.. Inleiding
1. Waarheid en rechtvaardigheid
1.1. God is de enige waarheid
1.2. Waarheid en rechtvaardigheid zijn innig verweven
1.3. Elk mens wordt aangemoedigd om zelf op zoek te gaan naar de
waarheid
1.4. Twijfelen aan de waarheid ?
1.5. God is de waarheid, maar er zijn verschillende wegen naar God
(pluralistische houding tgo de absolute waarheid
1.6. Bevrijding door waarachtigheid
2. Onwaarachtigheid en
onrechtvaardigheid
2.1. Onwaarachtigheid is onrecht
2.2. Liegen
2.3. Liegen over de islam
2.4. Prijs voor onwaarachtigheid
2.5. Vergiffenis ?
3. taqiyya en kitman
3.1. Taqiyya: verhullen van uitwendige religieuze verplichtingen
3.2. kitman: voorzichtige terughoudendheid
3.3. Equivalenten van taqiyya en kitman in andere religies
3.4. Seculiere equivalenten van taqiyya en kitman
4. Besluit
.. Noten en literatuur
Inleiding
Wanneer muslims zeggen dat de islam voor vrede staat, extremisme
afkeurt, terrorisme verwerpt, e.d.m., wordt dat door criticasters vaak
honend onthaald en naar de prullenmand verwezen als 'taqiyya' of
'kitman'. Volgens islam bashers betekenen deze concepten dat muslims,
om de islam te verspreiden, mogen liegen over de ware aard van de
islam. Bijgevolg moet men volgens hen geen woord geloven van een
muslim die bijvoorbeeld stelt dat de islam staat voor vrede en tegen
terrorisme is; dat is in hun ogen immers allemaal pure misleiding,
bedrog, mensen zand in de ogen strooien. De islam is er volgens
islam bashers op uit om de wereld te domineren waarbij voor
andere godsdiensten (nog altijd luidens de islam bashers) geen
plaats meer zal zijn, [1] en om dat doel te bereiken, aldus de islam bashers, mogen muslims volgens hun religie liegen over de
leerstellingen van de islam.
Wat is hier van aan? In deze Koran Notitie trekken we op onderzoek
naar de betekenis en de rol van de waarheid in de islam, de
islamitische houding tegenover liegen in het algemeen, en liegen
over de islam in bijzonder, alsook de correcte islamitische
betekenis van de concepten taqiyya en kitman. Vervolgens gaan we na
of andere religies en seculiere modellen al dan niet gelijkaardige
concepten hanteren, om te eindigen met enkele slotbeschouwingen.
1. Waarheid en waarachtigheid
1.1. God is de enige waarheid
In de Koran wordt God onder meer Al Haqq genoemd. Al Haqq betekent
letterlijk: de Ware, de Echte. Het woord is afgeleid van de wortel {h-q-q}
die verschillende connotaties heeft: zoals waar, accuraat,
authentiek, echt zijn, plaats vinden zonder twijfel en onzekerheid,
voldoen aan de eisen van wijsheid, waarheid, rechtvaardigheid.[2].
« Dat is omdat God de waarheid is en omdat Hij almachtig is » Koran
(22:6)
Volgens de islam is God de enige ultieme werkelijkheid, de enige
waarover niet de minste onzekerheid of twijfel bestaat, de enige
waarheid in absolute zin. Volgens de Koran ligt de ultieme waarheid
bij God en alleen bij Hem. Alleen Hij kent de gehele waarheid. Wie
beweert de absolute waarheid te kennen, beweert bijgevolg zèlf god
te zijn en stelt zich zodoende buiten het islamitisch discours
waarin er geen god is dan God. Daarmee wordt de waarheid
transcendent gedefinieerd, d.w.z. dat de ultieme waarheid beschouwd
wordt als iets dat het menselijk bevattingsvermogen overstijgt. Een
mens kan slechts een deeltje van de waarheid zien, begrijpen. De
volledige waarheid, is alleen aan God bekend.
1.2. Waarheid en rechtvaardigheid zijn innig verweven
In de wetenschap gaat waarheid over iets dat 'conformeert met de
werkelijkheid'. In de islam is dat ook zo, alleen gaat de islam
verder dan dat omdat de waarheid ook een transcendente en juist
daarom ook een morele dimensie heeft. God is de enige absolute
waarheid, de enige die de volledige waarheid kent - bijgevolg ligt
bij Hem en bij Hem alleen het ultieme onderscheid tussen goed en
kwaad. [3] De logische consequentie hiervan is dat waarheid en
rechtvaardigheid intrinsiek met elkaar verweven zijn, en dat beide
vanuit goddelijk perspectief gedefinieerd worden.
« En Wij hebben Onze gezanten met de duidelijke bewijzen gezonden en
Wij hebben het boek en de weegschaal met hen neergezonden, opdat de
mensen de rechtvaardigheid in stand houden. En Wij hebben het ijzer
neergezonden. Daarin is geweldige kracht en veel nuttigheid voor
mensen... » (Koran 57:25)
Vermits God de enige waarheid is, de enige die het volledige beeld
heeft, ligt ook bij God het ultieme oordeel over rechtvaardigheid.
In Surah 18 (v.66-83) van de Koran komt dit uitvoerig aan bod.
[4] Mozes wordt er vergezeld van een zekere Al Khadir. Het is niet
duidelijk wie deze figuur is. Volgens sommigen is hij een profeet,
andere exegeten beschouwen hem als een engel, nog anderen zien in
hem een allegorische figuur die de diepste mystieke inzichten
symboliseert. In Surah 18 van de Koran, voert deze figuur opdrachten
van God uit. Op een gegeven moment slaat hij een lek in een boot
zodat de boot met alle opvarenden vergaat. Dat lijkt onrechtvaardig,
maar Al Khadir legt later uit dat die mensen aan de overkant van het
water een koning te wachten stond die elke schip met geweld nam.
Door hun boot lek te slaan, en hen te laten verdrinken - wat op het
eerste zicht een onrechtvaardig lot lijkt - was God (die het grotere
beeld heeft) hen dus genadig en bespaarde Hij hen een doodstrijd die
vele malen erger was. Uit dergelijke verzen blijkt dat enkel God een
ultiem oordeel kan vellen over wat goed en slecht is.
« Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie
is en misschien hebben jullie iets lief dat slecht voor jullie is.
God weet en jullie weten niet. » (Koran 2:216)
Hiermee wordt mensen op het hart gedrukt dat het niet is omdat ze
zèlf iets goed vinden, dat het vanuit ruimer perspectief ook goed
is. Het is een les in nederigheid: men kan als individu niet zelf
god spelen, het is niet omdat men zelf iets goed vindt, dat het ook
goed is. De definities van goed en kwaad overstijgen het individuele
niveau. Daarom ook zeggen muslims bij alles wat er gebeurt: 'het is
de wil van God', en danken ze Hem voor alles, ongeacht of ze het
gebeuren aangenaam of betreurenswaardig en pijnlijk vonden. De
uitdrukking is een teken van overgave aan God. Enkel Hij is in staat
het hele gebeuren te overzien. Wat een individu ervaart als een
'meevaller' is in het grotere geheel der dingen niet noodzakelijk
een goede zaak, en wat een individu ervaart als een opdoffer, is in
het grotere geheel der dingen niet noodzakelijk een slechte zaak.
Mensen wie het voor de wind gaat in het leven, kunnen dus niet
beweren dat zij speciaal door God gezegend worden – hun succes kan
net zo goed een beproeving zijn; terwijl van mensen die in het leven
de ene tegenslag na de andere te verwerken krijgen, niet gezegd kan
worden dat zij door God gestraft worden – iemand die buiten zijn
toedoen zijn job verliest kan bv. juist daardoor een veel wreder lot
bespaard blijven. Het is dus, in een bijkomende dimensie, niet wat
een mens overkomt dat van tel is, wel hoe hij ermee omgaat. Daarin
maakt hij zijn morele keuze: gaat hij er op een moreel hoogstaande
manier, of op een moreel verwerpelijke manier mee om. Wanneer men
met voorspoed op een verwerpelijke manier omgaat, plaveit men zijn
weg naar de hel. Gaat men met tegenslag op een moreel hoogstaande
manier om, dan trekt men een wissel op het paradijs.
Hét morele adagio van de Koran is het gebieden van het goede en
verbieden van het kwade.
«... Hij gebiedt hun het behoorlijke en verbiedt hun het
verwerpelijke en hij staat hun de goede dingen toe en verbiedt hun
de onbetamelijke dingen...» (Koran 7:157)
Dit vereist dat er een waarheid is waartegen goed en kwaad kunnen
afgewogen worden. Voor de islam (net als voor de andere
monotheïstische godsdiensten), is die waarheid God.
