KORAN-NOTITIES

door

Linda Bogaert

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

"Onze God, en jullie God, is één"


In de pers duikt geregeld de uitdrukking 'Allah, de god van de Muslims' op. Dit is geen neutrale woordkeuze - de uitspraak slaat immers al meteen een kloof tussen het Westen en de Islam vermits er geïmpliceerd wordt dat Muslims een andere God hebben. Dat heeft verstrekkende gevolgen, want in een religieus model is het God die de normen bepaalt, die bepaalt wat goed en slecht is. En wanneer men denkt dat Muslims een andere God hebben, wordt impliciet meegegeven dat zij dus ook wel andere normen zullen hebben dan onze uit het Christendom gegroeide normen. Ook op die manier wordt het beeld dat Islam een bedreiging vormt voor het Westen gevoed en in stand gehouden. Maar wie is die Allah eigenlijk? En wiens God is Hij?

Taalkundige betekenis van het Arabisch woord Allah

Het Arabisch woord 'Allah' kent geen meervoudsvorm en is mannelijk noch vrouwelijk. Etymologisch is het een samentrekking van {al} (lidwoord) en {ilah} (het opperwezen, het wezen dat aanbeden wordt). Het woord Allah is dus gewoon het Arabisch equivalent voor het Nederlandse woord 'God'. Zoals men in het Frans 'Dieu' zegt, of in het Nederlands 'God', zo zegt men in het Hebreeuws 'Yahweh' en in het Arabisch 'Allah'. Is God een andere god dan Dieu? De vraag klinkt absurd, maar ze is van hetzelfde gehalte als de uitdrukking dat Allah een andere god is dan God. 'Allah, de god van de Muslims', betekent precies hetzelfde als 'Dieu, de god van de Muslims', of 'God, de god van de Muslims'. Taalkundig slaat de uitdrukking dus nergens op, maar politiek wordt ze wel gebruikt om een kloof te slaan met Muslims, en hen te degraderen tot mensen die een andere God aanbidden - waarbij uiteraard geïmpliceerd wordt dat de eigen God beter is.

Wiens God is God (Allah, Yahweh, Dieu, enz.)?

Als men aan Arabisch sprekende Christenen vraagt wie zij aanbidden, zullen zij antwoorden: Allah. De Arabische Bijbel vertaalt God inderdaad als Allah. Voor Muslims is hier meer aan de hand dan een taalkundig gegeven, vermits volgens de Islam Joden, Christenen en Muslims allen in dezelfde Ene God geloven. Het is ook zo dat volgens de Koran iedereen die in God gelooft en deugdelijk handelt, naar de hemel kan gaan, ongeacht de naam van het geloof waartoe men behoort.

"Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de Christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn." (Koran 2:62)

Volgens de Islam, zal op Oordeelsdag elk mens beoordeeld worden op zijn of haar gedrag. Lidmaatschap van de Islam, houdt dus geen garantie in dat men naar de hemel zal gaan. Muslims die zich misdragen, kunnen ook in de hel terechtkomen. Terwijl volgens de Koran, een Jood of een Christene die handelt volgens zijn geloof naar de hemel kan gaan.

In de Islam worden Joden en Christenen de 'mensen van het Boek' genoemd. Aan hen werden immers ook Heilige Boeken geopenbaard. Niet alle mensen van het Boek leven echter volgens hun geloof. Daarom, zegt de Koran dat er bij de Joden en Christenen een oprechte, gelovige, groep is die op Oordeelsdag beloond zal worden, maar dat er ook andere Joden en Christenen zijn die ver afgedwaald zijn van de leer die hen door hun Heilige Boeken wordt voorgeschreven. Die laatste groep wordt als ongelovigen beschouwd:

"Onder de mensen van het boek zijn er die in God geloven, in wat naar jullie is neergezonden en in wat tot hen is neergezonden, terwijl zij zich deemoedig aan God onderwerpen. Zij verkwanselen Gods tekenen niet. Zij zijn het voor wie hun loon bij hun Heer is. ... (Koran 3:199)
"Heb jij niet gezien naar hen aan wie een aandeel aan het boek gegeven is, dat zij geloven in afgoden en duivelen en over hen die ongelovig zijn zeggen: "Dezen volgen een betere weg dan zij die geloven". Zij zijn het die God vervloekt heeft en als God iemand vervloekt, dan zul je voor hem geen helper meer vinden." (Koran, 4:51-52)

Hier moet meteen opgemerkt worden dat de Koran stelt dat er ook onder de Muslims mensen zijn die niet leven volgens hun geloof en dat zij ook als ongelovig beschouwd worden. De Koran noemt een hele reeks zaken op die Muslims in ongeloof ('kufr') kunnen doen vervallen, zoals:

"En wie is er zondiger dan wie over God bedrog verzint of Zijn tekenen loochent? Het zal de onrechtplegers zeker niet welgaan." (Koran 6:21)
"Zij die verbergen wat God van het boek hen neergezonden heeft en het verkwanselen, zij zullen in hun buiken slechts vuur te verteren krijgen en God zal op Opstandingsdag niet tot hen spreken, noch zal Hij hen louteren. Voor hen is er een pijnlijke bestraffing." (Koran 2:174)

Er bestaan dus gelovigen en ongelovigen in elke religie - al kan volgens de Koran alleen God over geloof of ongeloof oordelen. Het komt er telkens weer op neer, dat simpelweg het behoren tot een of andere religie (ook de Islam), volgens de Koran geen garantie biedt op een plaats in de hemel, maar dat men, ongeacht het geloof dat men aanhangt, goed moet handelen in overeenstemming met de Geboden van God. Maar hoe weet men wat goed handelen inhoudt, en wat God behaagt?

