KORAN-NOTITIES

door

Linda Bogaert

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Jihad: geloof in woord en daad.

Inleiding

1. Betekenis van het woord 'jihad'
2. Soorten jihad

    a. Jihad an-Nafas: de strijd tegen het verwaande zelf
    b. Jihad ash-Shaytan: verzet tegen Satan
    c. Jihad ahlu ath-Thulm: inzet voor sociale rechtvaardigheid en tegen onrecht
    d. Jihad al-Kuffar: indijken van ongeloof door verspreiding van kennis van geloof
    e. Jihad al-Bid'ah: zuiver houden van het geloof door afwijzen van afwijkende innovaties
    f. Jihad al-Munafiqeen: doorprikken van hypocrisie
    g. Jihad al-Asghar: gewapende strijd tegen aanval en bezetting - een 'heilige' oorlog?

3. Middelen om jihad te beoefenen
4. Beloning voor de Mujahid: hoop op Gods Barmhartigheid en toegang tot het Paradijs

Epiloog

Inleiding

Geen concept uit de Islam is zo misbegrepen als 'jihâd'. Het woord roept in het Westen schrikbeelden op van barbaars geweld en voedt een afwijzende houding tegenover de Islam. In deze tekst wordt de term jihad uitgelegd aan de hand van de Koran en de Sunnah. Daaruit zal blijken dat er verschillende vormen van Jihad bestaan, en dat Jihad beoefend kan worden met verschillende middelen. Er zal ook blijken hoe ver dat schrikbeeld verwijderd is van de werkelijkheid.



1. Betekenis van 'Jihad'

Het woord 'jihad' is gebouwd rond de wortel {j-h-d} en betekent: zich veel moeite doen, zich inspannen, hard werken, om een doel te bereiken. Om het woord verder te situeren, is het nuttig een aantal andere woorden te bekijken die afgeleid zijn van dezelfde wortel:
- jahada jahdahû: zijn uiterste best doen, elke denkbare inspanning doen, alles doen wat in zijn mogelijkheden ligt;
- majhûd: inspanning, werk waarvoor men zich uitslooft;
- mujtahid: ijverig, naarstig.

De Koran gebruikt het woord jihad niet enkel voor muslims. Ook niet-muslims kunnen jihad beoefenen. Dit blijkt uit een vers dat omschrijft hoe ouders zich inspannen (jihad beoefenen) om hun kinderen terug te halen naar hun eigen godsdienst nadat de kinderen zich bekeerd hadden tot de Islam:

"En Wij hebben de mens opgedragen goed voor zijn ouders te zijn. Als zij er echter bij jou naar streven [{jahadaka}] aan Mij metgezellen toe te voegen waarvan jij geen kennis hebt, gehoorzaam hun dan niet." (Koran, 29:8) 1

In Islamitische religieuze context, wordt het begrip jihad gebruikt om uitdrukking te geven aan elke inspanning die men doet om God te behagen en om Gods zaak vooruit te helpen. Het is jihad goede werken te doen, het beste te kiezen tussen twee alternatieven, respect te hebben voor ouderlingen, zich in te zetten voor het uitbouwen van een rechtvaardige maatschappij, met zorg om te gaan met dieren, zich te gedragen in overeenstemming met Koranische waarden zoals geduld, minzaamheid, verdraagzaamheid, tolerantie en zelfbeheersing. Wordt een muslimstaat aangevallen, dan schrijft de Koran voor dat wanneer aan een aantal voorwaarden voldaan is, de beste inspanning erin bestaat zich gewapenderhand te verweren tegen de agressor. Ook dat is dan jihad. Jihad is duidelijk geen synoniem voor 'oorlog'. Het is een zeer ruim begrip dat slaat op alle inspanningen die men doet om God te dienen volgens wat de Koran voorschrijft als gepaste (re-)actie in de omstandigheid waarin men zich bevindt. In uitzonderlijke gevallen, kan dat een oorlog zijn, in andere omstandigheden kan het juist slaan op een verbod van het gebruik van geweld. In veel gevallen, heeft het niets met gewapende strijd te maken vermits de meeste omstandigheden van het leven geen gewapend antwoord vereisen noch toelaten, maar bijvoorbeeld vragen om geduld, tolerantie of hulpvaardigheid.

Het woordt mu-{j-h-d} of mujahid is dan ook geen synoniem voor gewapend strijder. Een mujahid is iemand die jihad beoefent. Iemand die een goed werk doet, die z'n eigen karakter probeert te verbeteren, of die zich politiek en sociaal engageert voor een rechtvaardige samenleving, is een mujahid. Wanneer een muslimstaat aangevallen worden, kan in sommige gevallen gewapend verzet toegestaan zijn. Zo een strijder is dan ook een mujahid.

Jihad - een zich inspannen om te doen wat God wil - is onlosmakelijk verbonden met het geloof. Het wordt daarom soms omschreven als de zesde pijler van de Islam. 2 Jihad is immers de aanbidding van God omgezet in woord en daad. In die zin is het de ultieme vorm van verering van God. Geloof alleen volstaat niet, men moet ook leven volgens het geloof. In Islam draait alles om 'taqwa': godvruchtigheid én goede daden. Geloof en handelen zijn onlosmakelijk met elkaar verwerven. Het volstaat bijvoorbeeld niet te geloven dat men tolerant moet zijn, met moet zich ook daadwerkelijk inspannen (jihad beoefenen) om het eigen karakter om te vormen tot verdraagzaamheid en om de samenleving toleranter te maken. Jihad is het dagdagelijks in praktijk brengen van alles wat het geloof voorschrijft.

