KORAN-NOTITIES

door

Linda Bogaert

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Steniging voor overspel?

Inhoud:

    .. Inleiding
    1. Wat is steniging?
    2. Steniging in de Bijbel
    3. De islamitische bronteksten over steniging

      3.1. Situering
      3.2. De Koran

        3.2.1. Steniging in de Koran?
        3.2.2. Zina: overspel en ontucht

      3.3. De Sunnah over steniging
      3.4. De Shari'ah over steniging

    4. Interpretaties van de bronteksten aangaande overspel

      4.1. Opinie 1: regel in shari'ah is onislamitisch en moet geschrapt worden

        4.1.1. Inleidend
        4.1.2. Argumenten op grond van de Koran
        4.1.3. Argumenten over de hadiths
        4.1.4. Argumenten aangaande Umar en het "vergeten vers"

      4.2. Opinie 2: Shari'ahregel is correct maar (quasi) ontoepasbaar; maatregelen nodig om misbruik van shari'ah te voorkomen

        4.2.1. Inleidend
        4.2.2. Conceptuele versus in wetteksten vertaalde shari'ah
        4.2.3. Wat is de shari'ah?
        4.2.4. Situering van zina in de (conceptuele) shari'ah
        4.2.5. Bewijslast voor overspel
        4.2.6. Moet men overspel bekennen?
        4.2.7. Omzetting naar gecodificeerde wet

    5. Regelgeving aangaande overspel in muslimlanden
    6. Regelgeving aangaande overspel in niet-muslimlanden
    7. Besluit
    .. Noten



INLEIDING

Het woord shari'ah roept bij veel mensen in het Westen een beeld op van steniging van vrouwen. Dit beeld onderhoudt de opvatting dat de islam een 'barbaars' model is. In deze Koran Notitie wordt onderzocht hoe het zit met steniging. Is dit nu het 'ware gelaat' van de islam? Wat zegt de Koran er over? Hoe benadert de shari'ah deze materie? En zijn de stenigingen die zich in een beperkt aantal muslimlanden soms voordoen typerend voor de islam? Of zijn ze juist een aanfluiting ervan? Het antwoord op deze vragen moet ons helpen om na te gaan hoe het Westen zich best kan opstellen in zijn protest tegen deze praktijken.


1. WAT IS STENIGING?

Steniging is een vorm van executie waarbij een menigte mensen stenen naar de te executeren persoon gooit tot hij of zij bezwijkt aan de verwondingen. De executeur is hier dus niet een door de rechtbank aangestelde persoon maar de menigte. Waar steniging aanvankelijk een soort lynchpartij was, werd het later in de geschiedenis in verschillende culturen en godsdiensten een sociaal aanvaarde en wettelijk erkende methode voor het voltrekken van de doodstraf. [1] De oude Grieken bestraften in sommige gevallen mensen die schuldig bevonden waren aan prostitutie, overspel of moord met steniging tot de dood. Ook in het bijbelse verleden kwamen stenigingen voor. [2] Of steniging tevens een islamitische zaak is vormt voorwerp van deze analyse.



2. STENIGING IN DE BIJBEL

Omdat er bij de bespreking van de hadiths zal verwezen worden naar de Bijbel en de joodse Talmud (de joodse wet), wordt hier eerst nagegaan wat de Bijbel zegt over steniging.

In het Joodse deel van de Bijbel wordt steniging vermeld als executiewijze voor misdrijven die te maken hebben met het schenden van de Tien Geboden, d.w.z. voor apostasie of aanzetten daartoe, voor godslastering, het schenden van rituelen zoals de sabbat, alsook voor misdrijven in interpersoonlijke relaties zoals incest, moord, het niet-gehoorzamen aan of rebelleren tegen de ouders alsook voor het overtreden van kuisheidsregels zoals voor een vrouw die op haar huwelijksnacht geen maagd meer blijkt te zijn, of voor het plegen van overspel. [3] Een paar voorbeelden uit de Bijbel :

  • voor het aanzetten tot apostasie:
    « Wanneer iemand – uw volle broer, uw zoon of uw dochter, of de vrouw die u bemint, of uw beste vriend – u in het geheim probeert over te halen om andere goden te dienen, goden die u nog niet kende en ook uw voorouders niet, goden van de naburige volken, vlakbij of ver weg of waar ook ter wereld, luister dan niet naar zo iemand en geef niet toe; wees onverbiddelijk, heb geen medelijden met hem en houd hem niet de hand boven het hoofd. U moet hem ter dood brengen; samen met uw volksgenoten moet u hem stenigen tot de dood erop volgt, en zelf moet u de eerste steen werpen. Dat is zijn straf, want hij heeft geprobeerd u te vervreemden van de HEER, uw God, die u uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd. Het hele volk van Israël moet daardoor worden afgeschrikt, zodat dergelijke wandaden zich niet herhalen.» (Deuteronomium 13:7-12)

  • voor het belasteren van God:
    « Wie de naam van de HEER lastert moet ter dood gebracht worden, die moet door de voltallige gemeenschap worden gestenigd. Of het nu een vreemdeling is of een geboren Israëliet, wie mijn naam lastert moet ter dood gebracht worden.» (Leviticus 24:16)

  • Voor godslastering en majesteitsschennis:
    «Laat dan twee mannen die nergens voor terugdeinzen tegenover hem plaatsnemen en hem beschuldigen van godslastering en majesteitsschennis. Daarop moet u hem buiten de stad brengen en stenigen» (1 Koningen 21:10)

  • voor 'hekserij':
    « Een man of een vrouw die geesten of schimmen van doden laat spreken, moet ter dood gebracht worden. Zulke mensen moeten worden gestenigd en hebben hun dood aan zichzelf te wijten.» (Leviticus 20:27)

  • Voor het brengen van kinderoffers aan Molech:
    « ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Wanneer een Israëliet of een vreemdeling die in Israël woont een van zijn kinderen aan Moloch offert, moet hij ter dood gebracht worden; het volk moet hem stenigen. Ikzelf zal mij tegen zo iemand keren en hem uit de gemeenschap stoten, omdat hij een van zijn kinderen aan Moloch heeft geofferd en daarmee mijn heiligdom heeft verontreinigd en mijn heilige naam heeft ontwijd. Mocht het volk oogluikend toestaan dat zo’n man zijn kinderen aan Moloch offert en hem niet ter dood brengen, dan zal ik mij tegen die man en zijn familie keren. Ik zal hem en allen die zich met hem en met Moloch inlaten, uit de gemeenschap stoten.» (Leviticus 20:2-5)

  • Voor een vrouw die op haar huwelijksnacht geen maagd is:
    « Het volgende kan zich voordoen: Een man trouwt een vrouw, slaapt met haar en krijgt dan een afkeer van haar. Hij begint haar vals te beschuldigen en leugens over haar rond te strooien: ‘Ik ben met deze vrouw getrouwd, maar tijdens de huwelijksnacht ontdekte ik dat ze geen maagd meer was.’ Laten haar vader en moeder dan met het bewijs van haar maagdelijkheid naar de oudsten in de stadspoort gaan. De vader van het meisje moet de oudsten vertellen: ‘Ik heb mijn dochter aan deze man ten huwelijk gegeven, maar hij heeft een afkeer van haar gekregen. Nu beschuldigt hij haar er ten onrechte van dat ze geen maagd meer was. Maar hier is het kleed dat bewijst dat mijn dochter nog wel maagd was.’ En vervolgens moeten de ouders het kleed voor de stadsoudsten uitspreiden. De oudsten moeten die man hardhandig bestraffen en hem een boete van honderd sjekel zilver laten betalen aan de vader van het meisje, omdat hij twijfel heeft gezaaid over de maagdelijkheid van een Israëlitisch meisje. Verder zal hij haar als zijn vrouw moeten aanvaarden, en zolang hij leeft mag hij niet van haar scheiden. Maar als het wél waar is en de maagdelijkheid van het meisje niet kan worden aangetoond, moet zij naar haar ouderlijk huis worden teruggebracht en daar voor de deur door de andere inwoners van de stad worden gestenigd tot de dood erop volgt. Want zij heeft onder het volk van Israël een schanddaad begaan door met iemand te slapen terwijl ze nog bij haar vader thuis woonde. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren.» (Deuteronomium 22:13-21)

  • voor het niet-gehoorzamen aan en rebelleren tegen de ouders:
    « Als ouders een opstandige, onhandelbare zoon hebben, die niet naar hen luistert en ook na hardhandige bestraffing nog niet wil gehoorzamen, dan moeten zijn vader en zijn moeder hem meevoeren naar de stadspoort en hem aan de oudsten voorgeleiden. Ze moeten tegenover de stadsoudsten verklaren: ‘Onze zoon is opstandig en onhandelbaar. Hij wil niet naar ons luisteren. Hij is een losbol en hij drinkt te veel.’ De inwoners van de stad moeten hem dan stenigen tot de dood erop volgt. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. Het hele volk van Israël moet erdoor worden afgeschrikt.» (Deuteronomium 21:18-21)

  • voor het aanbidden van andere goden:
    « Wanneer zich in een van de steden die de HEER, uw God, u zal geven, iemand bevindt, man of vrouw, die doet wat slecht is in de ogen van de HEER door de regels van het verbond te overtreden, door andere goden te vereren, de zon, de maan of de sterren, en daarvoor neer te knielen, hoewel ik dat verboden heb, en het komt u ter ore, dan moet u zorgvuldig navraag doen. Als blijkt dat het waar is, als onomstotelijk vaststaat dat deze gruwelijke dingen onder het volk van Israël hebben plaatsgevonden, dan moet u de man of vrouw die zich zo misdragen heeft de stad uit brengen en buiten de poort stenigen tot de dood erop volgt. Het doodvonnis mag alleen op grond van de verklaring van ten minste twee getuigen worden voltrokken, één getuigenverklaring is onvoldoende. De getuigen moeten, samen met de rest van het volk, de dader stenigen tot de dood erop volgt, en zelf moeten zij de eerste steen werpen. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren.» ( Deuteronomium 17:2-5)

  • voor overspel:
    « Als een man wordt betrapt met een getrouwde vrouw moeten beiden ter dood gebracht worden, zowel de man als de vrouw met wie hij geslapen heeft. Zo moet u het kwaad dat zich bij de Israëlieten aandient in de kiem smoren. Als iemand in de stad een meisje ontmoet dat al uitgehuwelijkt is, en gemeenschap met haar heeft, dan moet u hen allebei mee de stad uit nemen en hen stenigen tot de dood erop volgt. Want het meisje heeft nagelaten om hulp te roepen, en de man heeft zich vergrepen aan de bruid van een ander. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren.» (Deuteronomium 22:23-24 )

  • voor het schenden van de sabbat:
    « Tijdens hun verblijf in de woestijn troffen de Israëlieten eens een man aan die op sabbat hout aan het sprokkelen was. Degenen die hem aangetroffen hadden, brachten hem voor Mozes en Aäron en voor de hele gemeenschap. Hij werd in bewaring gesteld, omdat nog niet was bepaald wat er met zo iemand moest gebeuren. De HEER zei tegen Mozes: ‘Die man moet gedood worden. De hele gemeenschap moet hem buiten het kamp stenigen.’ Toen brachten ze hem met zijn allen buiten het kamp, en daar doodden ze hem door hem te stenigen, zoals de HEER Mozes had opgedragen.» (Numerii 15:32-36)

Hoewel in de Bijbel niet voorgeschreven wordt hoe de te stenigen persoon in bedwang gehouden moet worden, zou uit verslagen blijken dat daarvoor allerhande 'technieken' gebruikt werden. Soms gooide men de persoon eerst van een hoogte zodat hij, kreupel of gewond, niet meer in staat was te ontkomen aan de steniging, andere keren groef men de persoon in waarbij enkel schouders en hoofd boven de grond uit staken. Nog een andere methode bestond erin de persoon door de menigte te omsingelen en in het nauw te drijven, waarna hij of zij dood gestenigd werd. [4]

In de op de Bijbel gebaseerde joodse wetgeving, de Talmud, evenwel, werden een hele reeks beperkingen ingebouwd om de toepasbaarheid van deze executievorm aanzienlijk te beperken. Zo stelt de joodse wet dat de 'criminelen' eerst gewaarschuwd moeten worden in het bijzijn van twee getuigen om het misdrijf niet te plegen. Als ze alsnog het misdrijf plegen, moeten er opnieuw 2 getuigen zijn. Ook andere beperkingen waren er op gericht de bewijslast zodanig hoog te maken dat in de praktijk het uitspreken van doodstraf door steniging een uitzondering moest zijn. In de joodse geschriften werd gesteld dat als een rechtbank één persoon in een periode van 70 jaar tijd ombracht door de doodstraf, dit een 'barbaarse' rechtbank was en dat ze als dusdanig veroordeeld moest worden. [5]


3. ISLAMITISCHE BRONTEKSTEN OVER STENIGING

3.1. Situering

In tegenstelling tot de Bijbel, waarin executie door steniging voor verschillende misdrijven voorgeschreven wordt, bevat de Koran geen enkel vers dat executie door steniging als strafmaat oplegt voor ook maar enig misdrijf tegen de islam. Toch bevat de shari'ah er wèl een in de muslimwereld gecontesteerde passage over, meer bepaald met betrekking tot overspel. Om de over steniging heersende controverse in de muslimwereld te begrijpen, worden hierna eerst de bronteksten bekeken, om vervolgens de verschillende interpretaties ervan in de muslimwereld te bespreken.

3.2. De Koran

3.2.1. Steniging in de Koran?

De (Arabische) Koran is volgens muslims het letterlijke woord van God zoals het door aartsengel Gabriël gedurende een periode van 23 jaar aan de profeet Mohamed geopenbaard werd. In tegenstelling tot de Bijbel, die tal van instructies tot executie door steniging bevat, bevat de Koran geen enkel vers dat steniging als strafmaat oplegt. Er komen weliswaar zes verzen in voor waarin sprake is van steniging, maar in elk van deze zes gevallen gaat het om een situatie waarbij muslims omwille van hun geloof door hun vijanden bedreigd worden met executie door steniging. Het gaat dus in elk van deze gevallen om situaties waarbij niet-muslims dreigen over te gaan tot stenigen van muslims omwille van hun islam.