«God bevestigt de waarheid met Zijn woorden ook al staat het de
boosdoeners tegen.» (Koran 10:82)
Alle profeten, leidden hun leven in overeenstemming met de waarheid,
zij leefden een waarachtig leven. De Koran vernoemt onder meer bij
naam:
« Jozef, jij de waarheidslievende...» (Koran 12:46)
« En vemeld in het boek Abraham. Hij was een oprecht mens en een
profeet». (Koran 19:41
« En vermeld in het boek Ismael. Hij hield zich aan zijn
toezeggingen en hij was een gezant en een profeet.» (Koran 19:54)
Ook Maria, die door sommige muslimgeleerden als profeet beschouwd
wordt (o.a. omdat zij, net zoals de andere profeten, openbaringen
van God kreeg via de aartsengel Gabriël), staat in de Koran hoog
aangeschreven als een waarachtige vrouw. [5]
« De messias, de zoon van Maria, is alleen maar een gezant aan wie
de andere gezanten zijn voorafgegaan en zijn moeder was een oprechte
vrouw..."» (Koran 5:75)
In navolging van alle profeten, moeten de gelovigen een waarachtig
leven leiden.
« Jullie die geloven! Vreest God en weest met de oprechten. » (Koran
9:119)
Als getuigen van de waarheid, worden muslims geacht in alle
omstandigheden de daaraan verbonden rechtvaardigheid te laten
primeren, en dus op te komen tegen alle soorten van onrecht.
Rechtvaardigheid heeft voorrang op eigenbelang of gevoelens van
afkeer. Dus zelfs wanneer het in het nadeel van zichzelf of de
familie zou uitdraaien, moet men rechtvaardig zijn. Zelfs wanneer
men voor iemand antipathie voelt, moet men rechtvaardig zijn.
Rechtvaardigheid overstijgt immers, net als de waarheid, het
individuele niveau.
«... En als jullie een uitspraak doen wees dan rechtvaardig zelfs al
zou het een verwant betreffen...» (Koran 6:152)
« Jullie die geloven! Wees standvastig voor God als getuigen van de
rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er
niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Weest rechtvaardig, dat
is dichter bij godvrezendheid. En vreest God. God is welingelicht
over wat jullie doen.» (Koran 5:8).
« Jullie die geloven! Weest standvastig in de gerechtigheid als
getuigen voor God, al is het tegen jullie zelf of de ouders of de
verwanten. Of het nu om een rijke of om een arme gaat, God staat hen
beiden zeer na. Volgt dus niet je geneigdheid om niet rechtvaardig
te zijn. Maar als jullie verdraaien of jullie afwenden, dan is God
welingelicht over wat jullie doen.» (Koran 4:135)
«En geeft de volle maat en behoort niet tot hen die verlies
veroorzaken. En weegt met de juiste weegschaal. En doet de mensen
niet tekort in de dingen die van hen zijn en veroorzaakt geen
ellende op de aarde door verderf te zaaien.» (Koran 26:181-183)
Volgens de islam wordt de waarheid, en de daaraan verbonden
moraliteit, geacht een universeel gegeven te zijn. Islam gelooft dat
alle mensen voor zij geboren worden, in hun ziel God als hun Heer
erkend hebben. [6]. Dat betekent dat elk mens als een moreel wezen
geboren wordt, met een inzicht in wat goed en kwaad is. Het is een
kernmoraliteit die bij de rede aansluit:
«... Redelijk inzicht is duidelijk onderscheiden van
verdorvenheid...» (Koran 2:256)
Die kernmoraliteit is universeel en van alle tijden, en wordt in
beginsel door de hele mensheid gedeeld, ongeacht welk religieus pad
men in het verdere leven bewandelt. Het is dan ook niet
verwonderlijk dat de mensenrechten op grond van de Koran en Sunnah
zeer nauw aansluiten bij de universele verklaring van de
mensenrechten van de VN. [7]. Islam gaat er overigens van uit dat
alle monotheïstische godsdiensten (jodendom, christendom en islam)
in één en dezelfde God geloven (in het Arabisch: 'Allah'), en dus
eenzelfde kern van waarheid delen. Islam koppelt redding van de ziel
dan ook niet aan de naam van de religie waartoe een mens behoort, en
niet enkel aan geloof, maar wel aan waarachtigheid ten aanzien van
deze kernmoraliteit, aan godvrucht en goede daden. Muslims hebben
geen zekerheid dat zij naar het paradijs zullen gaan; als zij zich
misdragen kunnen ze naar de hel gaan. Een christene die in God
gelooft en zich goed gedraagt, kan volgens de islam naar het
paradijs gaan. [8] De islam stelt dat wie de leidraad van de Koran
volgt, naar het paradijs zal gaan (uiteraard altijd met Gods
genade), maar zeg dus niet dat niet-muslims per definitie immoreel
of onwaarachtig zijn en naar de hel zullen gaan. In elke godsdienst
zijn er volgens de islam mensen die zich goed gedragen, zij hoeven
niets te vrezen. In elke godsdienst zijn er ook die zich misdragen.
Hen staat de hel te wachten.
1.3. Elk mens wordt aangemoedigd om zelf op zoek te gaan naar de
waarheid
Dat ouders of mensen uit de omgeving menen dat iets waar is,
betekent nog niet dat men dat zelf automatisch voor waar moet
aannemen. Gezien het cruciale belang van de waarheid moedigt de
Koran elk mens aan er zelf naar op zoek te gaan.
« En als tot hen gezegd wordt: "Volgt wat God heeft neergezonden",
zeggen zij: "Welnee, wij volgen dat na waarvan wij merken dat onze
vaderen er zich aan hielden." Ook dan soms als hun vaderen helemaal
niet verstandig waren en zich niet de goede richting hadden laten
wijzen?" » (Koran 2:170)
1.4. Twijfelen over de waarheid
Op zoek gaan naar waarheid, impliceert dat geen mogelijkheid tot
twijfel? En is het niet zo dat de islam geen twijfel kent?
De Koran stelt inderdaad dat dit boek (een weergave van het
letterlijke woord van God dus) een boek is waaraan geen twijfel is:
«Dit is het boek waaraan geen twijfel is, een leidraad voor de
godvrezenden.» (Koran 2:2)
Dit betekent dat er volgens de Koran geen twijfel is aan God zèlf,
noch aan Zijn Woord. God is de waarheid, de enige waarheid, de enige
werkelijkheid, de enige zekerheid waaraan niet de minste twijfel
bestaat. Maar in hoe men zich tot die waarheid verhoudt, is er wel
degelijk mogelijkheid tot bevraging en zelfs twijfel ingebouwd,
meerbepaald via verzen in de Koran die godsdienstvrijheid
garanderen:
« In de godsdienst is geen dwang...» (Koran 2:256)
Het is juist door het ontbreken van deze mogelijkheid tot 'twijfel'
tegenover de 'waarheid' dat het Westen eeuwenlang te kampen had met
godsdienstdwang en godsdienstvervolging. De Westerse theocratieën
waarin de godsdienst door de staat opgelegd werd op straffe van
dood, werden pas door het invoeren van de godsdienstvrijheid
doorbroken, wat meteen de periode van het modernisme inluidde. De
islam heeft nooit een dergelijk godsdienstdwang en nooit een
theocratie in westerse stijl gekend. Een theocratie is ten andere
volledig strijdig met de islam. [9] Door het gelijktijdig verankeren
van enerzijds de absolute waarheid van God, maar anderzijds het
principe van vrijheid hoe men zich tegenover die waarheid verhoudt –
godsdienstvrijheid dus - zijn de kernconcepten voor modernisme al
van oudsher aanwezig in de islam [10,11,12] Volgens de Koran kan
immers niemand tot de waarheid gedwongen worden, men moet ze zelf
ontdekken en er in alle vrijheid voor kiezen, en dat impliceert dat
men zich moet kunnen bevragen over die waarheid; dat men de vrijheid
geniet niet voor God te kiezen, of wanneer men er wel al voor koos,
van gedacht te veranderen. Als men er zich van afkeert, als men het
geloof verlaat (apostasie), blijft dat een zaak tussen God en mens
waar geen ander mens kan in tussenkomen. Nergens in de Koran staat
dat voor apostasie de doodstraf geldt – maar vanuit Koranisch
oogmerk doet een mens wel zichzelf en zijn eigen ziel groot onrecht
aan door zich van wat de Koran als Waarheid beschouwt, af te keren.
Nochtans, geniet elk mens de vrijheid te bepalen hoe men zich
tegenover God verhoudt. Het oordeel daarover kan enkel door God
uitgesproken worden, geen mens kan zich daarin moeien. Het is pas
als men die vrijheid misbruikt om de staat, de gemeenschap, te
destabiliseren, dat de gemeenschap kan optreden. Niet om het geloof
met dwang op te leggen, want geloof blijft iets dat exclusief
voorbehouden is voor de relatie tussen de mens en God, maar wel om
op te treden tegen het destabiliseren van de samenleving.