Op grond van de omstandigheden waarin en het doel waarvoor men jihad beoefent, worden een aantal verschillende vormen van jihad onderscheiden die ook met verschillende middelen beoefend worden. Een paar soorten worden hierna besproken.



2. Soorten Jihad


a. Jihad an-Nafs: de strijd tegen het verwaande zelf

Vooreerst is er een persoonlijke, psychologische en morele jihad met als doel een beter mens te worden. Het woord 'islam' komt van de wortel {s-l-m} en betekent: zich onderwerpen (aan God). Een mu-{s-l-m} of muslim is een persoon die zich onderwerpt aan God. Profeet Mohamed verwees herhaaldelijk naar deze uitdrukking van geloof:

"Een Mujahid (hij die jihad beoefent) is diegene die streeft tegen zijn eigen ik om God te gehoorzamen" (Sahih Ibn Hibbanm, No. 4862)

In spirituele zin, heeft het lagere zelf voortdurend de neiging zich te meten met God. Het is God die bepaalt wat goed en slecht is, maar het lagere zelf probeert zich daaraan te onttrekken en zelf te definiëren wat kan en niet kan. Daardoor plaatst het zichzelf op gelijke hoogte met God. In de Islam, is de grootst mogelijke zonde - en de enige die God niet zal vergeven - het associëren van partners met God. Dat is immers een inbreuk op het meest centrale geloofspunt van de Islam, met name dat er geen god is dan God. De grootste bedreiging voor het geloof bestaat niet in het aanbidden van afgoden, maar in het verafgoden van zichzelf. Het spirituele pad naar God bestaat er bijgevolg in dat te voorkomen:

Anu Tharr meldde dat de Boodschapper zei: "De beste jihad die men kan doen is jihad tegen het eigen zelf en tegen de eigen verlangens." (Abu Nu'aim)

Deze vorm van jihad is een nooit aflatende strijd tegen verwaandheid en eigendunk die vaak zo kortbij ligt. Wanneer men een muslim voor iets proficiat wenst, zal hij antwoorden: "alle lof komt God toe". Op die manier wil hij ijdelheid voorkomen en erkent hij de almacht van God in alles. Jihad an-Nafs is een strijd tegen elitisme, racisme 3 en egocentrisme. Het is een dagelijkse inspanning om zichzelf te proberen verbeteren, zichzelf te beheersen, zich van het kwade te distantiëren, en aan de eigen persoonlijkheid te sleutelen om zo de Koranische waarden van geduld, tolerantie, rechtvaardigheid, respect voor ouderlingen, zorgzaamheid tegenover dieren, enz. te belichamen. Deze Jihad wordt als erg belangrijk aanzien. Sommige hadith omschrijven het zelfs als de beste vorm van Jihad.

Ibn Umar rapporteerde dat de Profeet zei: "Jihad tegen iemands zelf voor de zaak van God is de beste Jihad" (at-Tabaraani)

De Boodschapper zei (gedurende zijn afscheidshajj): "Zal ik jullie inlichten wie de Mu'min (ware gelovige) is? Het is hij bij wie mensen veilig zijn met betrekking tot hun vermogen en hun eigen zelf. De (echte) Muslim is hij bij wie mensen veilig zijn tegen (kwetsures door) zijn tong en hand. De (ware) Mujahid is hij die jihad an-Nafs uitvoert in gehoorzaamheid aan God. En de (ware) Muhajir (migrant voor de zaak van God) is hij die fout en zonde opgeeft." (Ahmad, al-Haakim en at-Tabaraani)

Voor diegenen die zulke jihad beoefenen, stelt de Koran het Paradijs in het vooruitzicht:

"Maar dan zal voor wie vreesde om voor zijn Heer te staan en zich zijn persoonlijke neigingen ontzegde de tuin zijn verblijfplaats zijn." (Koran 79:40-41)

Ook in het huidig leven kan men de vruchten plukken van deze jihad tegen egoïsme en hebzucht:

"(...) En wie voor de eigen hebzucht begoed worden, zij zijn het die het welgaat." (Koran 59:9)


b. Jihad ash-Shaytan: verzet tegen Satan

De relatie tussen de mens en Satan, gaat terug naar het allerprilste begin. De Koran vertelt hoe God op een gegeven moment alle Engelen (geschapen uit licht) en Jinns (geschapen uit rookloos vuur) samenriep om getuige te zijn van de ondervraging van Adam (geschapen uit klei) die intussen de naam van alle Engelen geleerd had. Toen Adam alle vragen correct beantwoord had, beval God de aanwezigen een buiging te maken uit respect voor hem. Eén van de aanwezigen, een hooghartige Jinn, weigerde dit goddelijk bevel op te volgen. Hij vond dat hij omdat hij geschapen was uit vuur, superieur was aan een mens die 'slechts' uit klei geschapen was. Als straf werd deze Jinn (Satan, Shaytan of 'Iblis' genaamd) naar de hel verbannen. God stond evenwel zijn verzoek toe om deze verbanning uit te stellen tot op de dag van het Laatste Oordeel. In afwachting daarvan, beloofde Satan er alles aan te doen om de mensen van het pad van God te doen afdwalen en dus tot Satans bondgenoten te maken. Behalve bij de vrome gelovigen, zal Satan daar volgens de Koran ook in slagen:

"Hij [Satan] zei: "Mijn Heer, omdat U mij liet dwalen zal ik voor hen op de aarde [alles] schone schijn maken en ik zal hen zeker allen misleiden, behalve Uw dienaren onder hen, die toegewijd zijn." (Koran 15:39-40)

Satan is de vijand van de mens:

"... Satan is namelijk een verklaarde vijand van de mens." (Koran 12:5)

Zijn doel bestaat erin mensen tot zijn volgelingen te maken, zodat hen na de dood de toegang tot het Paradijs ontzegd wordt en zij in de hel terecht zullen komen.

