profeet Mohamed bracht luiheid in verband met satan:

«De Apostel van God zei: "Gedurende de slaap, maakt satan drie knopen aan de achterkant van jullie nek. Over elke knoop leest en blaast hij de volgende woorden: 'De nacht is lang, blijf dus slapen'. Wanneer de persoon wakker wordt en God gedekt, wordt één knoop losgemaakt; en wanneer men ablutie uitvoert, wordt de tweede knoop losgemaakt; en wanneer men bidt wordt de derde knoop losgemaakt en wordt men energetisch en met een goed hart 's morgens wakker; anders staat men lui en met een kwalijk hart op."» (Abu Huraira, in Bukhari)

Profeet Mohamed leerde muslims dan ook om bij God bescherming te zoeken tegen luiheid.

«O God! Ik zoek bescherming bij U tegen leed en verdriet, tegen onvermogen en luiheid, tegen lafheid en schraapzucht, tegen het hebben van zware schulden en tegen het overmand worden door (andere) mannen.» (gemeld door Anas bin Malik, Bukhari)

- niets ontvreemden dat de werkgever toebehoort

Ten tijde van een van de veldslagen, kwam een herder van de tegenpartij met wat schapen op de muslims af en vroeg waar hij Mohamed kon vinden. Bij hem gekomen, vroeg hij hem naar de grondslagen van de islam. Hij stelde heel wat vragen en besloot uiteindelijk om zich te bekeren tot de islam. Nadat hij zich bekeerd had, vroeg hij aan de profeet wat hem nu eerst te doen stond. Daarop antwoordde de profeet dat het eerste wat hem te doen stond was de schapen terug te brengen naar hun rechtmatige eigenaar (niettegenstaande dit dus een vijand was in deze veldslag). [18]

- punctualiteit en nauwgezetheid, evenwel met de nodige flexibiliteit

Islam hecht groot belang aan punctualiteit, zonder evenwel in rigiditeit te vervallen. Punctualiteit komt vooral in religieuze zin aan bod in de Koran en de Sunnah. Zo moeten muslims op vaste tijdstippen bidden. Nochtans kan daar onder druk van omstandigheden enige soepelheid in voorzien worden. Zo kunnen muslims die onderweg (op reis) zijn, hun vijf gebeden bundelen in drie gebeden. Ook kunnen gebedstijden onder druk van omstandigheden uitgesteld worden. Profeet Mohamed zei:

«"Wanneer het zeer warm is, hou dan het Zuhr gebed wanneer het een beetje koeler wordt."» (gemeld door Abu Huraira, in Bukhari)

Hetzelfde principe geldt voor nauwgezetheid waarmee men zich aan regels en voorschriften moet houden. Zo heeft de Koran een aantal voedingsvoorschriften, maar tegelijk laat de Koran toe verboden voedsel te eten als men alleen verboden voedsel ter beschikking heeft en men dus moet kiezen tussen tussen verboden voedsel of verhongeren. Regels moet men met andere woorden niet 'mordicus' naleven.

«Verboden is voor jullie wat vanzelf is doodgedaan, bloed, varkenvlees, ... (...). Maar als iemand door honger gedwongen wordt zonder tot zonde geneigd te zijn, dan is God vergevend en barmhartig.»(Koran 5:3)

Vertaald naar attitudes op de werkplek, verduidelijken beide aspecten dat hoewel de islam punctualiteit en nauwgezetheid voorschrijft, de islam tegelijk getuigt van een pragmatische ingesteldheid en toestaat in te spelen op de noden van het moment om een versoepeling van de regels toe te laten en de nodige flexibiliteit aan de dag te leggen om de job goed te kunnen uitvoeren.

- collegialiteit en samenwerking

De islam streeft niet alleen een innerlijk vervolmakingsproces na, waar muslims een heel leven lang moeten aan werken, de islam richt zich ook op de gemeenschap en stelt zich als doel een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen. Dat voorschrift geldt op alle niveaus, van de kleinste groep waarin slechts een paar mensen zijn, tot de hele samenleving. Muslims worden aangemoedigd met elkaar samen te werken in het goede, maar krijgen tegelijk de opdracht niet mee te werken aan het kwade.

«"... en staat elkaar bij in vroomheid en godvrezendheid en staat elkaar niet bij in zonde en overtreding...» (Koran 5:2)

Anders gezegd, moedigt de Koran muslims aan samen te werken in het wettige, maar niet in het onwettige. Men mag dus niet samenwerken met wie bijvoorbeeld op het werk fraude wil plegen, of met iemand die iets dat het bedrijf toebehoort wil ontvreemden. Anderzijds kan wie legitiem werk verricht aanspraak maken op samenwerking en ondersteuning van de collega's.