« En, mijn volk, laat de onmin met mij jullie er niet toe brengen dat jullie hetzelfde treft dat het volk van Noë of het volk van Hoed of het volk van Salih heeft getroffen. En het volk van Loet is niet ver van jullie. Vraagt jullie Heer om vergeving en wendt jullie dan berouwvol tot Hem; mijn Heer is barmhartig en liefdevol." Zij zeiden: "O Sjoe'aib, wij begrijpen niet veel van wat jij zegt en wij zien dat jij bij ons weerloos bent. Als jouw aanhang er niet was, dan hadden we je gestenigd; jij hebt immers geen macht over ons."» (Koran 11:89-91)

« En jij zou denken dat zij wakker waren, terwijl zij lagen te slapen. En Wij draaiden hen op hun rechterkant en op hun linkerkant terwijl hun hond zijn voorpoten op de drempel had uitgestrekt. Als jij hen te zien had gekregen, zou je bij hen weg zijn gevlucht en je zou voor hen van vrees vervuld zijn geweest. Zo hebben Wij hen laten opstaan, opdat zij elkaar zouden ondervragen. Een van hen zei: "Hoe lang heeft het voor jullie geduurd?" Zij zeiden: "Het heeft voor ons een dag of een paar dagen geduurd." Zij zeiden: "Jullie Heer weet het best hoe lang het voor jullie geduurd heeft. Zendt dan een van jullie met dit zilverstuk van jullie naar de stad en dan moet hij maar kijken wat het beste voedsel is om jullie daarvan proviand te brengen. En hij moet zich vriendelijk gedragen en niemand van jullie iets laten merken. Want als zij van jullie vernemen dan zullen zij jullie stenigen of jullie naar hun geloof terugbrengen en dan zal het jullie nooit welgaan." Zo maakten Wij dat men hen ontdekte, opdat zij zouden weten dat Gods toezegging waar is en dat er aan het uur geen twijfel is. Toen zij met elkaar over hun geval twistten, zeiden zij: "Bouwt een gebouw over hen heen." Maar hun Heer kent hen het best. Zij die in hun geval overwonnen zeiden: "Wij zullen over hen heen een plaats van aanbidding inrichten." » (Koran 11:18-21)

« Toen hij tot zijn vader zei: "O mijn vader, waarom dien jij wat niet kan horen, niet kan zien en wat jou niets baat? O mijn vader, tot mij is kennis gekomen die tot jou niet gekomen is. Volg mij dus, dan zal ik jou op een effen weg leiden. O mijn vader, dien de satan niet. De satan is weerspannig tegen de Erbarmer. O mijn vader, ik ben bang dat een straf van de Erbarmer jou zal treffen en dat jij dan een volgeling van de satan wordt." Deze zei: "Wil jij je van mijn goden afkeren, Abraham? Als jij niet ophoudt, zal ik je stenigen; ga een lange tijd bij mij weg." Hij zei: "Vrede zij met je. Ik zal mijn Heer voor jou om vergeving vragen; Hij is voor mij welwillend.» (Koran 19:42:47)

« Toen hun broeder Noë tot hen zei: "Willen jullie niet godvrezend zijn? Ik ben voor jullie een betrouwbare gezant. Vreest dan God en gehoorzaamt mij. En ik vraag jullie daarvoor geen loon. Slechts de Heer van de wereldbewoners is belast met mijn loon. Vreest dan God en gehoorzaamt mij." Zij zeiden: "Zullen wij jou geloven terwijl jij alleen maar gevolgd wordt door de allerverachtelijksten?" Hij zei: "En hoe kan ik weten wat zij gedaan hebben? Mijn Heer is belast met de afrekening met hen, als jullie het maar beseffen. En ik jaag hen die geloven niet weg. Ik ben slechts een duidelijke waarschuwer. Zij zeiden: "Als jij niet ophoudt, Noë, dan behoor jij bij hen die gestenigd worden." Hij zei: "Mijn Heer, mijn volk beticht mij van leugens. Doe dus tussen mij en hen uitspraak en red mij en die gelovigen die met mij zijn."» (Koran 26:106-118)

« Toen Wij er twee tot hen zonden en zij die beiden van leugens betichtten. Toen lieten Wij als versterking een derde komen. Zij zeiden dus: "Wij zijn tot jullie gezonden." Zij zeiden: "Jullie zijn slechts mensen zoals wij. De Erbarmer heeft niets neergezonden; jullie liegen alleen maar." Zij zeiden: "Onze Heer weet dat wij echt tot jullie zijn gezonden. Wij hebben alleen maar de plicht van de duidelijke verkondiging." Zij zeiden: "Wij zien in jullie een slecht voorteken. Als jullie niet ophouden zullen wij jullie stenigen en dan zal jullie van onze kant een pijnlijke bestraffing treffen." Zij zeiden: "Jullie slechte voorteken hangt met jullie zelf samen. Hebben jullie je laten vermanen? Welnee, jullie zijn overmatige mensen." » (Koran 36:14-18)

« En ik zoek bescherming bij mijn Heer en jullie Heer dat jullie mij niet zullen stenigen. En als jullie mij niet geloven laat mij dan alleen.» (Koran 44:20-21)
 

3.2.2. Zina: overspel en ontucht

Hoewel er in de Koran geen sprake is van steniging als strafmaat in de islam, bevat de shari'ah wel de strafmaat van steniging voor overspel. Daarom wordt het over overspel handelende vers uit de Koran hier eerst geanalyseerd. Voorlopig beperken we ons tot een bespreken van de Koranische verzen in termen waarover grote eensgezindheid bestaat. Hoe de zaak verder geïnterpreteerd wordt is voorwerp van grote discussie, welke in volgend deel behandeld wordt.

In de islam heeft nooit een taboe op seks gerust - het wordt aanzien als een behoefte zoals ook eten en drinken behoeften zijn. En net zoals het voldoen aan de behoeften aan eten en drinken door een aantal voorschriften gereguleerd en begrensd worden, zo worden er ook grenzen vastgelegd waarbinnen men aan de behoefte aan seks kan voldoen. Daarbij schuift de islam het huwelijk naar voor als hoeksteen van de samenleving. Seksualiteit wordt beperkt tot gehuwde partners. Het aangaan van een huwelijk wordt in de islam gemakkelijk gemaakt (strikt genomen volstaat het de geijkte formules uit te spreken in het bijzijn van twee getuigen, hoewel om misbruiken tegen te gaan de meeste muslimlanden voorzien in een administratieve procedure); ook staat de islam echtscheidingen toe hoewel de islam voorschrijft om bij problemen in het huwelijk er eerst alles aan te doen om het huwelijk alsnog te redden, eventueel via het inschakelen van bemiddeling. Maar als dat niets oplevert, is scheiden toegestaan - ook voor vrouwen, die om velerlei redenen kunnen scheiden van hun man. Het feit dat ze hun man niet graag meer zien is bijvoorbeeld voldoende reden om te scheiden; ook dat de echtgenoot niet voldoende geld besteedt aan zijn vrouw of kinderen, en allerhande andere redenen worden aanvaard. Men kan ook hertrouwen. De islam redeneert dat in een model waarin er geen administratieve hinderpalen opgeworpen worden om te huwen, waarin huwen aangemoedigd wordt en waarin scheiden en hertrouwen toegestaan is, mensen gemakkelijk kunnen huwen zodat zij in principe in staat zijn om binnen de grenzen van een huwelijk aan hun seksuele behoeften te voldoen, wat overspel des te afkeurenswaardiger maakt.

Zoals gewoonlijk het geval is in de islam, wordt wenselijk gedrag sterk aangemoedigd en beloond, terwijl onwenselijk gedrag afgekeurd of bestraft wordt.

Aan muslims die hun 'kuisheid', d.w.z. seksuele zuiverheid bewaren (in die zin dat ze hun seksualiteitsbeleving beperken tot binnen het huwelijk) wordt een plaats in het paradijs verzekerd:

« De profeet zei: "wie mij garandeert dat hij zijn kuisheid zal bewaren, garandeer ik [een plaats in] het Paradijs".» (Bukhari)

« De profeet zei: "Er zijn zeven categorieën van mensen die bescherming zullen genieten onder de schaduw van God op Oordeelsdag wanneer er geen andere schaduw zal zijn; ... onder hen is een jonge persoon die verleid wordt door een vrouw van grote schoonheid en weelde en die haar avances verwerpt met de woorden: "Ik vrees God!" » (Al-Bukhari en Muslim) [6]

Tegen die achtergrond, wordt ontucht en overspel zeer sterk ontraden en afgekeurd. Men spreekt van overspel wanneer een gehuwd persoon seks heeft met iemand anders dan zijn of haar echtgeno(o)t(e). Ontucht heeft betrekking op seks tussen niet-gehuwden.

Over overspel en ontucht stelt de Koran in vers 24:2 het volgende:

« De overspelige vrouw en de overspelige man, geselt elk van hen beiden met honderd geselslagen en krijgt in Gods godsdienst geen mededogen met hen, als jullie in God en de laatste dag geloven. Bij hun bestraffing moet een groep gelovigen aanwezig zijn. » (Koran 24:2)

De Koranische strafmaat voor zina is blijkens bovenstaand vers 100 zweepslagen, zowel voor de man als voor de vrouw. Het Arabisch woord dat in dit vers gebruikt wordt is zina - Yusuf Ali stelt in een commentaar bij zijn vertaling van dit vers:

« Commentaar # 2954
Zina* omvat seksuele betrekkingen tussen een man en een vrouw die niet met elkaar gehuwd zijn. Het is daarom van toepassing zowel op overspel (wat impliceert dat een of beide partijen gehuwd zijn met iemand anders dan de betrokkene) en op ontucht, wat, in strikte zijn, impliceert dat beide partijen ongehuwd zijn. De wet van huwen en scheiden is in de islam gemakkelijk gemaakt, opdat er minder verleiding zou zijn voor seksuele betrekkingen buiten het huwelijk. Dit leidt tot een groter zelfrespect zowel voor de man als voor de vrouw. Andere seksuele misdaden zijn ook strafbaar, maar deze sectie is strikt van toepassing op zina zoals hierboven gedefinieerd
» (eigen vertaling) [7]

In de shari'ah evenwel wordt een onderscheid gemaakt tussen overspel en ontucht, en wordt de in dit vers omschreven bestraffing enkel ingesteld voor ontucht. In een in de muslimwereld fel gecontesteerde passage in de shari'ah wordt overspel, in afwijking van dit vers, bestraft met executie door steniging, hoewel dit aan een dermate hoge bewijslast onderworpen is dat overspel in de praktijk maar uiterst zelden of nooit bewijsbaar en veroordeelbaar is, wat in een volgend hoofdstuk ten gronde verkend wordt.

De Koran stelt verder dat een beschuldiging van zina slechts mogelijk is wanneer er minstens vier getuigen zijn - het gaat dus eigenlijk om het bedrijven van seks voor een publiek van toeschouwers.

«Zij die eerbaar getrouwde vrouwen beschuldigen en dan niet met vier getuigen komen, geselt hen met tachtig geselslagen. Van hen zullen jullie nooit meer getuigenis aannemen; zij zijn de verdorvenen. Behalve zij die daarna berouwvol zijn en zich beteren. God is vergevend en barmhartig.» (Koran 24:4-5)

Volgens de algemeen aanvaarde interpretatie van dit vers moeten er vier getuigen zijn van de penetratie. De betrokkenen aantreffen in een compromitterende houding volstaat niet. Wanneer de beschuldiging niet gestaafd kan worden met vier getuigen die elkaar op geen enkel detail tegenspreken, worden diegenen die de beschuldiging uitgesproken hebben alle vier veroordeeld van laster, worden zij elk bestraft met 80 zweepslagen en wordt hun getuigenis in de toekomst nooit meer aanvaard - zij worden beschouwd als leugenaars en lasteraars (tenzij ze naderhand berouw tonen over hun leugens, dan zou hun getuigenis voor andere misdrijven in de toekomst eventueel opnieuw aanvaard kunnen worden).

Niet alleen voor de gemeenschap worden deze 'getuigen' als leugenaars en lasteraars bestempeld - wat voor gelovigen nog zwaarder weegt is dat ze na een valse getuigenis ook voor God als leugenaars gelden:

«Waren zij maar met vier getuigen gekomen. Nu zij niet met getuigen zijn gekomen zijn zij het die bij God als leugenaars gelden.» (Koran 24:3)

In de volgende verzen wordt dit nog scherper gesteld en wordt iemand vals beschuldigen van zina als een "gruweldaad" bestempeld, gedrag in het spoor van satan waarvoor zowel in het tegenwoordige leven als in het hiernamaals een bestraffing geldt.

«Toen jullie dat met jullie tongen overnamen, met jullie monden zeiden waarvan jullie geen kennis hebben en dachten dat het iets onbeduidends was, maar bij God was het afschuwelijk. Hadden jullie, toen jullie het hoorden, maar gezegd: "Het is niet aan ons hierover te spreken. U zij geprezen; dit is geweldige kwaadsprekerij." God spoort jullie aan nooit meer iets dergelijks te doen, als jullie gelovig zijn. En God maakt jullie de tekenen duidelijk; God is wetend en wijs. Zij die graag zouden willen dat gruweldaad zich onder hen die geloven verspreidt, voor hen is er een pijnlijke bestraffing in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals. God weet en jullie weten niet. En zonder Gods goedgunstigheid jegens jullie en Zijn barmhartigheid en dat God vol mededogen en barmhartig is? Jullie die geloven! Volgt de voetstappen van de satan niet. En als iemand de voetstappen van de satan volgt?; hij legt jullie het gruwelijke en het verwerpelijke op. En zonder Gods goedgunstigheid jegens jullie en Zijn barmhartigheid zou niemand van jullie ooit gelouterd worden, maar God loutert wie Hij wil; God is horend en wetend.» (Koran 24:16-21)

Potentiële getuigen van een zaak over zina moeten dus al héél zeker zijn van hun zaak, omdat wanneer hun beschuldiging vals bevonden wordt hen een zware bestraffing te wachten staat, zowel in het huidige leven als in het hiernamaals. Zij krijgen een lijfstraf met 80 zweepslagen opgelegd, worden voortaan beschouwd als leugenaars, hun woord wordt niet meer geloofd, en in het hiernamaals zal hen nog meer straf te wachten staan. Als afschrikking en ontmoediging om te getuigen in een geval van overspel of ontucht kan dit tellen.