"De satan is voor jullie een vijand. Behandel hem dus als een vijand. Hij roept zijn volgelingen slechts op opdat zij in de vuurgloed zullen thuishoren." (Koran 35:6)

De Koran schrijft voor dat men Satan niet mag volgen:

"Jullie die geloven! Volgt de voetstappen van de satan niet. En als iemand de voetstappen van de satan volgt...; hij legt jullie het gruwelijke en het verwerpelijke op.... " (Koran 24:21)

Bescherming tegen Satan, vindt men enkel bij God:

"En zeg: "Mijn Heer, ik zoek bescherming bij U tegen de ophitsingen van de satans." (Koran 23:97)

Alles wat gehoorzaamheid en onderwerping aan God in de weg staat, staat eigenlijk ten dienste van Satan. Dat kan de eigen verwaandheid zijn, een externe verleiding tot zonde of twijfel in het geloof. Ook ongewenst gedrag wordt in verband gebracht met Satan. Zo zijn in de Islam zelfbeheersing en geduld van doorslaggevend belang. Boosheid - het verlies van zelfbeheersing - wordt aanzien als 'des duivels':

"De besten onder jullie zijn diegenen die traag zijn in boosheid en snel in het afkoelen... Hoed u voor boosheid, want het is een levend (brandend) stuk kool op het hart van de afstammelingen van Adam" (Al-Tirmidhi)
"Diegene die anderen kan overmeesteren in het worstelen is niet echt een sterk man. Echte kracht is in de persoon die zichzelf kan beheersen ten tijde van boosheid." (Bukhari)

Vermits boosheid van Satan komt, is het onder controle houden ervan, een vorm van 'jihad ash-Shaytan'. Het is tegelijk een manier om de eigen persoonlijkheid te boetseren om de Koranische waarden uit te drukken. Hier wordt al meteen duidelijk hoe verschillende vormen van jihad innig met elkaar verweven zijn en tegelijk beoefend moeten worden.


c. Jihad ahlu ath-Thulm: inzet voor sociale rechtvaardigheid en tegen onrecht

In letterlijke zin, gaat het hier om verzet tegen onrechtvaardige mensen. Hieronder valt elke inspanning tegen sociaal onrecht en ten voordele van een rechtvaardige maatschappij. Het doen van goede werken om onrecht te lenigen, zowel als sociaal of politiek engagement om onrecht bij de wortel aan te pakken en in de toekomst te voorkomen, behoren tot deze vorm van jihad.

De Koran stelt mensen die goed en rechtschapen handelen, een goede toekomst in het vooruitzicht:

"En hen die zich voor Ons inzetten [{jahadoo}, jihad beoefenen] zullen Wij op Onze wegen leiden. God is met hen die goed doen." (Koran 29:69)

Dit vers werd geopenbaard tijdens de Mekkaanse periode, een periode waarin van fysieke, gewapende strijd geen sprake was. Dit onderlijnt dat er tal van vormen van jihad bestaan, en dat het in de meeste gevallen om geweldloze, vreedzame inspanningen gaat om zichzelf en de samenleving te verbeteren. De Profeet Mohamed adviseerde dat de manier bij uitstek om politiek onrecht aan te pakken, bestond uit een jihad door middel van de waarheid. Dit politiek verzet, situeert zich dus in de taal, in dialoog.

De Heilige Profeet zei: "De grootste jihad is het spreken van het woord van waarheid tegen een tiran." (Mishkat, Book of Rulership and Judgment, hoofdstuk 1, sectie 2)

Steeds opnieuw komt het samenspel van verschillende vormen van jihad naar voor. Zo volstaat het niet zichzelf te verbeteren door bijvoorbeeld rechtvaardiger te worden, men moet er ook naar streven de omgeving waarin men leeft te verbeteren, door mee te werken aan een betere, rechtvaardige samenleving. Zich inzetten om onrecht uit de wereld te helpen, is een belangrijke vorm van jihad.


d. Jihad al-Kuffar: indijken van ongeloof door verspreiding van kennis van geloof

Dit is wellicht één van de meest misbegrepen vormen van jihad. Het gaat hier immers om een strijd tegen ongeloof en ongelovige daden, maar niet tegen mensen, zoals vaak verkeerdelijk wordt gedacht. Dit zal duidelijk worden uit volgende analyse.