[13]
Juist doordat de mens vrij is in zijn verhouding tegenover de
waarheid, kan onwaarheid (en dus ook onrecht) bestaan en
gepropageerd worden, en wordt men in het aardse leven geconfronteerd
met een mix van waarheden en onwaarheden waaruit men zelf moet
kiezen – een keuze waarbij de Koran een leidraad biedt om goed en
kwaad, waarheid en onwaarheid, recht en onrecht, van elkaar te
onderscheiden. Bovendien zijn onwaarheid en onrecht slechts een
'tijdelijke' toestand. Waarheid zal uiteindelijk de bovenhand halen
- net zoals rechtvaardigheid; beiden maken immers essentieel deel
uit van het Laatste Oordeel.
1.5. God is de Waarheid, maar er zijn verschillende wegen naar God
(pluralistische houding tgo de absolute waarheid)
God wordt beschouwd als de enige unieke echte werkelijkheid. De
logische consequentie daarvan is dat geen mens de volledige waarheid
kan kennen. En vermits mensen van elkaar verschillen, kunnen zij ook
een verschillende kijk op de waarheid hebben. Dit pluralisme wordt
in de Koran op verschillende manieren ondersteund.
Vooreerst kent de islam geen kerkinstituut, er is dus geen
instelling die 'de' officiële leer kan opleggen aan de gelovigen. In
de islam staat er geen priester tussen de gelovige en God. Geloof is
iets rechtstreeks tussen mens en God. Als gevolg daarvan, is er
diversiteit in de interpretatie van de Koran.
Daarnaast, erkent de islam ook dat er nog andere manieren zijn om
God te benaderen. Een beetje zoals wanneer verschillende mensen
tijdens een donkere nacht naar een huis kijken waarin een open haard
brandt: elkeen die door een ander raam kijkt, zal een ander aspect van
het haardvuur zien. Maar uiteindelijk kijken ze allen naar
hetzelfde vuur. Het bestaan van verschillende godsdiensten –
verschillende vensters langs waar men naar God kijkt, verschillende
manieren om de ultieme waarheid te benaderen - wordt door de islam
beschouwd als een aspect van de wil van God. Hij zelf heeft de
verschillende godsdiensten ingesteld als onderdeel van de test van
het leven [14]. God zal op oordeelsdag wel uitleggen hoe de vork in
de steel zat, zegt de Koran. In afwachting daarvan, wordt elk mens
aangemoedigd individueel op zoek te gaan naar wat volgens hem in
hart, ziel, intellect en geweten de ware weg is, en daar dan ook
naar te leven. Waarachtigheid staat daarbij centraal. De Koran
moedigt christenen dus aan te leven volgens de Evangeliën, moedigt
de Joden aan te leven volgens de Thora, moedigt de muslims aan te
leven volgens de Koran. [15]. Tegelijk schrijft de Koran de mensen
voor elkaars geloof te respecteren en enkel met elkaar te wedijveren
in 'godvrucht en goede daden', elk vanuit de eigen weg het beste van
zichzelf te geven om zowel het individu als de samenleving naar het
maximum van de potenties te tillen.
« ... En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap
gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de
proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot
God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat
meedelen waarover jullie het oneens waren. » (Koran 5:48)
Elk geloof meent uiteraard dat het het beste is. Uiteindelijk komt
het oordeel daarover alleen God toe. Een christen denkt dat hij de
ware religie aanhangt, anders zou hij vanzelfsprekend geen christen
zijn. Een muslim denkt hetzelfde. Alle godsdiensten hebben in de
Koran een door God gegarandeerd bestaansrecht – omdat het God zelf
is die de verschillende godsdiensten ingesteld heeft en omdat Hij
mensen vrijheid van keuze gegarandeerd heeft. Uiteindelijk kan geen
mens oordelen over het geloof of ongeloof van een ander, vermits de
ultieme waarheid waartegenover ongeloof afgemeten wordt, alleen door
God gekend is en vermits daarenboven alleen Hij in de harten van de
mensen kan kijken en hun intenties kent.
De islam beschouwt zichzelf als het meest zuivere pad naar God, maar
sluit niet uit dat anderen door God tot het paradijs zullen
toegelaten worden op grond van hun geloof, van hun godvrucht en
goede daden. Daarmee is de islam van oudsher veel toleranter
tegenover andere religies dan de andere monotheïstische godsdiensten
die traditioneel hun weg als de enige zaligmakende beschouwen en die
voor aanhangers van andere godsdiensten een plaats in de hel
voorzien.
1.6. Bevrijding door waarachtigheid
Vrijheid wordt in het Westen vaak gedefinieerd als 'alles moet
kunnen', ook achterbaksheid, ook arrogantie, hebzucht enz. In een
islamitisch discours ligt de ultieme vrijheid niet in het feit dat
men vrij is hoe men zich verhoudt tegenover God (en dus tgo waarheid,
rechtvaardigheid enz.), maar in een vrije keuze voor God, voor een
leven van waarachtigheid en rechtvaardigheid, een vrije keuze voor
een leven waarin onrecht, bedrog, leugen, achterklap, hebzucht,
egoïsme, onverdraagzaamheid enz. geen plaats is. Dààrin vindt men
volgens de islam zijn volledige vrijheid – omdat men zodoende de
ziel vrij maakt van alles wat met bedrog, leugen, verraad en onrecht enz. te maken heeft. Alleen in de keuze voor rechtvaardigheid kan
men de verstrengelende greep van het onrecht overstijgen. En dat is
de ultieme overwinning, de echte bevrijding.
Het heeft dus niet alleen te maken met het gegeven dat God het doen
van het kwade bestraft. Men bestraft zichzelf door te kiezen voor
onrecht, voor leugen, bedrog, achterklap, racisme enz. - zodoende
ontzegt men de eigen ziel immers de nobelheid van het goede, het
rechtvaardige enz. en de innerlijke rust en harmonie die daar
volgens de Koran mee samenhangt.
« Wij hebben tot jou het boek voor de mensen met de waarheid
neergezonden. Wie zich de goede richting laat wijzen volgt het goede
pad slechts tot zijn eigen voordeel en wie dwaalt, dwaalt slechts
ten koste van zichzelf. En jij bent geen voogd over hen » (Koran
39:41 )
Een consequente keuze voor waarachtigheid en daarmee sa
menhangende
rechtvaardigheid leidt naar het paradijs, zowel innerlijk tijdens
het aardse leven, als later in het hiernamaals.
2. Onwaarachtigheid en onrechtvaardigheid
2.1. Onwaarachtigheid is onrecht
Muslim zijn, biedt geen garantie op een plaats in het hiernamaalse
paradijs. Geloof is niet voldoende, men moet er ook naar leven.
Volgens de islam plaveien mensen tijdens hun leven zelf hun weg
naar paradijs of hel. Mensen worden volledig zondevrij geboren (er
is geen erfzonde in de islam, vermits de genadevolle God Adam en Eva
hun misstap vergaf; bovendien kan niemand moeten boeten voor de
zonde van een ander). De zin van het leven is dat het een test is om
na te gaan of men tijdens dit leven telkens opnieuw voor het goede
zal kiezen, dan wel het kwade zal doen. Bedoeling is uiteraard voor
het goede, voor rechtvaardigheid (en dus voor God) te kiezen. Aan
het einde van de rit volgt er een oordeelsdag waarop finaal
gerechtigheid zal geschieden. Niets van het goede dat men deed, zal
verloren gaan. Niets van het kwade dat men deed, zal men kunnen
verbergen (hoewel God ook genadig is en wanneer men berouw toont en
goede daden stelt, men sommige van de begane misstappen kan
rechtzetten). De islam laat mensen niet hulpeloos deze test
doorlopen. De Koran is een leidraad om het goede van het kwade te
onderscheiden en zodoende door een leven van barmhartigheid,
waarachtigheid, naastenliefde, bescheidenheid enz een plaats in het
paradijs te bewerkstelligen.
De Koran bewandelt meestal een dubbel spoor: het wenselijke wordt
voorgeschreven, het onwenselijke wordt afgekeurd. Dat is in dit
geval niet anders. Terwijl zopas aangestipt werd dat waarachtigheid
leidt naar een plaats in het (innerlijke en hiernamaalse) paradijs,
wordt diegenen die zich onwaarachtig gedragen een plaats in de hel
in het vooruitzicht gesteld.
Bij die onwaarachtige gedragingen horen niet alleen liegen (zowel in
het algemeen, als in het bijzonder over de islam), maar ook
roddelen, achterklap, laster, hypocrisie, en alle vormen van
onrecht, want zoals rechtvaardigheid gekoppeld is aan de waarheid,
is onrecht gekoppeld aan onwaarheid.