In combinatie met de islamitische bepalingen inzake recht op privacy, is het bovendien een quasi onmogelijke zaak dat er vier getuigen zouden gevonden worden van de penetratie bij overspel of ontucht. De Koran verzekert immers ook het recht op privacy en stelt dat men een woning niet mag binnentreden zonder daarvoor toestemming te vragen, en stelt tevens dat men elkaar niet mag bespioneren. [8]

«Jullie die geloven! Gaat andere huizen dan jullie eigen huizen pas binnen als jullie gevraagd hebben of het gelegen komt en hun bewoners gegroet hebben. Dat is beter voor jullie; misschien zullen jullie je laten vermanen. En als jullie er niemand in vinden gaat er dan pas binnen als men toestemming geeft, maar als men tot jullie zegt: "Ga terug", ga dan terug. Dat is zuiverder voor jullie; God weet wat jullie doen.» (Koran 24:27-28)

«Jullie die geloven! Vermijdt vele vermoedens - sommige vermoedens zijn zonde - en spioneert niet en roddelt niet over elkaar....» (Koran 49:12)

Om strafbaar te kunnen zijn, moet het op grond van de Koran dus eigenlijk al gaan om overspel of ontucht waarbij de seksuele penetratie vrijwillig voor een publiek van toeschouwers bedreven wordt, en waarbij de toeschouwers/ ooggetuigen klacht indienen en getuigenis afleggen.

Kortom, door een zware strafmaat in te stellen wordt zina - overspel en ontucht - sterk ontraden, maar tegelijk wordt meegegeven dat de samenleving zich niet te moeien heeft met deze zaken voor zover ze zich in de privésfeer voordoen - zelfs als zij ingaan tegen de islamitische norm die overspel en ontucht in krachtige termen verafschuwt. De zware bestraffing is dan ook niet bedoeld om praktisch toegepast te worden (door de hoge bewijslast kan ze zelden of nooit bewezen worden), maar fungeert als krachtige ontrading van zina. Ze is bedoeld om zelfregulerend te werken en de gelovige ertoe te bewegen geen overspel of ontucht te plegen.

De samenleving kan in gevallen van overspel of ontucht enkel strafrechtelijk ingrijpen wanneer men er zich in aanwezigheid van getuigen, dit wil dus zo goed als zeggen in het openbaar, aan te buiten gaat en klacht neergelegd wordt. De verzen houden tevens een krachtige waarschuwing in tegen roddel en laster - valse getuigenissen van overspel of ontucht worden zowel in het tegenwoordige leven als in het hiernamaals zwaar bestraft. In die zin worden deze verzen ook beschouwd als een manier om vooral vrouwen te beschermen tegen lichtzinnige beschuldigingen van zina.

Bij afwezigheid van vier onberispelijke getuigen (ze mogen niet gekend staan als leugenaars want dan wordt hun getuigenis sowieso verworpen) zou een man zijn vrouw van overspel kunnen beschuldigen. In dit geval is het een kwestie van het woord van de man tegen het woord van de vrouw. De Koran schrijft daarbij de volgende procedure voor. Elk van de partners moet vier keer herhalen dat hij/zij de waarheid spreekt (de man die zijn vrouw van overspel beschuldigt, moet vier keer herhalen dat hij de waarheid spreekt, de vrouw die dat ontkent, moet dat eveneens vier keer herhalen). Als intussen geen van beiden zijn woorden intrekt, moet elk een vijfde keer herhalen de waarheid te spreken, op straffe van het over zichzelf afroepen van een eeuwige vervloeking van God als men liegt. Houden beiden zich aan hun verklaring, dan krijgt de getuigenis van de vrouw voorrang - d.w.z. dat als de man haar via die procedure blijft beschuldigen van overspel en zij blijft ontkennen, de klacht verworpen wordt en de vrouw geloofd wordt en vrijgesproken wordt. In dit geval weegt de getuigenis van de vrouw voor de rechtbank dus eigenlijk zwaarder dan die van de man.

«Zij die hun echtgenotes beschuldigen en behalve zichzelf geen getuigen hebben, het getuigenis van een van hen zal zijn dat hij viermaal bij God getuigt dat hij iemand is die de waarheid zegt. En de vijfde maal [moet hij uitspreken] dat Gods vloek op hem zal rusten als hij een leugenaar is. En als zij viermaal bij God getuigt dat hij een leugenaar is, dan weert dat voor haar de bestraffing af. En de vijfde maal [moet zij uitspreken] dat Gods toorn op haar zal rusten als hij iemand is die de waarheid zegt. » (Koran 24:6-9)

3.3. De Sunnah

Wat leert de Sunnah ons over overspel en ontucht?

De Sunnah is het geheel van handelingen en uitspraken van profeet Mohamed zoals deze na zijn leven opgetekend en uiteindelijk gecanoniseerd werden. Het is niet zo dat er iemand naast de profeet stond die alles wat hij zei en deed optekende. Na zijn dood konden mensen die iets hadden horen zeggen over de profeet dat melden. Vaak ging het om informatie van een paar knoopsgaten ver - d.w.z. dat zij gehoord hadden van iemand die dan weer van iemand anders gehoord had dat nog iemand anders gezegd had dat hij horen zeggen had dat de profeet zus en zo gezegd of gedaan had. Zowel de personen in deze meldingsketen als de inhoud van de hadith werden minutieus onderzocht, wat niet wegneemt dat er om allerlei redenen onjuiste informatie kan ingeslopen zijn in de collecties - bijvoorbeeld omdat sommigen er belang bij hadden hun standpunt in de Sunnah te krijgen hoewel de profeet in werkelijkheid deze dingen nooit gezegd of gedaan had, of, onschuldiger, via overdrijvingen bij het doorvertellen. Er zijn een paar honderdduizend hadiths. Het correct interpreteren ervan is een hele wetenschap die in de muslimwereld ettelijke jaren hogere studies vereist. Men kan als leek in de zaak dus niet zomaar een hadith citeren en die verheffen tot 'een regel binnen de islam' - het kan immers net zo goed om een uitzondering gaan op een regel. Als men zelf geen expert is, moet men zich beroepen op informatie en interpretatie over deze hadiths in diverse betrouwbare bronnen, of moet men deskundigen ter zake raadplegen. Over de manier waarop tal van hadiths geïnterpreteerd en begrepen moeten worden bestaat in de muslimwereld vrij grote eensgezindheid. Een deel van de hadiths over diverse onderwerpen zijn evenwel voorwerp van discussie tussen geleerden en leiden tot uiteenlopende interpretaties. Om dit probleem ten gronde aan te pakken werd in februari 2008 in Turkije een grootschalig project gelanceerd dat de volledige hadithcollectie grondig zal onderzoeken en waar nodig zal herzien in wat een belangrijke hervorming van de islamitische geloofsbronnen genoemd wordt. Dit zou verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de invulling van de islamitische leer vermits de hadiths een belangrijke rol spelen bij de interpretatie van de Koran en bij het uitwerken van de shari'ah. [9]

Wat overspel betreft, zijn er een paar hadiths die, althans op het eerste gezicht, lijken te stellen dat profeet Mohamed opdracht gaf tot stenigingen in het geval van overspel.

Waarover momenteel onder geleerden geen twist bestaat is dat de eerste opdracht tot steniging in de hadiths een geval is waarbij joden bij profeet Mohamed kwamen, hem een geval van overspel in hun eigen joodse gemeenschap voorlegden en hem vroegen wat hen te doen stond. Geheel in lijn met de Koran die joden, christenen en muslims elk voorschrijft te leven volgens hun eigen openbaringen, vroeg profeet Mohamed aan de joden: wat schrijft uw godsdienst u voor? De joden antwoordden: dat de betrokkenen geëxecuteerd moeten worden door steniging. Daarop zei de profeet: volg dan uw godsdienst. Zoals hoger gesteld werd, bevat de Bijbel inderdaad instructies voor steniging bij overspel, instructies die ook voorwerp uitmaken van de Talmud, zij het met een aantal strikte beperkingen. In de collectie van Bukhari staan hierover verschillende hadiths, waaronder:

«Wanneer een jood en een jodin die onwettige seksuele betrekkingen gepleegd hadden voor de profeet gebracht werden, droeg hij hen op gestraft te worden volgens de joodse wetten die in de Thora opgetekend zijn. Het stel werd ter dood gestenigd.» (Gemeld door Abdullah bin Umar, Bukhari hadith No 4.829)

Het is dus via een joodse rechtsregel, gebaseerd op het joodse deel van de Bijbel, toegepast voor joden, dat deze praktijk in de Sunnah geïntroduceerd werd.

Er bestaan hadiths waaruit zou blijken dat naderhand ook muslims gestenigd werden voor overspel. Het is onder meer op grond van dergelijke hadiths dat de rechtsregel voor steniging bij overspel in de shari'ah opgenomen werd. Over deze hadiths bestaat echter onder muslims discussie, zodat ze pas in het volgende deel besproken zullen worden.

3.4. De Shari'ah

Wat er in de shari'ah staat over overspel is voorwerp van discussie en zal straks besproken worden. Hier wordt alvast het discussiepunt geschetst.

Ter inleiding dient gesteld dat niets in de islam muslims verplicht hun samenleving te organiseren volgens de shari'ah. De meningen over de wenselijkheid om de shari'ah geheel of gedeeltelijk in een effectieve wet om te zetten lopen dan ook sterk uiteen. Daar wordt straks verder op ingegaan. Van belang is hier vooral in gedachten te houden dat de term 'shari'ah' wordt gebruikt zowel voor de islamitische wetgeving in theoretische en conceptuele zin (een soort gedetailleerd moreel model dat o.a. op de Koran, de Sunnah en consensus van geleerden gebaseerd is), alsook voor de codificatie ervan in de staatswetgeving van sommige landen. In de bespreking van de plaats van steniging in de shari'ah, gaat het in eerste instantie om het conceptuele model - dit wil zeggen de theoretische shari'ah. Hoe dit in sommige landen in de wet vertaald en gecodificeerd wordt, is een andere zaak die naderhand besproken wordt.

Dat gezegd zijnde, is het zo dat reeds in de vroege, integrale versies van de shari'ah een onderscheid gemaakt wordt tussen ontucht (in overeenstemming met vers 24:2 bestraft met 100 zweepslagen) en overspel dat bestraft wordt met executie door steniging. Daarbij stipuleert de shari'ah evenwel een dermate hoge bewijslast dat de straf zo goed als onuitvoerbaar is, zoals straks in de bespreking van de diverse interpretaties zal blijken.

Wat de zweepslagen voor ontucht betreft, blijkt uit de shari'ah dat het hier niet om een verdoken manier van doodstraf gaat: [10]

  • De zweep mag niet te dun of te dik zijn, maar moet van gemiddelde dikte zijn (Mu'atta Ima'm Ma'lik).
  • De executeur van de zweepslagen mag geen daartoe professioneel opgeleid persoon zijn, maar moet een decent en gerespecteerd persoon van de samenleving zijn.
  • De zweepslagen mogen niet te hard zijn zodat de veroordeelde ze kan dragen.
  • De veroordeelde mag niet ontkleed zijn (zodat de zweepslagen niet op zijn blote huid vallen).
  • De veroordeelde mag niet aan een paal gebonden zijn.

Samen met de koranische bepaling dat de zweepslagen moeten toegediend worden op een plaats waar er toeschouwers kunnen zijn, betekent dit dat het niet de bedoeling is pijn te veroorzaken, wel de veroordeelde publiek te vernederen.

Om het onderscheid tussen overspel en ontucht te vestigen, baseert de shari'ah zich op de Sunnah. Een regel uit de islamitische leer stelt evenwel dat de Sunnah enkel kan gebruikt worden om de Koran aan te vullen en te verduidelijken, en nooit kan aangewend worden om regels in te voeren die in tegenspraak zijn met de Koran.

Hoe is de regel van steniging voor overspel dan in de shari'ah terechtgekomen? De verklaring ligt bij de eerste kalief, Umar, die om redenen die alleen hij weet, zou gesteld hebben dat er wel degelijk een vers over steniging voor overspel geopenbaard werd en dat dit vers het eerder genoemde vers 24:2 abrogeerde. Het vers zou evenwel 'vergeten' zijn (volgens sommige tradities zou het zelfs opgegeten zijn door een geit), en zou daarom niet opgenomen zijn in de definitieve versie van de Koran. De vroege juristen stelden daarop steniging voor overspel in op grond van dit (al dan niet ooit werkelijk bestaand) 'vergeten' vers waar de Sunnah zou bij aangesloten hebben. Deze logica is gebaseerd op volgende hadith van Umar:

«Umar ibn Al-Khattab zei: de Almachtige God zond Mohamed (vrede en zegeningen zij met hem) met de waarheid en openbaarde de Koran aan hem. Onder de (door hem gebrachte) openbaring was er een vers dat stipuleerde dat een getrouwde overspelige man en vrouw ter dood gestenigd zouden moeten worden. We lazen, verstonden en begrepen het. De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) handelde in overeenstemming daarmee, en zo ook wij allen. Ik vrees dat, door verloop van tijd, sommige mensen zullen zeggen: 'we vinden dat vers niet in de Koran', en dat zij van het rechte pad afdwalen door het opgeven van een verplichting die hen door God gegeven werd. Stenigen ter dood is een Goddelijke Verplichting en bestraffing die voorzien is voor een gehuwde overspelige man of vrouw van zodra er vier getuigen zijn of de bekentenis van "de beschuldigde".» [11]

Omdat het 'vergeten' vers enkel over overspel spreekt, werd in de shari'ah de steniging ook enkel voor overspel ingevoerd. Vers 24:2 bleef van kracht voor ontucht die in de shari'ah bestraft wordt met 100 zweepslagen. Het al dan niet geldig zijn van een dergelijke basis van deze regel in de shari'ah is voorwerp van een felle discussie in de muslimwereld.