De Koran stelt dat er bij de mensen van het Boek (Joden en Christenen) mensen zijn die leven volgens hun geloof - zij hebben volgens de Koran niets te vrezen en zullen naar de hemel gaan:

"Onder de mensen van het boek zijn er die in God geloven, in wat naar jullie is neergezonden en in wat tot hen is neergezonden, terwijl zij zich deemoedig aan God onderwerpen. Zij verkwanselen Gods tekenen niet. Zij zijn het voor wie hun loon bij hun Heer is. ..." (Koran 3:199)

Er bevindt zich onder hen echter ook een groep die de voorschriften van de Thora en de Bijbel naast zich neerleggen. Zij worden als ongelovigen beschouwd.

"Heb jij niet gezien naar hen aan wie een aandeel aan het boek gegeven is, dat zij geloven in afgoden en duivelen en over hen die ongelovig zijn zeggen: "Dezen volgen een betere weg dan zij die geloven". Zij zijn het die God vervloekt heeft en als God iemand vervloekt, dan zul je voor hem geen helper meer vinden." (Koran, 4:51-52)

Net zoals ook muslims die de voorschriften van de Koran naast zich neerleggen, als ongelovigen beschouwd worden:

"En wie is er zondiger dan wie over God bedrog verzint of Zijn tekenen loochent? Het zal de onrechtplegers zeker niet welgaan." (Koran 6:21)

Nu is het zo dat volgens de Koran, enkel God kan oordelen over geloof of ongeloof van de mensen. Het is dan ook enkel God die de ongelovigen kan bestraffen. Wanneer er bijgevolg in de Koran sprake is van verzen die handelen over strijd tegen 'ongelovigen', gaat het om strijd tegen het ongeloof als abstractie of tegen ongelovig gedrag, maar niet om een strijd tegen mensen. Fysieke oorlogvoering tegen mensen omdat ze niet tot de Islam behoren, wordt door de Koran immers klaar en duidelijk verboden. De Koran stelt expliciet:

"In de godsdienst is er geen dwang." (Koran, 2:256)

Dit vers vormt de hoeksteek van de godsdienstvrijheid die door de Koran aan alle inwoners van een muslimstaat gegarandeerd wordt. Ook andere verzen bevestigen dit principe:

"Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen." (Koran 88:22-23)

De godsdienstvrijheid houdt ook de vrijheid in ongelovig te zijn:

"Wie het wil, die moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn." (Koran 18:29)

Het gebruik van psychische of fysische dwang of geweld om mensen ertoe aan te zetten zich te bekeren tot de Islam, wordt uitdrukkelijk verboden door de Koran en de daarop gebaseerde Islamitische Wet, de Shariah. Theologisch gezien, is er trouwens geen reden toe: het is immers niet omdat men zich bekeert tot de Islam dat men zeker naar de hemel zou gaan, want volgens de Islam gaan slechts diegenen die vroom zijn en zich goed gedragen naar de hemel. De naam van het geloof waartoe zij behoren, speelt daarbij geen rol. Degenen die zich misdragen - met inbegrip van muslims - komen in de hel terecht.

"Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de Christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn." (Koran 2:62)

Jihad tegen de ongelovigen is duidelijk geen strijd om de wereld te zuiveren van niet-muslims - zoiets wordt door de Koran verboden. Het is wel een ideologische, spirituele strijd tegen wat men in abstracte termen 'het ongeloof' kan noemen, tegen 'ongelovig gedrag' bij mensen - maar niet tegen 'ongelovige mensen', want alleen God kan zeggen wie dat zijn. Het middel om deze jihad te voeren, is da'wah - verspreiding van het geloof. Het is een jihad met het woord, met de pen, om kennis over het Islamitisch geloof te verspreiden, zodat ongeloof afneemt.

"Gehoorzaam dan de ongelovigen niet, maar stel je tegen hen heftig te keer (met de Koran)." (Koran 25:52)
"En wie spreekt er beter dan wie tot God oproept, deugdelijk handelt en zegt: "ik behoor tot hen die zich [aan God] overgeven." (Koran 41:33)

De Koran schuift de Islamitische gemeenschap naar voor als een modelgemeenschap, een gemeenschap van matiging 4 en rechtvaardigheid. Dit maatschappijmodel, wordt aanzien als een alternatief voor onrecht. Het propageren van het Islamitisch model wordt als jihad beschouwd.

"Laat er uit jullie een gemeenschap voortkomen [van mensen] die oproepen tot het goede, het behoorlijke gebieden en het verwerpelijke verbieden. Zij zijn het die het welgaat." (Koran 3:104)

Het aanmoedigen van het goede en verbieden van het kwade, is een van de meest elementaire principes van de Islamitische jihad. Het wordt gezien als weg naar een rechtvaardige, evenwichtige samenleving:

"Zo hebben wij jullie gemaakt tot een evenwichtige gemeenschap opdat jullie getuigen zullen zijn over de mensen en opdat de gezant getuige zal zijn over jullie." (Koran 2:143)

Jihad al-kuffar is een strijd om zulk een gemeenschapsideaal te verspreiden. Het is een strijd tegen 'ongeloof', maar duidelijk geen oorlog om het geloof gewapenderwijze op te leggen aan anderen. De Arabische vertaling van 'heilige oorlog' is trouwens 'harbun muqaddasatu' of 'al-harbu al-muqaddasatu' en niet 'jihad'. Het is muslims uitdrukkelijk verboden aan zulk een oorlog deel te nemen.