Van belang voor deze Koran Notitie is vooral wat de islam zegt over
liegen in het algemeen, en liegen over de islam in het bijzonder.
2.2. Liegen
Liegen is de waarheid geweld aandoen. Het is met andere woorden een
vorm van onrecht, en is, zoals alle onrecht, verboden:
« Als hij een leugenaar is zal zijn bedrog in zijn nadeel zijn (...)
God wijst de goede richting niet aan wie schaameloos zijn en
leugenaars. » (Koran 40:28)
En zoals alle onrecht, leidt liegen naar de hel. Profeet Mohamed zei
hierover:
« Waarachtigheid is rechtschapenheid, en rechtschapenheid leidt naar
het Paradijs. Iemand blijft de waarheid vertellen tot hij in God's
boek omschreven staat als waarachtig. Liegen is boosdoenerij en
boosdoenerij leidt naar de hel. Iemand blijft liegen tot hij in
God's boek omschreven wordt als een gewoonteleugenaar. » (gemeld
door Abdullah ibn Mas'ud in Bukhari, Muslim, Abu Dawud en Tirmidhi)
Waarachtigheid is - gezien de inherente verwevenheid met
rechtvaardigheid - essentieel voor het bevrijden van de ziel. Wie
onwaarachtig is en de waarheid niet spreekt, hoeft zich volgens
profeet Mohamed zelfs niet de moeite te doen om te vasten.
« "Wie liegen en onwetenheid en het navenant handelen niet opgeeft,
van hem heeft God niet nodig dat hij aan voedsel en drinken
versaagt."» (Bukhari).
De profeet zei dat een plaats in het paradijs gegarandeerd is voor
mensen die het liegen volledig afzweren. Zoals eerder gesteld, ligt
de echte bevrijding van de ziel immers in de keuze voor de waarheid,
voor rechtvaardigheid, en dus tegen liegen dat een vorm van onrecht
is.
«Ik garandeer een huis in het midden van het Paradijs voor diegene
die het liegen laat, zelfs wanneer het al grappend is.» (gemeld door Abu Umamah, in Tirmidhi).
Zolang men de waarheid niet spreekt, kan het hart niet gezuiverd
worden; zolang het hart niet gezuiverd is, is er geen sprake van
rechtschapen geloof.
«Het geloof van een dienaar zal niet rechtschapen zijn tot zijn hart
rechtschapen is, en zijn hart al niet rechtschapen zijn tot zijn
tong rechtschapen is, en iemand wiens buur niet veilig is van zijn
kwaad, zal het Paradijs niet binnen gaan"» (gemeld door Anas b.
Malik in As-Saheehah).
Waarachtigheid, naar Gods waarheid leven, en dus rechtvaardigheid
laten primeren, brengt het hart tot rust.
« Zij die geloven en wier harten gerustgesteld worden doordat zij
God gedenken - zeker door God te gedenken worden de harten
gerustgesteld, zij die geloven en deugdelijke daden doen, voor hen
is er zaligheid en een goede terugkomst » (Koran 13:28).
Terwijl leugen leidt tot innerlijke onrust.
« Laat datgene dat je doet twijfelen achterwege ten voordele van
datgene dat je niet doet twijfelen. Want in waarachtigheid ligt
rust, en in liegen ligt twijfel.» (Tirmidhi, Ahmad, Al-Nisaa'i).
Liegen is bovendien het kenmerk van een hypocriet.
«Als iemand vier kenmerken vertoont, is hij een pure hypocriet, en
als iemand één van deze kenmerken heeft vertoont hij een aspect van
hypocrisie tot hij het opgeeft: iemand die wanneer hij vertrouwd
wordt het vertrouwen verraadt; wanneer hij spreekt, liegt; wanneer
hij een overeenkomst aangaat en die verbreekt; en wie wanneer hij redetwist
afwijkt van de waarheid door het uiten van leugens." » (Bukhari,
Muslim).
De islam tilt zeer zwaar aan hypocrisie. Het is een term die in de
Koran gebruikt wordt voor 'muslims in naam', wier woorden en daden
elkaar tegenspreken. Hypocrisie is volgens de islam een 'ziekte van
het hart'. De islam keurt dit zeer zwaar af. Het wordt zelfs
beschouwd als een van de grootste bedreigingen voor de islam.
Hypocrieten mogen zich verwachten aan de diepste, ergste plek in de
hel.
« De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij
zal voor hen geen helper vinden.» (Koran 4:145).
2.3. Liegen over de islam
Zopas werd geargumenteerd dat islam liegen verwerpt. Dit geldt
evenzeer en nog meest van al voor liegen over de islam zelf, dat,
gezien de centrale betekenis van waarheid en waarachtigheid in de
islam, behoort tot de meest verwerpelijke en meest afschuwelijke
dingen die men kan doen.
In de Koran wordt gesteld dat indien profeet Mohamed zou gelogen hebben
over God, God dan meteen zijn slagader zou doorgeknipt hebben.
Naast de evidente lichamelijke betekenis daarvan, is de slagader in
figuurlijke zin de verbinding naar het hart van de mens, de
emotionele en spirituele brug naar God. De profeten zijn nochtans
door God geliefd en de krachtige bewoordingen waarmee dit vers
geformuleerd wordt duiden aan hoe zwaar de islam tilt aan liegen over
God. Zelfs iemand zo dienstbaar aan God als een profeet, zou meteen
van God afgesneden worden als hij liegt over God.
« En als hij voor Ons enige uitspraken zelf bedacht had hadden Wij
hem bij de rechtarm gegrepen. Dan hadden Wij hem de levensader
doorgesneden. Niet een van jullie had dat van hem kunnen afweren. »
(Koran 69:44-7).
Niet alleen snijdt liegen over God (en dus de islam) de band met God
door, er rust bovendien een vloek op diegenen die liegen over God.
« En wie is zondiger dan wie over God bedrog verzint? Zij zijn het
die voor hun Heer worden voorgeleid en getuigen zullen zeggen: "Dat
zijn zij die over God gelogen hebben." Zeker Gods vloeg is over de
onrechtplegers. » (Koran 11:18).
Religieuze bronnen van de islam laten er geen twijfel over bestaan
dat liegen over de islam ten stelligste verboden is. Muslims die
zich er toch aan bezondigen, mogen zich aan een plek in de hel
verwachten. Ook verschillende hadiths handelen hierover, zoals onder
meer:
« De profeet zei: "wie over mij intentioneel liegt, zal beslist zijn
plaats in het (helle-) Vuur opnemen" » (Gemeld door Abdullah bin 'Amr,
in Bukhari).
2.4. Prijs voor onwaarachtigheid
Zoals eerder in 1.6. aangegeven, bestraffen mensen hun eigen ziel
door zich te buiten te gaan aan onwaarachtig (en dus immoreel,
onrechtvaardig, enz.) gedrag. God is het summum van rechtvaardigheid.
Hij is waarheid, geeft mensen de vrijheid zich er tegenover te
verhouden zoals ze dat willen, maar indien ze intentioneel in
onwaarachtigheid – en dus daaraan verbonden onrecht - vervallen,
zullen ze daar de prijs voor betalen. Niet zozeer het ongeloof op
zich wordt dus bestraft, maar wel de onwaarachtigheid tegenover de
kernmoraliteit waarmee elk mens geboren wordt. Het is het met deze
onwaarachtigheid geassocieerd onrecht dat bestraft wordt (zoals
verdrukking, racisme, laster, diefstal, moord, enz.). Door voor deze
vormen van onwaarachtigheid en onrecht te kiezen, straffen mensen
dan ook zichzelf, ketenen ze hun eigen ziel vast aan onrecht.
Noteer dat het niet zo is dat de Koran muslims tegenover
niet-muslims stelt, maar wel geloof (ongeacht via welke weg die naar
God leidt) tegenover ongeloof, waarachtigheid tegenover leugen,
recht tegenover onrecht, er daarbij telkens op alluderend dat er
pluralisme is in de wegen die tot God leiden. Voor zover bv. christenen en joden trouw zijn aan de eigen weg, en waarachtig
leven, ligt er een weg naar het paradijs ook voor hen open. [16,17]
2.5. Vergiffenis ?
Volgens de islam is God niet alleen het summum van rechtvaardigheid,
Hij is ook het summum van genade. Beide zijn onlosmakelijk met
elkaar verbonden. In de Koran Notitie "Liefde is Mijn Fundament"
werd hier uitvoerig op ingegaan. [18]
Is er plaats voor vergiffenis voor bijvoorbeeld het vertellen van
leugens? Volgens volgend vers draait alles rond de intentie. Als men
niet de intentie heeft te liegen, men onvrijwillig en ongeweten een
onwaarheid vertelt, rekent God dat niet aan.