In het volgende deel wordt bekeken hoe deze op het eerste zicht tegenstrijdige informatie in de muslimwereld geïnterpreteerd wordt en zijn vertaling vindt in verschillende standpunten, en zal ook de shari'ah verder verduidelijkt worden.


4. INTERPRETATIES VAN DE BRONTEKSTEN AANGAANDE OVERSPEL IN DE MUSLIMWERELD

Hoewel de Koran geen enkel vers bevat dat steniging voorschrijft als strafmaat voor om het even welk misdrijf, is er in de (conceptuele) shari'ah wel een dergelijke bestraffing voorzien, met name voor (openbaar) overspel. Over het al dan niet gerechtvaardigd of 'islamitisch' zijn van deze passage in de shari'ah woedt in de muslimgemeenschap een debat dat we hierna ten gronde zullen proberen situeren.

Wat de interpretatie van de islamitische bronteksten betreft zijn er zijn grosso modo twee opinies te onderscheiden. Een eerste opiniegroep stelt dat de stenigingsregel voor overspel in de shari'ah geheel in strijd is met de islam en geschrapt moet worden. Een tweede opiniegroep stelt dat in conceptuele zin de stenigingsregel wel geldig is, maar in het gehele kader van de shari'ah zodanig ingeperkt is dat zelfs bij correcte codificatie van deze regel in een vigerende (religieuze) wet deze regel quasi nooit kan toegepast worden. Zij pleiten dan ook voor het behoud van deze regel in de conceptuele shari'ah, maar tegelijk ook voor maatregelen om misbruik van deze regel zoals zij vandaag de dag soms gebeuren bij vonnissen van steniging, te verhinderen. Het is niet bekend welke van de opinies meest steun krijgen door 'gewone' muslims. Onder islamitische juristen zouden de eerste opinie een kleine minderheid vormen, terwijl de tweede opinie door een ruime meerderheid van juristen zou gesteund worden. [12] Dit wil niet zeggen dat een meerderheid van juristen de invoering van de shari'ah steunt - dit handelt enkel over de interpretatie van de bronteksten. Dit debat wordt immers doorkruist door een ander debat, met name of, ongeacht wat de islam over de zaak zegt, het al dan niet wenselijk is dat wetten op religie geïnspireerd zijn. De meningen daarover lopen sterk uiteen, en worden in een afzonderlijk onderdeel behandeld.

4.1. Opinie 1: regel is onislamitisch en moet geschrapt worden uit de shari'ah

4.1.1. Inleidend

Een eerste groep is van mening dat de hele constructie op grond waarvan steniging in de shari'ah geïntroduceerd werd, drijfzand is die strijdig is met de algemene rechtsregels van de islam. Deze groep beschouwt steniging niet alleen als onislamitisch, maar, sterker nog, als een volgens de islam onvergeeflijke zonde, en ijvert voor het zonder meer schrappen van deze regel uit de shari'ah. Zij voeren daarvoor onder meer volgende argumenten aan: [13 -23]

4.1.2. Argumenten op grond van de Koran

Een eerste reeks bezwaren tegen deze regel in de shari'ah worden geuit op grond van de Koran:

  • In de Koran wordt steniging voor geen enkel misdrijf ingesteld, ook niet voor overspel.

  • In de Koran wordt voor de bestraffing van zina in vers 24:2 geen onderscheid gemaakt tussen overspel en ontucht.

  • Bovendien staat de Koran in het volgende vers, met name 24:3, toe dat muslims die van zina beschuldigd zijn hertrouwen, hoewel niet meer met muslims. Zij worden dus uit de gemeenschap verbannen.

    «Een overspelige man mag slechts met een overspelige vrouw trouwen of met een aanhangster van het veelgodendom. En met een overspelige vrouw mag slechts een overspelige man trouwen of een aanhanger van het veelgodendom. Dat is namelijk voor de gelovigen verboden.» (Koran 24:3)

    Yusuf Ali schrijft over dit vers:

    «Commentaar #2957:
    Islam gebiedt seksuele zuiverheid, voor mannen en vrouwen, te allen tijde - voor het huwelijk, tijdens het huwelijk en na te ontbinding van het huwelijk. Diegenen die schuldig zijn aan onwettige praktijken worden uit de huwbare kring van kuise mannen en vrouwen gesloten.
    » (eigen vertaling) [24]

    Dat aan overspel schuldig bevonden muslims mogen hertrouwen sluit volgens hen klaar en duidelijk uit dat deze mensen voor hun misdrijf de doodstraf zouden kunnen krijgen.

Volgens deze opiniegroep is steniging dus strijdig met de Koran en moet deze praktijk daarom alleen al met onmiddellijke ingang geschrapt worden uit zowel de conceptuele als de gecodificeerde shari'ah.


4.1.3. Argumenten in verband met de hadiths

  • Deze opiniegroep benadrukt ook dat er volgens hen geen enkele reden is om af te wijken van de algemene rechtsregel die stelt dat hadiths niet kunnen gebruikt worden om een regel in te voeren die ingaat tegen de Koran, wat volgens hen met deze stenigingsregel op verschillende vlakken het geval is.

  • De hadiths over steniging ter dood voor overspel handelen in eerste instantie over joden, die opgedragen worden te handelen volgens de joodse Thora en de Talmud welke inderdaad steniging voorschrijven bij overspel. Daarnaast zijn er enkele hadiths die steniging ook lijken uit te spreken voor muslims die zich aan overspel bezondigen. Zoals bijvoorbeeld:

    «Een gehuwde man van de stam van Bani Aslam had onwettige seksuele betrekkingen gehad en legde vier keer getuigenis af tegen zichzelf. Daarop droeg de profeet op hem te stenigen tot de dood.» (gemeld door Jabir bin Abdullah al-Ansari, in Bukhari - hadith No 8.805)

    Bij dergelijke hadiths worden door deze opiniegroep verscheidene bezwaren geuit:

    • In deze hadith geeft de profeet inderdaad opdracht tot steniging, maar er wordt niet expliciet gezegd wanneer dit voorval zich voordeed - voor of na de openbaring van vers 24:2. Deze opiniegroep wijst erop dat profeet Mohamed aanvankelijk de Abrahamitische tradities volgde (waarin steniging voor overspel voorgeschreven werd). Het zou volgens deze opiniegroep net zo goed kunnen en is zelfs veel waarschijnlijker dat vers 24:2 de eerdere Talmudische traditie een halte toe riep. Door het gebrek aan informatie over het tijdstip van deze stenigingen relatief ten aanzien van de openbaring van vers 24:2 kunnen deze hadiths volgens hen dan ook niet aanzien worden als een precedent en basis om steniging in te stellen.
       
    • Meer nog, zij citeren een hadith waaruit zou blijken dat niet eens bekend is wanneer de stenigingen zich voordeden, voor of na de openbaring van vers 24:2:

      «Ash Shaibani vertelt dat wanneer hij 'Abdullah bin Abi Aufa vroeg: 'Voerde de Apostel van God de straf van Rajam (d.w.z. stenigen ter dood)? Hij zei: "Ja". Wanneer de verteller vroeg: "Voor de openbaring van Surah-an-Nur (d.w.z. vers 42:2) of erna?" Hij antwoordde: "Ik weet het niet".» (Gemeld door Ash Shaibani, in Bukhari 8.804 en 8.824)

      Terwijl steniging voor de openbaring van 24:2 in lijn lag met de eerdere openbaringen (Bijbel), kan volgens hen niet zomaar aangenomen worden dat er ook na de openbaringen van vers 24:2 stenigingen werden uitgevoerd wanneer deze hadith daarover zelf geen uitsluitsel geeft.

    • Alle hadiths waarbij ook muslims zouden gestenigd zijn voor overspel ten tijde van profeet Mohamed, betreffen muslims die zèlf hun overspel toegaven. Tijdens het leven van profeet Mohamed zou geen enkel geval van overspel 'bewezen' zijn aan de hand van getuigenverklaringen. Dit wil zeggen dat er zich geen enkel geval zou voorgedaan hebben van steniging van muslims voor overspel zonder bekentenis van de betrokkenen.

    • Bovendien bevatten deze hadiths volgens o.a. de Pakistaanse geleerde Javed Ahmad Ghamdi te weinig informatie om een duidelijk beeld te krijgen van het exacte misdrijf. Het zou kunnen dat het hier ging om een terugkerend, gruwelijk en wreed gedrag, zodat de doodstraf hier volgens hem wellicht uitgesproken werd onder de Koranische regel van misdaden tegen de samenleving en het zaaien van verderf (Koran 5:32) en niet voor overspel. Het overspel zou slechts een verzwarende omstandigheid geweest zijn, maar niet het hoofdmisdrijf. [25-27]
       

    • Blijkens een aantal hadiths kunnen overspeligen naar het paradijs gaan (d.w.z. dat op grond van hun overspel hen de toegang tot het paradijs niet zal ontzegd worden) indien zij berouw tonen, zich niet bezondigen aan verafgoding en hun geloof in de Ene God trouw blijven. Dit toont volgens hen aan dat het hier onmogelijk om een misdrijf kan gaan waarop de doodstraf staat.

      «De profeet zei: "[de engel] Gabriël zei tot mij: 'Wie ook van uw volgelingen sterft zonder anderen naast God verheerlijkt te hebben, zal het paradijs binnengaan (of zal niet naar de hel gaan).' De profeet vroeg: 'Ook als hij illegale seksuele betrekkingen of diefstal gepleegd heef?' Hij antwoordde: 'zelfs dan.'"» (gemeld door Abu Dahr, Bukhari)

      Verderop zal blijken dat God vergevingsgezindheid betoont voor muslims die berouw uitdrukken voor hun overspel of ontucht.

    • Deze opiniegroep beklemtoont dat de hadith collecties pas tot stand kwamen na het leven van de profeet, gedurende een periode van zes of meer generaties, waarbij dus telkens van de ene aan de andere persoon doorverteld werd wat men ooit de profeet had zien doen of horen zeggen. Het is niet ondenkbaar dat daarin om diverse redenen foutieve hadiths ingeslopen zijn in verband met steniging.

     

    4.1.4. Argumenten aangaande Umar en het "vergeten vers"

    Muslims in deze opiniegroep verwerpen ook de hele constructie van het 'vergeten vers' van Umar. Daarvoor voeren zij onder meer volgende argumenten aan:

    • Volgens deze opiniegroep werd de Koran pas gecompileerd in het jaar 651, onder de derde kalief, en dus 7 jaar na de dood van Umar, die de tweede kalief was. Hoe kon hij dan stellen dat er een vers vergeten was, als het boek nog niet eens gecompileerd was, voeren zij aan. Hierbij moet opgemerkt worden dat volgens sommige geleerden de Koran al tijdens het leven van de profeet of in de periode van de eerste kalief Abu Bakr gecompileerd werd, zodat het althans wat de tijdshorizon betreft wèl mogelijk zou zijn dat Umar het over een 'vergeten vers' had. Maar dan nog, stelt deze opiniegroep, is een theorie van een vergeten vers onhoudbaar.

    • Muslims geloven immers, zo voeren zij aan, dat de Koran elk woord bevat dat door God aan de profeet geopenbaard werd en dat niets van de openbaring verloren gegaan is. Een theorie over een verloren vers is daar strijdig mee.

    • Zij wijzen er ook op dat de hele abrogatieleer waarop deze regel gebaseerd is (in dit geval dat het 'vergeten' vers het vers 24:2 zou geabrogeerd hebben) een omstreden kwestie is.

    • De enige die iets over dit al dan niet ooit bestaand en vergeten vers zou gezegd hebben, was Umar. Volgens deze opiniegroep is één bron, zelfs al is dat een kalief, niet voldoende om een zo ingrijpende regel in te stellen.

    • Ten slotte wijzen ze op de exacte formulering van dit 'vergeten' vers, dat als volgt zou zijn:

      al-shaykh wa al-shaykhah idha zaniya fa arjimuhuma al-battatah
      « De oude man en de oude vrouw, wanneer zij zina plegen, stenig hen dan ter dood »

      Zij wijzen erop dat de Koran en de rechtsgeleerden anders geen onderscheid maken in leeftijd voor een misdrijf. Terwijl hier geïmpliceerd lijkt te worden dat jonge mensen met sterke seksuele passies, die het aan maturiteit en wijsheid ontbreekt om hun seksuele passies te beheersen, mogelijk lichter bestraft werden. Ook omwille van de in koranisch opzicht eigenaardige formulering ervan, vinden zij het vers ongeloofwaardig. [28]

    Kortom, deze opiniegroep stelt dat er ruim voldoende argumenten zijn die volgens hen aangeven dat de regel over steniging voor overspel op onrechtmatige, onislamitische grond ingeslopen is in de (conceptuele) shari'ah. De regel moet er volgens hen dan ook bij hoogdringendheid uit geschrapt worden.

    Volgens deze opiniegroep is het eerst en vooral niet eens zeker dat profeet Mohamed ooit opdracht gaf tot steniging voor gevallen van overspel (het zou volgens hen om andere misdrijven kunnen gaan hebben waarbij overspel een van de bijkomende verzwarende omstandigheden was).[29] Voor zover de profeet daartoe ooit opdracht zou gegeven hebben, deed hij dat volgens hen hoe dan ook enkel in voortzetting van de Bijbelse traditie die steniging voor overspel voorschrijft, tot aan de openbaring van vers 24:2 welke die traditie afschafte en verving door een nieuwe straf, met name zweepslagen. De theorie van een 'vergeten' vers dat naderhand vers 24:2 abrogeerde, verwerpen zij.