Hoe zit het dan met sommige verzen die expliciet lijken te handelen over een strijd tegen 'ongelovigen'? Zo wordt in volgend vers op het eerste gezicht toelating gegeven om de ongelovigen te vermoorden:

"En wanneer jullie hen die ongelovig zijn [in de strijd] ontmoeten, sla hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen los te laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. ... (Koran 47:4)

Er wordt hier niet gezegd dat men alle ongelovigen moet vermoorden. Uit de Sunnah blijkt dat het vers geopenbaard werd naar aanleiding van de strijd om Badr. Het is alleen van toepassing op de vijand in een oorlog ("in de strijd"). Het gaat dus niet om wat er moet gebeuren met ongelovigen maar om hoe men zich moet gedragen tegenover een vijand (die in dit geval uit ongelovigen bestaat) in het heetst van de strijd, temidden van het slagveld. Met andere woorden: dit vers vestigt een regel van de krijgswet. De hoofdregel in de Islam is dat alle leven heilig is. De Koran stelt dat wie iemand doodt, "het is alsof hij de hele mensheid heeft gedood" (Koran 5:32). Het vers 47:4 vormt daarop een uitzondering: in een oorlogssituatie kan het doden van de vijand onder bepaalde omstandigheden toegestaan zijn, o.m. wanneer het om logistieke of militaire redenen niet mogelijk is de vijand gevangen te nemen. Zonder dit uitzonderingsvers, zou men zich ook ten tijde van oorlog niet gewapenderhand mogen verdedigen en zou men zich moeten laten doodslaan of doodschieten. Het doden van een vijand in oorlogstijd, is echter op zich geen algemene oorlogsregel, want als het mogelijk is, beveelt de Koran aan de vijand gevangen te nemen en niet te doden - zoals al meteen in ditzelfde vers wordt aangegeven.

De Koran bevat verschillende zulke verzen die, wanneer ze uit hun context gerukt worden, gemakkelijk verkeerd begrepen en uitgelegd worden. Dergelijke verzen handelen niet over de strijd tegen de ongelovigen maar over de krijgswet, en horen niet thuis onder 'jihad ul-kuffar', maar wel onder 'jihad al-asghar', een oorlog om zich te verzetten tegen een aanval, bezetting of vervolging, en een vorm van jihad die later behandeld wordt.


e. Jihad al Bid'ah: zuiver houden van het geloof door afwijzen van afwijkende innovaties

Jihad al-kuffar, de verspreiding van kennis van het geloof om ongeloof te doen afnemen, hangt nauw samen met de jihad al-bid'ah, een strijd tegen zogenaamde 'innovaties' in het geloof. Afwijzen van innovaties wil niet zeggen dat het geloof statisch is. De Koran geeft de mensen voortdurend de opdracht hetgeen hen door een vorige generatie aangereikt wordt, te toetsen op waarachtigheid, en wanneer iets vals blijkt, het af te wijzen:

"En als tot hen gezegd wordt: "Volgt wat God heeft neergezonden na", zeggen zij: "Welnee, wij volgen dat na waarvan wij merken dat onze vaderen er zich aan hielden". Ook dan soms als hun vaderen helemaal niet verstandig waren en zich niet de goede richting hadden laten wijzen?" (Koran 2:170)

Dergelijke verzen leggen een stevige basis voor een dynamiek in de geloofsbeleving. Ze moedigen elke generatie aan hetgeen hen door hun ouders en leraars werd aangereikt, in vraag te stellen en te toetsen aan de Koran. Ook wanneer zich nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen voordoen, moet daarover vanuit het geloof een standpunt ingenomen worden. Het geloof moet dus meegaan met zijn tijd. Wat niet mag, is het invoeren van vernieuwingen die afwijken van het Koranisch model.

"En wie is er zondiger dan wie over God bedrog verzint of Zijn tekenen loochent? Het zal de onrechtplegers zeker niet welgaan." (Koran 6:21)

Vernieuwingen die strijdig zijn met de Islamitische leer, bid'ah, worden afgewezen. Zulke vernieuwingen komen neer op dwaalleer. Jihad al-bid'ah is een strijd tegen het invoeren van zogenaamde innovaties die in strijd zijn met de Islamitische leer en die daardoor het geloof onderuit zouden halen. Er is echter wel ruimte om standpunten in te nemen tegenover nieuwe zaken en het geloof inhoudelijk mee te laten evolueren met de tijd.


f. Jihad al-Munafiqeen: doorprikken van hypocrisie

Hypocrieten worden in de Koran zeer zwaar aangepakt. Hypocrisie wordt aanzien als een bedreiging voor het geloof en behoort tot het meest verwerpelijke gedrag dat men kan ten toon spreiden. Huichelen wordt omschreven als het ene zeggen en het andere doen:

"Jullie die geloven! Waarom zeggen jullie wat jullie niet doen. Het werkt bij God grote afschuw op als jullie zeggen wat jullie niet doen." (Koran 61:2-3)

Ook hieruit blijkt hoe de Islam voorschrijft alle snaren van de persoon te stemmen om een harmonieus geheel te vormen: geloof, hart en rede, woord en daad, moeten allemaal in dezelfde richting aangewend worden en het dienen van God weerspiegelen. Alles wat deze harmonie doorbreekt, wordt in verband gebracht met Satan. Dat is ook het geval met huichelarij:

"En heb jij niet gezien naar hen die beweren te geloven in wat naar jou is neergezonden en in wat er al voor jouw tijd is neergezonden, dat zij voor een uitspraak bij de Taghoet in beroep wensen te gaan, hoewel hun bevolen was daarin niet te geloven. De satan wenst hen ver te laten afdwalen [van het rechte pad]." (Koran 4:60)