- verantwoordelijkheidszin

Individuele verantwoordelijkheid is een centraal aspect van de islam. De islam gelooft dat mensen intellect en een vrije wil hebben. Op oordeelsdag zullen zij zich voor hun keuzen moeten verantwoorden. Het geloof in een leven in het hiernamaals en een oordeelsdag, versterkt de zin voor verantwoordelijkheid.

«De Boodschapper van God zei: "Elk van u is een bewaker en is verantwoordelijk voor diegenen voor wie hij instaat (...) Elk is een bewaker en is verantwoordelijk voor hetgeen aan hem toevertrouwd werd.» (Gemeld door Umar, in: Bukhari, Muslim)

- job zo goed mogelijk uitvoeren

Muslims worden voorgeschreven hun werk zo goed mogelijk en op de best mogelijke manier te doen. Profeet Mohamed zei;

«Wanneer iemand werk uitvoert, wil God dat hij dat met perfectie en gratie» (Muslim) [19]

4.4. plichten van een werkgever

- uitbetalen van het loon

Een werkgever is verplicht het correcte loon uit te betalen aan zijn werknemers. Doet hij dat niet, dan krijgt hij op Oordeelsdag God tegen.

«God zegt, "Ik zal tegen drie personen zijn op de Dag van de Wederopstanding:
1. Diegene die een convenant afsluit in Mijn Naam, maar daarna een verrader blijkt.
2. Diegene die een vrije persoon (als slaaf) verkoopt en de prijs ervan opeet.
[20]
3. Diegene die een werker tewerkstelt en het volledige werk door hem gedaan krijgt maar hem niet zijn loon betaalt"
» (Bukhari)

Ook de profeet betaalde voor het bewezen diensten:

«Wanneer de profeet een aderlating kreeg, betaalde hij de man die de aderlating deed zijn loon.» (gemeld door Ibn 'Abbas, in Bukhari)

«De profeet placht een aderlating te krijgen, en hij weerhield nooit de lonen van om het even wie.» (gemeld door Anas, in Bukhari)

- niets achterhouden dat de werknemer toekomt

De profeet vertelde een soort parabel over drie mannen die in een rotsholte opgesloten zaten. Nadat ze in de grot waren gegaan, was er immers een groot rotsblok voor de ingang gevallen. Slechts hun aanroepen van God, onder verwijzing naar de goede daden in hun leven, kon de steen doen weggaan. In het gezelschap was een man die zei:

«O God, ik heb een paar werknemers tewerkgesteld en betaalde hen hun lonen, met uitzondering van één man die zonder zijn loon op te halen vertrok. Ik investeerde zijn loon en verwierf er veel eigendom voor. Dan, na een tijd, kwam de man bij mij en vroeg hij: O, dienaar van God, betaal mij mijn loon. Ik zei tot hem: Alle kamelen, koeien en schapen die je ziet, zijn allemaal van u. Hij zei: O slaaf van God! Hou me niet voor de gek. Ik zei: maar ik hou u niet voor de gek. Dus nam hij de kudde en dreef hen weg, niets achterlatend. O God, als ik dat deed omwille van U alleen, verlos ons dan alstublieft van ons huidig leiden. Daarop, verschoof de steen een stuk. » [ook de twee andere mannen haalden elk hun goede daden aan, en de steen rolde uiteindelijk helemaal weg] (gemeld door 'Abdullah bin 'Umar, in: Bukhari)

Daarmee betaalde de man de werker dus niet alleen het achterstallige loon uit, maar ook alle opbrengsten die hij verworven had met het investeren van dit achterstallig loon.

- tijdig uitbetalen van loon

Een bekende uitspraak van de profeet is:

«Betaal de werker zijn loon voor zijn zweet opdroogt.» (Ibn Majah)

- goede behandeling van het personeel

De profeet zei:

«Wanneer men diegenen die onder eigen gezag vallen goed behandelt, zal dat voorspoed brengen, hen slecht behandelen leidt tot tegenspoed.» (gemeld door Rafi' ibn Makith, in: Abu Dawud)

Een goede behandeling houdt onder meer in dat werkgevers van hun werknemers niets vragen dat zij niet aankunnen. Deze gedragsregel werd reeds ontwikkeld in een tijd waarin slavernij nog bestond en profeet Mohamed er alles aan deed om slavernij zo snel mogelijk af te schaffen. Zoals reeds eerder aan bod kwam in deze tekst, kregen slaven in de overgangsperiode tal van rechten. Een van deze rechten was dat men hen geen taken mocht opleggen die te zwaar waren en dat men desnoods de slaven zelf moest helpen bij de uitvoering van hun taak.