    In hoever die argumentatie van deze opiniegroep op grond van de hadith overeind blijft bij een doorgedreven analyse van de hadiths in het kader van de hele collectie van honderdduizenden hadiths en van de islamitische leer, is voor een 'leek' in hadithwetenschappen onmogelijk in te schatten. De geciteerde hadiths bevatten inderdaad op zich geen tijdsindicatie en weinig informatie over het soort misdrijf, maar hadithwetenschappers beschikken over ettelijke honderdduizenden hadiths en werken van vroege geschiedschrijvers, juristen en dergelijke meer waarin soms bijkomende informatie beschikbaar is zodat dergelijke 'controversiële' hadiths die op het eerste zicht onduidelijk of tegenstrijdig zijn, dat na doorgedreven analyse niet noodzakelijk blijven. In gevallen van hadiths die ook in de muslimwereld voorwerp zijn van controverse kunnen alleen hadithdeskundigen, die daarvoor meerdere jaren hogere studies deden, daarover mogelijk in een of andere richting uitsluitsel geven. Het nieuwe project in Turkije dat de hele hadithverzameling aan een grondige analyse zal onderwerpen, kan deze zaak mogelijk uitklaren. Voor tal van hadiths stelt dit probleem zich evenwel niet omdat er een unanieme interpretatie van is in de muslimwereld, maar voor een deel van de hadiths dus wel. De discussies in de muslimwereld en het daar aan de gang zijnd onderzoek zullen daar uiteindelijk uitsluitsel moeten over brengen. Van belang is dat deze opinie in de muslimwereld bestaat en haar aanhangers kent, niet alleen onder 'gewone' muslims die zich inzetten voor het verbieden van stenigingen, maar ook onder juristen en religieuze geleerden.

    4.2. Opinie 2: regel is accuraat maar quasi onuitvoerbaar; shari'ah moet beschermd worden tegen misbruik

    4.2.1. Inleidend

    Volgens deze opiniegroep is de Sunnah in deze kwestie wel degelijk voldoende duidelijk om er een shari'ahregel op te baseren. Zij maken echter groot voorbehoud bij de toepasbaarheid van de regel en stellen dat er in de shari'ah zodanig veel beperkingen zijn ingebouwd dat het zelfs bij vertaling van de shari'ah in een gecodificeerde wet, deze regel zelden of nooit kan toegepast worden. [30,31] Zij zijn van mening dat de stenigingen die nu gebeuren tegen de islam ingaan, en stellen verschillende manieren voor om dergelijke misbruiken tegen te gaan. Vermits deze opinie door een meerderheid van juristen zou gesteund worden, en er bovendien nogal wat misverstanden over deze opinie bestaan, dringt zich een gedetailleerde beschrijving op.


    4.2.2. Conceptuele versus in wetteksten vertaalde shari'ah

    De Koran is een leidraad om in alle omstandigheden het best mogelijke te doen. Het is geen wetboek, en bevat evenmin een blauwdruk van een model voor maatschappelijke ordening. De Koran stelt wel een maatschappelijk doel voorop, met name het tot stand brengen van een rechtvaardige samenleving waarin het voor iedereen, muslim en niet-muslim, goed om leven is. Het staat muslims echter vrij hun staatkundig model te kiezen om dit doel te bereiken (met dien verstande dat een theocratie en een dictatuur door de Koran uitgesloten worden).

    De shari'ah is een gedetailleerde uitwerking van een betrachting om een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen, op grond van de Koran, de Sunnah en opinies van geleerden die via consensus en redenering per analogie tot stand kwamen.

    Het omzetten van de shari'ah naar een wettekst en dus de concrete invoering ervan als wettelijk model voor maatschappelijke ordening, is voor muslims geen verplichting. De Koran staat muslims ook toe een volledig seculier model uit te bouwen. In de meeste muslimlanden geldt dan ook ofwel een seculiere wet ofwel een mengeling van burgerlijk recht, plaatselijk gewoonterecht, koloniaal recht en lokale versies van religieus recht. Seculiere landen als Turkije zijn niet minder of niet meer representatief voor de islam als landen zoals Iran of Saudi-Arabië. Elke gemeenschap organiseert haar land naar eigen inzichten om het islamitisch doel van een rechtvaardige samenleving te bewerkstelligen. Geen van die landen is 'het' voorbeeld van een 'islamitische staat' vermits de Koran geen blauwdruk voor een staatsstructuur bevat.

    Bovendien kan in geen geval de shari'ah ingevoerd worden (d.w.z. in wettekst gecodificeerd worden) tegen de wil van de bevolking in. Het is integendeel zo dat voor zover muslims ervoor zouden opteren de shari'ah in te voeren (wat dus geen religieuze verplichting is), dit enkel kan als dit gesteund wordt door een aan unanimiteit grenzende meerderheid van de bevolking. Zelfs als men de shari'ah zou invoeren, geldt godsdienstvrijheid, vermits in de Koran God zelf vrijheid van godsdienst voor iedereen garandeert. En zelfs als men de shari'ah zou invoeren, gelden bovendien (op zaken van algemeen belang na, zoals bv. de milieuwetgeving) de bepalingen ervan enkel voor muslims, en kunnen niet-muslims hun eigen rechtbanken opzetten. Dit alles werd in detail besproken in de Koran Notitie: "Moskee en staat: een moeilijke verhouding?" [32].

    Voor de goede orde moet eraan herinnerd worden dat de shari'ah op twee zaken slaat: enerzijds is er het conceptuele systeem, anderzijds is er de omzetting daarvan in een plaatselijke gecodificeerde wet - dat laatste wordt ook met de term shari'ah bedacht, hoewel het eigenlijk een secularisatie van de wet is vermits het een menselijk ingrijpen vereist om het conceptuele model om te zetten in een plaatselijke gecodificeerde wet. In de bespreking die hierna volgt, gaat het over wat volgens geleerden in het conceptuele model staat - in eerste instantie los van bedenkingen over het al dan niet wenselijk zijn van de vertaling ervan in concrete wetteksten.

    Dat een meerderheid van juristen zou pleiten voor het behoud van een bepaalde regel in de conceptuele shari'ah mag dan ook niet automatisch geïnterpreteerd worden als een pleidooi om de shari'ah in te voeren vermits de meningen daarover sterk uiteenlopen. Onder dit voorbehoud dient deze opinie begrepen te worden.

    4.2.3. Wat is de Shari'ah

    De shari'ah bestaat uit 5 takken: [33]

      - i'tiqadat (geloof)
      -'ibadah (rituele verering)
      - adaab (normen en etiquette)
      - mu'amalat (transacties en contracten)
      - 'uqubat (straffen)

    Hieruit blijkt dat het strafrechtelijke deel slechts een onderdeel is van de shari'ah, die er in zijn geheel op gericht is een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen waarin het voor iedereen, muslims en niet-muslims, goed om leven is. Dit wordt in de eerste plaats nagestreefd door mensen naar een hoger bestaansvlak te tillen, d.w.z. door hen aan te moedigen om zichzelf en de samenleving voortdurend te verbeteren. Een groot deel van de shari'ah heeft te maken met het aanmoedigen van het goede, het belonen van het wenselijke. De rechtvaardige, tolerante, gematigde ideale samenleving moet immers vooral het resultaat zijn van een transformatieproces van de mensen zelf, moet vanuit het hart komen, eerder dan van opgelegde wetten. Sancties voor overtredingen zijn er nodig om een samenleving te structureren, maar ze hebben in de dynamiek van de shari'ah slechts een ondersteunende rol. [34,35]

    4.2.4. Situering van zina in de (conceptuele) shari'ah

    De islam staat voor seksuele zuiverheid, en beschouwt dit als een kwestie van (zelf-) respect voor zowel de man als de vrouw. Zoals eerder gesteld rust er in de islam geen taboe op seks, het wordt beschouwd als een behoefte zoals men ook behoefte heeft aan eten en drinken. Er is ook nooit een 'schuldgevoel' of een gevoel van 'zondigheid' geassocieerd geweest met seks - voor zover men deze behoefte binnen een wettig kader, d.w.z. binnen een huwelijk, lenigt. Seks is ook niet iets dat exclusief gericht is op voortplanting, maar is in de islam iets waarvan zowel de man als de vrouw in een huwelijk kunnen 'genieten'.

    Overspel evenwel wordt aanzien als verwerpelijk. Hoe sterk overspel afgekeurd wordt, blijkt uit de woordkeuze in de Koran. Er staat niet "men zal geen overspel plegen", maar wel, "La Taqrabuz zina" - d.w.z. ga niet in de buurt van overspel, waarmee meteen alle paden die naar overspel leiden ook afgesloten worden. [36]

    « Jullie mogen geen ontucht benaderen. Dat is iets gruwelijks en een slechte manier van doen.» (Koran 17:32)

    Het hele maatschappijbeeld is er dan ook op gericht om situaties die zouden kunnen aanleiding geven tot zina, te voorkomen. Zo worden muslims aangemoedigd te huwen. Huwen wordt in de islam zeer gemakkelijk gemaakt, men kan ook scheiden, men kan hertrouwen. Vermits racisme op om het even welke grond uitgesloten wordt, is er bv. ook geen barrière vanuit sociale stratificatie om te trouwen: wanneer een begoede dochter wenst te huwen met een berooide jongeman, hebben de ouders niet het recht zich daartegen te verzetten voor zover de jongeman een goede muslim is. Naast het aanmoedigen van huwen, bevat de shari'ah eveneens een hele reeks ondersteunende maatregelen welke gericht zijn op het vermijden en voorkomen van situaties die aanleiding zouden kunnen geven tot overspel of ontucht. De hele begroetingsetiquette past binnen dit kader, waarbij ongehuwde mannen en vrouwen (tenzij zij door familieverwantschap gebonden zijn en dus voor elkaar niet huwbaar zijn) elkaar bij de begroeting liefst niet aanraken om elkaars integriteit te respecteren, kwestie van 'de kat niet bij de melk te zetten' en geen verleiding op te wekken (hoewel sommige geleerden geen bezwaar hebben tegen een strikt zakelijke handdruk). Dit werd uitgewerkt in de Koran Notitie over de handdruk. [37]

    Juist omdat de islam de wettelijke manier (d.w.z. het huwelijk) om in de seksuele noden te voldoen gemakkelijk toegankelijk gemaakt heeft, en wegen die naar overspel of ontucht zouden kunnen leiden afsluit, worden onwettelijke manieren om aan de behoefte aan seks te voldoen beschouwd als zeer verwerpelijk, als iets "gruwelijks". Deze sterk afwijzende houding, die blijkt uit de Koranische verzen over zina (overspel en ontucht), wordt ook vertaald in het strafrechtelijke deel van de (conceptuele) shari'ah. Dit strafrechtelijke luik bestaat uit drie soorten bestraffing: [38]

    1. De hudud misdrijven – dit zijn de zwaarste misdrijven, waarvoor de straf 'door God vastgelegd is'. Men is het niet helemaal eens over welke misdrijven onder de hudud regeling vallen. Voorbeelden zijn terrorisme en een gewapende overval. Voor deze strikt gedefinieerde misdrijven waarop zeer zware straffen staan geldt een zeer hoge bewijslast. De zwaarste straffen zijn dus moeilijk in de praktijk uit te spreken, en hebben vooral als doel mensen maximaal af te schrikken om deze zwaarst geachte misdrijven te plegen.

    2. De qisas misdrijven (retributie) – vb. voor (poging tot) moord (doden met voorbedachte rade). De door de rechter voorgestelde strafbepaling (doodstraf), kan door (nabestaanden van) het slachtoffer vervangen worden door het betalen van diya ('bloedgeld'), een soort schadevergoeding en smartgeld. De Koran schrijft hier voor dat genade vertonen verkieslijk is.

    3. De ta'zeer misdrijven (discretionaire straf) voor misdrijven waarvoor de strafmaat niet door de Koran vastgelegd is zodat de shari'ah zich voor de bestraffing ervan kan aanpassen aan omstandigheden. Voor dit soort misdrijven werd vroeger vooral zweepslagen opgelegd, maar men kan ook waarschuwingen, boetes, of eventueel gevangenisstraf voorzien. Wat zweepslagen betreft, bepaalt de shari'ah de details van een dergelijke strafmaat. Zo wordt omschreven om welk soort zweep het moet gaan (klein, middelmatig of groot), dat de straf niet mag uitgevoerd worden als het buiten te warm of te koud is, dat de zweepslagen niet op naakte huid mogen vallen (de persoon moet dus gekleed blijven), niet te hard mogen zijn en geen verwondingen mogen veroorzaken, evenredig verdeeld moeten zijn over het lichaam en niet op één dezelfde plek mogen toegediend worden. Diegene die de zweep bedient moet een beheerst man zijn die zich niet door woede laat drijven enz. In Soedan, waar de shari'ah gecodificeerd werd in een plaatselijke wet, kan men in beroep gaan bij een seculiere rechtbank tegen de uitspraken van de shari'ahrechtbanken. Toch verkiezen veroordeelden blijkbaar vaak zèlf bijvoorbeeld de door shari'ahrechtbank opgelegde 10 of 20 zweepslagen die dan eerder 10 of 20 tikken zijn boven een beroepsprocedure bij een seculiere rechtbank waarbij de straf, indien de veroordeling bevestigd wordt, een boete of gevangenisstraf kan zijn. [39]

    De (conceptuele) shari'ah klasseert overspel (mits aan de hierna besproken bewijslast voldaan is) bij de hudud misdrijven.