Ook hier geldt echter dat enkel God in de harten van de mensen kan kijken. Enkel God weet dus wie de huichelaars zijn:

"En onder de bedoeïenen uit jullie omgeving zijn er huichelaars en onder de mensen van Medina zijn er voor wie huichelarij gewoon geworden is. Jullie kennen hen niet maar Wij kennen hen. Wij zullen hen tweemaal bestraffen en dan zullen zij tot een geweldige bestraffing teruggebracht worden." (Koran 9:101)

De huichelaars staat het vuur van de hel te wachten:

"God heeft de huichelaars, de huichelaarsters en de ongelovigen het vuur van de hel toegezegd om daarin altijd te verblijven. Dat is goed genoeg voor hen. God heeft hen vervloekt en voor hen is er een blijvende bestraffing." (Koran 9:68)

De Koran omschrijft God als een rechtvaardige God: Hij beloont het goede, bestraft het kwade. God is echter ook vergevend, en mogelijks vergeeft hij de huichelaar die berouw toont:

"En anderen die hun zonden bekennen, zij vermengen een deugdelijke daad met een andere die slecht is; misschien dat God zich genadig tot hen wendt. God is vergevend en barmhartig." (Koran 9:102)

muslims kunnen en mogen niet oordelen over het geloof van mensen - dat komt enkel God toe. Als ze dat wel zouden doen, zouden ze zichzelf een goddelijke taak aanmeten en zouden ze zichzelf zodoende buiten de Islam stellen. Ook hier is de jihad gericht tegen het gedrag, en niet tegen de hypocriete mens. Het oordeel over de mens, dat is iets voor God. Maar muslims moeten wel hypocriet gedrag bestrijden.


g. Jihad al-Asghar of kleine jihad - gewapende strijd tegen aanval of bezetting - een "heilige oorlog?"

Tot dusver werden vreedzame vormen van jihad besproken. In sommige gevallen kan jihad -- de beste manier om God te dienen in hart en rede, woord en daad -- erin bestaan naar de wapens te grijpen. Dit is dan de 'jihad al-asghar' - een kleine jihad, in tegenstelling tot de jihad tegen het zelf (jihad an-nafs) die in Sufi-kringen omschreven wordt als de 'grote jihad' (jihad al-akbar). Daarbij wordt vaak naar volgende hadith verwezen:

Een groep muslimsoldaten kwam bij de Heilige Profeet (van een veldslag). Hij zei: "welkom, jullie keren terug van de kleine Jihad naar de grote Jihad". Er werd gezegd: "wat is de grote Jihad"? Hij antwoordde: "het streven van een dienaar tegen zijn lage verlangens." (Al-Tasharraf, Part I, p. 70)

Deze hadith komt in geen enkele van de grote hadithverzamelingen (Bukhari, Muslim enz.) voor, zodat er twijfels bestaan over de authenticiteit ervan. De achterliggende gedachte dat de innerlijke jihad belangrijker is dan gewapend verzet, heeft echter veel invloed gehad. De legitimiteit van de gewapende jihad wordt er overigens niet door in twijfel getrokken: in sommige omstandigheden is gewapend verzet toegestaan, en wordt het zelfs voorgeschreven of verplicht. Er bestaat in muslimkringen een brede eensgezindheid over de voorwaarden waaraan deze gewapende jihad onderworpen is.

Islam staat geen offensieve oorlog toe. Enkel wanneer muslims aangevallen worden, en wanneer alle andere mogelijkheden om de aanval af te slaan zoals het opstarten van vredesonderhandelingen op niets uitdraaien, mag men zich gewapenderwijze verzetten - en dan nog gelden zeer strikte regels. Geweld is de allerlaatste optie.

Volgend vers legt uit wanneer fysisch vechten toegestaan is - men spreekt hier van de 'jihad met het zwaard', om deze vorm van jihad te onderscheiden van de jihad met het woord, het hart, de pen, de waarheid, enz.

"Aan hen die bestreden worden is [de strijd] toegestaan omdat hun onrecht is aangedaan; God heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen: "Onze Heer is God" - en als God de mensen elkaar niet had laten weerhouden dan waren kluizenaarsverblijven, kerken, synagogen en moskeeën waarin Gods naam vaak genoemd wordt zeker verwoest. Maar God zal hen die Hem helpen zeker helpen; God is krachtig en machtig." (Koran 22:39-40)

Dit vers geeft aan wanneer gewapend verzet mogelijk is:

  1. De vijandigheden moeten door anderen gestart worden tegen de gelovige muslims. Enkel muslims die "bestreden worden", mogen zich verzetten. Het gaat dus om een defensieve oorlog, niet om een offensief. Wat hierbij betracht wordt is het beschermen van de rechtvaardige gematigde gemeenschap waarvan eerder al sprake was.

  2. Er moet de muslims onrecht aangedaan zijn. Hierbij wordt expliciet het onrechtmatig verdrijven uit woningen vermeld.

  3. Het doel van de agressor moet de destructie van de Islam en de muslims zijn. Het vers verwijst naar godsdienstvervolging, waarbij muslims vervolgd worden enkel omdat zij zeggen dat ze in God geloven.