«God rekent jullie de onnadenkende uitspraken bij jullie eden niet
aan, maar Hij rekent jullie aan waartoe jullie je in je eden
verbinden. De verzoening ervoor is aan tien behoeftigen voedsel te
geven zoals jullie gemiddeld aan je huisgenoten voedsel geven of het
leden van hen of de vrijlating van een slaaf... » (Koran 5:89).
Dit is uiteraard helemaal geen vrijgeleide om aan het liegen te
slaan. Net zoals in het christendom. Het is niet omdat in het
christendom God mensen die een misstap begaan en oprecht berouw
tonen, vergeeft, dat het christendom wangedrag aanmoedigt.
Vergiffenis biedt hoop aan de mens, die hoe dan ook onvolmaakt is.
Hoop dat het nooit te laat is om zich te herpakken. Dat is in de
islam niet anders.
Naast de intentie speelt nog een andere factor een rol: is men wel
vrij om de waarheid te belijden? is men wel vrij om waarachtig te
handelen? En is het wel altijd raadzaam om werkelijk alles te
zeggen? Zo, zijn we bij taqiyya en kitman aanbeland.
3. Taqiyya en kitman
3.1. Taqiyya: verhullen van uitwendige religieuze verplichtingen
Stel, muslims vormen een minderheid in een gemeenschap met grote
vijandigheid tegenover de islam, een omgeving waarin
godsdienstvervolging heerst en waarin het leven van muslims niet
veilig is. Moet een muslim zich in die omstandigheden in het publiek
houden aan de vijf dagelijkse gebeden, ook wanneer hij, door die
gebeden publiekelijk te verrichten, er de aandacht op vestigt dat hij muslim is en zichzelf daardoor blootstelt aan vervolging, schade,
letsel enz?
Liegen over de islam is ten allen tijde verboden, maar kunnen
extreme omstandigheden een muslim toestaan tijdelijk ontslagen te
worden van een aantal van zijn uitwendige religieuze verplichtingen
op voorwaarde dat hij in zijn hart zijn geloof trouw blijft?
Daarover handelt de doctrine van taqiyya: het verhullen (d.w.z.. niet
openlijk belijden) van het geloof, gemotiveerd door zelfbehoud.
Volgens een ruime meerderheidsopvatting in de islam moet een muslim
ook in die omstandigheden zijn religieuze verplichtingen nakomen en
waarachtig blijven. Een minderheidsopvatting stelt dat muslims in
dergelijke omstandigheden de keuze hebben. In omstandigheden van
dwang en bedreiging met leed of gevaar voor eigen leven en welzijn
kan volgens deze minderheidsopvatting een muslim ontheven worden van
een aantal van zijn uitwendige religieuze verplichtingen. Deze
doctrine noemt taqiyya en is onder meer gebaseerd op volgende vers:
« Wie na geloofd te hebben aan God geen geloof meer hecht - en dan
wie niet gedwongen is, terwijl zijn hart in het geloof rust gevonden
heeft, maar zij die hun hart voor het ongeloof openstellen - op hen
rust Gods toorn en voor hen is er een geweldige bestraffing. »
(Koran 16:106).
Taqiyya staat muslims in geen geval toe te liegen over de islam.
Bovendien is het nooit een 'positieve keuze', maar een gevolg van
een opteren voor het minste kwaad: wanneer men door het openlijk
belijden van zijn geloof er het leven kan bij inschieten, verwond
kan worden, schade kan oplopen enz kan men volgens deze door een
minderheid gesteunde doctrine voorrang geven aan levensbehoud.
De uitleg van islam bashers dat taqiyya muslims voorschrijft ronduit
te liegen over de islam en hun leer helemaal anders voor te stellen
dan hij is, is dus een aanfluiting van de werkelijkheid. De
islam staat niet toe dat men liegt over de islam. Taqiyya heeft
enkel te maken met het verhullen dat men muslim is – het 'niet uit
de kast komen', zeg maar, het clandestien beleven van het geloof, en
dan nog enkel wanneer omstandigheden dusdanig zijn dat men anders
zichzelf in de problemen zou brengen. Deze omstandigheden zijn in de
loop der jaren nooit nauwkeurig gedefinieerd, zodat er enige rek
mogelijk is, afhankelijk van de individuele draagkracht. De ene
mens kan meer druk aan dan de andere. Even goed, wijst een overgrote
meerderheid van muslims taqiyya in alle omstandigheden af als een
vorm van hypocrisie die voor de islam volslagen onaanvaardbaar,
verwerpelijk en verfoeilijk is. Een meerderheid stelt dus dat men
zelfs wanneer het leven bedreigd wordt, moet doorgaan met het
openlijk belijden van de islam.
Zoals in 3.3. zal blijken, neemt islam daarmee een positie in die te
vergelijken is met de stellingnamen in bv. het christendom, waarin
'dissimulatie' of verhulling eveneens van oudsher door sommige
theologen en groepen gesteund wordt, en door anderen volledig van de
hand gewezen wordt.
3.2. Kitman: voorzichtige terughoudendheid
Een ander concept dat in dit kader door islam bashers geciteerd
wordt, is kitman. Volgens islam bashers betekent het dat muslims
door middel van het vertellen van halve waarheden mogen liegen. Is
dat zo? En wat betekent kitman eigenlijk?
Kitman is afkomstig van de wortel {k-t-m} en betekent
terughoudendheid, achterhouding, stilte. [19]
Kitman staat niet toe
dat men liegt, maar men kan in sommige omstandigheden de waarheid
onvolledig vertellen voor zover men daarmee geen verboden activiteit
verhult en geen onrechtmatige doeleinden dient. Kitman is - zoals
alles - alleen toegestaan in het wettige, en is verboden in het
onwettige. Dit betekent bv. dat men kitman of terughoudendheid niet
kan aanwenden om mensen te bedriegen. Alles wat men doet, moet
gericht zijn op waarachtigheid, rechtvaardigheid, eervolheid,
bescheidenheid, bewerkstelligen van vrede enz. Deze doelstellingen
worden echter niet noodzakelijk bereikt door altijd werkelijk alles
te zeggen. Een paar voorbeelden verduidelijken dit.
Het is beter in stilte aan liefdadigheid te doen dan erover op te
scheppen. Dat betekent niet dat men erover moet of mag liegen, maar
men moet het ook niet rondbazuinen.
« Jullie die geloven! Maakt jullie aalmoezen niet waardeloos door
gepoch en ergernis zoals hij die zijn bezit weggeeft om door de
mensen gezien te worden maar zonder te geloven in God en de laatste
dag...» (Koran 2:264).
Kitman of terughoudendheid kan dus toegestaan of zelfs
voorgeschreven zijn omdat men weliswaar waarachtig moet zijn, maar
ook bescheiden moet zijn.
Een ander voorbeeld. Wanneer iemand informeert naar zaken die men
door anderen in vertrouwen meegedeeld werden (bv. zaken over problemen
in een relatie), mag men dit vertrouwen uiteraard niet beschamen. Men
mag niet rondbazuinen wat men in vertrouwen verteld werd. Zoals
eerder aan bod kwam is het schenden van vertrouwen een kenmerk van
een hypocriet en dus verfoeilijk. Tenzij het om een misdaad gaat
want dan is men verplicht de persoon in kwestie ertoe aan te zetten
zich aan te geven bij de autoriteiten, en zo hij dat niet doet, zelf
de autoriteiten te verwittigen. Men mag een misdaad niet verzwijgen.
Ook wanneer men er het eigen belang zou mee schaden, primeert
rechtvaardigheid en het getuigen van de waarheid:
«Jullie die geloven! Weest standvastig in de gerechtigheid als
getuigen voor God, al is het tegen jullie zelf of de ouders of de
verwanten. Of het nu om een rijke of om een arme gaat, God staat hen
beiden zeer na. Volgt dus niet je geneigdheid om niet rechtvaardig
te zijn. Maar als jullie verdraaien of jullie afwenden, dan is God
welingelicht over wat jullie doen.» (Koran 4:135).
Het is immers niet omdat men iets in het geheim doet, dat het
ontsnapt aan de almacht van God.
« Zeg: "Of jullie verbergen wat in jullie binnenste is of het
openlijk laten blijken, God weet het en Hij weet wat in de hemelen
en op de aarde is. God is almachtig." » (Koran 3:29).
Wat men buiten de aandacht van anderen doet, wat men verzwijgt of de
reden waarom men dat doet, mag dus niet strijdig zijn met de aan
waarheid verbonden moraliteit en met het algemene doel van
rechtvaardigheid en vrede.