De Profeten van God

Volgens de Koran, heeft God zich aan de mensen kenbaar gemaakt via duizenden Profeten, die uitgezonden werden naar alle gemeenschappen op aarde:

"En voor elke gemeenschap is er een gezant. ..." (Koran 10:47)

Al deze Profeten hebben dezelfde Boodschap verkondigd van geloof in de Ene God. De Koran noemt een aantal van die Profeten bij naam en in deze reeks treft men de Profeten aan die ook door de Joden en Christenen erkend worden (zoals Abraham, Ismaël, Izaak, Jacob, Jozef, David, Mozes, Job, Salomon enz.), met dien verstande dat voor de Islam ook Jezus een Profeet is.

"Wij hebben aan jou geopenbaard zoals Wij aan Noë en de profeten na hem geopenbaard hebben. En Wij hebben geopenbaard aan Abraham, Ismaël, Isaak, Jacob en de stammen, Jezus, Job, Jonas, Aäron, Solomon - en aan David gaven wij de Psalmen." (Koran 4:163)

De Koran stelt dat zulke opsommingen niet volledig zijn en vestigt er de aandacht op dat een hele reeks Profeten niet bij naam genoemd worden:

"...aan gezanten over wie Wij jou vroeger al verteld hebben en aan gezanten over wie Wij jou niet verteld hebben..." (Koran 6:164)

Heterodoxe groeperingen die in de schoot van de Islam ontstaan zijn, beschouwen dan ook niet enkel Joden en Christenen als "mensen van het Boek", maar rekenen bijvoorbeeld ook Boeddhisten of Hindoes tot de gelovigen. Sommige liberale groepen beschouwen zelfs iedereen die zich onderwerpt aan God als Muslims. Dergelijke standpunten worden evenwel niet door een meerderheid gedragen.

Dit interpretatief verschil niet te na gesproken, zijn Muslims verplicht zonder onderscheid te geloven in al de Profeten en in hun Boodschap (hun "Boek").

"Zeg: "Wij geloven in God, in wat naar ons is neergezonden en in wat naar Abraham, Ismaël, Isaak, Jacob en de stammen is neergezonden en in wat aan Mozes en Jezus gegeven is en in wat aan de profeten door hun Heer gegeven is. Wij maken geen verschil tussen één van hen en wij hebben ons aan Hem overgegeven." (Koran 2:136)

Wie bijvoorbeeld niet in Mozes, David of Jezus gelooft, kan geen Muslim zijn en wordt als ongelovige beschouwd.

"Zij die geen geloof hechten aan God en Zijn gezanten en die tussen God en Zijn Gezanten onderscheid willen maken en zeggen: "Wij geloven in sommigen maar in anderen niet" en die een tussenweg willen nemen, dat zijn zij die in waarheid ongelovig zijn. Voor de ongelovigen hebben wij een vernederende bestraffing klaargemaakt. Zij die geloven in God en Zijn gezanten en tussen hen geen enkel onderscheid maken; dat zijn zij aan wie Hij hun loon geeft. God is vergevend en barmhartig." (Koran 4:150-152)

Het is inmiddels duidelijk dat Mohamed niet de eerste noch de enige Profeet is van de Islam. Er wordt wel de nadruk op gelegd dat hij 'slechts' een Profeet is:

"En Mohammed is slechts een gezant; voor zijn tijd reeds waren de [andere] gezanten heengegaan... " (Koran 3:144)

Muslims zijn dus geen 'Mohamedanen' - dat is een verkeerd gegeven benaming naar foutief veronderstelde analogie met het Christendom dat slaat op de diegenen die Christus vereren en aanbidden. Muslims aanbidden Mohamed niet, het zijn mensen die zich aan God onderwerpen. Het woord Muslim is afkomstig van de Arabische wortel {s-l-m} (zich onderwerpen, sc. aan God). Het voorvoegsel 'mu-' voor een wortel, wordt gebruikt om de persoon aan te duiden die de handeling van de wortel uitvoert. Een 'mu-slm' of Muslim is met andere woorden een persoon die zich onderwerpt aan God. Voor Muslims is Mohamed niets anders dan een Profeet van God, een Profeet die de Islam heeft verkondigd zoals ook Abraham, Ismaël, Isaak, Jezus enz, worden beschouwd als Profeten van de Islam. Mohamed is volgens de meeste Muslims wel de laatste Profeet van de Islam. Deze finaliteit van het profeetschap is gebaseerd op verzen als:

"... Heden heb Ik jullie godsdienst voor jullie voltooid, Mijn genade aan jullie volledig bewezen en de Islaam [overgave aan God] als jullie godsdienst voor jullie goedgevonden..." (Koran, 5:3)

Aan Mohamed wordt gezegd dat hij de 'Millat Ibrahim' (godsdient van Abraham) moet volgen.