    4.2.5. Bewijslast voor overspel

    In de (conceptuele) shari'ah ligt de bewijslast om iemand van overspel te kunnen beschuldigen zeer hoog. Opdat overspel strafbaar zou zijn, moet aan elk van de volgende voorwaarden voldaan zijn: [40]

    • Het overspel moet intentioneel begaan zijn,
    • door een vrij persoon die zowel volwassen als bij zijn volle verstand is.
    • De persoon moet gehuwd zijn en in de mogelijkheid verkeren om normaal seks te hebben met zijn/haar echtgeno(o)t(e).
    • De persoon moet vrijwillig overspel begaan hebben, zonder dwang.
    • Er moeten vier betrouwbare getuigen zijn die elk de daad van penetratie gezien hebben (de betrokkenen aantreffen in een compromitterende houding volstaat niet).
    • De getuigen moeten van onberispelijk gedrag zijn (de getuigenis van iemand die de ernstige verboden van de islam overtreden heeft wordt niet aanvaard).
    • Het relaas van de vier getuigen moet unaniem zijn in elke fase van de getuigenis en in tot in de kleinste details ervan (wanneer de verklaring van 1 van de getuigen zelfs maar in een klein detail in strijd is met de andere, worden alle vier de getuigen van laster beschuldigd, en worden zij eveneens onder de hududregeling bestraft:
      • zij krijgen elk 80 zweepslagen;
      • hun getuigenis wordt waardeloos, d.w.z. dat zij in de toekomst niet meer als getuige kunnen optreden voor andere misdrijven;
      • zij staan vanaf dan bij de gemeenschap en bij God bekend als leugenaars;
      • ook in het hiernamaals staat hen een bestraffing te wachten, waarbij er de nadruk op gelegd wordt dat de bestraffing door God nog zwaarder weegt dan de aardse bestraffing door de gemeenschap.

    Aan elk van deze voorwaarden moet voldaan worden om een geval van overspel te kunnen bewijzen.

    Sheikh Mahmoud Ashour, deputé van de Groot Sheikh van Al-Azhar, stelt dat deze strafmaat geldt zowel voor een gehuwde man als voor een gehuwde vrouw die overspel pleegt. [41]
    Wanneer in het overspel een ongehuwde persoon betrokken is, geldt voor deze persoon de strafmaat van ontucht (dwz zweepslagen).
    In de praktijk is het zo goed als onmogelijk dat er vier getuigen zijn van de penetratie vermits de Koran ook privacy regels garandeert. Dat de getuigenissen van deze vier personen bovendien tot in de kleinste details met elkaar in overeenstemming moeten zijn en het risico op een hadd straf in geval niet aan deze eisen voldaan wordt, maakt dat in de praktijk deze beschuldiging om te beginnen al maar zeer zelden geuit wordt, laat staan dat ze ook zou bewezen kunnen worden.

    In 1987 wijst Afzal Iqbal erop dat in de 1400 jaar na de profeet, er maar 14 gevallen van steniging voor overspel geregistreerd zijn. [42]. De gevallen van steniging die momenteel in een beperkt aantal landen voorkomen, zijn een recent fenomeen en zijn, zoals straks zal blijken, om diverse redenen strijdig met de islam én met de shari'ah. Professor Abdur Rahman Doi wijst er ook op dat tijdens het leven van de profeet geen enkel geval van overspel bewezen werd. De bestrafte gevallen van overspel betroffen allemaal zaken waarin de betrokkenen bekentenissen aflegden [43] (mits de eerder genoemde bedenking dat niet helemaal duidelijk is of het hoofdmisdrijf wel overspel was dan wel een verzwarende omstandigheid bij een danig extreem geacht gedrag zodat de doodstraf ervoor mogelijk onder een andere regeling uitgesproken werd).

    Professor Abdur Rahman Doi stelt dan ook dat uit deze regelgeving duidelijk blijkt dat de straf van steniging voor overspel "is wat het altijd geweest is: hardvochtig in principe, maar extreem zeldzaam in de praktijk". [44]

    De hele regelgeving is er kennelijk op gericht seksualiteit tot het huwelijk te beperken vanuit het nagestreefde maatschappelijk ideaal van het huwelijk als hoeksteen van de samenleving door elke overtreding van die als ideaal naar voor geschoven moraal in de zwaarst mogelijke termen af te keuren en te ontraden - maar dan wel op een zodanige wijze dat de omzetting van deze afkeuring in een strafuitvoering zo goed als onmogelijk is.

    Tegelijk impliceert deze regelgeving daarom dat seksualiteit, voor zover ze in de privésfeer gebeurt, en zelfs als ze ingaat tegen het verbod inzake overspel en ontucht, iets is waar de gemeenschap zich niet mee te bemoeien heeft (uiteraard voor zover geen misdrijven zoals verkrachting gebeuren). Juist omdat seksuele zuiverheid zo hoog aangeschreven staat in dit model, is het belasteren van iemands seksuele moraal evenzeer een hudud misdrijf waarop hoge straffen staan. Bottom line is dus dat mensen zich, tenzij in extreme gevallen zoals verkrachting, moeten onthouden van ook maar enige commentaar over iemands seksleven.

    Een aantal juristen is daarom van mening dat het voor eventuele ooggetuigen van overspel zelfs "verdienstelijk" is om helemaal niet te getuigen, en zodoende de zaak over te laten aan de overtreder die op die manier zijn zaak geheel privé aan God kan voorleggen. [45]

    De uitzonderlijkheid van alle hudud straffen wordt ten andere onderstreept door een hadith waarin de profeet zei dat men zelfs bij de kleinste twijfel moet vrijspreken.

    «Vermijd de hudud zoveel als mogelijk. Wanneer er ook maar een kleine kans is, laat hem vrij, want vrijlaten door een vergissing van de rechter is beter dan iemand bij vergissing te bestraffen.» (Tirmidi en Ibn Majah)

    De afschrikkingsstraffen in de islam lijken op het eerste zicht hardvochtig, maar ze zijn volgens Sharwani enkel bedoeld "voor zulke onverbeterlijke overtreders die als echte obstakels in de weg staan van een gezonde groei van de menselijke samenleving" [46] en "het was zelfs een vitaal instrument in de dynamiek van het bouwen van een nieuwe sociale orde en schafte op radicale manier de pre-islamitische systemen af waar onmenselijkheid en wraak orde van de dag waren". [47]

    In geval er geen getuigen zijn en een man zijn vrouw van overspel beschuldigt en de vrouw dit contesteert, wordt ook in de shari'ah de eerder (zie 3.2) besproken Koranische procedure gevolgd dat zowel de man als de vrouw elk vier maal moeten herhalen dat ze de waarheid spreken - d.w.z. dat de man vier keer moet herhalen dat hij de waarheid spreekt als hij zijn vrouw beschuldigt van overspel en dat de vrouw vier keer moet herhalen dat ze de waarheid spreekt als ze zegt dat ze onschuldig is. Vervolgens moet elk een vijfde keer herhalen dat men de eeuwige vloek van God over zichzelf afroept als men liegt. Als in deze hele procedure geen van beiden zijn woorden intrekt, wordt de getuigenis van de vrouw verkozen boven die van de man, d.w.z. dat de vrouw vrijuit gaat.


    4.2.6. Moet men overspel bekennen?

    Rest nog de vraag wat te doen wanneer men in alle discretie overspel begaan heeft zonder getuigen en zonder dat de partner ervan op de hoogte is. Moet men zichzelf dan aangeven, moet men het overspel aan de partner bekennen?

    Sheikh Yusuf Al-Qaradawi stelt dat de persoon in kwestie berouw moet tonen tegenover God, zijn leven moet beteren en zich resoluut moet voornemen zoiets nooit meer te doen. De deur van vergiffenis wanneer men berouw vertoont, staat immers altijd open, ook voor overspel. [48]

    «En zij die naast God geen andere god aanroepen en die niemand doden ? wat God verboden heeft ? behalve volgens het recht en die geen overspel plegen; wie dat doet zal moeten boeten. Voor hem zal op de opstandingsdag de bestraffing verdubbeld worden en vernederd zal hij er altijd in blijven. Behalve hij die berouw toont, gelooft en deugdelijk handelt; zij zijn het voor wie God hun slechte daden tegen goede inwisselt; God is vergevend en barmhartig. En wie berouw heeft en deugdelijk handelt, die wendt zich dus werkelijk berouwvol tot God. » (Koran 25:68-71)

    Ook in de Sunnah komt vergiffenis voor overspel aan bod wanneer de persoon oprecht berouw toont:

    «Wanneer iemand overspel pleegt gooit hij de band die hem met de islam verbindt weg van rond zijn hals: als hij evenwel berouw toont, zal God zijn berouw aanvaarden." » (Al-Bukhari, Muslim, Abu Dawud, An-Nisa’i en andere).

    Dit versterkt de overtuiging dat islam en shari'ah er helemaal niet op gericht zijn repressief op te treden tegen overspel. Het is pas als het gedrag dermate erg en maatschappelijk destabiliserend is, dat de gemeenschap kan optreden. In alle andere gevallen, schrijft de islam de persoon in kwestie voor berouw te tonen en de zaak te regelen in zijn private verhouding tot God.

    Een kleine minderheid van geleerden is dermate strikt dat ze van mening zijn dat de overspelige de zaak wel moet opbiechten én aan zijn partner én aan haar familie. Dit wil zeggen dat hij, na de zaak opgebiecht te hebben aan zijn vrouw, en voor zover zij hem vergeeft, hij de zaak in aanwezigheid van zijn vrouw of zijn dochter ook nog eens aan een derde (die symbool staat voor de samenleving) moet opbiechten, en om vergiffenis moet vragen. Dit wordt echter niet algemeen aangeraden gezien de mogelijke gevolgen van dergelijke handelswijze. Algemeen schrijft men voor de zaak in privéberaad tussen de persoon en God met het eigen geweten uit te klaren. [49]

    4.2.7. Omzetting naar gecodificeerde wet

    De discussies over wat er in de conceptuele shari'ah staat of al dan niet hoort te staan, worden doorkruist door een ander debat, met name dat over het al dan niet wenselijk zijn van het omzetten van de conceptuele shari'ah in de wetteksten van een land.

    Geleerden in deze opiniegroep zijn lang niet allemaal te vinden voor een invoeren van de shari'ah in de praktijk van de wetgeving van een land - de meningen daarover lopen sterk uiteen en gaan van het verdedigen van een volledig seculier model via een stelsel van door islam geïnspireerde wetten, of een stelsel waarbij seculiere wetten niet strijdig mogen zijn met de islam, tot een partiële of volledige codificatie in wetten en invoering van de shari'ah. [50] Ook onder 'gewone muslims' lopen de meningen daarover trouwens sterk uiteen. [51]

    Zelfs als men de shari'ah wil codificeren in een plaatselijke strafwet, is het zo dat de hudud straffen enkel voor muslims gelden.

    Wat steniging betreft stelt deze opiniegroep dat de regel in de (conceptuele) shari'ah op solide gronden gebaseerd is, én in de (conceptuele) shari'ah moet behouden blijven omdat deze regel een maximale afkeuring weerspiegelt voor het in de islam zeer verwerpelijk geachte gedrag van overspel. Zij wijzen er echter op dat de shari'ah tegelijk een hoge bewijslast stipuleert die in samenhang met de privacy regels zo goed als onbewijsbaar is, en de druk op de schouders van de getuigen ook zeer zwaar is in die mate dat zelfs aangeraden wordt voor gewoon overspel niet te getuigen en de zaak over te laten aan het individu en God. Op valse getuigenis staat bovendien een zware straf. Daarenboven draagt de profeet op bij de minste twijfel hudud straffen niet toe te passen, zodat zelfs bij (correcte) codificatie van deze regel in een plaatselijke wetgeving, het haast onmogelijk is ooit een geval van overspel te bewijzen en te bestraffen. De regel is dan ook niet bedoeld als repressieve strafmaat, maar als krachtige ontrading van gedrag dat door de islam als onwenselijk en verwerpelijk beschouwd wordt.

    Net zoals in opiniegroep 1, spreken geleerden zich in deze opiniegroep ook uit tegen de onrechtmatige stenigingen die heden ten dage soms gebeuren. Volgens hen is niet de shari'ah mis, maar gaat het wel soms grondig fout bij de codificatie ervan in wetten of bij de toepassing van deze wetten. Om dat soort misbruiken van de shari'ah tegen te gaan, circuleren er in deze opiniegroep verschillende voorstellen. Een paar voorbeelden:

    • Sommigen zetten zich in om de shari'ah beter te verduidelijken om aldus oneigenlijk gebruik ervan tegen te gaan.
    • Bovendien zijn er juristen die stellen dat zelfs wanneer men de shari'ah zou omzetten in een gecodificeerde wet en als wetgeving van een land zou gaan hanteren, dat het strafrechtelijk deel, en zeker het luik met hudud straffen van de shari'ah pas kan ingevoerd worden worden op het moment dat het socio-economisch en maatschappelijk ideaal ervan volledig geïmplementeerd is – dus als armoede, verdrukking, corruptie en alle "root causes" voor het plegen van hudud misdrijven weggewerkt zijn na een lang transformatieproces van individu en samenleving waarbij een rechtvaardige, harmonieuze en vreedzame samenleving operationeel is (wat momenteel nergens het geval is). Op dat moment kan de hudud regeling pas ingevoerd worden, maar zelfs dan is het volgens deze geleerden niet de bedoeling alle inbreuken tegen de shari'ah daadwerkelijk te bestraffen, maar enkel die inbreuken die de vrede en de maatschappelijke orde bedreigen. [52]
    • Nog anderen stellen dat de huidige gevallen van stenigingen een zodanig grote inbreuk vormen tegen de geest én de letter van de (conceptuele) shari'ah en zodanig zwaar ingaan tegen het centrale rechtvaardigheidsbeginsel van de islam, dat om het principe van rechtvaardigheid te beschermen er vanuit de leer zelf, dus op conceptueel niveau, een moratorium zou moeten ingevoerd worden op hudud straffen om te verhinderen dat ze nog kunnen omgezet worden in een gecodificeerde wet. Dit is volgens hen momenteel de beste manier om de huidige, onislamitische misbruiken en gruwelijke daden te verhinderen die ten onrechte 'in naam van' de shari'ah plaatsvinden. [53]
    • In het verlengde daarvan zijn er die stellen dat om misbruik tegen te gaan, daar waar deze regel in het strafrecht van bepaalde landen staat, deze regel onverwijld uit het strafrecht gelicht moet worden. Hij moet behouden blijven in de conceptuele shari'ah, als morele 'deterrent' voor gelovigen, maar deze shari'ah regel mag niet in praktijkwetten omgezet worden, en waar hij er al in staat, moet hij er uit geschrapt worden.
    • Om hun afwijzen van de huidige misbruiken van de shari'ah en de islam kracht bij te zetten, roepen anderen, zoals Massoud Shadjareh, hoofd van de in London gevestigde Islamic Human Rights Commission, alle muslims op om krachtig te protesteren tegen de gevallen van steniging die zich nu in een beperkt aantal landen voordoen. [54]
       

    Slechts een kleine minderheid van geleerden vraagt een onmiddellijke en strenge toepassing van de shari'ah, inclusief de hudud straffen, wat zij beschouwen als essentiële voorwaarde om een samenleving "islamitisch" te kunnen noemen. Zij benadrukken evenwel ook de hoge bewijslast voor deze misdrijven.