Uiteraard is men ook terughoudender met informatie naarmate men
mensen minder goed kent. Met dichte familie of intimi zal men meer
delen dan met mensen die men amper kent. Kortom: waarachtig zijn
betekent niet noodzakelijk dat men letterlijk alles moet of zelfs
mag zeggen. Tot de primaire doelstellingen behoort waarachtigheid.
Dit moet echter verzoend worden met andere verplichtingen zoals
discretie over hetgeen men in vertrouwen toevertrouwd wordt (voor
zover het geen onwettige zaken betreft) en bescheidenheid. Als men
voortdurend alles zou zeggen wat men denkt, wat men weet enz. zou er
geen moment stilte meer zijn, zou men snel in allerhande
conflictsituaties verzeild geraken en zou de situatie totaal
onleefbaar worden.
Daarnaast is er trouwens ook het recht op privacy, waartoe o.a. het
briefgeheim behoort.[20] Profeet Mohamed zei:
« Wie zonder toestemming in de brief van zijn broeder kijkt, hij
kijkt enkel in het Vuur (van de Hel)» (Abu Dawood).
In samenhang met het recht op bescherming van de privacy, wordt
elkaar bespioneren zwaar afgekeurd. Mensen hebben het recht op
bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Niet alles mag of moet
gezegd worden, voor zover het wettige zaken betreft uiteraard.
«Jullie die geloven! Vermijdt vele vermoedens - sommige vermoedens
zijn zonde - en spioneert niet en rodelt niet over elkaar....»
(Koran 49:12).
Een ander voorbeeld. Wanneer men aan een rechtmatig, rechtvaardig
doel werkt, kan het eveneens zinvol zijn daar niet te veel over te
vertellen om te vermijden dat mensen met kwade bedoelingen
hindernissen opwerpen. In dit geval, kan men terughoudend zijn met
het geven van informatie aan bv. concurrenten of aan mensen die
gedreven door jaloersheid obstakels willen opwerpen enz. Een hadith
die op een aantal websites geciteerd wordt, luidt als volgt:
« Zoek vervulling voor de dingen die je wenst te voltooien in
terughoudendheid ». [21]
Anders gezegd: wees terughoudend met informatie inzake de doelen die
je wil bereiken. Dit is uiteraard geen toestemming om te liegen. De
uispraak handelt eerstens niet over liegen maar over discretie,
terughoudendheid. En bovendien voor-onderstelt het gedeelte "voor de
dingen die je wenst te voltooien" al dat het om wettige,
rechtvaardige zaken gaat; dit sluit bv. bedrog of liegen en alle
andere vormen van onrecht uit. Onwettig en onrechtvaardig handelen
is te allen tijde verboden (zie het eerdere morele adagio van het
voorschrijven van het goede en verbieden van het verwerpelijke).
Kitman of terughoudendheid is dus verboden wanneer men zich
terughoudend zou opstellen om zodoende onrechtmatige,
onrechtvaardige, verboden enz. doelstellingen of handelingen te
dienen. Niets ontsnapt immers aan de goddelijke alwetendheid en
almacht.
Kitman heeft dus net als taqiyya niets met liegen te maken. Het
biedt enkel een uitweg om enerzijds de plicht tot waarachtigheid en
rechtvaardigheid en anderzijds de voorschriften van discretie (in
wettige zaken) en het verbod om het vertrouwen (in wettige zaken) te
beschamen, het door de Koran gegarandeerd recht op privacy enz., met
elkaar te verzoenen. Daarbij is van essentieel belang dat de
intentie die men nastreeft, binnen het wettelijke, moreel
aanvaardbare domein ligt.
Ook wat dit betreft, neemt islam zoals hierna zal blijken een
positie in die te vergelijken is met de stellingnamen in bv. het
christendom.
3.3. Equivalenten van taqiyya en kitman in andere religies
Als men de artikels van islam bashers leest, zou men gaan denken dat
muslims doctrines als 'taqiyya' en 'kitman' uitgevonden hebben, dat
het iets typisch islamitisch betreft en dat deze concepten in andere
godsdiensten afwezig zijn. Dit is evenwel volkomen strijdig met de
werkelijkheid.
In 'The historical significance of lying and dissimilation –
truth-telling, lying and self-deception' (Social Research, Fall
1996) [22] stelt Perez Zagorin dat "voorgewende
conformiteit als reactie op religieuze op politieke vervolging een
kenmerk (is) van elke samenleving die weigert afwijkende minderheden
te verdragen en waarin een geveinsde conformiteit de prijs kan zijn
om te overleven" (eigen vertaling). Hij haalt daarbij tal van
voorbeelden aan uit een ver maar ook niet eens zo ver westers
verleden, zoals minderheden in nazi Duitsland, in de communistische
USSR of in fascistisch Italië.
In een lang artikel gaat de auteur onder meer na hoe verschillende
religies en takken daarvan, met inbegrip van katholieken,
protestanten en joden, zich in de loop der eeuwen verhouden hebben
tot het vraagstuk van verhullen van de waarheid onder druk van
omstandigheden. Hij stipuleert hoe verschillende minderheden zich
telkens bediend hebben van een doctrine gelijkaardig aan die van
taqiyya om te overleven. Hij verwijst naar theologische
discussies die zich al vroeg in het christendom rond dit concept van
verhulling afspeelden, waarbij er, net zoals het geval is bij de
islam, verschillende standpunten zijn waarbij de ene strekking
verhullen ('dissimulation') onder druk van omstandigheden toestaat,
en waarbij andere theologen dit volledig afwijzen. Hij haalt
interessante publicaties aan van vooraanstaande christelijke
theologen die zich beroepen op passages uit het 'Oude' en 'Nieuwe'
Testament (de Evangeliën en de Thora) om hun standpunten aangaande
de toelaatbaarheid van verhulling te legitimeren, zowel als andere
theologen die de mening toegedaan waren dat men zelfs onder druk van
omstandigheden niet mocht 'verhullen'.
Concreet, haalt hij het voorbeeld aan van katholieken in Engeland
ten tijde van de protestantse overheersing, die naar vorm het
protestants geloof beleden (vb. naar de mis gingen), maar in hun
hart katholiek bleven, en omgekeerd, toen in Engeland het
katholicisme de bovenhand had. Hij haalt ook het voorbeeld van de
Spaanse joden aan, die onder druk van de bekeringsdwang van de
Spaanse katholieken, het katholieke geloof naar vorm aannamen maar
tegelijk clandestien hun joods geloof trouw bleven.
Kortom, ook in de christelijke en joodse tradities, zijn er al
eeuwen lang discussies aan de gang over de mate waarin men de waarheid mag
verhullen, waarbij vooraanstaande schrijvers van beide standpunten
zich beroepen op de Bijbel zelf, om hun standpunten over
permissiviteit van verhullen van het eigen geloof te legitimeren,
daar waar anderen dit eveneens op grond van de Bijbel bestrijden -
een situatie die geheel in lijn ligt met de situatie in de islam
dus.
Wat terughoudendheid in het algemeen betreft wordt in sommige
christelijke geschriften onderscheid gemaakt naar intentie. Wanneer
men de waarheid verhult met goede intenties, is dat voor sommigen
verdedigbaar. De auteur verwijst naar een andere 'techniek' die bv. ook in het christendom toegepast wordt, met name die van de
'mentaal
voorbehoud'. Als iemand iets vraagt, kan men antwoorden maar daarbij
een mentaal voorbehoud maken dat men niet uitspreekt. Volgens de
auteur werden Jezuïeten, ten tijde van de vervolging door de
protestanten, in deze technieken opgeleid. De auteur wijst erop dat
toepassingsgebied van deze technieken in sommige christelijke
geschriften zeer ruim was en dat deze techniek op een bepaald moment
zelfs zodanig breed maatschappelijk aanvaard was dat men er bij de
de opstelling van de forumule voor het zweren van de eed van trouw
aan de Amerikaanse grondwet uitdrukkelijk rekening mee hield ("I take this obligation freely, without any mental reservation or
purpose of evasion", United States Code 3331).
Perez Zagorin haalt ook een andere 'techniek' aan die o.m. in
katholieke kringen aanhang kreeg, nl. deze van 'equivocatie'. De
leer stelt dan men zich kan bedienen van dubbelzinnige woorden of
een dubbelzinnige logica zodat de spreker de waarheid zegt terwijl
de toehoorder verstaat wat men hem wil doen horen of wat hij zelf
wil horen.
De auteur van dit lezenswaardig artikel besluit met de bedenking dat
er aan de technieken van 'verhullen' een 'uitgesproken tragisch'
aspect vastzit – verhullen is immers eigen aan gemeenschappen die
zich onder druk van religieuze of politieke vervolging genoodzaakt
zien zich uit zelfbehoud op dergelijke methodes te beroepen om hun
leven veilig te stellen en om in een vijandige omgeving te
overleven. Hij stelt dat men om die reden de 16de en een groot deel
van de 17de eeuw in Europa beter het 'Tijdperk van de
Verhulling' kan noemen.