Een oorlog is dus enkel toegestaan als verdediging tegen het onrecht dat veroorzaakt is door een aanval of bezetting, verdrukking of godsdienstvervolging. Daarbuiten, is gewapend verzet niet gelegitimeerd.

Gewapende jihad moet daarenboven altijd getemperd worden door een jihad met het hart door het nastreven van vergevingsgezindheid, rechtvaardigheid en zo meer. Dit wordt duidelijk uit een tweede vers dat toelating geeft tot gewapend verzet maar er al onmiddellijk bij zegt dat men niet over de schreef mag gaan:

"En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet." (Koran 2:190).

Diezelfde toon vind men terug in een vers dat zegt dat men mild moet zijn ten aanzien van de vijand, want op een dag kan hij je vriend worden:

"Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is almachtig, en God is vergevend en barmhartig". (Koran 60:7)

Dit komt ook tot uiting in de hadith:

"Haat uw vijand op milde wijze, hij kan op een dag uw vriend worden." (gemeld door al-Tirmidhi).

De 'jihad met het zwaard' is daarenboven onderworpen aan een hele reeks strikte voorschriften die gebaseerd zijn op de Koran en de Sunnah van Mohamed, alsook op de regels die de eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een leger dat hij naar het slagveld stuurde. Abu Bakr legde zijn metgezellen de volgende 10 regels van oorlogsvoering op (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :

  1. Dood geen vrouwen

  2. Dood geen kinderen,

  3. Dood geen bejaarden,

  4. Dood geen zieken.

  5. Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn (ook de oogst mag niet vernield worden).

  6. Verniel geen onbewoonde plaatsen.

  7. Dood geen dieren behalve voor voedsel.

  8. Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.

  9. Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd. >

  10. En handel niet laf.

Uit andere hadith blijkt dat Abu Bakr ook stelde dat priesters en kloosterlingen met rust gelaten moesten worden, en dat men hun gebedshuizen niet mocht vernielen. Ook burgerconstructies moeten gespaard blijven. Abu Bakr zei ook dat men zelfs de melk van de dieren niet mocht gebruiken tenzij men de toestemming had van de eigenaars van de dieren. Islam kent een zeer uitgebreid stelsel van dierenrechten. 5 Tijdens de oorlog mogen dieren niet gedood worden, tenzij voor voedsel, omdat een oorlog een zaak tussen mensen is en dieren daar niet het slachtoffer mogen van zijn.

Sommige muslims wijzen erop dat als er sprake zou kunnen zijn van een 'heilige oorlog', dit enkel is in de zin van een oorlog waarin muslims gebonden zijn aan zulke 'heilige' door de Koran en de Sunnah ingestelde hoogstaande principes. Het is echter helemaal geen heilige oorlog in de zin waarin dit in het Westen begrepen wordt, met name een oorlog om anderen met geweld te bekeren tot het eigen geloof. Zoals in 'jihad al-kuffar' gemotiveerd werd is het muslims volstrekt verboden deel te nemen aan zulk een oorlog. De Koran garandeert immers godsdienstvrijheid en verbiedt uitdrukkelijk het gebruik van dwang in de godsdienst.

Van zodra de tegenpartij in een strijd vrede zoekt, moet men daarin meegaan:

“En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God." (Koran 8:61)

Ook wat er moet gebeuren in geval van een overwinning, wordt door de Koran gereguleerd. De eerder aangehaalde regels van godsdienstvrijheid dienen gerespecteerd te worden en er moet rechtvaardig gehandeld worden zodat een vrije, rechtvaardige samenleving ingesteld wordt waarin mensen vrij zijn zich al dan niet bij de Islam aan te sluiten:

"God beveelt jullie in bewaring gegeven goederen aan de rechthebbenden te overhandigen en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig oordelen..." (Koran 4:58)
"Jullie die geloven! Wees standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid." (Koran 5:8)
"God gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te doen en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk, verwerpelijk en gewelddadig is...." (Koran 16:90)

De Islamitische gemeenschap wordt hierbij, zoals eerder gezegd, naar voor geschoven als een modelgemeenschap, een rechtvaardige gemeenschap die extremen schuwt, een gemeenschap van de middenweg. Jihad al-asghar is enkel toegstaan om deze rechtvaardige maatschappij te verdedigen en beschermen.



3. Middelen om jihad te beoefenen

Uit de verschillende soorten jihad is duidelijk geworden dat er ook verschillende middelen zijn waarover de mujahid kan beschikken om jihad te beoefen:

  • jihad met het hart: het hart is een belangrijk instrument om het eigen geloof te zuiveren, rechtschapen te handelen, enz.

  • Jihad met kennis, is vooral belangrijk in de jihad tegen ongeloof en tegen onrechtvaardigheid.

  • jihad met welvaart, kan voor verschillende vormen van jihad ingezet worden.

  • jihad met de hand, met daden: door rechtvaardig te handelen, goede werken te doen, enz.

  • jihad met het woord: voor verspreiding van het geloof, strijd tegen ongeloof en onrecht.

  • jihad door het zwaard: is enkel toegelaten in 'Jihad al-asghar'.

De Koran en de Sunnah regelen wanneer welk middel ingezet mag worden. Wanneer men oproept tot Jihad, is het dus niet noodzakelijk een oproep tot gewapend verzet. Integendeel, in de meeste gevallen gaat het om een verzet via het woord en de waarheid tegen een onrechtvaardige situatie, waar helemaal geen wapens aan te pas mogen komen.



