ISLAM-NOTITIES

door

Mohamed AJOUAOU [*]

CIE-Index • Index

Inburgering Imams verhoogt hun status


Na jarenlang discussie is de Nederlandse overheid erin geslaagd de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) ook voor de imams verplicht te stellen. Deze bemoeienis van de Nederlandse overheid met de beroepspraktijk van geestelijken is historisch gezien niet vreemd. In 1815 bijvoorbeeld bepaalde koning Willem in het Organiek Besluit dat aspirant-predikanten naast een kerkelijke examen ook een wetenschappelijk examen moesten afleggen. Predikanten dienden aldus dat besluit, zich niet alleen in godgeleerdheid te kwalificeren maar ook in onder meer de algemene geschiedenis, wiskunde, logica,  'landhuiskunde' en 'natuurkundige sterrenkunde'.

Die bemoeienis van Koning Willem met het curriculum van de predikanten hing samen met de taakopvatting die de overheid de predikanten toekende. Zij moesten zich niet alleen met  godsdienstoverdracht bezig houden, doch ook een rol spelen in het proces van ‘natievorming’ en staatsburgerschap. Het artikel 9 van het Algemene Reglement van 1816 meldt dat geestelijken behalve ‘de vermeerdering van de godsdienstige kennis’ ook ‘de bewaking van orde en eendracht, en de aankweking van Liefde voor Koning en Vaderland’ voor hun rekening moeten nemen.

De huidige staatsinterventie in het reilen en zeilen van de imams vindt plaats vanuit vergelijkbare achtergronden. De overheid vindt dat imams een rol moeten spelen in het integratieproces (lees staatsburgerschap) van moslimmigranten. De Nederlandse samenleving verwacht van de imams dat hun inzet zich niet tot religieuze taken in de moskee beperkt maar zich ook uitstrekt tot het openbare leven zoals in ziekenhuizen, gevangenissen, welzijn, enzovoort. Dergelijke ‘taakuitbreiding’ echter vereist van de imams extra competenties en vaardigheden. Vandaar dat ze op de schoolbanken moeten verschijnen, vindt de overheid.

De vraag echter is of deze overheidsinterventie in beroepspraktijk van de imams en dus in godsdienstige aangelegenheden van moslims gerechtvaardigd is. Principieel gezien is het antwoord neen. De huidige staatsvorm rekent de religieuze zaken, de opleiding en scholing van geestelijken incluis, tot het autonome gebied van burgers en geloofsgemeenschappen. Daar mag en kan de overheid simpelweg niet aankomen. De overheid kan alleen openbare middelen zoals beroeps- en academische opleidingen, beschikbaar stellen waarvan geestelijken eventueel op basis van vrijwilligheid gebruik kunnen maken. Geestelijken behoren onafhankelijk te zijn en hun beroep uit te oefenen vanuit het (religieus) perspectief dat zij verkiezen. Ze zijn niet verplicht zich voor het overheidsbeleid in te spannen of aan haar verwachtingen te voldoen. 

Wel kan het bovengenoemde overheidsingrijpen om pragmatische overwegingen gedoogd worden. Al was het maar bij wijze van experiment. Ten eerste omdat uit het buitenland afkomstige imams, naast het feit dat ze tot de geestelijke stand behoren ook migrant en nieuwkomer zijn. En voor iedere nieuwe onderdaan is oriëntatie op de nieuwe samenleving een vereiste voor een goed functioneren. Bovendien kunnen imams op een gegeven moment afstand doen van hun geestelijke ambt. In dat geval komt hun het voor hen eerder verplicht gestelde inburgeringtraject goed van pas. Ten tweede, biedt het verplicht stellen van de inburgering uitkomst voor die imams die geen ruimte van hun geloofsgemeenschap krijgen om buiten de moskee een stuk maatschappelijke oriëntatie te volgen. Ten derde staan de imams zelf niet afwijzend tegenover een aanvullende opleiding. Dat verhoogt mogelijk hun status en zo kunnen ze op basis van de opgedane inzichten zelfs hun religieuze uitspraken beter gronden.

Het om pragmatische overwegingen gedogen van het overheidsingrijpen in de beroepspraktijk van de imams betekent echter niet dat ze de vrije hand moet krijgen in het geboden inburgeringtraject. De zorgvuldigheid gebiedt dat de overheid zich moet onthouden van elke vorm van inhoudelijk religieuze sturing of van pogingen tot religieus herprogrammeren van de imams. Dat deed koning Willem ook niet. Het kan niet zo zijn dat na een inburgeringtraject verwacht wordt dat de imams anders gaan denken over bijvoorbeeld homoseksualiteit, vrij verkeer tussen seksen enz. Wat nodig is is relevante en praktische informatie die zo objectief mogelijk geboden moet worden. Daarnaast moet de overheid zorgen dat de uitvoering van de inburgering van de imams plaats vindt in nauw samenwerking met moslimorganisaties en moslimkaders. Met name daar waar kennis van islamitische theologie vereist is.

De imams maken een onlosmakelijk onderdeel uit van het religieuze instituut waar ze werken, namelijk de moskee(gemeenschap). Als de overheid aan de imams een bijdrage vraagt voor de realisatie van haar migratiebeleid, dan moet ze dat consequent ook aan die instituten vragen. Dat vereist een nadere uitwerking van de relatie overheid - moskee. Hoe dat allemaal gaat verlopen zal pas na enige tijd duidelijk zijn. Als blijkt dat inburgering van de imams vanwege staatsbemoeienis geen, weinig of averechtse effecten heeft en de investeringen niet in verhouding staan tot het rendement, dan moet de overheid zich gauw terugtrekken en de zaak overlaten waar het principieel hoort, namelijk de geloofsgemeenschappen. 

 

Mohamed Ajouaou

Adviseur bij Prisma Brabant

(in: Brabants Dagblad 19 januari 2002)

CIE-Index • Index
[* C.V., 16 nov 2012: Dr. Mohamed Ajouaou is theoloog en doctor in de Religiewetenschappen (Univ. Tilburg). Sinds 2007 werkt  hij aan de institutionalisering van de islamitische geestelijke verzorging in de Justitiële Inrichtingen (hij is hoofd imams in gevangenissen); sinds 2011 doceert hij islamitische klassieke theologie (scholastiek) en islamitische filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en sinds september 2012 coördineert hij het Centrum voor Islamitische Theologie aan dezelfde universiteit.
Recente publicatie: Mohamed AJOUAOU, Erik BORGMAN & Pim VALKENBERG (red.): "Islam in Nederland. Theologische bijdragen in tijden van secularisering". Uitg. Boom 2012, € 22,50.
Website: http://www.mohamed-ajouaou.nl/ ].