Naarmate landen de rechten van minderheden respecteren, is er steeds
minder noodzaak aan verhulling. Voert men echter in een samenleving
de druk op bepaalde minderheidsgroepen op, dan dwingt men hen haast
hun toevlucht te nemen in het slechts clandestien beleven van hun
geloof.
Hieraan kan toegevoegd worden dat men zou hopen dat Europa uit zijn
eigen verleden de nodige lessen geleerd heeft, en niet in herhaling
zal vallen van haatcampagnes tegenover nieuwe minderheden - hoewel de
werkelijkheid op dat punt weinig vertrouwen inboezemt.
Verschillende waarnemers wijzen op de gelijkenis tussen de manier
waarop joden in het pre-oorlogse Duitsland belasterd werden, en de
manier waarop muslims nu het voorwerp uitmaken van haat- en
lastercampagnes. In september 2007, bijvoorbeeld, publiceerde de Israëlische kwaliteitskrant Ha'aretz een artikel waarin ervoor
gewaarschuwd wordt dat "gematigde muslims een goede kans maken om de
nieuwe 'Joden' te worden, de buitenlanders van de 21ste eeuw, zonder
iets verkeerd gedaan te hebben" (eigen vertaling).
[23] Ook in
andere publicaties wordt ervoor gewaarschuwd dat muslims de nieuwe
joden aan het worden zijn.
3.4. Seculiere equivalenten van taqiyya en kitman
Het is niet alleen vanuit een religieus kader dat verhullen van de
waarheid in sommige omstandigheden en door sommige strekkingen
gelegitimeerd wordt. Ook in een seculier kader is er soms sprake van
een soortgelijke en soms nog veel verdergaande logica. Een paar
voorbeelden volstaan om dit te illustreren:
- burgerrechten
Islam bashers stellen dat geen enkel ander model toestaat dat mensen
niet altijd de volledige waarheid vertellen. Nochtans is dat in
tegenspraak met de werkelijkheid. Zo regelt de Belgische Grondwet
sommige vormen van geheimhouding, zoals daar zijn de
onschendbaarheid van het briefgeheim (artikel 29 van de grondwet) en
het recht op privacy (artikel 22 van de grondwet). Ook artikel 17
van het VN Verdrag voor Burgerlijke en Politieke rechten uit 1966
garandeert de privacy. Dit zouden we in de context van deze Koran
Notitie dus kunnen omschrijven als in de wet ingeschreven grondrecht
van het niet openbaar maken van dit aspect van iemands waarheid. Of
anders gezegd: het recht om deze aspecten van iemands leven, van
iemands waarheid te verhullen.
Dr. Frank Hendrickx onderscheidt een aantal vormen van privacy
[24]
:
1. "Informationele privacy betreft informatie aangaande iemands
persoon of zijn of haar persoonlijke levenssfeer en de aanspraak van
een individu om naar eigen inzicht te bepalen wanneer, hoe en tot op
welke hoogte informatie kenbaar wordt gemaakt aan anderen."
2. "Communicatieve privacy valt uiteen in enerzijds de
communicatievrijheid of de vrijheid om al dan niet communicatie aan
te gaan en anderzijds het communicatiegeheim."
3. "Fysische en psychische privacy heeft betrekking op de fysische
en psychische integriteit van het individu."
4. "Zelfbepaling, tenslotte, slaat op de ruimte die aan elk individu
toekomt om de eigen persoonlijkheid, de eigen levenswijze en het
eigen levensplan te bepalen."
Het is ten andere zo dat de wet godsdienst beschouwt als iets dat
behoort tot de persoonlijke levenssfeer, de privacy dus (zoals ook
ras, politieke gezindheid, seksueel leven enz.). Met heeft met andere
woorden het recht niet openlijk te zeggen welke godsdienst men
aanhangt. Niet alleen in omstandigheden waarin men bedreigd wordt of
waarin men gevaar loopt op nefaste gevolgen, maar als onderdeel van
het grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
[25]
- strafrecht
Het bekende 5th Amendment van de Amerikaanse grondwet stelt dat
mensen niet verplicht zijn tegen zichzelf te getuigen. Ze mogen dus
hun eigen strafbare daden verhullen. Ook in vele andere landen staat
dit principe in de wet ingeschreven, of vermeldt de wet dat men als
beschuldigde het recht heeft niet te antwoorden op vragen om
zichzelf niet te moeten incrimineren.
- politiek
Voelen seculiere leiders zich vanuit hun ideologie verplicht hun
ware opvattingen en overtuigingen te allen tijde openbaar te
verkondigen?
Blijkbaar niet iedereen. Denken we aan auteurs in de westerse (politieke) filosofie, zoals de in sommige kringen nog steeds invloedrijke Macchiavelli.
Hij stelde dat staatsleiders en toppolitici hun ware
ideeën mogen verhullen, er zelfs ronduit mogen over liegen en niet
eens gebonden zijn aan principes van moraliteit, indien zij menen dat
dit nuttig is voor het realiseren van hun bestuur. Ze moeten alleen
maar voorwenden goed te zijn, en kunnen vervolgens het omgekeerde
doen. Verhulling en liegen maken integraal deel uit van deze
doctrine. [26]
Een andere opmerkenswaardige en omstreden figuur is Leo Strauss, die
nog steeds zijn aanhangers heeft bij sommige toppolitici. Strauss was
van mening dat een leider "perpetueel de burgers die hij bestuurt
moet bedriegen”. [27,28]
Zijns inziens moet een leider begrijpen
dat moraliteit niet bestaat; het enige dat bestaat is "het recht van
wie superieur is om wie inferieur is te besturen". Hij is o.a. van
mening dat een politiek stabiele orde niet kan bestaan zonder
externe bedreiging en dat men, bij gebrek daaraan, er dan maar zelf
een moet fabriceren. God bestaat niet, zegt hij, en de elite weet
dat volgens hem, maar voor de massa is dat niet aanvaardbaar. Hij
vindt religie overigens een belangrijk bindmiddel van de
samenleving, omdat het leiders toelaat "de massa te manipuleren",
ten einde "angst, moraal, patriottisme en het idee van zelfopoffering" op te
wekken. Naar de burgers toe mogen leiders zich dus een religieus
imago aanmeten zonder religieus te zijn; ze mogen met andere woorden
hun eigen overtuiging niet alleen verhullen, maar zelfs compleet het
omgekeerde beweren. Ze mogen daarbij ook 'immorele' daden stellen.
Moeten we hieruit afleiden dat alle seculiere politici onbetrouwbare
leugenaars zijn, die menen dat het in alle omstandigheden geoorloofd
is naar hartelust te liegen en te bedriegen en immorele daden te
stellen om het doel te bereiken, en dat we bijgevolg geen
woord mogen geloven van onze seculiere leiders en van wat zij naar
buiten toe zeggen over hun programma en opvattingen? Uiteraard niet.
Niet alle politici zijn aanhangers van de doctrines van Leo Strauss
of Macchiavelli, wel integendeel, en tal van politici streven
ongetwijfeld waarachtigheid en rechtvaardigheid na in hun bestuur.
4. Besluit
Islam draait rond waarachtigheid. Volgens de islam is God de enige
echte Waarheid waaraan geen twijfel bestaat. God is de enige die het
volledige beeld heeft, alles weet. Daarom ook is God de ultieme bron
van rechtvaardigheid, van onderscheid tussen goed en kwaad.
Intentioneel liegen is dus niet alleen de waarheid geweld aandoen en
daarom een vorm van rechtstreeks ingaan tegen God, het is ook een
vorm van onrecht plegen. Liegen is bijgevolg verboden. Dat geldt des
te meer voor liegen over de islam. Door te liegen over God, haalt
men zich de vervloeking door God op de hals en zet men koers naar de
hel. De consequentie van liegen over de islam, zou immers zijn dat
men wat rechtvaardig is, als onrechtvaardig bestempelt en omgekeerd
- m.a.w. dat men de moraal omkeert.
Moeten muslims altijd alles zeggen? In sommige omstandigheden kan
voorzichtige terughoudendheid (kitman) aangewezen zijn. Men mag
iemands vertrouwen (voor zover het om wettige zaken gaat) niet
schenden; met moet de privacy respecteren; met zal discretie aan de
dag leggen over eigen goede werken enz. De zaken die men verhult,
mogen echter niet strijdig zijn met waarheid en rechtvaardigheid;
mogen geen onwettig doel dienen of over onwettige zaken handelen enz. Niets ontsnapt immers aan de alwetendheid van God.