4. Beloning voor de Mujahid: Hoop op Gods Barmhartigheid en toegang tot het Paradijs

Muslims die jihad beoefenen, kunnen hopen op Gods Barmhartigheid en toegang tot het Paradijs:

"Zij die geloven en zij die uitgeweken zijn en zich op Gods weg inspannen [{jahadoo}, jihad beoefenen], zij zijn het die op Gods barmhartigheid hopen. God is vergevend en barmhartig." (Koran 2:218)

Dat geldt, zoals in de tekst ook al aangegeven werd, voor alle vormen van jihad. Zo leidt bijvoorbeeld ook jihad an-nafs tot het Paradijs:

"Maar dan zal voor wie vreesde om voor zijn Heer te staan en zich zijn persoonlijke neigingen ontzegde de tuin zijn verblijfplaats zijn." (Koran 79:40-41)

Volgens de Islam is de zin van het leven dat het een test is om te zien wie al dan niet tot het Paradijs zal toegelaten worden:

"Wij hebben alles wat er op de aarde is tot een versiering gemaakt om hen op de proef te stellen wie van hen het beste is in wat hij doet." (Koran 18:7)
"Wij zullen jullie op de proef stellen met iets van vrees, honger en tekort aan bezittingen, levens en vruchten, maar verkondig het goede nieuws aan hen die geduldig volharden, die, als onheil hen treft, zeggen: "Wij behoren aan God toe en tot Hem zullen wij terugkeren". Zij zijn het met wie hun Heer mededogen heeft en erbarmen; zij zijn het die het goede pad volgen." (Koran 2:155-156)

Jihad - het concreet beleven van het geloof, de concrete vertaling in daden van het geloof, is de aangewezen manier om die test tot een goed einde te brengen:

"Of rekenden jullie erop de tuin binnen te gaan, voordat God hen kent die zich van jullie inzetten [{jahadoo}, jihad beoefenen] en hen kent die geduldig volharden." (Koran 3:142)

Merk op hoe Fred Leemhuis het werkwoord {j-h-d} hier vertaalt als 'zich inzetten'. Het gaat inderdaad om alle inspanningen die men doet voor God. Jihad is de concrete vertaling van het geloof. Zonder jihad, is het geloof niet volledig:

De Boodschapper van God zei: "wanneer iemand voor God staat zonder teken van Jihad, zal hij voor God staan met een tekortkoming." (Tirmidhi, gemeld door Abu Hurayrah)

Net zoals enkel God kan oordelen over wie gelooft en wie niet, weet enkel God wie een Mujahid is, wie het geloof in praktijk brengt en beleeft:

De Boodschapper van God zei: "Het voorbeeld van de Mujahid (diegene die jihad beoefent) voor de zaak van God, en enkel God weet wie werkelijk jihad beoefent voor Zijn zaak, is het voorbeeld van diegene die zowel een Saa'im (diegene die vast) is als een Qaa'im (diegene die vrijwillige gebeden doet)" (Al-Bukhari)

 



Epiloog

Jihad is geen synoniem met oorlog, zoveel is duidelijk. Het is een vertaling in gevoel en rede, in woord en daad, van het geloof. Het is de ultieme manier om God te vereren door het geloof daadwerkelijk te beleven. Het betekent niets anders dan zich inzetten om op elk moment van het leven God te dienen. In de meeste gevallen is geweld daarbij uitdrukkelijk verboden, en kunnen enkel vreedzame middelen als het woord aangewend worden. Zelfs in het ene geval van jihad al-asghar, waar geweld wel toegestaan is, bedoelen muslims met 'heilige' oorlog, een oorlog die aan hoogstaande morele principes gebonden is - dat is een gans andere betekenis dan de in het Westen gangbare betekenis van een oorlog om het geloof te verspreiden, een onderneming waar muslims overigens niet mogen aan deelnemen omdat de Koran voor iedereen godsdienstvrijheid garandeert en dwang in geloofszaken verbiedt. 6

 

____________________________

Noten

  1. Koranvertalingen gebaseerd op de Engelse vertaling van Yusuf Ali, en de Nederlandse versie door Fred Leemhuis.

  2. De 5 andere pijlers van de Islam zijn: geloof, gebed, vasten, liefdadigheid en bedevaart.

  3. De Koran en de Sunnah veroordelen racisme zeer krachtig en schrijven een wereldbroederschap van alle mensen voor. Zie ook: "Racisme, een grendel op de hemelpoort", op deze site.

  4. De Koran zet zich krachtig af tegen extremisme. Zie "Islam en de Gemeenschap van de Middenweg", op deze site.

  5. Voor een verkenning van de dierenrechten in de Islam, zie tekst op deze site.

  6. Zie ook: "Godsdienstvrijheid in de Islam", op deze site.

© Linda Bogaert, 2005.
PS
De (Nederlandstalige) Korancitaten in alle bijdragen van deze reeks zijn afkomstig uit: "De Koran. Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands", door Fred Leemhuis, isbn 90 269 40785, uitgeverij: Unieboek in Houten, 1989 (regelmatig herdrukt) - met dien verstande dat Arabische namen (vb Ibrahim) omwille van de herkenbaarheid vervangen werden door de Nederlandse naam (vb Abraham).

Contact: < L.Bogaert@telenet.be

• bogaert-index • cie-index • Islamitische Kwesties •

Webmaster            Update: 1/4/2013