Volgens de profeet is het de taak van werkgevers dat ze hun werknemers enkel datgene laten doen dat ze vlot aankunnen. Een werkgever mag het ook niet zo ver drijven dat de gezondheid van de werknemers geschaad zou worden. [21]
 


5. Houding tegenover sociaal profitariaat

5.1. Wat is sociaal profitariaat?

Islam is zoals reeds aangestipt niet alleen en individueel pad, het is ook een collectief pad, en het individu wordt voortdurend gewezen op zijn verplichting om zijn taak op te nemen binnen het koranisch maatschappelijk doel dat gedefinieerd wordt als het uitbouwen van een rechtvaardige samenleving.

«Wij hebben onze gezanten met de duidelijke bewijzen gezonden en Wij hebben het boek en de weegschaal met hen neergezonden, opdat de mensen de rechtvaardigheid in stand zouden houden...» (Koran 57:25)

Sociaal profitariaat ondermijnt dit doel. Het slaat dus niet alleen om mensen die werkonwillig zijn en ten onrechte leven van een uitkering, het slaat ook op politici die ten onrechte gemeenschapsgelden gebruiken of op mensen die 'in het zwart' werken en zo gelden onthouden aan de gemeenschap.

5.2. Aanmoediging tot werken en ontmoedigen van leven 'van de krijg'

De profeet motiveerde mensen om te werken. In volgende hadith wordt uitgelegd hoe een man de profeet om een aalmoes vroeg. De profeet vroeg hem of hij iets bezat. De man antwoordde dat hij een bidmat en een drinkbeker had. Daarop vroeg de profeet : wie wil die items kopen? De verkoop bracht 2 dirhams op. De profeet gaf de 2 dirhams aan de man en zei: gebruik 1 dirham om eten te kopen voor je familie, en gebruik de andere dirham om een metalen bijl te open. Ga daar hout mee hakken, en kom over 14 dagen terug. Toen de man 14 dagen later terugkeerde, had hij 10 dirhams verdiend. In diezelfde hadith erkent de profeet dat er situaties zijn (o.a. verpletterende armoede) waarin het gerechtvaardigd is beroep te doen op de hulp van anderen, maar moedigt hij in het algemeen mensen aan om zelf te werken om in hun levensonderhoud te voorzien.

«Een man van de Ansar kwam bij de Profeet en bedelde bij hem. De profeet vroeg: Heb jij niets in je huis? Hij antwoordde: ja, een stuk stof, dat we gedeeltelijk dragen als kledij, en gedeeltelijk gebruiken als mat op de grond, en een houten kom waaruit we water drinken. De profeet zei: breng dit bij mij. Hij bracht dan deze artikelen bij de profeet en deze laatste nam ze in zijn handen en vroeg: Wie wil deze zaken kopen? Een maan zei: ik zal ze kopen voor 1 dirham. Hij vroeg twee of drie keer: wie wil meer bieden? Een man zei: ik zal ze kopen voor twee dirhams.
De profeet gaf hem de goederen en nam de twee dirhams die hij aan de Ansri gaf en zei: koop voedsel met 1 dirham, en geef het aan uw gezin, en koop een bijl en breng die bij mij. De man kwam terug met de bijl. De apostel van God maakte er eigenhandig een handgreep op en zei: ga nu brandhout verzamelen en verkoop het, en laat je niet zien alvorens er twee weken gepasseerd zijn. De man ging weg en verzamelde brandhout en verkocht het. Wanneer hij 10 dirhams verdiend had, keerde hij terug en kocht er stof mee een voedsel.
De apostel van God zei dan: dit is beter voor jou dat dan bedelen voor jou als een vlek op je gezicht zou zijn op Oordeelsdag. Bedelen is maar goed voor drie mensen: iemand die in verpletterde armoede leeft, iemand die zwaar in de schulden zit, of iemand die verantwoordelijk is voor compensatie en deze niet kan betalen.
» (gemeld door Anas ibn Malik, in Sunan Abu Dawud)

De profeet moedigde daarmee de mensen aan om ondernemend te zijn om de eigen situatie ten goede te keren. Dit hangt uiteraard samen met de maatschappelijke verplichting om arbeid voor iedereen mogelijk te maken en het recht op arbeid te verzekeren.