Moeten muslims te allen tijde openlijk hun geloof belijden? Volgens
een meerderheidsopvatting is het antwoord daarop bevestigend. Een
minderheidsopvatting stelt dat muslims in omstandigheden van
vervolging de keuze hebben om hun geloof clandestien in plaats van
openlijk te beleven (taqiyya).
Daarmee neemt de islam een positie in die volledig vergelijkbaar is
met de stellingnames in het christendom en het jodendom, waarin er
eveneens uiteenlopende meningen zijn over het al dan niet
gepermitteerd zijn van clandestiniteit van de geloofsbeleving onder
druk van omstandigheden. Net als in de islam, zijn er in andere
godsdiensten theologen en strekkingen die stellen dat men altijd,
zelfs wanneer men daardoor gevaar loopt, alle uiterlijke religieuze
verplichtingen moet nakomen, terwijl er andere strekkingen zijn die
in dergelijke omstandigheden een clandestien beleven van het geloof
toelaten. Dit heeft echter niets te maken met liegen, en nog veel
minder met liegen over de leerstellingen van de religie.
Het is ten andere zo dat de wetgeving van een seculier model
eveneens een aantal grondrechten garandeert om aspecten van de
waarheid, van het leven, van de eigenheid, te verhullen, zoals het
recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacy),
waarvan godsdienst deel uit maakt. Men is dus niet verplicht in alle
omstandigheden alles te zeggen, men is evenmin verplicht kenbaar te
maken welke godsdienst men aanhangt. Taqiyya en kitman passen
bijgevolg perfect binnen deze ook door de VN verdragen gegarandeerd
grondrechten.
De noodzaak om niet openlijk maar wel clandestien het geloof aan te
hangen, is recht evenredig met de druk op religieuze minderheden.
Hoe meer een maatschappij zich kenmerkt door onverdraagzaamheid
tegenover en vervolging van religieuze minderheden, hoe groter de
nood van deze minderheden wordt om hun geloof niet langer openlijk
maar slechts clandestien te beleven. Het verleden heeft geleerd hoe
hoog deze druk in de maatschappij opgevoerd kan worden - denken we
maar aan de (westerse) vervolging en genocide van joden.
Verschillende waarnemers wijzen er ten andere op, dat de hedendaagse
stemmingmakerij tegenover muslims veel weg heeft van de hatelijke
houding ten aanzien van de joden in de jaren 1930. Er kan niet
genoeg op gehamerd worden dat de anti-islam en anti-muslim houding
niet onschuldig is. Islam afschilderen als onwaarachtig, listig en
vals, muslims stereotyperen als onbetrouwbaar en leugenachtig, en
diegenen die een degelijk beeld van de islam willen schetsen,
omschrijven als 'volksverraders' of hen zelfs bedreigen, is de
zoveelste etappe in een hetze tegen de islam, waarbij muslims als
groep gedemoniseerd worden en waardoor argwaan en achterdocht gevoed
worden tegenover een deel van de bevolking, in casu muslims. De
analogie met de joden in de aanloop van de holocaust is zorgwekkend.
Enerzijds wordt onterecht een vijandig beeld ophangen van de islam
(de islam zou gewelddadig, bloeddorstig, achterlijk, enz. zijn, de
waarden ervan zouden haaks staan op de westerse waarden en er zou
daarom geen plaats zijn voor islam in Europa; de islam zou er op uit
zijn de wereld onder de voet te lopen enz - stuk voor stuk zaken die
in deze reeks Koran Notities weerlegd worden), en anderzijds wordt
elk antwoord dat de onwaarheden van dit discours blootlegt, elke
verdediging tegen de (onterechte) beschuldiging en haatcampagne
afgedaan als 'leugens'. In een dergelijke haatstrategie speelt
waarheid geen enkele rol meer, rechtvaardigheid evenmin. Deze
haatstrategie roept herinneringen op aan de manier waarop joden in
de jaren 1930 aangepakt werden. Verschillende waarnemers wijzen er
op dat de muslims de nieuwe joden dreigen te worden, dat de
geschiedenis zich herhaalt en dat dit keer de muslims het
slachtoffer worden van een georchestreerde haat. Een gedicht dat
toegeschreven wordt aan de katholieke pastoor Martin Niemöller
(1892–1984) en gegraveerd is op een gedenkplaat van het United
States Holocaust Memorial Museum (Washington DC), houdt daarom ook
vandaag een brede oproep in om in te gaan tegen strategieën die
bepaalde groepen in de samenleving demoniseren en die mensen en
groepen tegen elkaar opzetten. Immers, aldus pastoor Martin
Niemöller :
"Eerst pakten ze de socialisten aan,
en ik sprak me er niet tegen uit -- omdat ik geen socialist was.
En dan pakten ze de vakbondsmensen aan,
en ik sprak me er niet tegen uit -- omdat ik geen vakbondsman was.
Vervolgens pakten ze de Joden aan,
en ik sprak me er niet tegen uit -- omdat ik geen Jood was.
En dan pakten ze mij aan -- en er was niemand over om het voor mij
op te nemen." [29]
_______________________________________
Noten en literatuur
1. Deze stelling werd eerder onderzocht en weerlegd in de Koran
Notitie "Islamitisch Fascisme?" -
op deze website.
2. "Al Haqq", The Beautiful Names of Allah, Wahiduddin's web -
http://wahiduddin.net/words/99_pages/haqq_51.htm .
3. "Islamic Ethics", Asghar Ali Engineer -
http://andromeda.rutger.edu/~rtavakol/engineer/ethics.htm.
4. Zie Koran Notitie "Liefde is Mijn Fundament" -
op deze website,
sectie 1.6. ("De Rechtvaardige (Al 'Adl").
5. "Equality of men and women — equal but not so equal", Our
Dialogue, Islam In Perspective, Arab News, Saudi Arabia -
http://www.ourdialogue.com/e3.htm
6. zie Koran Notitie "Koranische Psychologie, een reis naar het
(inwendige) paradijs" - op deze website.
7. Zie Koran Notitie "Mensrechten - Hefboom of hindernis voor
integratie" - op deze website.
8. Zie Koran Notitie "Onze God en jullie God is één" -
op deze
website.
9. Zie Koran Notitie "Moskee en Staat: een moeilijke verhouding?" -
op deze website.
10. Zie Koran Notitie "Godsdienstvrijheid in de islam" -
op deze
website.
11. Zie noot 6.
12. Zie noot 7.
13. Zie noot 10.
14. Zie Koran Notitie "Vrijheid van Meningsuiting - een Koranisch
Perspectief" - op deze website.
15. Zie Koran Notitie "Koranische normen en waarden", meer bepaald 7.
De Koran en de Tien Geboden - op deze website.
16. Zie Koran Notitie "Zet de Koran aan tot geweld?", meer bepaald
bij de bespreking van vers 4:76 - op deze website.
17. Zie noot 4.
18. Zie noot 4.
19. "A Dictionary of Modern Arabic & Written Arabic (Arabic-English)",
Hans Wehr, Edited by J.M. Cowan, Fourth Edition, Consideraby
enlarged and amended by the author, Wiesbaden: Harrassowitz, 1979.
20. zie Koran Notitie "De Koran over Mensenrechten: hefboom of
hindernis voor integretie" - op deze website.
21. "The Islamic Perspective of Concealing - What is the meaning
of kitman from the Islamic perspective?", Imam Ahmad Sa'd, Reading
Islam, 6 november 2003 -
klik hier
22. "The historical significance of lying and dissimilation –
truth-telling, lying and self-deception", Perez Zagorin, Social
Research, Fall 1996 - http://findarticles.com/p/arti....
23. "The Jewish People's New Task", Avraham Burg, Ha'aretz, 10
september 2007 -
http://www.haaretz.com/hasen/spages/902516.html .
24. "Privacy en arbeidsrecht", Frank Hendrickx -
http://www.law.kuleuven.ac.be/jura/35n4/hendrix.htm
25. Voor de situatie in Nederland : "Archiefrecht", Prof. dr. F.C.J.
Hetelaar -
http://cf.hum.uva.nl/bai/home/ekeTelaar/archiefrecht.html
26. "The Despoiling of America", Katherine Yurica, with editorial
and research assitant Laurie Hall, 11 februari 2004 -
http://www.yuricareport.com/Dominionism/TheD.....
27. "Leo Strauss' Philosophy of Deception", Jim Lobe, AlterNet, 19
mei 2003 - http://www.alternet.org/story/15935 .
28. "The Tyrant as Messiah, Messianism and Antinomianism in the
Neoconservative Ideology", Prof. Dr. Lieven De Cauter, The Brussels
Tribunal, 3 september 2006 -
http://www.brusselstribunal.org/Messianism.htm .
29. "The 2006-2007 Darfur Op-Ed Writing Contest", United States
Holocaust Memorial Museum - http://www.ushmm.org/conscience/action/events/2006_contest
. |