"Toen openbaarden wij aan jou: "Volg het geloof van Abraham die het zuivere geloof aanhing; hij behoorde niet tot de veelgodendienaars." (Koran 16:123)


Aansluiting bij vorige Heilige Boeken (Thora, Evangelie)

De Koran beklemtoont herhaaldelijk dat de Koranische Boodschap aansluit bij hetgeen aan de vorige Profeten geopenbaard werd.

"Aan jou (Mohammed) wordt slechts gezegd wat aan al de gezanten voor jouw tijd gezegd werd." (Koran, 41:43)
"Eraan voorafgegaan is het boek van Mozes als voorbeeld en barmhartigheid. En dit is een boek dat in de Arabische taal een bevestiging geeft, om hen die onrecht plegen te waarschuwen en als goed nieuws voor hen die goed doen. Zij die zeggen: "Onze Heer is God" en die dan correct handelen hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn." (Koran 46:12-13)

De Koran stelt ook dat Mohamed geen nieuwe godsdienst brengt, maar dezelfde godsdienst verkondigt als deze welke door de eerdere Profeten werd uitgedragen:

"En Hij schreef jullie dezelfde godsdienst voor als wat Hij aan Noë opgedragen had en wat Wij aan jou geopenbaard hebben en wat Wij aan Abraham en Jezus opgedragen hadden..." (Koran 42:12-13)

Daarbij worden sommige boeken van voorgaande Profeten bij naam genoemd. De Koran spreekt hier evenwel niet over het 'Oud' en 'Nieuw' Testament, een door het Christendom in het leven geroepen benaming waar Joden bezwaar tegen maken, omdat zij door zulke formulering gedegradeerd worden als 'oud', ouderwets, achterhaald. De Koran gebruikt de neutrale termen 'Taura' (Thora) en 'Indjiel' (Evangelie).

"Hij heeft u het Boek met de waarheid tot jou nedergezonden, ter bevestiging van wat er voordien al was en Hij heeft ook de Taura en de Indjiel neergezonden, vroeger al, als leidraad voor de mensen en Hij heeft het reddend onderscheidingsmiddel neergezonden...." (Koran 3:3-4)

De Koran raadt Christenen en Joden aan te leven volgens de aan hun Profeten geopenbaarde Heilige Boeken:

"Zeg: "Mensen van het boek! Jullie baseren jullie op niets zolang jullie je niet houden aan de Taura en de Indjiel en aan wat van jullie Heer naar jullie is neergezonden...." (Koran 5:68)

Volgens de Islam, zijn alle authentieke Boeken die aan de Profeten geopenbaard werden, Heilige Boeken. Muslims zijn echter de mening toegedaan dat deze Boeken doorheen de tijd aangepast werden: zaken werden weggelaten, anders geformuleerd, of toegevoegd. Dat alles leidde ertoe dat de oorspronkelijke Boodschap niet meer zuiver bewaard is. Muslims aanvaarden de oorspronkelijke Bijbel als Heilig Boek, maar vermits die vandaag de dag volgens hen niet meer bestaat (want aangepast, vervormd, enz.), wordt de Koran als onbetwistbare leidraad gehanteerd - er wordt van uitgegaan dat de Arabische Koran (niet de vertalingen) in de 1400 jaar sedert Mohamed, niet meer veranderd is - er werd zelfs geen letter of geen komma aan gewijzigd. In de regel wordt alles, ook de Bijbel, getoetst aan de Koran. Hetgeen door de Koran niet tegengesproken wordt, wordt aanvaard. Hetgeen wel afwijkt, wordt aanzien als een historische vervorming van de oorspronkelijke Bijbelse tekst.

Epiloog

In hun vijf dagelijkse gebeden, vragen Muslims aan God "vrede en zegeningen te brengen over Mohamed en het volk van Mohamed, zoals U (God) ook vrede en zegeningen bracht over Abraham en het volk van Abraham". Dergelijke verwijzing naar vorige Profeten vindt men ook in de hele Koran terug. Er is met andere woorden een voortdurend aansluiten bij wat Joden en Christenen geloven. Voor Muslims is de zaak duidelijk:

(...zeg...) "Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie neergezonden is. Onze God en jullie God, is één. En wij geven ons over aan Hem." (Koran 29:46)

 

____________________________

© Linda Bogaert, 2005.
PS
De (Nederlandstalige) Koran-citaten in alle bijdragen van deze reeks zijn afkomstig uit: "De Koran. Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands", door Fred Leemhuis, isbn 90 269 40785, uitgeverij: Unieboek in Houten, 1989 (regelmatig herdrukt) - met dien verstande dat Arabische namen (vb Ibrahim) omwille van de herkenbaarheid vervangen werden door de Nederlandse naam (vb Abraham).

Contact: < L.Bogaert@telenet.be

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Webmaster            Update: 1/4/2013