Bij een andere gelegenheid zei de profeet:

«Men zal liever zelf een touw nemen en hout hakken en het dragen, dan anderen vragen dat te doen.» (gemeld door Az Zubair bin Al Awwam, in Bukhari)

De aanmoediging tot werken is ruim. Eerder in deze tekst kwam reeds aan bod dat de islam een evenwicht nastreeft in materiële en spirituele aangelegenheden, en waarschuwt voor een leven van devotie waarbij men leeft van de arbeid van anderen.

5.3. Niets onrechtmatig onttrekken aan de gemeenschap

De islam is exemplarisch inzake het voorschrift dat men niets mag stelen, ook niet van de gemeenschap. Of anders gezegd: men mag niet frauderen. Dat het niet persé om grote bedragen hoeft te gaan, maar ook in de details zit, wordt treffend geïllustreerd door een voorval in het leven van kalief Omar. Op een keer kwam een man bij Omar. Nadat de kalief had vastgesteld wat de man kwam doen, blies hij de kaars uit en deed hij er een andere branden. De man vroeg kalief Omar wat hij deed. Hij antwoordde: jij komt me spreken over een private aangelegenheid en die kaars wordt betaald door de gemeenschap opdat ik mijn werk zou kunnen doen. Daarom blaas ik die kaars uit en gebruik ik mijn eigen kaars. [22]


Besluit

De Islam moedigt mensen aan een productieve rol op te nemen in de samenleving, en schept er een normatief en moreel kader voor. Arbeid die met onrecht en uitbuiting te maken heeft, is verboden. Maar legale arbeid, wordt aangemoedigd.

De Koran keurt sociaal profitariaat af en stelt dat men niets zal hebben dan datgene waar men voor werkt. Arbeid is ten andere een fundamenteel mensenrecht. De maatschappij moet dan ook zodanig georganiseerd worden dat er werk voor handen is. Wanneer de werkgelegenheid niet gegarandeerd kan worden, moet de overheid in een sociaal vangnet voorzien, niet alleen omdat mensen recht hebben op een fatsoenlijk bestaan, maar ook omdat zolang er geen volledige werkgelegenheid is, de overheid en de maatschappij tekortschieten in hun plicht het fundamentele recht op arbeid te garanderen.

Legitieme arbeid is niet alleen een manier om in het levensonderhoud te voorzien, maar levert het ook een bijdrage om de samenleving vooruit te helpen in de richting van een rechtvaardige samenleving. Opvallend is dat de islam stelt dat daarvoor alle soorten werk nodig zijn, zowel manuele arbeid als intellectuele arbeid, en dat een handarbeider als mens en vanuit socio-economisch perspectief, niet meer of minder waard is dan de hoogste geleerde die een topfunctie bekleedt. Mensen moeten elkaar als gelijkwaardig behandelen, ongeacht verschillen inzake jobs. En mensen met verschillende jobs staan ten dienste van elkaar in een sfeer van broederschap.

De islam draagt mensen dus op alles in het werk te stellen om in hun eigen onderhoud te voorzien en een constructieve bijdrage te leveren tot de samenleving. Anderzijds, en tegelijk, erkent de Koran dat er niettegenstaande dat streven door omstandigheden wel degelijk armoede kan ontstaan. In dat geval, hebben armen recht op een deel van de rijkdom en welvaart die door anderen gegenereerd wordt om hen door de moeilijke periode helpen. Dat betekent dat de welvarenden van de samenleving tegelijk de plicht krijgen een bijdrage te leveren om de armoede in de samenleving te lenigen. Deze wisselwerking van tendensen - enerzijds de opgave om alles in het werk te stellen om te werken, anderzijds de verplichting om de armen te helpen, ontstaat een individuele en maatschappelijke drive die er op gericht is op termijn armoede uit te roeien.

Uit de tradities blijkt verder hoe scherp de islam luiheid afkeurt. Het wordt in verband gebracht met de duivel. Arbeid daarentegen - of het nu manuele of intellectuele arbeid is - wordt, voor zover deze binnen een legitiem kader plaatsvindt en met goede intenties uitgevoerd wordt - aanzien als een manier om God te verheerlijken en zelfs als een manier om vergeving van zonden te bekomen.