    Tenslotte zijn er ook muslims die er op wijzen dat het au fond niet uitmaakt wat de islam over de kwestie zegt - dat is een zaak van geloof. De wet moet volgens deze opinie volledig seculier zijn. [55]


    5. REGELGEVING AANGAANDE OVERSPEL IN MUSLIMLANDEN

    In de meeste muslimlanden geldt een mengvorm van burgerlijk recht, koloniaal recht, plaatselijk gewoonterecht, soms aangevuld met elementen van religieus recht. Zelfs in die muslimlanden waar een partiële vorm van religieuze rechtspraak geldt, en de shari'ah dus partieel omgezet werd in een plaatselijk wet, vallen de hudud misdrijven onder het seculiere recht (d.w.z. dat de shari'ah niet toegepast wordt voor hadd misdrijven) en beperken de religieuze rechtbanken zich tot zaken van familie- en erfrecht. Slechts in een beperkt aantal landen, vallen ook de hudud straffen mee onder een eigen, locale versie van het religieuze recht. [56-57]

    In Afghanistan, Iran, 12 van de 36 Nigeriaanse staten, Pakistan, Soedan, de Verenigde Arabische Emiraten en in één Indonesische provincie (Atjeh) is de (conceptuele) shari'ah regel van steniging voor 'overspel van gehuwde personen' in het strafrecht opgenomen. Dit is dus een kleine minderheid in de globale muslimwereld. [58-59 ]

    In die staten waar steniging voor overspel gecodificeerd werd in een lokale wet moet overspel in een rechtbank bewezen worden - het is dus niet zo dat een menigte zomaar iemand schuldig kan verklaren en kan gaan stenigen. Juist door de hoge bewijslast is het evenwel zo goed als onmogelijk een dergelijke zaak te bewijzen. In Pakistan en Irak werden deze straffen bijvoorbeeld nog nooit door een rechtbank uitgesproken. In deze landen deden zich in rurale gebieden evenwel een aantal zaken van steniging voor. Volgens een ruime meerderheid van juristen gaan deze gevallen van stenigingen in tegen de islam en de shari'ah, en berusten ze op een verkeerde toepassing ervan. Het gaat dus niet om gevallen van islamitische steniging, maar om misbruiken van de shari'ah. [60]

    In Iran stelde Ayatollah Shahroudi, Hoofd van de Rechterlijke Macht, in 2002 dat steniging niet langer zou toegepast worden in Iran. [61-62] De wet zelf werd evenwel niet geschrapt zodat plaatselijke rechters er zich soms nog op beroepen en er dus nog stenigingen uitgesproken worden. Dit is met name vooral het geval omdat het Iraanse strafrecht een artikel bevat dat rechters toelaat oordeel te vellen volgens persoonlijk inzicht eerder dan op grond van van harde bewijzen. Als gevolg daarvan krijgen de meeste, zo niet alle, zaken van overspel een ook in islamitische zin oneerlijk proces omdat ze niet aan de hoge bewijslast die in de shari'ah voorzien is, onderworpen worden. In Iran is er dan ook veel grassroots activisme om de wet op overspel ongedaan te maken. Zij krijgen daarbij de steun van een aantal prominente religieuze geleerden. [63-64]

    Deze hudud straffen gelden, zoals gezegd, volgens de conceptuele shari'ah enkel voor muslims. In Soedan zou deze provisie evenwel genegeerd worden, wat evenzeer strijdig is met de islam en de shari'ah. [65]

    In een meerderheid van muslimlanden wordt overspel evenwel niet door steniging bestraft. Overspel staat weliswaar in het strafrecht, maar wordt vb. met gevangenistijd bestraft. In Indonesië werd in 2003 een wet voorgesteld met het oog op het indijken van een 'bloeiende' seksindustrie. Volgens het wetsvoorstel zou voor een gehuwde man die schuldig bevonden wordt aan overspel met een prostituee een gevangenisstraf van 12 jaar gelden, terwijl voor een ongehuwde man in dit geval een gevangenisstraf van 7 jaar zou gelden.[66] In Algerije is overspel illegaal (artikel 339 van het strafrecht) en kan een gevangenistermijn van 1 à 2 jaar uitgesproken worden, echter enkel wanneer de 'benadeelde' partner klacht indient. Algerije zou deze regeling daarenboven "pragmatisch en met verdraagzaamheid" toepassen. [67] In Turkije staat overspel niet in het strafrecht hoewel er recent spaak gelopen pogingen waren om het weer in het strafrecht op te nemen. [68] In Egypte wordt, in tegenstelling met de shari'ah en de islam, een onderscheid gemaakt in de strafmaat voor mannen en vrouwen. Voor een gehuwde man is overspel er slechts strafbaar als ze in de echtelijke woonst gepleegd wordt - in dat geval kan de overspelige man tot 6 maanden gevangenisstraf krijgen. In het geval van een overspelige gehuwde vrouw speelt de locatie van het overspel geen rol, en kan de overspelige vrouw tot 2 jaar gevangenisstraf krijgen. [69] In Tunesië is de straf gelijk voor mannen en vrouwen die van overspel schuldig bevonden zijn. De strafmaat bedraagt tot 5 jaar gevangenis en een boete van 500 Tunesische dinars. [70]


    6. REGELGEVING AANGAANDE OVERSPEL IN NIET-MUSLIM LANDEN

    In de meeste niet-muslimlanden staat overspel niet in het strafrecht. Dat is onder meer het geval voor de meeste Europese landen (hoewel het daar in wisselende mate in het burgerlijk recht opgenomen is in die zin dat er rekening mee gehouden wordt in de wetgeving aangaande echtscheidingen). [71] In een beperkt aantal niet-muslimlanden staat overspel echter nog steeds in het strafrecht. Een paar voorbeelden:

    • In Taiwan, waar 'seksueel avonturisme' stekt afgekeurd wordt, is overspel strafrechtelijk illegaal en kan het bestraft worden met gevangenisstraf tot 12 maanden, die evenwel ook in een geldboete kan omgezet worden. Vooral vrouwengroepen steunden deze wetgeving omdat hun rechten bij een echtscheiding onvoldoende beschermd worden. [72,73]
    • Ook in Zuid-Korea is overspel strafbaar. In 2001 omschreef het Zuid-Koreaanse Grondwettelijke Hof de anti-overspel wet als "noodzakelijk om de seksuele moraliteit te beschermen" [74]. Na een recente ophefmakende zaak van overspel van een bekende actrice met een zanger, komt de wet onder druk en stijgt het aantal voorstanders van een afschaffing van deze wet. [75]
    • Behalve in Mexico City staat overspel in het strafrecht van alle staten van Mexico, een land met een overwegend christelijke bevolking . De verschillende staten hanteren verschillende strafmaten. Zo hanteert Estado de Mexico een strafmaat van 6 maanden tot 3 jaar gevangenisstraf. [76-77] )
    • In Indië, waar 80% van de bevolking Hindoe is, wordt overspel gedefinieerd als seks tussen een (al dan niet gehuwde) man en een vrouw zonder toestemming van de echtgenoot van de vrouw. De man is in dit geval strafrechtelijk vervolgbaar en kan tot 5 jaar gevangenisstraf krijgen, terwijl de vrouw altijd als slachtoffer beschouwd wordt en niet bestraft kan worden voor overspel. Deze regeling krijgt kritiek omdat de wet vrouwen beschouwt als eigendom van hun man en er wordt gepleit voor een aanpassing van de wet. [78-80]
    • In de jaren 1980 en 1990 nam het aantal echtscheidingen in China snel toe. In 1985 vroeg onder meer een groep vrouwen om het verbreken van een huwelijk door overspel strafbaar te maken. In 2001 werd een controversiële wet ingevoerd die overspel strafbaar stelt, vooral om de snelle stijging van het aantal echtscheidingen om te buigen. De nieuwe wet wil ook een in sommige regio's wijdverbreid gebruik om er naast de echtgenote een tweede vrouw op na te houden, bestrijden, en stelt dat man en vrouw trouw moeten zijn aan elkaar, het huwelijk moeten beschermen, en gelijkheid, harmonie en beschaafdheid aan de dag moeten leggen in hun gezinsrelaties. Ook cohabitatie met iemand anders dan de huwelijkspartner is strafbaar. In 2006 zou de Chinese staatsomroep ook overwogen hebben om in prime time minder uitzendingen te programmeren waarin overspel aan bod kwam, "om te vermijden dat kinderen zouden denken dat affaires hebben OK is of hun geloof in de liefde zouden verliezen". [81-85]
    • In het overwegend christelijke Oeganda werd pas in 2007 overspel uit het strafrecht geschrapt. Het Grondwettelijke Hof gaf toen opdracht om de wet op overspel uit het strafrecht te schrappen omdat hij discrimineerde tegen vrouwen. Voordien was het immers zo dat het voor een gehuwde man toegestaan was om een affaire te hebben met een ongehuwde vrouw, maar dat het voor een gehuwde vrouw strafbaar was om een affaire te hebben met een ongehuwde man. Schuldig bevonden vrouwen konden tot één jaar gevangenisstraf of een boete krijgen. [86,87]
    • In meer dan 20 staten van de Verenigde Staten van Amerika is overspel een strafrechtelijk misdrijf, hoewel slechts weinig mensen onder deze strafwet vervolgd worden. De strafmaat varieert van staat tot staat, en bestaat uit een geldboete of gevangenisstraf. In Michigan zou er zelfs levenslang op staan, hoewel deze straf niet toegepast wordt. [88] Af en toe gebeurt het dat de officier van justitie iemand vervolgt onder deze strafwet, hoewel in de meeste zaken schuldig gepleit wordt, en de betrokkene er van af komt met de publieke vernedering van de aandacht die aan de zaak besteed wordt in de media. Sommigen zijn van mening dat deze wetten niet overeind zouden blijven wanneer ze aan het Hooggerechtshof zouden voorgelegd worden. [89-90] Ook in het Amerikaanse leger is overspel strafbaar - in die zin dat de militaire strafwet verbiedt dat gehuwde militairen buitenechtelijke seks hebben en ook stelt dat ongehuwde militairen geen seks mogen hebben met gehuwde mensen. Het leger zegt echter alleen te vervolgen als de "goede orde en discipline" van het leger in het gedrang komen en wanneer het overspel het leger in diskrediet brengt. Deze wet uit het militaire strafwet wordt echter wel effectief toegepast. Recent vervolgde de Luchtmacht alleen al op één jaar tijd 67 soldaten voor overspel. [91]

     


    7. BESLUIT

    In de meeste niet-muslimlanden is overspel uit de strafwet gehaald (hoewel het nog wel in het burgerlijk recht staat, en er meer bepaald bij echtscheidingen vaak rekening mee gehouden wordt). Nochtans zijn er ook een aantal niet-muslimlanden waar overspel nog steeds een crimineel misdrijf is. Zo staat overspel nog steeds in het strafrecht van meer dan 20 Amerikaanse staten; ook in onder meer Mexico, Taiwan, Korea, Indië en China is overspel strafbaar. In deze (staten van) landen is overspel volgens de strafwet bestrafbaar met gevangenisstraf of boete, hoewel de wet niet overal effectief toegepast wordt. In de Amerikaanse strafrechtelijke militaire wet is overspel eveneens strafbaar. Die wet wordt effectief toegepast maar enkel in gevallen waar de "orde en discipline" en de reputatie van het leger bedreigd wordt.

    In veruit de meeste muslimlanden wordt de shari'ah niet integraal toegepast en valt overspel onder het seculiere strafrecht, waarbij overspel bestraft wordt met gevangenisstraf, al naargelang van het land variërend van een aantal maanden tot een aantal jaren. In Turkije staat overspel niet meer in het strafrecht. In een beperkt aantal muslimlanden geldt echter een codificatie van de shari'ah ook voor overspel en is ze volgens de wet strafbaar met steniging. Die wetten echter weerspiegelen niet zonder meer de islamitische leer, noch de shari'ah, en de zaken waarbij steniging uitgesproken wordt voor overspel worden door een zeer ruime meerderheid onder de islamitische geleerden beschouwd als onterecht en strijdig én met de islam én met de shari'ah. Over de manier waarop deze stenigingen moeten verhinderd worden, lopen de meningen evenwel sterk uiteen, wat aanleiding geeft tot hevige discussies tussen voor- en tegenstanders van elk van de voorgestelde maatregelen. Er moet ook aan herinnerd worden dat de islam geen kerkinstituut heeft en er dus geen pausachtige figuur is of geen synode van bisschoppen die de "juiste" leer van bovenaf kan opleggen. Een algemeen geldende verandering zou eigenlijk enkel doorgevoerd kunnen worden bij unanimiteit van de hele muslim ummah (de wereldwijde gemeenschap van muslims), of van door hen aangestelde representatieve vertegenwoordigers.

    De in de muslimwereld aan de gang zijnde discussies over dit thema, die niet alleen tussen geleerden gevoerd wordt maar ook aan de basis plaatsvinden onder de vorm van grassroots activisme tegen steniging, worden bovendien doorkruist door een ander debat, met name een debat over het al dan niet wenselijk zijn van het ijken of inspireren van wetten op religie, wat de hele discussie over deze zaak niet vergemakkelijkt. De meningen daarover lopen immers sterk uiteen en lopen niet parallel met de verschillende opinies over wat te doen om komaf te maken met de huidige gevallen van steniging. Het is niet omdat men verdedigt dat een regel in de (conceptuele) shari'ah moet blijven staan, dat men ook de invoering van de shari'ah bepleit, integendeel. Niets in de Koran verplicht muslims ten andere de shari'ah ook effectief om te zetten in praktische wetten. Vanuit die optiek zijn er ook muslims die er op wijzen dat het niet uitmaakt wat de (conceptuele) shari'ah of de islam zegt over steniging: wet en religie moeten volgens hen geheel gescheiden blijven.