Werknemers en werkgevers moeten zich aan hun contractuele overeenkomsten houden. Zij moeten zich goed gedragen tegenover elkaar. Een werknemer zal zijn job zo goed mogelijk en op de best mogelijke manier uitvoeren, hij zal naarstig, nauwgezet en punctueel maar toch met de nodige flexibiliteit en in een sfeer van collegialiteit te werk gaan, en niets ontvreemden van het bedrijf, vanuit het besef dat hij niet alleen verantwoordelijkheid draagt tegenover zijn werkgever maar ook tegenover God die alles ziet en hoort. Op dezelfde wijze, zal een werkgever vanuit zijn besef van verantwoordelijkheid tegenover zijn personeel en tegenover God, zijn personeel goed behandelen, correct en stipt uitbetalen en geen taken opleggen die het personeel te zwaar belasten of die hun gezondheid schade toebrengt.

Kortom, de in de inleiding aangehaalde perceptie dat muslims omwille van hun religie minder werkijver aan de dag zouden leggen of naar hier zouden komen om van een uitkering te kunnen leven, is duidelijk een misperceptie, een vooroordeel dat geen enkele grond heeft in de islamitische leer en er zelfs ondubbelzinnig wordt door tegengesproken.


__________________________



Noten en literatuur

  1. "Etnische Discriminatie", Metagids, FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - http://meta.fgov.be/
  2. "Economic System of Islam - Labour & Work Ethics", Jamal Badawi - Islamicity.com
  3. Zie Koran Notitie: Racisme, een grendel op de hemelpoort - op deze website, en "1.7. recht op gelijke rechten" in Koran Notitie: "De Koran over mensenrechten, hefboom of hindernis voor integratie" - op deze website
  4. "Allah Made Mankind Dwellers on the earth, Generation After Generation, of Various Grades, in order to Test Them, Tafsir Ibn Kathir bij vers 6:165 waarin ook vers 43:32 ter sprake komt - http://www.tafsir.com/default.asp?sid=6&tid=17409
  5. Zie noot 2.
  6. Zie Koran Notitie: "De Koran over Mensenrechten, hefboom of hindernis voor integratie", deel 1.5 - op deze webesite
  7. "The Concept of Work in Islam", Kamal Badr, IslamOnline.net - klik hier!
  8. Zie Koran Notitie: "Jihad, geloof in woord en daad" - op deze website
  9. Zie Koran Notitie: Staan mannen boven vrouwen? - op deze website
  10. Zie Koran Notitie: "Koranische psychologie: een reis naar het (inwendige- paradijs" - op deze website
  11. Zie noot 10.
  12. Zie Koran Notitie: "Koranische Normen en Waarden" - op deze website
  13. Zie noot 2.
  14. Zie noot 7.
  15. Zie noot 6.
  16. Godsdienstvrijheid werd reeds in verschillende Koran Notities behandeld, zoals "Godsdienstvrijheid in de Islam op deze website, "Koranische psychologie, een reis naar het (inwendige) paradijs" op deze website en "De Koran over mensenrechten: hefboom of hindernis voor integratie? op deze website
  17. Zie noot 2
  18. "What is the Islamic stance regarding the recent 7/7 attacks in London?", Shaykh Muhammad ibn Adam al-Kawthari, MSA University of Delaware - http://copland.udel.edu/stu-org/msaud/articles/london.htm
  19. "Employment Contract of Brotherhood", Council of Muslim Theologians, Jamiatul Ulama (KZN) Islamic Website - klik hier!
  20. Merk op dat de islam verschillende maatregelen nam om slavernij af te schaffen. Zie ook noot 6.
  21. "Dignity of Labour in Islam", Rahim Dino Mahar, Pakistan Obsever, 19 March 2006 - http://pakobserver.net
  22. "How Islam sees income", Rohani Shahir, Financial Planning Association of Malaysia - http://www.fpam.org.my/


 


© Linda Bogaert, 2007.

PS
De (Nederlandstalige) Koran-citaten in alle bijdragen van deze reeks zijn afkomstig uit: "De Koran. Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands", door Fred Leemhuis, isbn 90 269 40785, uitgeverij: Unieboek in Houten, 1989 (regelmatig herdrukt) - met dien verstande dat Arabische namen (vb Ibrahim) omwille van de herkenbaarheid vervangen werden door de Nederlandse naam (vb Abraham).

Contact: < L.Bogaert@telenet.be

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Webmaster            Update: 1/4/2013