    Op grond van bovenstaande analyse is duidelijk dat wanneer men in het Westen in zijn protest ertegen deze gevallen van stenigingen met de islam associeert, men dat ten onrechte doet. Men stelt daarmee immers de islam verkeerdelijk gelijk aan de uitwassen ervan die door een zeer ruime meerderheid verworpen worden als onislamitisch - wat neerkomt op een omkering van de moraal en duidelijk niet de juiste aanpak is. Men stelt er de ruime meerderheid mee buiten spel en associeert een zeer ruime meerderheid die een bepaalde daad sterk afkeurt met een zeer klein aantal plegers ervan - wat een beeld creëert van de islam en de muslimwereld dat niet in overeenstemming is met de werkelijkheid. Beter is dan ook steun uit te spreken voor de weliswaar over verschillende opinies verspreide meerderheid in de muslimwereld die om diverse redenen deze zich momenteel in de praktijk voordoende gevallen van stenigingen als strijdig met de islam én strijdig met de shari'ah veroordelen.
     

    ________________________

Noten en literatuur

  1. "Comparative Study of Stoning Punishment in the Religions of Islam and Judaism", Sanaz Alastin, Justice Policy Journal, Volume 4 No 1, Lente 2007 - klik hier.
  2. "Frequently Asked Questions about Stoning", Global Campaign to Stop Killing and Stoning Women - http://stop-stoning.org/node/9.
  3. "Stoning", The Church of God Daily Bible Study - http://www.keyway.ca/htm2003/20031128.htm.
  4. Zie noot 3.
  5. Zie noot 1.
  6. "How Islam Views Adultery", Ahmad Kutty, IOL Shari'ah Researchers, IslamOnline.net, 16 november 2006 - klik hier.
  7. "The story of AMINA LAWAL, the one who has been sentenced. Death by stoning, Part Two", Akbarally Meherally - http://www.mostmerciful.com/savelife-of-aminalawal-part2.htm.
  8. Zie Koran Notitie "De Koran over Mensenrechten, hefboom of hindernis voor integratie?" - op deze website.
  9. "Turkey in radicial revision of Islamic texts", BBC Online, 26 februari 2008 - http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/7264903.stm.
  10. "'Honor Killing' amongst Muslims - How Islamic are they?", Moin Amjad, Guided Ones on the Net - http://www.guidedones.com/metapage/women/honorkill.htm.
  11. "Stoning, does it have any basis in the shari'ah?, IslamOnline.net - klik hier
  12. Zie noot 1.
  13. "The act of 'Stoning to Death' is an unpardonable sin in Islam", Mostmerciful.com - http://www.mostmerciful.com/stoning-is-shirk.htm
  14. "Stoning to Death in Iran: A Crime Against Humanity Carried Out By the Mullahs' Regime", Iran-e Azad Website - http://www.iran-e-azad.org/stoning/women.html
  15. "Adultery and the Quran", Syeda Saiyidain Hameed, Boloji.com, 13 september 2002 - http://www.boloji.com/opinion/0046.htm
  16. "Should the Islamic punishment of Adultery be reconsidered?" , Syed Shahabuddin, The Guided Ones on the Net - http://www.guidedones.com/metapage/gems/adultery.htm
  17. "Stoning to Death does not appear in the Qur’an", Akbarally Meherally, Islamic Research Foundation International, Inc. - http://www.irfi.org/articles/articles_51_100/stoning_to_death_does_not_appear.htm
  18. "Stoning to Dead is AGAINST Islam", Islamic Myths, 23 januari 2008 - http://islamicmyths.wordpress.com/2008/01/23/stoning-to-dead-is-against-islam/.
  19. "Muslims against stoning!, Progressive Muslims - http://progressivemuslims.org/sub/stoning.htm
  20. "Punishment for Adultery in Islam, a detailed examination, Dr. Ahmad Shafaat, July 2004 - http://www.islamicperspectives.com/Stoning4.htm
  21. "Punishment of Rajam (ie. Stoning to Death in case of Adultery)", Understanding Islam - klik hier
  22. "Stoning to Death for Adultery", Faisal, Understanding Islam - http://www.understanding-islam.com/related/text.asp?type=rarticle&raid=199.
  23. "Rajm: stoning to death", Truth Booth, Muslim Voices Against Extremism, - http://pressthat.wordpress.com/2007/05/22/rajm-stoning-to-death.
  24. Zie noot 7.
  25. Zie noot 22.
  26. Rajm", Wikipedia - http://en.wikipedia.org/wiki/Rajm
  27. Het betreffende vers 5:32 werd al eerder besproken, o.a. in de Koran Notitie over mensenrechten hier, in de Koran Notitie over het onthoofden van gijzelaar hier en in de Koran Notitie over terrorisme hier.
  28. Zie noot 19.
  29. "Is Rajm a Qur'anic Punishment?", Renaissance (Pakistan), http://www.renaissance.com.pk/aprq320.htm
  30. "Lashing, stoning, mutilating: Islamic law is barbaric and outdated. Defend the case of Islam", Abdullah Mohammed - http://www.jannah.org/morearticles/4.html
  31. "Stoning: does it have any basis in Sharia?", IslamOnline.net, 31 maart 2005 - klik hier
  32. Zie Koran Notitie "Moskee en Staat: een moeilijke verhouding" - op deze website.
  33. Zie noot 30.
  34. Zie Koran Notitie "Koranische Normen en Waarden" - op deze website.
  35. "Doel: een goed leven in een rechtvaardige samenleving", in Koran Notitie "De Koran over Mensenrechten, hefboom of hindernis voor integreatie?" - deze website.
  36. Zie noot 30.
  37. Zie Koran Notitie "De handdruk: te nemen of te laten?" - op deze website.
  38. Zie noot 30.
  39. "This World: Inside a Shari'ah Court", BBC documentaire - http://www.bbc.co.uk/programmes/b00817xn
  40. Zie 30.
  41. "Equally to blame", Jailan Halawi, Al Ahram, 16-22 augustus 2001 - http://weekly.ahram.org.eg/2001/547/li5.htm.
  42. Dimensions of Islam", Afzal Iqbal, New Delhi (1986), p. 71 - geciteerd in "Lashing, stoning, mutilating: Islamic law is barbaric and outdated. Defend the case of Islam", Abdullah Mohammed - http://www.jannah.org/morearticles/4.html.
  43. "Shari'ah The Islamic Law", Prof. Abdur Rahman Doi, London (1984), Doi p.245 - geciteerd in "Lashing, stoning, mutilating: Islamic law is barbaric and outdated. Defend the case of Islam", Abdullah Mohammed - http://www.jannah.org/morearticles/4.html.
  44. Zie noot 43.
  45. Zie noot 1.
  46. "Impact of Islamic penal laws on the traditional Arab society",Ali Akram Khan Sherwani, New Delhi (1993), voorwoord - - geciteerd in "Lashing, stoning, mutilating: Islamic law is barbaric and outdated. Defend the case of Islam", Abdullah Mohammed - http://www.jannah.org/morearticles/4.html.
  47. "Impact of Islamic penal laws on the traditional Arab society",Ali Akram Khan Sherwani, New Delhi (1993), p. 67 - geciteerd in "Lashing, stoning, mutilating: Islamic law is barbaric and outdated. Defend the case of Islam", Abdullah Mohammed - http://www.jannah.org/morearticles/4.html.
  48. "Repentance for Zina", Yusuf Al-Qaradawi, IslamOnline.net, 2 juni 2002 - klik hier.
  49. Zie noot 48.
  50. Zie noot 32
  51. "Majorities See Religion and Democracy as Compatible", Gallup, 3 oktober 2007 - http://www.gallup.com/poll/28762/Majorities-Muslims-Americans-See-Religion-Law-Compatible.aspx.
  52. Zie noot 29.
  53. "An International call for Moratorium on corporal punishment, stoning and the death penalty in the Islamic World", Tariq Ramadan, 30 maart 2005 - klik hier.
  54. "Punishment for non-marital sex in Islam", Ontario Consultants on Religious Tolerance - http://www.religioustolerance.org/isl_adul2.htm.
  55. "Against Stoning", Azar Majedi, Medusa, journal of the Centre for Women and Socialism - klik hier.
  56. "Sharia, recht en religie", Terecht Gesteld, Juridisch Faculteitsblad Rijksuniversiteit Groningen - http://www.terechtgesteld.nl/artikel_sharia.html.
  57. Zie noot 32.
  58. Zie noot 1.
  59. Zie noot 2.
  60. Zie noot 2.
  61. "Iran clerics say death by stoning may be stopped", The Times of India, IST, AP, 29 december 2002 - http://timesofindia.indiatimes.com/articleshow/msid-32782776,prtpage-1.cms.
  62. "Islamic Flogging, hanging and stoning under fire in Iran, Iran Press Service, 17 augustus 2001 - http://www.iran-press-service.com/articles_2001/aug_2001/flogging_17801.htm.
  63. Zie noot 2
  64. "A Brief History of Grassroots Struggles to End Stoning", Mehrangiz Kar, 2007, vertaald door A. Roya, Women's Field - http://www.meydaan.com/english/showarticle.aspx?arid=320.
  65. Zie noot 54.
  66. "Jakarta's New Sex Laws Finalised 3 Years Ago - Jakarta Eyes Tougher Laws"; Matthew Moore, The Age (Melbourne), 10 januari 2003 - http://www.indonesia-house.org/PoliticHR/PHR1003/100103New_sex_laws.htm, nog aanwezig in Google Cache - http://64.233.183.104/search?q=cache:MGRK ....
  67. "DZA42374.FE - Responses to Information Requests", Immigration and Refuguee Board Canada, 29 januari 2004 - http://www.cisr-irb.gc.ca/en/research/ndp/ref/?action=view&doc=dza42374fe.
  68. "Turkey signals U-turn on adultery", BBC Online, 14 september 2004 - http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/3654650.stm.
  69. Zie noot 41.
  70. "Women's Rights an Affair of State for Tunisia", Richard H. Curtiss, Washington Report on Middle East Affairs, September/Oktober 1993, p. 50 - http://www.washington-report.org/backissues/0993/9309050.htm.
  71. Voor de situatie in België, zei bijvoorbeeld: "Hoe gebeurt een vaststelling overspel?", Advocatenkantoor Elfri De Neve - http://www.elfri.be/NL/Juridische%20informatie/Hoe%20gebeurt%20een%20vaststelling%20overspel.htm.
  72. "Decriminalization of adultery discussed", Irene Lin, Tapei Times, 3 januari 2000 - http://www.taipeitimes.com/News/local/archives/2000/01/03/18080.
  73. Republic of China (Taiwan), Privacy and Human Rights 2003, Cedric Laurant, Electronic Privacy Information Center (Washington) en Privacy International (UK) - http://www.privacyinternational.org/survey/phr2003/countries/taiwan.htm.
  74. Korean court upholds anti-adultery laws - http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/asia-pacific/1619339.stm.
  75. "Celebrity tryst may change Korean adultery law", The Straits Times, 31 januari 2008 - klik hier.
  76. "Mexican Law: Adultery, AllExperts.com, 28 januari 2007 - http://en.allexperts.com/q/Mexican-Law-1642/Adultery.htm.
  77. "Mexico", The World CIA Factbook - https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/geos/mx.html.
  78. "Adultery", Wikipedia - http://en.wikipedia.org/wiki/Adultery.
  79. "Women cannot be punished for adultery", The Times of India, 25 december 2006 - http://timesofindia.indiatimes.com/articleshow/925116.cms.
  80. "India", The World CIA Factbook - https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/geos/in.html.
  81. "China discovers adultery and divorce, Teresa Poole, The Independent, 7 september 1997 - http://findarticles.com/p/articles/mi_qn4158/is_19970907/ai_n14134936.
  82. "Divorce Curb Is Dividing Feminists In China", Erik Eckholm, The New York Times, 18 november 1998 - - http://query.nytimes.com/gst/fullpage.html?res=9800E4DF1630F93BA25752C1A96E958260&sec=&spon=&pagewanted=all.
  83. "China gets tough on marriage", BBC Online, 28 april 2001 - http://news.bbc.co.uk/2/hi/asia-pacific/1302119.stm.
  84. "China's Supreme Cort Explains Marriage Laws, Beijing Times, 27 December 2001 - http://english.peopledaily.com.cn/200112/27/eng20011227_87554.shtml.
  85. "China bans adultery (on TV ... during prime time) ", Shanghaiist.com, 5 oktober 2006 - http://shanghaiist.com/2006/10/05/china_bans_adul.php.
  86. "Uganda scraps "sexist" adultery law ", Reuters, 5 april 2007- http://www.reuters.com/article/oddlyEnoughNews/idUSL0510814320070405?feedType=RSS.
  87. "Uganda", CIA World Factbook - https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/geos/ug.html.
  88. Zie noot .
  89. "Adultery", Family Law Faqs, Law Firm Louis P. Winner Attorneys, Kentucky - http://www.louisvillefamilylaw.com/CM/Custom/Family-Law-FAQs.asp.
  90. "State Adultery Laws, The Christian Party - http://christianparty.net/adulterylaws.htm.
  91. "Is adultery punishable in the military?", Wiki.Answers.com - http://wiki.answers.com/Q/Is_adultery_punishable_in_the_military
© Linda Bogaert, 2008.

PS
De (Nederlandstalige) Korancitaten in alle bijdragen van deze reeks zijn afkomstig uit: "De Koran. Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands", door Fred Leemhuis, isbn 90 269 40785, uitgeverij: Unieboek in Houten, 1989 (regelmatig herdrukt) - met dien verstande dat Arabische namen (vb Ibrahim) omwille van de herkenbaarheid vervangen werden door de Nederlandse naam (vb Abraham).

Contact: < L.Bogaert@telenet.be

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Webmaster            Update: 1/4/2013